(#,-BC.!
/(#0B.,1BBO!!
(#,-BC.!
5(BO*,BOO4#6!
"#$BCD(B)*7($BO!
8CVV6*,BOO4#6!
:B6C4.*;B.VO4#6!
"#$BCD(B)*,B03#4*0
3!(#,-BC.!
"#$BCD(B)*7V,BC4VVO!
"#$BCD(B)**,CV,B64B!
"#$BCD(B)*.OV##4#6!
!
1
,Hoofdstuk 1: projectontwerp
Inleiding
Het ontwerp van een onderzoek bestaat uit twee onderdelen: het conceptuele ontwerp en het
technische ontwerp
- Conceptueel = wat je in en met het onderzoek wil bereiken
o Wat, waarom, hoeveel
- Technisch = hoe je dit denkt te bereiken
o Hoe, waar, wanneer
Conceptueel ontwerp
- Doelstelling van het onderzoek = afgeleid van en ingebed in het projectkader
(=problematiek waarbinnen e het onderzoek een plaats wil geven)
o Wat wil je met je onderzoek bereiken?
o Doel van het onderzoek of extern doel
o Het gebruik van de kennis die het onderzoek gaat opleveren, niet de kennis zelf
o Belang van afbakenen van je problematiek!!
- Onderzoeksmodel = schematische en sterk visuele weergave van de belangrijkste
stappen die je denkt nodig te hebben om de doelstelling te bereiken
- Vraagstelling = verzameling van onderzoeksvragen die in de loop van het onderzoek
moeten worden beantwoord
o Interne doel van het onderzoek = doel van het onderzoek
o Theoretisch kader!
- In de doel- en vraagstelling van een onderzoek komen steevast enkele begrippen voor die
een centrale plaats in het onderzoek innemen. wat je onder deze begrippen precies
verstaat, is zo bepalend voor wat er verder in je onderzoeksproject gaat gebeuren, dat het
van belang is om de inhoud ervan in een begripsomschrijving vast te leggen.
o Operationaliseren van kennisbegrippen
Technisch ontwerp
- Onderzoeksstrategie = je moet een beslissing nemen over de wijze waarop je je
onderzoeksobject gaat benaderen en waarop je het onderzoek gaat aanpakken
o Volgende stappen
§ 1° Het vaststellen van het soort onderzoeksmateriaal dat nodig is om de
onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden, 2° waar dit materiaal te
vinden is en 3° hoe het kan worden geproduceerd.
• = plan voor het genereren van het benodigde
onderzoeksmateriaal ↓
- Onderzoeksmateriaal
o Stap 1: bepalen van de onderzoekspopulatie = deel van de werkelijkheid
waarover je uitspraken wil doen
2
, o Stap 2: selecteren van databronnen
o Stap 3: methoden en technieken om gegevens uit de bronnen te winnen
- Heldere en consistente planning
o Planning van zowel de uitvoering van het onderzoek als het schrijven van een
eindrapport
Iteratief ontwerpen
Iteratief proces à vertaald naar de praktijk van ontwerpen betekent itereren dat je als ontwerper
voortdurend heen en weer gaat tussen de diverse onderdelen van het ontwerp. Daarbij moet je je
steeds afvragen wat de consequenties zijn van een beslissing op het betreTende onderdeel voor
alle andere onderdelen van het ontwerp, zowel die delen die later als die welke eerder komen in
de logische volgorde van de ontwerponderdelen.
