Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 80 pagina's
Samenvatting

Samenvatting filosofie (denken over lichamen) - A. De Block, B. Buekenhout

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 80 pagina's

Volledige samenvatting van antropologische thema’s uit de hedendaagse filosofie 1e bach THK. Ik heb de powerpoint als basis gebruikt en deze aangevuld met de info uit het boek. Alles wat je moet kennen staat hier duidelijk in uitgelegd. 1e zit geslaagd.

Voorbeeld van de inhoud

ANTROPOLOGISCHE THEMA’S UIT DE
HEDENDAAGSE FILOSOFIE
HOOFDSTUK 1: WAT IS FILOSOFIE?

DRIE ASPECTEN: ATTITUDE, METHODOLOGIE, DOMEIN

Filosofie: de liefde voor de wijsheid of een verlangen om te weten
ATTITUDE
• Kritisch denken
• Filosofen stellen de dingen in vraag die andere mensen als vanzelfsprekend beschouwen
• René Descartes:
○ “Ons gezichtsvermogen bedriegt ons”
○ Als onze zingtuigen onbetrouwbaar zijn, is onze kennis dan ook
onbetrouwbaar? Kunnen we wel ergens zeker van zijn?
○ Het is niet onmogelijk dat ons denken voortdurend op een dwaalspoor wordt gezet door een God of een
kwaadaardig genie
• Kritiek is niet het einddoel van de filosofie
→ kritiek vervangt de bekritiseerde elementen door elementen die beter bestand zijn tegen kritiek
→ einddoel = antwoorden vinden op vragen
• Kan je filosofen onderscheiden van niet-filosofen op basis van hun kritische geest?
Nee, want wetenschap is ook kritisch.


METHODOLOGIE
Filosofen gebruiken veel methoden, maar geen daarvan is uniek voor de filosofie
• INTUÏTIES
○ 17e-18e eeuw:
▪ = kennis die op een onmiddellijke manier wordt verkregen
▪ Descartes: “intuïties zijn heldere en welonderscheiden ideeën” = ideeën die geen enkel redelijk
mens zou durven te betwijfelen
▪ Vanzelfsprekend
○ 20e eeuw
▪ Eerder negatieve betekenis
▪ = spontane overtuigingen die we in onze eigen geest aantreffen wanneer we over een bepaald
onderwerp beginnen te denken (gezond verstand)
▪ Gezond verstand is moeilijk te veranderen of op te geven, zelfs als er overtuigend
bewijsmateriaal is
○ Intuïties zijn erg variabel: tussen culturele groepen, tussen personen, binnen eenzelfde persoon van
tijdstip tot tijdstip en van context tot context

• CONCEPTUELE ANALYSE
○ = het ontrafelen en verbeteren van begrippen die we in het dagelijks leven gebruiken
bv: liefde, tijd, vrijheid…
○ Doel: bepalen waarover we precies spreken
○ Noodzakelijke en voldoende voorwaarden nodig (bv: Aan welke voorwaarden moet een toestand voldoen
om een ziekte te zijn?)

, • GEDACHTE-EXPERIMENTEN
○ Experiment dat volledig in de geest van de mens gebeurt
○ Brain-in-a-vat: onze hersenen bevinden zich op een andere planeet waar een wetenschapper ons brein
allerlei signalen geeft. Door die signalen krijgen wij (ons brein) de indruk dat we een goede grap horen of
dat we rondlopen op de oude markt. De hersenen beschikken niet over een manier om na te gaan of hun
gedachten en indrukken echt zijn. We kunnen dus ook niet echt weten of wij al dan niet hersenen in een
vat zijn of dat we echt bestaan.
○ Trolley problem: De remmen van een trein zijn kapot en hij rijdt recht op 5 mensen af. Jij bent in de
mogelijkheid om de schakelaar om te draaien waardoor de trein van spoor verandert en maar 1 persoon
aanrijdt. Zou je dit dan doen? Zou je ook 1 persoon opofferen als je deze eigenhandig van een brug moet
duwen om de trein te laten stoppen?
○ Deze experimenten kunnen niet in de echte wereld worden uitgevoerd, enkel in gedachten (onethisch)
DOMEIN
• Filosofische vragen zijn abstract en eigenaardig
Bv: "Wat is tijd?”
• Je weet wat je doet totdat je het in vraag stelt
○ Verhaal van de duizendpoot: hij kan perfect wandelen totdat je vraagt welke poot na welke komt en dan
kan hij niet meer wandelen.
• Half uniek; wetenschappers denken hier ook soms over na
Stelling: “Er is geen vooruitgang in de filosofie, wel in de wetenschappen.” = FOUT
• In wetenschappen ook niet veel vooruitgang
→ wetenschappelijke paradigma’s volgen elkaar op zonder echt op elkaar verder te bouwen
→ binnen een paradigma kan er wel vooruitgang zijn
• In filosofie is wel sprake van vooruitgang: veel wetenschappen zijn ontstaan uit de filosofie
• Filosofie heeft ‘negatieve’ vooruitgang: na 2 millennia hebben we nog altijd niet de juiste antwoorden op diepe,
fundamentele vragen, maar we weten wel wat de verkeerde antwoorden zijn


