Logistiek en internationale Handel
Zelfstudie:
H1: P24, 26-29 – grote topics kennen, geen date of tijdslijnen
Belangrijk voor examen:
- Hoofstuk 3,4,5 alle oefeningen
- Studie wijzer lezen
- Business game en examen elk 50%.
- Definities worden niet letterlijk gevraagd je moet ze wel weten
- 1.2 economisch belang van logistiek
- Blue banana zone
- Waar zou je u magazijn het liefste willen neerzetten?
Logistiek:
- Voorraad
- Technologie
- Innovatie
- Duurzaamheid
- Een heel sterk groeiende sector met VEEL WERKGELEGENHEID
Hoofdstuk 0:
Definitie logistiek management
= Dat deel van supply chain management dat op een efficiënte en effectieve manier de
voorwaartse stromen, de opslag en de retourstromen van goederen van een individueel
bedrijf plant, uitvoert en controleert, van de oorsprong tot aan de consument om zo de
behoeften van de klanten te vervullen.
1
,In mensentaal:
De juiste goederen In de juiste hoeveelheid, Met de juiste kwaliteit Op het juiste tijdstip
Samen met de juiste documenten Op de juiste plaats En voor een juiste prijs Laten
aankomen.
Deelgebieden van de logistieke flow:
3 stromen die interageren:
Informatiestroom: vb. cookies die je
aanbevelen waar je geïnteresseerd in
bent door advertenties
Verschil tussen logistiek management en supply chain management (SCM)
• Logistiek management: beperkt zich tot managen en optimaliseren v/d eigen logistieke
flow i/e bedrijf.
• SCM: focust op wat er zich buiten de muren v/h bedrijf afspeelt (integraal
ketenbeheer)
Verschil: SCM overstijgt de operaties v/e bedrijf en beheert de gehele keten van grondstof
tot eindconsument.
Definitie supply chain management :
= integraal ketenbeheer: d.m.v. het beheersen en optimaliseren van processen, coördinatie en
samenwerking met leveranciers, tussenpersonen en afnemers een betere functionaliteit v/d
keten (en elke schakel erin) ontstaat.
Leg uit: integraal ketenbeheer
2
, • Integraal: de verschillende opeenvolgende acties en actoren met elkaar verbinden en als
geheel behandelen
• Keten: ketting van informatie-, geld- en goederenstromen.
• Beheer: niet puur operationeel, maar ook beleids- en strategische aspecten.
Doel SCM:
Elk bedrijf streeft naar creëren van competitief voordeel zodat de continuïteit v/h bedrijf op LT
gegarandeerd is.
SCM moet snel reageren op veranderingen zoals:
• Opportuniteiten: aanboren nieuwe markten
• Risico’s: staking
• Interne veranderingen: te kleine productiecapaciteit
• Externe veranderingen: een concurrent met een innovatieve technologie.
Op deze manier blijft elke schakel in de ketting efficiënt samenwerken.
Samenhang SCM en logistiek management:
Wat is ketenomkering?
= Eén v/d belangrijkste hervormingen in SCM.
Het is de evolutie van supply management (push) naar demand management (pull).
• Supply management: (vooral vroeger): grote partijen producten in de supply chain
richting consumenten duwen, en hopen dat ze gekocht worden.
➔ vaak gebaseerd op vraagvoorspelling
➔ pushmodel: de producent duwt een order door de logistieke keten naar de
consument
• Push: van producent naar klant, wat er beschikbaar is
3
, • Demand Management: (vooral nu): klanten zijn niet meer tevreden met
standaardproducten.
Bedrijven proberen in te spelen op de specifieke behoeften van kleinere groepen of
zelfs individuele klanten.
➔ orders gemaakt op basis van bestellingen van klanten.
• ➔ = pullmodel: de klant trekt een order door de logistieke keten – customization
Klant bestelt → producent produceert
Vb. Pullmodel: auto-industrie: auto wordt pas gemaakt als de consument gekozen,
samengesteld en besteld heeft.
Waarom kwam er een ketenomkering?
Klanten waren niet meer tevreden met de standaardproducten die geproduceerd werden.
Bedrijven proberen daarom beter en sneller in te spelen op de veranderende en
onvoorspelbare behoeftes van hun klanten.
Niet ieder bedrijf doet ketenomkering. Welke wel en welke niet?
Geen pullmodel maar wel nog pushmodel: bedrijven die eenvoudige massagoederen maakt.
Vb. H&M: laat massaal kledingstukken zo goedkoop mogelijk op voorhand maken, legt ze in de
winkel en hoopt dat de klanten ze kopen. ➔ pushmodel of supply management.
Wat niet verkocht wordt, gaat in solden. Risico = grote hoeveelheid niet verkochte goederen.
Vb. Zara: slechts twee weken tussen het ontwerpen v/e kledingstuk en het in de winkel leggen
➔ snel schakelen op veranderende trends en mode. ➔ pullmodel of demand management.