- Voor complexe zaken
- Belang van fantasie en creativiteit
- Vaak komt er een bijstelling van de eerder geformuleerde vraagstelling
Itererend ontwerpen betekent schrijven, maar met het voortdurend besef dat wat je nu schrijft
even later aan herziening toe is
Stappenplan voor het onderzoeksontwerp
1° maak een verkenning van het projectkader van je onderzoek en zonder hier een haalbare
doelstelling uit af
2° maak een onderzoeksmodel dat aangeeft via welke globale stappen je de doelstelling denkt te
bereiken
3° ga mede op basis van het onderzoeksmodel na welke kennis nuttig of nodig is voor het
bereiken van de doelstelling en formuleer deze kennisbehoefte in de vorm van onderzoeksvragen
(vraagstelling) en eventueel een conceptueel model
4° bepaal de kernbegrippen in je doel- en vraagstelling en geef hiervan op je doel- en
vraagstelling aangepaste begripsomschrijvingen en operationaliseringen
5° bepaal welke onderzoeksstrategie je zult volgen bij het uitvoeren van het onderzoek
6° ga per vraag uit de vraagstelling na welk onderzoeksmateriaal je nodig hebt om tot een
gedegen beantwoording te komen en hoe je dit materiaal gaat verzamelen of produceren
7° maak een onderzoeksplanning waarin je vastlegt welke activiteiten je wanneer tijdens de
uitvoering zult verrichten en welke producten dit op bepaalde momenten in het
uitvoeringsproces moet hebben opgeleverd.
3
, DEEL 1: CONCEPTUEEL ONTWERP
Kies je voor een theoretisch probleem of een praktijkprobleem.
Belangrijkste functie in het conceptueel ontwerp = sturingsfunctie. 2 bijkomende functies van
het conceptueel ontwerp zijn de motivatiefunctie en de evaluatiefunctie.
Hoofdstuk 2: doelstelling
Inleiding
Een onderwerp maakt vaak deel uit van een bredere context. Is het een theoretisch onderwerp,
dan bestaat die context uit de literatuur op een bepaald vakgebied, of een
onderzoeksprogramma. Kies je voor een meer praktijkgerichte insteek, dan is de context niet
zelden een of andere overheidsinstantie of organisatie waarbinnen je onderzoek gaat
plaatsvinden.
Belangrijk om in de beschikbare tijd uitvoerbaar onderzoek te formuleren.
Gelet op het grote aantal vereisten waarin een onderzoek moet voldoen, is het zaak om het
onderwerp van je onderzoek zorgvuldig in te bedden in, maar tegelijkertijd ook af te bakenen van
een bredere context = projectkader.
Projectkader en doelstelling
Theoretisch onderzoek à projectkader wordt gevormd door het proces en product van
kennisvorming binnen het vakgebied waarop je onderzoek gaat plaatsvinden.
Praktijkgericht onderzoek à projectkader is binnen een beleidsinstantie of organisatie als
problematisch ervaren situatie, waarvan je met behulp van de resultaten van het onderzoek een
bijdrage wil leveren aan de oplossing
Theoretische relevantie = een onderzoek dat primair praktijkgericht is bedoeld, zal meestal ook
wel -direct of indirect- een bijdrage leveren aan de theorievorming op het betreTende vakgebied
Maatschappelijke relevantie = een onderzoek dat geheel is bedoeld als theoriegericht ne waarin
geen enkel praktisch nut voorop staat, zal vroeg of laat ook nu blijken te hebben voor de praktijk
Verkenning van het projectkader
Je kan vragen stellen zoals
- Welke problemen spelen er binnen het projectkader?
- Welke actoren spelen een rol in hun projectkader en wat zijn hun belangen?
- Welke mening hebben de actoren over de oorzaken van de problemen?
- In welke richting zoekt men zoals naar oplossingen?
Theoriegericht onderzoek à uitgebreide literatuur
Praktijkgericht onderzoek à een als problematisch ervaren situatie of een bestaande wens om
iets nieuws tot stand te brengen.
4
,Formulering van de doelstelling
De afzondering uit het projectkader van een adequate doelstelling.
Theoriegericht onderzoek à projectkader is altijd te ruim, omdat onze drag tot kennis en het
aantal facetten waarover wij kennis willen hebben, bijna onuitputtelijk is.