VIER DEELDOMEINEN

METAFYSICA
• = zijnsleer
• Wat betekent het dat iets bestaat?
• Bestudeert de aard en structuur van de wereld
LOGICA
• = redeneerkunde
• Wat zijn geldige redeneringen?
• Weerleggen van drogredenen
EPISTEMOLOGIE
• = kennisleer
• Wat is kennis?
• De aard, structuur en mogelijkheid van onze kennis
• Wat is de reikwijdte van onze kennis? Hoeveel kunnen we weten?
• Hoe verwerven we kennis?
• Bv: brain in a vat → in welke mate is het gerechtvaardigd om te geloven, dat wat we denken te weten, waar is
ETHIEK
• = zedenleer, moraalfilosofie
• Wat is goed of juist handelen?
• Normatieve universum = rechten, plichten, aanbevelingen, geboden en verboden

,EEN ZEER KORTE GESCHIEDENIS VAN DE WESTERSE FILOSOFIE

Natuurfilosofen = hebben een grote interesse in datgene wat de kosmos doet draaien. Ze zijn ervan overtuigd dat zowel
de levende als de levenloze natuur voortkomt uit één of andere oerstof.
Plato:
• Is er van overtuigd dat de zintuiglijke wereld te veranderlijk is om echte kennis te leveren
• De mogelijkheid van echte kennis spoort ons aan om te veronderstellen dat er naast deze wereld ook nog een
andere wereld moet bestaan = ideeënwereld
Aristoteles:
• Naturalist
• Niet eens met Plato
• Alles wat we nodig hebben, om de natuur te beschrijven en te verklaren, is aanwezig in de natuur zelf.


OUDHEID
Filosofie vs. Mythologie
• Mythologie: fenomenen (oorlogen, hagelbuien…) worden beschreven en verklaard met behulp van goddelijke
gebeurtenissen die de mens omwille van zijn beperkte vermogens moet aanvaarden, maar niet kan begrijpen


MIDDELEEUWEN
Filosofie vs. Religie
• Het uitklaren van allerlei begrippen, argumenten en theorieën hingen samen met het christelijk geloof
• Geloofsovertuigingen zijn niet het resultaat van observatie, experimenten en redeneerwerk, maar wel van
communicatie door het goddelijke = in strijd met de basisattitude van veel antieke en hedendaagse filosofen
(kritisch)
• Filosofie is niet tevreden met een antwoord dat gebaseerd is op de mening van een “autoriteit” (God)


MODERNE TIJD
Filosofie vs. Wetenschap
• Wetenschappelijke revolutie: nieuwe ideeën in fysica, astronomie en biologie → deden de filosofische
antwoorden uit de antieke oudheid en middeleeuwen teniet
• Sommigen: “filosofie eindigt waar de wetenschap begint”
2 bewegingen:
• Filosofische problemen oplossen met behulp van wetenschappelijke methoden
• Het ontstaan van nieuwe filosofische problemen
• Wetenschappers hebben vaak enkel oog voor de eerste beweging
• Sciëntisme = de overtuiging dat de methoden van de natuurwetenschappen de enige bron zijn van echte kennis
over eender welk onderwerp

BESLUIT

De vraag “Wat is filosofie?” heeft geen finaal antwoord.
De filosofie heeft zich sinds zijn ontstaan meerdere keren moeten heruitvinden.
Het is erg moeilijk om de unieke eigenheid van de filosofie te bepalen en haar kennisdomeinen af te bakenen.

