I. HISTORISCHE VISIES Morbiditeit & moraliteit
BIO PSYCHO SOCIAAL MODEL Schadebeperking
Neurobiologisch Kosteneffectief
Psychologsich MOTIVATIE
o Experimenteren: S&P (impusliviteit) Dynamisch proces
o Ontstaan en continueren: Genetisch 5 stadia
Sociaal o (1) Precontemplatief (2) Contemplatief (3) Actie (4) Tot
o beschikbaarheid, peer-omgeving, SES actie overgaan (5) Volhouden
Motiverende gespreksvoering FRAMES
BEHANDELING
o Feedback – Responsibility – Advice – Menu – Empathy –
Preventie - Vroegdetectie
Self-efficacy
o Selectieve P (KOAP)
o Geindiceerde P BEHANDELING
Farmacotherapie
Doelen
Psychocociaal / psychotherapeutisch
o Crisisintervente
o psycho-educatie
o Genezing
o CBT, sociale-vaardigheidstraining, Community
Langdurige abstinentie – terugvalpreventie
reinforcement approach*
o Zorg
o terugvalpreventie (lapse ≠ relapse)
Stabiliseren – harmreduction
o contingentiemanagement (cadeaubonnen)
o Palliatie
NUT BEHANDELING
Prognose: Gunstig -> zeer ongusting
, II. MIDDELGERELATEERDE - VERSLAVINGSSTOORNIS DSM (7) Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten
opgegeven
STOORNISSEN IN HET GEBRUIK VAN EEN MIDDEL
3. RISICOGEBRUIK
CRITERIA
(8) Recidiverend gebruik in situaties waar dit fysiek gevaar
Problematisch patroon van <middel>gebruik
oplevert
Min. 2kenmerken binnen 1 jaar
(9) Continueren ondanks kennis dat er door middel lichamelijk
11 criteria – 4 clusters
of psychisch probleem is
4. FARMACOLOGISCHE CRITERIA
1. BEPERKTE CONTROLE OVER MIDDELGEBRUIK
(10) Tolerantie
(1) Middel in grotere hoeveelheden of langduriger dan de
(11) Onttrekkingssymptomen
bedoeling was
o Abstinentieverschijnselen
(2) Persisterende wens of vergeefse pogingen om te
ERNST CRITERIA
verminderen of in hand te houden
Licht (2-3 criteria)
(3) Veel tijd besteed om aan middel te komen, te gebruiken of
Matig (4-5 criteria)
ervan te herstellen
Ernstig (6> criteria)
(4) Hunkering (craving) of sterke wens of drang tot gebruik van
het middel
STOORNISSEN DOOR EEN MIDDEL / MEDICATIE
2. SOCIALE BEPERKINGEN
Intoxicatie door een middel
(5) Recidiverend gebruik, met niet nakomen van verplichtingen
Onttrekking van een middel
op werk, school of thuis
Psychische stoornissen door een middel / medicatie
(6) Aanhoudend gebruik, ondanks sociale of interpersoonlijke
problemen
BIO PSYCHO SOCIAAL MODEL Schadebeperking
Neurobiologisch Kosteneffectief
Psychologsich MOTIVATIE
o Experimenteren: S&P (impusliviteit) Dynamisch proces
o Ontstaan en continueren: Genetisch 5 stadia
Sociaal o (1) Precontemplatief (2) Contemplatief (3) Actie (4) Tot
o beschikbaarheid, peer-omgeving, SES actie overgaan (5) Volhouden
Motiverende gespreksvoering FRAMES
BEHANDELING
o Feedback – Responsibility – Advice – Menu – Empathy –
Preventie - Vroegdetectie
Self-efficacy
o Selectieve P (KOAP)
o Geindiceerde P BEHANDELING
Farmacotherapie
Doelen
Psychocociaal / psychotherapeutisch
o Crisisintervente
o psycho-educatie
o Genezing
o CBT, sociale-vaardigheidstraining, Community
Langdurige abstinentie – terugvalpreventie
reinforcement approach*
o Zorg
o terugvalpreventie (lapse ≠ relapse)
Stabiliseren – harmreduction
o contingentiemanagement (cadeaubonnen)
o Palliatie
NUT BEHANDELING
Prognose: Gunstig -> zeer ongusting
, II. MIDDELGERELATEERDE - VERSLAVINGSSTOORNIS DSM (7) Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten
opgegeven
STOORNISSEN IN HET GEBRUIK VAN EEN MIDDEL
3. RISICOGEBRUIK
CRITERIA
(8) Recidiverend gebruik in situaties waar dit fysiek gevaar
Problematisch patroon van <middel>gebruik
oplevert
Min. 2kenmerken binnen 1 jaar
(9) Continueren ondanks kennis dat er door middel lichamelijk
11 criteria – 4 clusters
of psychisch probleem is
4. FARMACOLOGISCHE CRITERIA
1. BEPERKTE CONTROLE OVER MIDDELGEBRUIK
(10) Tolerantie
(1) Middel in grotere hoeveelheden of langduriger dan de
(11) Onttrekkingssymptomen
bedoeling was
o Abstinentieverschijnselen
(2) Persisterende wens of vergeefse pogingen om te
ERNST CRITERIA
verminderen of in hand te houden
Licht (2-3 criteria)
(3) Veel tijd besteed om aan middel te komen, te gebruiken of
Matig (4-5 criteria)
ervan te herstellen
Ernstig (6> criteria)
(4) Hunkering (craving) of sterke wens of drang tot gebruik van
het middel
STOORNISSEN DOOR EEN MIDDEL / MEDICATIE
2. SOCIALE BEPERKINGEN
Intoxicatie door een middel
(5) Recidiverend gebruik, met niet nakomen van verplichtingen
Onttrekking van een middel
op werk, school of thuis
Psychische stoornissen door een middel / medicatie
(6) Aanhoudend gebruik, ondanks sociale of interpersoonlijke
problemen