GEMEENSCHAPSGERICHT WERKEN
Teksten goed doorlopen + vragen rond oplossen → wordt gevraagd op examen
INLEIDING
STELLINGEN
1. “Als je ervaringskennis hebt, ben je een ervaringsdeskundige”
➔ Ervaringskennis: ervaringen die ontwrichtig zijn
➔ Ervaringsdeskundige: je gaat mee aan de slag om het op de correcte manier over te
brengen naar anderen ervaringen gaat samen leggen met anderen hun ervaringen en
erover praat + opleiding volgt dan ben je de ervaringsdeskundige
➔ Als je ervaring hebt, zelf over reflecteren: het is pas als je je eigen
2. “Een ervaringsdeskundige begrijpt zorgvragers beter”
➔ Als de ervaring van iemand aansluit bij de andere zijn ervaring kan die wel beter helpen;
elke ervaring is natuurlijk uniek
➔ De ervaringsdeskundige heeft het vaak wel zelf al gevoeld, waardoor de contacten
makkelijker verlopen
3. “Een ervaringsdeskundige helpt het zorgaanbod toegankelijker te maken”
➔ Het kan laagdrempeliger zijn voor bepaalde mensen
➔ Het kan de persoon helpen hulp te zoeken in de juiste richting, de eerste stappen tot
hulp te nemen/vinden
➔ De kring rondom u speelt ook belangrijke rol, waar je u mee verbonden voelt
1
,HOOFDSTUK 1: VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE ZORG
= Personen met een beperking, PK,… een eigen, zinvolle plek in de SL verdienen en daarbij
ondersteund worden, zodat zorg zoveel mogelijk in de eigen omgeving plaatsvindt en niet enkel
in zorginstellingen. Het is breder dan inclusie.
Wat is een zorgzame buurt?
• In een zorgzame buurt wonen mensen comfortabel in hun woning of vertrouwde buurt
• Het is een buurt waar jong en oud elkaar kennen en helpen
• Levenskwaliteit staat centraal
• Voorzieningen en diensten zijn voor iedereen toegankelijk
• Iedereen voelt zich goed en wordt geholpen, ongeacht de ondersteuningsbehoeften
Wat is een villavip?
• Een nieuwe kleinschalige woning voor personen met een beperking
• Hedendaagse, fijne en kleinschalige woning waar 10 volwassenen samenwonen met
een zorgkoppel
• Ze leven er volgens hun eigen ritme, interesses en passies
• Centraal: veel liefde en persoonlijke aandacht
• Kleinschaligheid → betere communicatie en ondersteuning
• Op wandelafstand van het centrum; zo kunnen ze deel uitmaken van de lokale SL
Het wit-gele kruis deelt tips en verhalen mee over langer thuis wonen.
De Companie, een kot voor senioren:
• Zelfstandigheid van ouderen garanderen
Jo Vandeurzen Katrien Schryvers
Vind dat organisaties/instellingen en Zegt dat de persoon in kwestie liever
gemeenschappen moeten samenwerken; geholpen wil worden door vrienden of familie,
zowel professionals als interprofessionelen en in dichte omgeving.
Ze sluit de professionals meer uit.
