Orthopedagogische methoden
Hoofdstuk 1: Toepassing van orthopedagogische methoden
1 Methode versus methodiek
Methode = concrete manier van werken (praktijk)
Methodiek = verzamelnaam voor geheel van methoden (theorie)
Professioneel of methodisch handelen (=) is werken via bepaalde
werkwijze/methode
Toepassen methodes maakt verschil tussen professioneel/onprofessioneel
handelen
1.1 Andere definities m.b.t. methoden
Grieks =via ‘meta’ (naar) en ‘hodos’ (weg) en dus de weg
waarlangs
Van Dale =via vaste manier van handelen om doel te bereiken
Bouwkamp =via gesystematiseerde wijze van werken voor doel bereiken
Bassant/De Roos =via instrumenten en technieken door aanwijzingen bepaalde
situaties
1.2 Kenmerken methoden (Van der Ploeg) (5)
Theoretische achtergrond
- vaak theoretische benadering met hulpverleningsmodel als basis (ter
verantwoording)
- vaak spontane benadering/veralgemening bij succes (evidence-based
systematisering)
- via methode altijd rekening houden met beïnvloedende factoren vanuit
theoretisch kader
Gericht op doelgroep
- vooral gericht op de specifieke noden/doelen van de doelgroep
(probleemgericht werken)
- teachh-model, stop 4-7 programma, persoonlijke toekomstplanning,
goldsteinmethode,..
Doelgericht
- methode is een middel om het welomschreven doel te bereiken via de gekozen
werkwijze
- als professional doelbewust analyseren/methode richting laten geven aan eigen
handelen
Dooordacht, systematisch en procesmatig
- doelgericht handeling via doordachte theorie (=doordacht)
- verschillende stappen in bepaalde volgorde (=systematisch)
- flexibel bijsturen/actieve rol cliëntsysteem (=procesmatig)
Persoonlijk gekleurd
, - leren van andere personen maar ruimte laten voor je persoonlijke invulling
(jezelf zijn :3)
- methodisch handelen kan enkel via verbinding persoon/methode (eigen
werkinstrument)
1.3 Kenmerken van protocol
- geeft een team houvast bij noodsituaties (meteen doelbewust kunnen
handelen)
- geen vaststaand scenario (beslissingen nemen in functie ernst/aard via overleg)
- af te stemmen met andere procedures (samenwerking met andere organisaties)
Seksueelhandelingsprotocol/kindermishandelingsprotocal via systematisch
stappenplan
2 Werkdefinitie van methodes (toepassing OG)
2.1 Elementen van de werkdefinitie (5)
- theorie achter methode/ontstaans -en maatschappelijke achtergrond
- doelgroep van toepassing
- doelen en effecten die men mag verwachten
- concrete manier van werken (verloop, materiaal,..)
- kwaliteit personen/organisatie die methode uitvoeren (vaardigheden, houding,
budget,..)
2.2 Concreet voorbeeld werkdefinitie (vanuit taak 4)(warme zorg)
Theorie achter methode/onstaans -en maatschappelijke achtergrond
- visie van Houwelijn en Miessen (uitgangspunten warme zorg)
- creeëren van nabijheid, huiselijkheid, vrijheid,
herkenbaarheid,..