Praktijkgericht onderzoek à projectkader is omvangrijk, omdat we meestal te maken hebben
met een probleem dat historisch gegroeid is en is ingebed in een culturele, sociale en/of
politieke context
è In deze fase je onderzoek tijdruimtelijk en aspectmatig positioneren binnen het projectkader
door het formuleren van een adequate doelstelling
- Adequaat = nuttige, realistische en binnen de gestelde tijd haalbare, eenduidige en e
doelstelling
o Nuttig à welke bijdrage zal je onderzoek leveren aan de gekozen theoretische
problematiek? Of voor organisatie/instelling
o Realistisch en binnen de gestelde tijd haalbaar
§ Realistisch: geloofwaardig
• Bedenkt dat het beter is om een bescheiden doel te nemen
waaraan je ook daadwerkelijk wat bijdraagt, dan een groots doel
te noemen waarvan het weinig plausibel is dat je daaraan zult
bijdragen
§ Haalbaarheid
• Beschik je over de benodigde kennis en hulpmiddelen en kan je
aan het benodigde materiaal komen = onderzoekstechnische
relevantie of haalbaarheid
• Uitvoerbaarheid van het onderzoek binnen de beschikbare tijd
è Gevoel van spanning tussen nuttigheid en haalbaarheid
§ Afbakening maakt minder nuttig, maar als je de doelstelling niet
voldoende afbakent, dan leidt dit tot een onuitvoerbaar onderzoek of tot
ene onderzoek met zwak valide of zelfs geheel ongeldige en/of
onbetrouwbare resultaten
§ Geen containerachtige begrippen opnemen in de doelstelling van een
empirisch onderzoek
o Eenduidige doelstelling à het beoogde resultaat ga je helder formuleren door
aan te geven waaruit je bijdrage aan de oplossing van het theoretische of
praktische probleem precies zal bestaan
§ Theoriegericht onderzoek à theoretische relevantie
§ Praktijkgericht onderzoek à geef kort aan waaruit de problematiek of het
doelstreven waarin je met de door middel van het geplande onderzoek te
verkrijgen kennis een bijdrage wil leveren, precies bestaat. Ook geef je
aan hoe met behulp van die kennis deze bijdrage geleverd kan worden
o Informatierijke doelstelling à heeft aan welke kennis je in het onderzoek zult
genereren om deze bijdrage te leveren
§ Wat mag men wel en niet van het onderzoek verwachten
5
, § Wat gaat er globaal in het onderzoek gebeuren
§ è Het doel van dit onderzoek is … (a) … door … (b) …
• A = kernachtige omschrijving van de bijdrage die je
onderzoeksproject beoogt te leveren aan de oplossing van het
probleem in het projectkader
o Externe doel of het doel van het onderzoek
• B = kernachtige aanduiding van de wijze waarop je deze bijdrage
met het onderzoek denkt te leveren
o Interne doel of het doel in het onderzoek
o Het gaat om kennis en of informatie en niet om een
handelingsprobleem!!
Theoriegerichte onderzoeken
= het helpen oplossen van een problemen in de theorievorming op een bepaald vakgebied, en
daarbinnen op een bepaald onderwerp
Theoriegericht
- Constateer ik aangaande bestaande theorieën…
o …blinde vlekken of hiaten?
o …interne tegenspraken?
o …verschijnselen die zich anders gedragen dan de theorie voorspelt?
o …onjuiste vooronderstellingen of uitgangspunten?
o …veranderingen in de empirie waarop de theorie gebaseerd is?
o …mogelijkheden tot integratie van verschillende theorieën?
o …mogelijkheden tot generalisering van bestaande theorieën?
o …mogelijkheden tot ontsluiting van nieuwe kennisgebieden?
o …mogelijkheden tot bredere of hechtere empirische onderbouwing?
o …een gebrek aan theoretische modellen?
o …inzichten toetsen.
o …houdt de theorie stand als we hem toepassen op huidige ontwikkelingen?
o …interne consistentie.
Theorieontwikkelend onderzoek
Aanleidingen om een theorieontwikkelend onderzoek te starten
- Hiaten in de theorievorming
o Zoeken naar recente ontwikkelingen of nieuwe fenomenen in dat deel van de
werkelijkheid
- Er bestaan al theorieën, maar het is de vraag of deze ook houdbaar blijken als ze worden
getoetst aan nieuw empirisch materiaal
o Zoeken naar anomalieën = empirische verschijnselen die zich anders gedragen
dan de theorie voorspelt.
6
,Theoretisch onderzoek
Onderzoeken waarin men bestaande inzichten toetst, eventueel bijstelt en/of verfijnt
Een speciaal geval van interne tegenspraak doet zich voor als een en dezelfde theorie twee
onderlinge strijdige hypothesen bevat, of als daaruit strijdige hypothesen deductief kunnen
worden afgeleid. De opsporing van de oorzaak van z’n tegenstrijdigheid kan aanleiding zijn tot en
sprong in de kennisvorming.
