Mens en maatschappij: tijd
Groepsnamen: Eline Michiels, Anouck Claesen
Klas: LKO1C
Vragenlijst Tijd
Sommige vragen kan je zo oplossen, voor andere vragen heb je wetenschappelijke bronnen nodig,
noteer de bronvermelding.
1. Tijd is eigenlijk een zeer objectief gegeven, maar wordt door de mensen subjectief ingekleurd. Er
bestaan dus kruipende en vliegende uren. Leg uit. Geef hier ook voorbeelden bij.
Subjectief gezien kunnen momenten een eeuwigheid duren of kan de tijd juist omvliegen. We zijn
sterk geneigd om dan te zeggen” het lijkt wel alsof de tijd sneller gaat maar in het echt duurt hij
even lang.” Daarbij wordt er telkens vanuit gegaan dat de objectieve tijd de echte of ware tijd is
en de subjectieve tijd schijn. Bijvoorbeeld: leuke momenten gaan snel voorbij (vliegende uren) en
minder leuke momenten (kruipende uren) lijken trager te gaan. In werkelijkheid gaan beide even
snel/traag.
2. Om de tijd te meten hebben we een vaste tijdsmaat nodig. Welke tijdsmaat gebruiken wij?
Jaren, dagen, maanden, weken, uren, seconden, minuten
3. Verklaar: biologische klok.
Het ritme/tempo van je eigen lichaam.
4. Kan je hier ook voorbeelden van geven?
Wanneer het laat in de avond is, ben je moe. Op bepaalde momenten in de dag heb je honger.
5. Onze voorouders kenden maar één verdeling van de tijd. Welke denk je?
Zij kenden geen uren. Zij keken naar het licht/zon om te weten of het dag of nacht was.
6. Hoeveel seizoenen zijn er?
Vier seizoenen
7. Geef de exacte data van het begin en einde van de astronomische en weerkundige seizoenen.
Som voor elk seizoen specifieke kenmerken op.
De astronomische seizoenen hebben geen vaste data omdat ze afhankelijk zijn van de stand van
de zon. Deze seizoensindeling is gebaseerd op de positie van de aarde ten opzichte van de zon.
De weerkundige seizoenen:
Lente: 1 maart tot 1 juni. Kenmerken: veel bloesem
Zomer: 1 juni tot 1 september. Kenmerken: langer daglicht
Herfst: 1 september tot 1 december. Kenmerken: vroeger donker
Winter: 1 december tot 1 maart. Kenmerken: winterse neerslag
8. Hoeveel dagen zijn er in 1 maand? Waarom zijn het zoveel dagen?
De cyclus van de maan werd gebruikt om de hoeveelheid maanden per jaar vast te stellen. In een
jaar voltooide de maan iets meer dan 12 cycli (van 29 of 30 dagen). De kalender bestond daarom
uit twaalf maanden van 30 dagen en vijf losse dagen aan het eind van het jaar.
9. Hoeveel dagen zijn er in 1 jaar? Waarom zijn het zoveel dagen?
1
Groepsnamen: Eline Michiels, Anouck Claesen
Klas: LKO1C
Vragenlijst Tijd
Sommige vragen kan je zo oplossen, voor andere vragen heb je wetenschappelijke bronnen nodig,
noteer de bronvermelding.
1. Tijd is eigenlijk een zeer objectief gegeven, maar wordt door de mensen subjectief ingekleurd. Er
bestaan dus kruipende en vliegende uren. Leg uit. Geef hier ook voorbeelden bij.
Subjectief gezien kunnen momenten een eeuwigheid duren of kan de tijd juist omvliegen. We zijn
sterk geneigd om dan te zeggen” het lijkt wel alsof de tijd sneller gaat maar in het echt duurt hij
even lang.” Daarbij wordt er telkens vanuit gegaan dat de objectieve tijd de echte of ware tijd is
en de subjectieve tijd schijn. Bijvoorbeeld: leuke momenten gaan snel voorbij (vliegende uren) en
minder leuke momenten (kruipende uren) lijken trager te gaan. In werkelijkheid gaan beide even
snel/traag.
2. Om de tijd te meten hebben we een vaste tijdsmaat nodig. Welke tijdsmaat gebruiken wij?
Jaren, dagen, maanden, weken, uren, seconden, minuten
3. Verklaar: biologische klok.
Het ritme/tempo van je eigen lichaam.
4. Kan je hier ook voorbeelden van geven?
Wanneer het laat in de avond is, ben je moe. Op bepaalde momenten in de dag heb je honger.
5. Onze voorouders kenden maar één verdeling van de tijd. Welke denk je?
Zij kenden geen uren. Zij keken naar het licht/zon om te weten of het dag of nacht was.
6. Hoeveel seizoenen zijn er?
Vier seizoenen
7. Geef de exacte data van het begin en einde van de astronomische en weerkundige seizoenen.
Som voor elk seizoen specifieke kenmerken op.
De astronomische seizoenen hebben geen vaste data omdat ze afhankelijk zijn van de stand van
de zon. Deze seizoensindeling is gebaseerd op de positie van de aarde ten opzichte van de zon.
De weerkundige seizoenen:
Lente: 1 maart tot 1 juni. Kenmerken: veel bloesem
Zomer: 1 juni tot 1 september. Kenmerken: langer daglicht
Herfst: 1 september tot 1 december. Kenmerken: vroeger donker
Winter: 1 december tot 1 maart. Kenmerken: winterse neerslag
8. Hoeveel dagen zijn er in 1 maand? Waarom zijn het zoveel dagen?
De cyclus van de maan werd gebruikt om de hoeveelheid maanden per jaar vast te stellen. In een
jaar voltooide de maan iets meer dan 12 cycli (van 29 of 30 dagen). De kalender bestond daarom
uit twaalf maanden van 30 dagen en vijf losse dagen aan het eind van het jaar.
9. Hoeveel dagen zijn er in 1 jaar? Waarom zijn het zoveel dagen?
1