1. VERMAATSCHAPPELIJKING IS (NOG ALTIJD) HOT
• Populaire term met een hoge aaibaarheidsfactor
• Minder instellingen
• Meer inclusie
• Meer zorg in de maatschappij
• Tegelijk: containerbegrip dat vele ladingen dekt
o Dezelfde terminologie, andere invulling/visie
o Onderhevig aan discussie en kritiek
o Verschillende visies en emoties
2
,2. SOCIO-HISTORISCHE ONTLEDING
Laag 1: de sociale relatie tussen overheid en burgers
• 1830: klassiek-liberale staatsopvatting → de overheid komt zo min mogelijk tussen in
private aangelegenheden
o Nachtwakersstraat
• Eind 19e eeuw: sociale kwestie → slechte leefomstandigheden en grote kindersterfte
zorgden voor sociale onrust
o Industrialisatie, kinderarbeid
• Eind 19e eeuw – begin 20ste eeuw: van afstandelijke naar sociale relatie tussen overheid
en burgers/gezinnen
o De verzorgingsstaat (midden 20e eeuw): in plaats van liefdadigheidsinitiatieven
te organiseren, zal de overheid de verantwoordelijkheid voor de zorg van mensen
met een beperking op zich nemen
o Vb. 1914: invoering leerplicht
o Vb. Gesubsidieerde liefdadigheid
o Vb. Sociaal beleid & sociale voorzieningen
Laag 2: deïnstutionalisering en ‘community care’
• 1960/1970: kritiek op de residentiële zorg
o Sluiting grote psychiatrische instellingen = deïnstutionalisering
o Begrip ‘community care’: extramuralisering van de zorg (=buiten de muren
gelijkwaardige zorg bieden)
o Onderscheid in de (gezondheids)zorg tussen eerste, tweede, derde en nulde lijn
o Meer nadruk op nulde en eerstelijnszorg, omdat deze ervoor zorgden dat er
ondersteuning was id samenleving en dit betekende het ontstaan vd GGZ,
PAAZ,…
Laag 3: solidariteit
• Koude solidariteit → komt vd overheid
o Na WOII: uitbouw van de verzorgingsstaat
o Via de sociale zekerheid:
▪ Levenslange sociale bescherming voor iedereen (o.a door belanstingen):
gezinsbijslag, pensioenen, werkloosheidsuitkering, verzekeringen
Solidariteit tussen mensen die elkaar niet persoonlijk kennen (‘koud’ =
▪
rationeel, vanop afstand)
▪ Structureel, ingebed in de SL
• Warme solidariteit → initiatief vd burgers zelf
o Leidende principe: subsidiariteit
o Zorg wordt in de eerste plaats verwacht in de informele en private sfeer (‘warm’ =
dichtbij, rechtsstreek)
o Burgers worden aangesproken op een ‘morele plicht’ om de zorg en
ondersteuning voor medeburgers feitelijk op te nemen
▪ Vaak gebaseerd op morele normen en waarden
o Burgers beslissen zelf aan wie ze hulp bieden, wie het ‘verdient’ en wie niet
3
, 3. NIEUW BEGRIP? OF HISTORISCHE CONSTANTIE?
• Vormgeving aan de relatie tussen overheid en burgers
• Rol van formele hulpverleners (professionals) en informele hulpverleners (mantelzorg,
buren, vrijwilligers..)
• Verbonden met solidariteitsopvattingen
4. ‘VERMAATSCHAPPELIJKING’ IN HET MEEST RECENTE BELEIDSDISCOURS
• Personen met x mogen een eigen zinvolle plek in de SL innemen, hen daarbij
ondersteunen
• De zorg zoveel mogelijk geïntegreerd in de SL laten verlopen
• Zie pwp
5. EEN VERHAAL IN VERSCHILLENDE SECTOREN
• GGZ → art. 107
• Ondersteuning voor mensen met een berperking → perspectief 2020
• Integrale jeugdhulp → M-decreet
o Beroep doen op de eigen krachten van de gebruikers van de jeugd HV en hun
omgeving
• Ouderenzorg → ageing in place, zorgzame buurt
1. Begrippen
Deïnstutionalisering Proces waarbij personen met een beperking of andere uit
een residentiële instelling gehaald worden en de kans
krijgen een onafhankelijk leven in de SL te leiden.
Het overstappen van zorg in gesegregeerde omgevingen
naar ondersteuning binnen de gemeenschap
Community care Gemeenschapszorg: leveren van zorg aan kwetsbare
mensen in hun eigen leefomgeving, ipv in een instelling.
Doel: mensen in staat stellen zo zelfstandig mogelijk
(alleen) te blijven wonen en actief deel te nemen aan de
SL.
Inclusie Drempels weghalen en gelijke kansen bieden voor
iedereen om deel te nemen aan de SL
Verbinding, netwerken Verbinding = het leggen en onderhouden van contacten.
Netwerken = proces van opbouwen en onderhouden van
de functionele contacten met anderen.
Contextgericht werken Problemen en gedragingen van een persoon of gezin
worden niet geïsoleerd bekeken, maar binnen hun
volledige omgeving, relaties en omstandigheden worden
geanalyseerd en aangepakt.
Eigen kracht, zelfredzaamheid Eigen kracht = het vermogen om zelf, eventueel met hulp
van hun sociale netwerk, hun leven vorm te geven en
problemen op te lossen.
Zelfredzaamheid = vermogen om zichzelf te redden en te
functioneren met zo min mogelijke professionele
ondersteuning en zorg.
