§1 Begripsbepaling
Personenrecht: er worden de algemene begrippen en beginselen van de persoon behandeld, alsook
de regeling omtrent het statuut en de bescherming van de persoon als enkeling.
- het bepaalt in het algemeen wie een persoon is, welke rechten en plichten er zijn voor een
persoon
- “ Het regelt in welke mate personen mogen deelnemen aan het rechtsverkeer.”
Familierecht: hier worden bepaalde privaatrechtelijke verhoudingen tussen personen behandeld.
- verticaal familierecht: verhoudingen die ontstaan uit seksuele betrekkingen en uit andere
wijze van voortplanting en daarmee vergelijkbare verhoudingen.
● Vb. Relatie naar beneden, ouders, grootouders
- horizontaal familierecht: verhoudingen tussen personen die zich in een
samenlevingsverband bevinden dat doorgaans - maar niet noodzakelijke - rechtstreeks of
onrechtstreeks op seksualiteit is gebaseerd.
● vb. relatie broers - zussen, nieuwe samenlevingsvormen LAT
VINDPLAATS
- burgerlijke wetboek: “personen” (art. 3 tot art. 502 oud BW)
- afzonderlijke wetgeving
● geestesziekte (wet 26.06.1984)
● jeugdbescherming (wet 8.04.1965)
● rechten van patiënt (wet 22.08.2002)
- Relatievermogensrecht (vermogensrechtelijke gevolgen die ontstaan als 2 mensen een
duurzame relatie aangaan)
- Internationaal recht speelt ook een belangrijke rol
- EVRM (Rome, 4.11.1950) Art. 8. recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven
- IVBPR (10.12.1968)
- IVRK (20.11.1989)
- Handvest van de grondrechten van de EU
BELANG VAN DE RECHTSPRAAK
- daar aanvullen waar ze iets niet overeengekomen zijn
- EHRM: arrest Marckx d.d 13.06.1979: Marckx was een dame met een kind en alleenstaand.
In die tijd was dat heel moeilijk en onbespreekbaar. Ze moest om een juridische band met
haar kind te hebben, het kind erkennen. Het kind heeft geen banden met de familie van
Marckx. De belgische wetgeving over drie kinderen maakt op drie punten een schending uit
van het EVRM
- GwH: hoven en rechtbanken kunnen prejudiciële vragen stellen, wetten toetsen aan sommige
bepalingen van de Gw, o.a. Art 10 (gelijkheidsbeginsel) en Art. 11 (discriminatieverbod)
1
,§2 Raakvlakken met andere rechtstakken
Ook andere delen van het burgerlijk recht alsook in andere rechtstakken zijn er tal van rechtsregels
die evenzeer te maken hebben met de materie van de personen en/of met de materie van de
verhoudingen tussen (seksuele) partners en tussen personen die in een afstammingsrelatie staan.
1. Huwelijksvermogensrecht
= een onderdeel van het burgerlijk recht waarin de vermogensstelsels van de echtgenoten
geregeld worden. Het regelt enkel deze vermogensrechtelijke verhoudingen tussen de
echtgenoten onderling, alsmede tussen echtgenoten en derden, waarover de echtgenoten
een keuzevrijheid hebben.
- Familiaal vermogensrecht (Boek II, Titel 3 Relatievermogensrecht)
2. Erfrecht
= erfrechtelijke overgang van goederen binnen een familie, de verhouding tussen (seksuele)
partners en tussen personen tussen wie een afstammingsrelatie bestaat.
- Boek IV: nalatenschappen, schenkingen en testamenten)
3. Gerechtelijk privaatrecht
- alleen materiële personen- en familierecht
- vroeger discussie binnen de rechtbank van eerste aanleg. Er werd een
familierechtbank ingericht en werden alle bevoegdheden inzake familierecht die eerst
gespreid waren bij vrederechter, jeugdrechtbank, kortgedingrechter en
burgerlijke rechtbank overgeheveld naar familierechtbank.
- Familierechtbank: één dossier één rechter → alle discussie persoon
● vormt onderdeel van sectie familie- en jeugdrechtbank in REA (Art.
76, $1 Ger.W)
- Bemiddeling via KMS (kamer minnelijke schikking: bemiddeling die of vooraf kan
worden aangevraagd of door de rechter kan worden opgelegd)
- hoorrecht: er wordt geluisterd naar het kind (vanaf 12 jaar)
- Hof van beroep: familiekamers (Art. 101, $1, 1ste lid Ger.W)
4. Strafrecht
- Familieverlating: niet-naleving van een veroordeling tot onderhoudsgeld vormt een
misdrijf
- Kindermisbruik: familiale en seksuele beleid, seksueel strafrecht, pedofilie
5. Fiscaal recht en sociaalzekerheidsrecht
= het bepalen van fiscale bijdragen die de burgers aan de overheid verschuldigd zijn en de
socialezekerheidsprestaties waarop de burgers tegenover de overheid aanspraak kunnen
maken zijn familiale verhoudingen niet onverschillig.
- familiale verhoudingen: verhoudingen tussen seksuele partners en tussen personen
die in een afstammingsrelatie staan.
- vb. betalen van belastingen. Als je niet gehuwd of feitelijke samenwonend bent, krijgt
iedere persoon apart een belastingbrief.