Je kan een fenomeen of probleem onder een meer algemenere noemer plaatsen
Praktijkgerichte onderzoeken
= een onderzoek waarin je als doelstelling hebt een bijdrage te leveren aan een interventie om
een bestaande praktijksituatie te veranderen. Het gaat dus om het genereren van kennis die een
aanzet kan geven tot het oplossen van een handelingsprobleem.
Het projectkader bestaat vooral uit een complex probleem waarmee een stadsbestuur, een
milieuorganisatie, een NGO of het management van een organisatie kampt.
- 1° vaststellen van de identiteit van de belanghebbenden
- 2° slechts een klein deel kan bestudeerd worden
o Interventiecyclus = reeks van fasen die moeten worden doorlopen bij het
oplossen van handelingsproblemen
§ 1° probleemanalyse = agendasetting à wat is het probleem, waarom is
het een probleem en wiens probleem is het?
§ 2° Diagnose à bestudering van de achtergronden en het ontstaan van de
gesignaleerde problematiek
§ 3° Ontwerp à interventieplan om tot een oplossing te komen op basis
van stap 1 en 2
§ 4° Interventie/verandering = veranderingstraject à het plan moet ook nog
gerealiseerd worden
§ 5° evaluatie à controleren of de ingevoerde verandering ook
daadwerkelijk het eerder gesignaleerde probleem heeft opgelost.
• Is dit niet zo of maar deels, dan keert met terug = cyclus
Verschuren en Doorewaard onderscheiden, parallel aan de interventiecyclus, vijf typen
praktijkgerichte onderzoeken.
- Probleemanalytisch onderzoek
- Diagnostisch onderzoek
- Ontwerpgericht onderzoek
- Verandergericht onderzoek
- Evaluatieonderzoek
Vaak is het eerst nodig om te achterhalen wat het probleem precies is. Pas als dat duidelijk is,
kan met vrucht worden begonnen aan een diagnostisch onderzoek
7
,Monitoren = door een continue stroom van gegevens te verzamelen en te analyseren kun je er bv
aan bijdragen dat de uitvoerders op het juiste spoor blijven, en dat het beleid conform het plan
wordt uitgevoerd.
Als ten slotte een beleid of strategisch management al is uitgevoerd, dan kan je door middel van
een ex post evaluatieonderzoek de zwakke kanten van een interventie opsporen. Op basis
hiervan kan in de toekomst het bewuste beleid of strategisch management worden verbeterd.
Praktijkgericht
- Onderkent men het probleem? (probleemanalystisch onderzoek)
- Kent men de oorzaken en achtergronden? (diagnostisch onderzoek)
- Zijn er interventies ontwikkeld? (ontwerpgericht onderzoek)
- Zijn deze interventies uitgevoerd? (verandergericht onderzoek)
- Werken de interventies? (evaluatieonderzoek)
Stappenplan
1° bepaal of je met je onderwerp optert voor een theoriegericht dan wel een praktijkgericht
onderzoek
2° voer een verkennign uit van het projectkader
3° bepaal op basis van deze verkenning voor welk van de twee typen theoriegericht onderzoek of
voor welk van de vijf praktijkgerichte typen ondezoek je kiest
4° formuleer de doelstelling van je onderzoek
5° controleer deze doelstelling op vorm en inhoud. De vorm moet zijn: het doel van het
onderzoek is … (a) … door realisering van … (b) …. De inhoud moet voldoen aan de criteria van
nuttigheid, haalbaarheid, eenduidigheid en informatiegehalte. Controleer hierop en stel je
doelstelling zo nodig bij
6° Ga na of de doelstelling en de analyses die eraan voorafgaan nog aanleiding geven tot een
heroriëntatie op het projectkader. Indien ja, voor deze heroriëntatie uit en kijk of daarna een
aanpassing van de doelstelling nodig is (iteratie)
Extra informatie in de PowerPoint
Politieke en sociale context – wensen van de opdrachtgever