4
Teksten goed doorlopen + vragen rond oplossen → wordt gevraagd op examen
INLEIDING
STELLINGEN
1. “Als je ervaringskennis hebt, ben je een ervaringsdeskundige”
➔ Ervaringskennis: ervaringen die ontwrichtig zijn
➔ Ervaringsdeskundige: je gaat mee aan de slag om het op de correcte manier over te
brengen naar anderen ervaringen gaat samen leggen met anderen hun ervaringen en
erover praat + opleiding volgt dan ben je de ervaringsdeskundige
➔ Als je ervaring hebt, zelf over reflecteren: het is pas als je je eigen
2. “Een ervaringsdeskundige begrijpt zorgvragers beter”
➔ Als de ervaring van iemand aansluit bij de andere zijn ervaring kan die wel beter helpen;
elke ervaring is natuurlijk uniek
➔ De ervaringsdeskundige heeft het vaak wel zelf al gevoeld, waardoor de contacten
makkelijker verlopen
3. “Een ervaringsdeskundige helpt het zorgaanbod toegankelijker te maken”
➔ Het kan laagdrempeliger zijn voor bepaalde mensen
➔ Het kan de persoon helpen hulp te zoeken in de juiste richting, de eerste stappen tot
hulp te nemen/vinden
➔ De kring rondom u speelt ook belangrijke rol, waar je u mee verbonden voelt
1
,HOOFDSTUK 1: VERMAATSCHAPPELIJKING VAN DE ZORG
= Personen met een beperking, PK,… een eigen, zinvolle plek in de SL verdienen en daarbij
ondersteund worden, zodat zorg zoveel mogelijk in de eigen omgeving plaatsvindt en niet enkel
in zorginstellingen. Het is breder dan inclusie.
Wat is een zorgzame buurt?
• In een zorgzame buurt wonen mensen comfortabel in hun woning of vertrouwde buurt
• Het is een buurt waar jong en oud elkaar kennen en helpen
• Levenskwaliteit staat centraal
• Voorzieningen en diensten zijn voor iedereen toegankelijk
• Iedereen voelt zich goed en wordt geholpen, ongeacht de ondersteuningsbehoeften
Wat is een villavip?
• Een nieuwe kleinschalige woning voor personen met een beperking
• Hedendaagse, fijne en kleinschalige woning waar 10 volwassenen samenwonen met
een zorgkoppel
• Ze leven er volgens hun eigen ritme, interesses en passies
• Centraal: veel liefde en persoonlijke aandacht
• Kleinschaligheid → betere communicatie en ondersteuning
• Op wandelafstand van het centrum; zo kunnen ze deel uitmaken van de lokale SL
Het wit-gele kruis deelt tips en verhalen mee over langer thuis wonen.
De Companie, een kot voor senioren:
• Zelfstandigheid van ouderen garanderen
Jo Vandeurzen Katrien Schryvers
Vind dat organisaties/instellingen en Zegt dat de persoon in kwestie liever
gemeenschappen moeten samenwerken; geholpen wil worden door vrienden of familie,
zowel professionals als interprofessionelen en in dichte omgeving.
Ze sluit de professionals meer uit.
