Hoorcollege 1
De kwalificatie van de arbeidsrelatie
I. Voorbereiding literatuur
Van der Grinten: hoofdstuk 1 (alleen 1.1-1.3)
De arbeidsovereenkomst is gewoonlijk een overeenkomst tussen één werkgever
en één werknemer maar pluraliteit is denkbaar. Bij een arbeidsovereenkomst
‘met’ een vennootschap onder firma (vof) moeten de gezamenlijke vennoten als
werkgever in de zin van titel 7.10 worden aangemerkt.
Een bepaalde arbeidsprestatie wordt in de regel op grond van één
arbeidsovereenkomst verricht. Het is echter onder omstandigheden niet
ondenkbaar dat een werknemer voor dezelfde arbeidsprestatie
arbeidsovereenkomsten met verschillende werkgevers heeft gesloten. Zijn met
het aangaan van de tweede arbeidsovereenkomst geen andere rechtsgevolgen
beoogd dan de werknemer toegang te verschaffen tot zekere voordelen die hij
niet reeds op basis van de andere overeenkomst kan genieten, zoals deelname in
een pensioenregeling, dan ligt het in de rede dat de beëindiging van
laatstgenoemde overeenkomst tevens het einde van de andere (‘accessoire’)
arbeidsovereenkomst impliceert.
De arbeidsovereenkomst komt, zoals elke overeenkomst, tot stand door
wilsovereenstemming, derhalve door aanbod en aanvaarding (art. 6:217). Op de
arbeidsovereenkomst zijn de algemene bepalingen inzake herroeping en de
redelijkheid en billijkheid van toepassing. Een arbeidsovereenkomst komt tot
stand op het moment dat partijen wilsovereenstemming hebben bereikt over alle
elementen van die overeenkomst die door hen als essentieel worden beschouwd.
De partij die de onderhandelingen vóór dat moment afbreekt, kan schadeplichtig
zijn wanneer bij de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat
een overeenkomst tot stand zou komen.
Ten aanzien van een beroep van de werkgever op vernietiging wegens bedrog
oordeelde de Hoge Raad dat daarvoor niet als extra, buitenwettelijk vereiste
geldt dat de arbeidsovereenkomst na ontdekking van dat gebrek (vrijwel) geheel
nutteloos blijkt te zijn. Indien de arbeidsovereenkomst voordeel heeft opgeleverd
voor de werkgever, kan daarmee volgens de Hoge Raad rekening worden
gehouden doordat de rechter (i) op grond van art. 3:53 lid 2 aan de vernietiging
geheel of ten dele haar werking ontzegt wanneer de reeds ingetreden gevolgen
van de arbeidsovereenkomst bezwaarlijk ongedaan kunnen worden gemaakt of
(ii) de ongedaanmaking van hetgeen onverschuldigd is betaald toe te snijden op
de feiten en omstandigheden van het voorliggende geval, bijv. door op grond van
art. 6:210 lid 2 te bepalen dat de werkgever gehouden is tot betaling van dat deel
van het overeengekomen salaris dat overeenkomt met de waarde van de door de
werknemer geleverde prestatie.
De arbeidsovereenkomst is gedefinieerd in art. 610:
a. de werknemer verbindt zich arbeid te verrichten; ruim opgevat, moet van
waarde zijn voor de wederpartij. De Hoge Raad leert dat de vrijheid van de
wederpartij van de opdrachtgever om al dan niet op het werk te verschijnen en
opdrachten te aanvaarden, op zichzelf niet uitsluit dat sprake is van een
arbeidsovereenkomst. Hierbij speelt de frequentie en duur een rol. Uitgangspunt
is verder dat de werknemer de bedongen arbeid zelf dient te verrichten, 659 lid
, 1. De vrijheid om zich te laten vervangen is op zichzelf echter niet onverenigbaar
met het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Slechts natuurlijke personen
kunnen werknemers in de zin van art. 610 zijn.
b. de werkgever verbindt zich loon te betalen; de wet geeft een limitatieve
opsomming van geoorloofde loonvormen (art. 617), maar daaruit mag niet
worden afgeleid dat geen sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst indien
partijen een tegenprestatie in andere vorm zijn overeengekomen
c. de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever. Een
dienstverband zal gewoonlijk inhouden dat de dienstverrichter – de werknemer –
aan een zeker gezag van de wederpartij – de werkgever – is onderworpen; de
laatste kan aan de dienstverrichter bindende instructies geven. De aard van de
werkzaamheden kan meebrengen dat degene die arbeid verricht, bij de
uitvoering van zijn taken een grote mate van vrijheid en zelfstandigheid geniet.
Aan het gezagselement zal dan zijn voldaan, als de werkgever bevoegd is
aanwijzingen te geven ter bevordering van de goede orde binnen de
onderneming of het werkverband. Het enkele feit dat de werktijden contractueel
zijn vastgelegd, is ontoereikend voor het aannemen van een gezagsverhouding.
Daarvoor is ten minste vereist enigerlei zeggenschap over de wijze waarop
binnen die werktijden de werkzaamheden dienen te worden verricht.
De wettelijke omschrijving bevat daarnaast nog de woorden ‘gedurende zekere
tijd’. Deze woorden hebben geen zelfstandige onderscheidende kracht. Er
bestaat niet een zekere minimumduur om van een arbeidsovereenkomst te
kunnen spreken.
Afbakening met de overeenkomst tot opdracht:
De grens tussen de overeenkomst van opdracht en de arbeidsovereenkomst is
met dat al een vloeiende. In het zogeheten Groen/Schoevers-arrest
formuleerde de Hoge Raad in 1997 als uitgangspunt dat partijen die een
overeenkomst sluiten die strekt tot het verrichten van werk tegen betaling, deze
overeenkomst op verschillende wijze kunnen inrichten. Welke rechten en
verplichtingen tussen partijen hebben te gelden, wordt volgens het arrest
bepaald door hetgeen hun bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond,
mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij de overeenkomst feitelijk
hebben uitgevoerd en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. In 2020 heeft de
Hoge Raad in het arrest X/Gemeente Amsterdam te kennen gegeven dat zijn
overwegingen niet zo gelezen mogen worden. Niet van belang is of partijen ook
de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de
arbeidsovereenkomst te laten vallen. Zij kunnen zich niet aan het wettelijke
regime onttrekken enkel door hun overeenkomst een overeenkomst van opdracht
of aanneming van werk te noemen. De bedoeling van partijen is slechts van
belang bij de vaststelling van de inhoud van de overeenkomst (de ‘uitlegfase’).
Zij speelt geen rol in de daaropvolgende fase (de ‘kwalificatiefase’), waarin
beoordeeld moet worden of sprake is van een arbeidsovereenkomst etc. Of een
overeenkomst moet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst, hangt af van
alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien: holistische
weging. Relevante omstandigheden volgen uit het arrest Deliveroo zoals de aard
en duur van de werkzaamheden en de wijze waarop de werkzaamheden en de
werktijden worden bepaald. De Hoge Raad voegt aan bovenstaande
gezichtspunten nog toe dat het gewicht dat bij de kwalificatie toekomt aan
contractuele bedingen mede afhangt van de mate waarin dat beding
daadwerkelijk betekenis heeft voor de partij die de werkzaamheden verricht.