- Politieke gebeurtenissen (mode trends)
- Grote wetenschappelijke instituten (waakhonden, long term research)
- Opdrachtgevers (beleidsonderneming, one shot projects = enkel op dat moment
mogelijk)
Onderzoekspotentieel – opdrachtgevers
- Universiteiten / hogescholen / privé-studiebureaus
- Opdrachtgevers
o Bv (inter)nationale staten, ministeries, regio’s, gemeenten, bedrijven…
8
, - Grote wetenschappelijke instituten/ wetenschapsfinanciers
o Bv FWO = fonds wetenscvhappelijk onderzoek vlaanderen
Criminologisch paradigma
- = theoretische school of traditie
- Bv
o Individueel positivisme (bv. biologische criminaliteitstheorieën,…)
o Neo-individueel positivisme (bv. sociale controletheorie,…)
o Sociaal positivisme (bv. ecologische theorie,…)
o Marxistische theorieën
o Neo-marxistische theorieën (bv. links realisme,…)
o Micro theorieën – middle range theorieën – grand theorieën
o …
o OPGELET: Theoretical blindness
§ Belangrijk: altijd vertrekken vanuit de theorie zelf! Objectief gaan
onderzoeken in jouw onderzoek. Ook al bekom je een tegenovergesteld
resultaat, dan geef je dat mee, je hoeft niet per se die theorie volgen en
wees niet blind voor die theorie (want oude theorieën)
Waarden en maatschappelijke problemen
- Maatschappelijke projecten
- Opvattingen over goed en kwaad
- Opvattingen ov er sociale rechtvaardigheid
- Opvattingen over vrijheid en democratie
- …
- Opgelet: maatschappelijk engagement versus objectiviteit
Voorkeur voor een methode
- Alleen harde kwantitatieve technieken verdienen het etiket ’wetenschappen’?
Of
- Interesse in de eigenheid, het eigenaardige, van een fenomeen (kwalitatief)
- Voorkeur voor bepaalde dataverzamelingsmethoden en data-analysemethoden
- OPGELET: Voorkeur versus ‘reactiviteit’
- Ook kunnen linken aan je onderzoeksontwerp!!
Voorkeur voor een theorie
- Link tussen jezelf als persoon (of als lid van een bepaalde sociale groep) en een theorie
- Vrouwen
- Etnische minderheden
- SlachtoTerervaringen
- Persoonlijke ervaringen
- OPGELET: Eigen betrokkenheid versus de nodige afstand
9
, Wetenschapsfilosofische opvattingen
- Veralgemeenbaarheid = onderzoek doen bij kleinere populatie die je kan veralgemenen
naar een grotere groep
o Bv onderzoek bij studenten
- Unieke en particuliere
o Bv prostitutie bij Gent kan je niet veralgemenen naar prostitutie in Brussel
- Traditie van de onderzoeksgroep
o Wat doet de onderzoeksgroep waarin je terechtkomt?
Reikwijdte van de studie: ruimte en tijd
- Ben je geïnteresseerd in…
o Individuele psychologische processen?
o Interacties binnen kleine groepjes mensen?
o Het leven in een lokale gemeenschap?
o Of grote populaties?
- Ben je geïnteresseerd in…
o Momentopnames?
o Vergelijkingen tussen momenten in de tijd?
Zuiver versus toegepast wetenschappelijk onderzoek
- Ben je geïnteresseerd in…
o Theorieën ontwikkelen?
o Hypothesen toetsen?
- Ben je geïnteresseerd in…
o Exploreren en oplossen van maatschappelijke problemen?
o Rechtstreekse gevolgen voor het sociaal of strafrechtelijk beleid?
o Actie-onderzoek – evaluatie-onderzoek – behoeften-onderzoek?
Probleemopstelling
- Nadruk op de uitvoering (bovenbouw)
- Gebrek aan onderzoeksplan (onderbouw)
- “Columbus zwierf niet doelloos rond. Hij zeilde in westelijke richting op grond van een
aannemelijke theorie.”
- Cfr. Ontwerp van een gebouw door een architect
- Onderzoeken is… “Een doelbewust en methodisch zoeken naar nieuwe kennis in de
vorm van antwoorden op tevoren gestelde vragen”.
Onderzoeksplan
10