4
Zelfstudie:
H1: P24, 26-29 – grote topics kennen, geen date of tijdslijnen
Belangrijk voor examen:
- Hoofstuk 3,4,5 alle oefeningen
- Studie wijzer lezen
- Business game en examen elk 50%.
- Definities worden niet letterlijk gevraagd je moet ze wel weten
- 1.2 economisch belang van logistiek
- Blue banana zone
- Waar zou je u magazijn het liefste willen neerzetten?
Logistiek:
- Voorraad
- Technologie
- Innovatie
- Duurzaamheid
- Een heel sterk groeiende sector met VEEL WERKGELEGENHEID
Hoofdstuk 0:
Definitie logistiek management
= Dat deel van supply chain management dat op een efficiënte en effectieve manier de
voorwaartse stromen, de opslag en de retourstromen van goederen van een individueel
bedrijf plant, uitvoert en controleert, van de oorsprong tot aan de consument om zo de
behoeften van de klanten te vervullen.
1
,In mensentaal:
De juiste goederen In de juiste hoeveelheid, Met de juiste kwaliteit Op het juiste tijdstip
Samen met de juiste documenten Op de juiste plaats En voor een juiste prijs Laten
aankomen.
Deelgebieden van de logistieke flow:
3 stromen die interageren:
Informatiestroom: vb. cookies die je
aanbevelen waar je geïnteresseerd in
bent door advertenties
Verschil tussen logistiek management en supply chain management (SCM)
• Logistiek management: beperkt zich tot managen en optimaliseren v/d eigen logistieke
flow i/e bedrijf.
• SCM: focust op wat er zich buiten de muren v/h bedrijf afspeelt (integraal
ketenbeheer)
Verschil: SCM overstijgt de operaties v/e bedrijf en beheert de gehele keten van grondstof
tot eindconsument.
Definitie supply chain management :
= integraal ketenbeheer: d.m.v. het beheersen en optimaliseren van processen, coördinatie en
samenwerking met leveranciers, tussenpersonen en afnemers een betere functionaliteit v/d
keten (en elke schakel erin) ontstaat.
Leg uit: integraal ketenbeheer
2
, • Integraal: de verschillende opeenvolgende acties en actoren met elkaar verbinden en als
geheel behandelen
• Keten: ketting van informatie-, geld- en goederenstromen.
• Beheer: niet puur operationeel, maar ook beleids- en strategische aspecten.
Doel SCM:
Elk bedrijf streeft naar creëren van competitief voordeel zodat de continuïteit v/h bedrijf op LT
gegarandeerd is.
SCM moet snel reageren op veranderingen zoals:
• Opportuniteiten: aanboren nieuwe markten
• Risico’s: staking
• Interne veranderingen: te kleine productiecapaciteit
• Externe veranderingen: een concurrent met een innovatieve technologie.
Op deze manier blijft elke schakel in de ketting efficiënt samenwerken.
Samenhang SCM en logistiek management:
Wat is ketenomkering?
= Eén v/d belangrijkste hervormingen in SCM.
Het is de evolutie van supply management (push) naar demand management (pull).
• Supply management: (vooral vroeger): grote partijen producten in de supply chain
richting consumenten duwen, en hopen dat ze gekocht worden.
➔ vaak gebaseerd op vraagvoorspelling
➔ pushmodel: de producent duwt een order door de logistieke keten naar de
consument
• Push: van producent naar klant, wat er beschikbaar is
3
, • Demand Management: (vooral nu): klanten zijn niet meer tevreden met
standaardproducten.
Bedrijven proberen in te spelen op de specifieke behoeften van kleinere groepen of
zelfs individuele klanten.
➔ orders gemaakt op basis van bestellingen van klanten.
• ➔ = pullmodel: de klant trekt een order door de logistieke keten – customization
Klant bestelt → producent produceert
Vb. Pullmodel: auto-industrie: auto wordt pas gemaakt als de consument gekozen,
samengesteld en besteld heeft.
Waarom kwam er een ketenomkering?
Klanten waren niet meer tevreden met de standaardproducten die geproduceerd werden.
Bedrijven proberen daarom beter en sneller in te spelen op de veranderende en
onvoorspelbare behoeftes van hun klanten.
Niet ieder bedrijf doet ketenomkering. Welke wel en welke niet?
Geen pullmodel maar wel nog pushmodel: bedrijven die eenvoudige massagoederen maakt.
Vb. H&M: laat massaal kledingstukken zo goedkoop mogelijk op voorhand maken, legt ze in de
winkel en hoopt dat de klanten ze kopen. ➔ pushmodel of supply management.
Wat niet verkocht wordt, gaat in solden. Risico = grote hoeveelheid niet verkochte goederen.
Vb. Zara: slechts twee weken tussen het ontwerpen v/e kledingstuk en het in de winkel leggen
➔ snel schakelen op veranderende trends en mode. ➔ pullmodel of demand management.
4