- warme omgeving waar cliënt regie op eigen leven heeft
- visie van John Bowbly over veilige hechting (gehechtheidstheorie)
- ieder individu heeft één of meerdere hechtingspersonen nodig
- naarmate het kind opgroeit leert het meer voor zichzelf zorgen
- gehechtsheidsgedrag blijft altijd sluimerend aanwezig in het
leven
Mensen met dementie vergeten geleerde gedragingen (=grotere
onbekwaamheid)
Gevoel van onbekwaamheid leidt tot angst en onveiligheid (=intensere
hechting)
Doelgroep van toepassing
- ouderen met dementie (variatie licht tot zeer ernstig)
- toepasbaar in elke fase van dementie
Doelen en effecten die men mag verwachten
- oudere leren veilig omgaan met zijn oriëntatiemoeilijkheden
- gevoel van onveiligheid, angst of onzekerheid doen verdwijnen
Hoofdstuk 1: Toepassing van orthopedagogische methoden
1 Methode versus methodiek
Methode = concrete manier van werken (praktijk)
Methodiek = verzamelnaam voor geheel van methoden (theorie)
Professioneel of methodisch handelen (=) is werken via bepaalde
werkwijze/methode
Toepassen methodes maakt verschil tussen professioneel/onprofessioneel
handelen
1.1 Andere definities m.b.t. methoden
Grieks =via ‘meta’ (naar) en ‘hodos’ (weg) en dus de weg
waarlangs
Van Dale =via vaste manier van handelen om doel te bereiken
Bouwkamp =via gesystematiseerde wijze van werken voor doel bereiken
Bassant/De Roos =via instrumenten en technieken door aanwijzingen bepaalde
situaties
1.2 Kenmerken methoden (Van der Ploeg) (5)
Theoretische achtergrond
- vaak theoretische benadering met hulpverleningsmodel als basis (ter
verantwoording)
- vaak spontane benadering/veralgemening bij succes (evidence-based
systematisering)
- via methode altijd rekening houden met beïnvloedende factoren vanuit
theoretisch kader
Gericht op doelgroep
- vooral gericht op de specifieke noden/doelen van de doelgroep
(probleemgericht werken)
- teachh-model, stop 4-7 programma, persoonlijke toekomstplanning,
goldsteinmethode,..
Doelgericht
- methode is een middel om het welomschreven doel te bereiken via de gekozen
werkwijze
- als professional doelbewust analyseren/methode richting laten geven aan eigen
handelen
Dooordacht, systematisch en procesmatig
- doelgericht handeling via doordachte theorie (=doordacht)
- verschillende stappen in bepaalde volgorde (=systematisch)
- flexibel bijsturen/actieve rol cliëntsysteem (=procesmatig)
Persoonlijk gekleurd
, - leren van andere personen maar ruimte laten voor je persoonlijke invulling
(jezelf zijn :3)
- methodisch handelen kan enkel via verbinding persoon/methode (eigen
werkinstrument)
1.3 Kenmerken van protocol
- geeft een team houvast bij noodsituaties (meteen doelbewust kunnen
handelen)
- geen vaststaand scenario (beslissingen nemen in functie ernst/aard via overleg)
- af te stemmen met andere procedures (samenwerking met andere organisaties)
Seksueelhandelingsprotocol/kindermishandelingsprotocal via systematisch
stappenplan
2 Werkdefinitie van methodes (toepassing OG)
2.1 Elementen van de werkdefinitie (5)
- theorie achter methode/ontstaans -en maatschappelijke achtergrond
- doelgroep van toepassing
- doelen en effecten die men mag verwachten
- concrete manier van werken (verloop, materiaal,..)
- kwaliteit personen/organisatie die methode uitvoeren (vaardigheden, houding,
budget,..)
2.2 Concreet voorbeeld werkdefinitie (vanuit taak 4)(warme zorg)
Theorie achter methode/onstaans -en maatschappelijke achtergrond
- visie van Houwelijn en Miessen (uitgangspunten warme zorg)
- creeëren van nabijheid, huiselijkheid, vrijheid,
herkenbaarheid,..
- warme omgeving waar cliënt regie op eigen leven heeft
- visie van John Bowbly over veilige hechting (gehechtheidstheorie)
- ieder individu heeft één of meerdere hechtingspersonen nodig
- naarmate het kind opgroeit leert het meer voor zichzelf zorgen
- gehechtsheidsgedrag blijft altijd sluimerend aanwezig in het
leven
Mensen met dementie vergeten geleerde gedragingen (=grotere
onbekwaamheid)
Gevoel van onbekwaamheid leidt tot angst en onveiligheid (=intensere
hechting)
Doelgroep van toepassing
- ouderen met dementie (variatie licht tot zeer ernstig)
- toepasbaar in elke fase van dementie
Doelen en effecten die men mag verwachten
- oudere leren veilig omgaan met zijn oriëntatiemoeilijkheden
- gevoel van onveiligheid, angst of onzekerheid doen verdwijnen