1 Inleiding:
Geloofscommunicatie niet eenvoudig
Communicatie: meer dan gesproken taal --> naast het gesproken woord, speelt
expressiviteit, verbeelding een grote rol
In dialoog treden met kleuters
Doel: kleuters begeleiden in hun levensbeschouwelijk en religieus groeiproces
2 Communicatie is levensnoodzakelijk:
Communicatie gebeurt op vele manieren
In communicatie wordt het kind zichzelf = ‘leren’ door participatie binnen een
geborgen en nabije omgeving
Participatiegedrag en het leerproces dat eraan vasthangt, speelt zich af in het
vertrouwde opvoedingsmilieu v/d kleuters thuis en in de kleuterklas
Een vertrouwde band ontstaan --> worden er voorwaarden gecreëerd voor een vorm
van leerproces
Leerdoel: toon aan dat communicatie een belangrijke rol speelt in het mensenleven
3 Ontmoeting tussen 3 ervaringswerelden/polen:
Hoe communicatie het levensbeschouwelijke groeiproces kan stimuleren:
Ervaringen v/d kleuters en hoe ze daarin betekenis (kunnen) ontdekken
Eigen ervaringen brengt hen tot een aantal zinvragen --> motor van hun eigen
levensbeschouwelijke ontwikkeling
Samen met andere kleuters en met de leraar komen zij tot reflectie en
communicatie over hun ervaringen
De leraar begeleidt dit zoekproces en staat er middenin
Communicatie waarin de kleuters en de leraar inbreng hebben
Communicatie gebeurt tussen 3 polen:
De ervaringswereld v/d kleuter
De ervaringswereld v/d leerkracht
Het Woord van God
Doel: dialoog tussen persoonlijke ervaringen en de christelijke traditie
Andere levensbeschouwingen worden ook verkend
De katholieke traditie fungeert als spiegel, dialoogpartner en verdieping
Leerdoel: leg uit dat er een wisselwerking is tussen 3
ervaringswerelden binnen godsdienstactiviteiten (woord-
woord-woord)
4 Communicatie binnen het basisschema voor het
leerproces:
3 niveaus: ervaring, betekenisverlening, reflectie
1
, Leerdoel: de 3 niveaus van communiceren opsommen en uitleggen
Leerdoel: het basisschema voor het leerproces binnen de godsdienstactiviteiten schetsen
4.1 Niveau v/d ervaring:
Verkennen
Leerkracht biedt impulsen en ervaringskansen aan (rituelen, verhalen, liedjes, …)
Kleuters delen ervaringen verbaal en non-verbaal (muzisch, expressief, dramatisch,
…)
Belangrijk: voelen, luisteren, herkennen, respect tonen voor diversiteit
Werkvormen: kringgesprek, expressie, lied, dramatisatie, tekenen, foto’s
4.2 Het niveau v/d betekenisverlening:
Verder kijken dan eigen beleving: verdiepen en verrijken
Kleuters ontdekken betekenissen van geloofsverhalen, rituelen en getuigenissen
Respect voor verschillende betekenissen en overtuigingen
Belangrijk: ontdekken, inleven, confronteren, begrijpen, gevoelig voor symboliek
Werkvorm: gesprek, verhalen, expressie, vergelijking, symbolen duiden
4.3 Het niveau v/d reflectie: filosoferen:
Integreren (verwerken en verankeren)
Oudere kleuters leren nadenken over ervaringen en hun betekenis
Ze bouwen aan een eigen mens- en godsbeeld
Belangrijk: verwerken, verankeren, zin geven, verwoorden, verbeelden
Werkvormen: gesprek, kunst dramatisatie, symbolische verwerking
4.4 Voorwaarden voor de levensbeschouwelijke communicatie:
4.4.1 Verbale en non-verbale communicatie:
Verbale communicatie = uitleg en duiding
Non-verbaal = vormen van expressiviteit
Zingen, dansen, bewegen, schilderen, tekenen, boetseren, … --> speelse en
activerende manier van uitdrukken
Kleuters gebruiken de 3H’s --> speelse en activerende manier van verwerken
Expressieve werkvormen:
Rijke variatie in beleving en verwerking
Mogelijkheid om gevoelens te uiten zonder woorden
Differentiatie: elke kleuter kan zich op zijn eigen manier uitdrukken
2