2
,§3 Samenhang tussen personenrecht en familierecht
tussen beide onderdelen van het personen- en familierecht zijn er belangrijke raakvlakken en
verbanden, zodat het kunstmatig zou zijn om ze niet samen te behandelen.
1. Naamrecht:
- personenrecht: element van de staat van de persoon
- familierecht: De verwerving van de naam komt door afstamming en adoptie
2. Jeugdbeschermingsrecht:
- personenrecht: personenbeschermingsrecht
- familierecht: de opvoeding van jongeren tot volwassenen ligt in de handen van de
ouders
DEEL I: PERSONENRECHT
TITEL I: PERSOONLIJKHEID
HOOFDSTUK 1: DE PERSOON
$ 1 begripsbepaling
Persoon: iedere drager van rechten en plichten, synoniem voor rechtssubject.
- persoonlijkheid: geheel van zijn rechten en plichten
- rechtsbekwaamheid: zodra men enigszins rechtsbekwaam is, is men een persoon.
$2 Wie is persoon
NATUURLIJK PERSOON
= alle mensen zijn personen (dieren niet, maar genieten wel van een bescherming).
- elke mens heeft rechten en plichten
- kan goederen kopen, mag huwen, kan erven, mag schenken
Alleen levens mens is een persoon (embryo, lijk, foetus hebben geen rechtspersoonlijkheid wel
bijzondere bescherming)
- zijn alle rechtsbekwaam en principieel in gelijke mate (art. 10 GW en Art. 4 oud BW)
Er kan geen beslag gelegd worden op ‘de handelswaarde’ van een mens (Art. 18 GW)
- Hoe zit het met de verkoop van voetbalspelers?
● niet betaling, geen beslag op figuur Ronaldo, wel beslag leggen op de geld
Beperking rechtsbekwaamheid
- Vreemdelingen hebben niet alle politieke rechten (stemrecht, kleden van politiek mandaat)
- bepaalde door de opgesomde personen in relatie tot bepaalde andere personen (Art. 4142
BW en Art. 215 oud BW = echtgenote kan de gezinswoning niet verkopen)
- Door de rechter (Art. 4.6 BW: onwaardigheid om te erven) en Art. 32 Jeugdbeschermingswet:
ontzetting uit ouderlijk gezag
3
, RECHTSPERSOON
rechtspersoon: een groepering van mensen of rechtspersonen die drager zijn als groepering van
rechten en plichten.
Gevolg: Rechtspersonen kunnen, los van de samenstellende natuurlijke personen, aan het
rechtsverkeer deelnemen zoals een mens, als dragers van subjectieve rechten en plichten.
vb. verenigingen (vzw’s), vennootschappen
De rechtspersonen zijn drager van rechten en plichten zoals een natuurlijk persoon, met uitzondering
van rechten en plichten die zich uit hun aard zelf niet tot toekenning aan andere dan natuurlijke
personen lenen (vb. huwelijk, kind erkennen)
$3 Ontstaan en beëindiging van persoonlijkheid van natuurlijke persoon
ONTSTAAN
De persoonlijkheid van de mens vangt aan met de geboorte, niet met de verwekking
Het materiële feit van de geboorte is niet voldoende om persoonlijkheid te creëren
1. Kind moet leven geboren worden: vanaf 24 weken (6 maanden), een doodgeboren kind
verwerft geen persoonlijkheid.
2. Kind moet levensvatbaar geboren worden: wezens die in absolute onmogelijkheid zijn om
te overleven, worden geacht nooit persoonlijkheid gehad te hebben, ook al zijn ze leven
geboren.
Aan een siamese tweeling moet gezamenlijk de persoonlijkheid toegekend worden voorzover zij
voldoen aan de dubbele voorwaarde. Pas bij een succesvolle scheiding kan aan elk kind afzonderlijk
persoonlijkheid worden toegekend.
Een verwekt kind: kan als titularis van bepaalde rechten en plichten voor de geboorte in zoverre het
later levend en levensvatbaar geboren wordt.
vb. Kind van Wouter Weylandt ‘Infans conceptus pro iam nato habetur quotiens de commodo eius
agitus’
vermoeden van verwekking: minimale en maximale duur van de zwangerschap vooropgesteld,
zodanig dat tussen deze twee uiterste het wettelijk tijdvak van verwekking uitmaakt.
● van de 300e t.e.m. 180e dag voor de geboorte: 121 dagen.
BEËINDIGING
- eindigt met overlijden (rechten en plichten gaan teniet)
- bij euthanasie wordt geacht natuurlijk dood gestorven te zijn voor wat betreft uitvoering
overeenkomst waarbij hij partij was (vb. levensverzekering)
- verdacht overlijden(mogelijk dient gerechtsart ingeschakeld te worden
- faillietverklaring is mogelijk tot 6 maanden na overlijden
- geen definitie van ogenblik van dood (wanneer alle functies nodig voor handhaving
menselijk leven ‘volledig en ‘onomkeerbaar’ uitgevallen zijn)
- orgaanuitneming
● ex mortuo: het overlijden van de donor moet worden vastgelegd door een college van
drie geneesheren
● commorientes-leer: indien de volgorde waarin twee of meer personen zijn overleden
niet kan worden bepaald, stelt de wet een vermoeden van gelijktijdig overlijden in.
○ vb. Vliegtuigramp, treinramp
4