1. VERMAATSCHAPPELIJKING IS (NOG ALTIJD) HOT
• Populaire term met een hoge aaibaarheidsfactor
• Minder instellingen
• Meer inclusie
• Meer zorg in de maatschappij
• Tegelijk: containerbegrip dat vele ladingen dekt
o Dezelfde terminologie, andere invulling/visie
o Onderhevig aan discussie en kritiek
o Verschillende visies en emoties
2
,2. SOCIO-HISTORISCHE ONTLEDING
Laag 1: de sociale relatie tussen overheid en burgers
• 1830: klassiek-liberale staatsopvatting → de overheid komt zo min mogelijk tussen in
private aangelegenheden
o Nachtwakersstraat
• Eind 19e eeuw: sociale kwestie → slechte leefomstandigheden en grote kindersterfte
zorgden voor sociale onrust
o Industrialisatie, kinderarbeid
• Eind 19e eeuw – begin 20ste eeuw: van afstandelijke naar sociale relatie tussen overheid
en burgers/gezinnen
o De verzorgingsstaat (midden 20e eeuw): in plaats van liefdadigheidsinitiatieven
te organiseren, zal de overheid de verantwoordelijkheid voor de zorg van mensen
met een beperking op zich nemen
o Vb. 1914: invoering leerplicht
o Vb. Gesubsidieerde liefdadigheid
o Vb. Sociaal beleid & sociale voorzieningen
Laag 2: deïnstutionalisering en ‘community care’
• 1960/1970: kritiek op de residentiële zorg
o Sluiting grote psychiatrische instellingen = deïnstutionalisering
o Begrip ‘community care’: extramuralisering van de zorg (=buiten de muren
gelijkwaardige zorg bieden)
o Onderscheid in de (gezondheids)zorg tussen eerste, tweede, derde en nulde lijn
o Meer nadruk op nulde en eerstelijnszorg, omdat deze ervoor zorgden dat er
ondersteuning was id samenleving en dit betekende het ontstaan vd GGZ,
PAAZ,…
Laag 3: solidariteit
• Koude solidariteit → komt vd overheid
o Na WOII: uitbouw van de verzorgingsstaat
o Via de sociale zekerheid:
▪ Levenslange sociale bescherming voor iedereen (o.a door belanstingen):
gezinsbijslag, pensioenen, werkloosheidsuitkering, verzekeringen
Solidariteit tussen mensen die elkaar niet persoonlijk kennen (‘koud’ =
▪
rationeel, vanop afstand)
▪ Structureel, ingebed in de SL
• Warme solidariteit → initiatief vd burgers zelf
o Leidende principe: subsidiariteit
o Zorg wordt in de eerste plaats verwacht in de informele en private sfeer (‘warm’ =
dichtbij, rechtsstreek)
o Burgers worden aangesproken op een ‘morele plicht’ om de zorg en
ondersteuning voor medeburgers feitelijk op te nemen
▪ Vaak gebaseerd op morele normen en waarden
o Burgers beslissen zelf aan wie ze hulp bieden, wie het ‘verdient’ en wie niet
3
, 3. NIEUW BEGRIP? OF HISTORISCHE CONSTANTIE?
• Vormgeving aan de relatie tussen overheid en burgers
• Rol van formele hulpverleners (professionals) en informele hulpverleners (mantelzorg,
buren, vrijwilligers..)
• Verbonden met solidariteitsopvattingen
4. ‘VERMAATSCHAPPELIJKING’ IN HET MEEST RECENTE BELEIDSDISCOURS
• Personen met x mogen een eigen zinvolle plek in de SL innemen, hen daarbij
ondersteunen
• De zorg zoveel mogelijk geïntegreerd in de SL laten verlopen
• Zie pwp
5. EEN VERHAAL IN VERSCHILLENDE SECTOREN
• GGZ → art. 107
• Ondersteuning voor mensen met een berperking → perspectief 2020
• Integrale jeugdhulp → M-decreet
o Beroep doen op de eigen krachten van de gebruikers van de jeugd HV en hun
omgeving
• Ouderenzorg → ageing in place, zorgzame buurt
1. Begrippen
Deïnstutionalisering Proces waarbij personen met een beperking of andere uit
een residentiële instelling gehaald worden en de kans
krijgen een onafhankelijk leven in de SL te leiden.
Het overstappen van zorg in gesegregeerde omgevingen
naar ondersteuning binnen de gemeenschap
Community care Gemeenschapszorg: leveren van zorg aan kwetsbare
mensen in hun eigen leefomgeving, ipv in een instelling.
Doel: mensen in staat stellen zo zelfstandig mogelijk
(alleen) te blijven wonen en actief deel te nemen aan de
SL.
Inclusie Drempels weghalen en gelijke kansen bieden voor
iedereen om deel te nemen aan de SL
Verbinding, netwerken Verbinding = het leggen en onderhouden van contacten.
Netwerken = proces van opbouwen en onderhouden van
de functionele contacten met anderen.
Contextgericht werken Problemen en gedragingen van een persoon of gezin
worden niet geïsoleerd bekeken, maar binnen hun
volledige omgeving, relaties en omstandigheden worden
geanalyseerd en aangepakt.
Eigen kracht, zelfredzaamheid Eigen kracht = het vermogen om zelf, eventueel met hulp
van hun sociale netwerk, hun leven vorm te geven en
problemen op te lossen.
Zelfredzaamheid = vermogen om zichzelf te redden en te
functioneren met zo min mogelijke professionele
ondersteuning en zorg.
4