,HOOFDSTUK 2: MECHANISERING EN DOELGERICHTHEID

Doelgerichtheid = ze vervullen een doel
Doelmatigheid = efficiëntie waarmee ze hun doel vervullen
= teleologie

DE MECHANISERING VAN HET WERELDBEELD

Antieke oudheid -middeleeuw
Wetenschappelijke revolutie
Moderne tijd


NATUURWETENSCHAPPEN ANTIEKE OUDHEID EN MIDDELEEUWEN:
• Vaak gebruik maken van doeloorzaken
• Doeloorzaak = oorzaak die tegelijkertijd ook het doel is (een oorzaak die in de toekomst ligt)
• Alle artefacten hebben doeloorzaken; ze vervullen een doel en dat is tegelijk de oorzaak van hun bestaan
bv: horloge
FILOSOFEN ANTIEKE OUDHEID EN MIDDELEEUWEN:
• Niet enkel artefacten, maar ook de levenloze en levende natuur verklaren met behulp van doeloorzaken
• Organismen worden ‘bezield’ om te verklaren waarom ze doen wat ze doen


WETENSCHAPPELIJKE SUCCES DOOR:
• Wiskunde methode gebruiken
• Wetenschappen slaagden erin de wereld te mechaniseren
= ze gebruiken geen doeloorzaken, enkel mechanische oorzaken
= wetenschappelijke revolutie

MECHANISERING
Traagheidswet Galileo Galilei
• Ieder lichaam blijft ofwel in rust, ofwel voortbeweegt met een gelijkmatige snelheid langs een rechte lijn.
• Iedere verandering is dus te wijten aan een kracht die van buitenaf inwerkt op het lichaam
• Er is geen bezieling nodig om voorwerpen te doen bewegen. Er is een mechanische oorzaak waardoor het
beweegt.
<-> antieke en middeleeuwse filosofen: lichaam kan niet bewegen als het niet wordt ‘bezield’
Descartes: “Het menselijk lichaam is een automaat - een machine die zich schijnbaar zelf in stand houdt en in beweging
houdt.”
<-> filosofen die beweren dat een levenskracht of bezieling de levende van de levenloze materie onderscheidt
Mechanische eend: maakte bewegingen en produceerde ook uitwerpselen als ze van voeding werd voorzien.
MAAR uitwerpselen werden niet uit de voeding gemaakt (zoals wetenschapper beweerde), het waren 2 aparte machines.
Kunnen automaten worden begrepen zonder te verwijzen naar doeloorzaken?
→ Want ze worden gemaakt met een welbepaald doel voor ogen = oorzaak van het bestaan
→ De werking van de machine kun je tot op zekere hoogte verklaren met behulp van mechanische oorzaken, maar het
bestaan ervan kan je enkel verklaren met behulp van doeloorzaken


Probleem: kunnen doeloorzaken volledig vermeden worden bij het spreken over het menselijk lichaam?
• Intuïtie: zorgt dat we de basisfuncties van organen weten (tussenwervelschijven = schokdemper; neus =
geursignalen)
• Wetenschappers: “hersengebieden dienen OM te spreken of OM bepaalde emoties te ervaren”
• Wetenschappers gebruiken dus nog steeds doeloorzaken

,KANT EN DE TELEOLOGIE

Immanuel Kant: Nooit een “Newton van de biologie” → Newton had grote bijdrage geleverd in wetenschappelijke
revolutie, maar had volgens Kant enkel iets te vertellen over levenloze natuur, niet over levende natuur
UITWENDIGE DOELEN:
• Bijkomstig, toevallig
• Ze hebben nut voor andere dingen
• Bv: uitwendig doel van neus = bril op zetten
INWENDIGE DOELEN:
• Essentieel
• Bv: inwendig doel van neus = geursignalen


Antinomie van het oordeel
• Het is moeilijk om naar de natuur te kijken en geen doelgerichtheid te zien (wat tegenstrijdig is met de moderne
wetenschappen)
• Antinomie = tweestrijdigheid
• Antinomie tussen 2 oordelen:
o Organismen en hun eigenschappen maken deel uit van de levende natuur + natuurwetenschappen
mogen enkel gebruik maken van mechanische oorzaken
o Organismen en hun eigenschappen hebben inwendige doelen, die enkel met behulp van
doeloorzaken volledig beschreven kunnen worden


3 types inwendige doelen:
REPRODUCTIE
• Organismen genereren kopieën van zichzelf
• Vliegenzwam brengt vliegenzwam voort, een olifant een olifant
• De oorzaak (olifant) verschilt niets van het uiteindelijke effect (olifant)


STOFWISSELING
• Organismen zetten datgene wat verschilt van zichzelf om in een deel van zichzelf
• Ze voeden zich
• Stofwisseling zorgt ervoor dat het organisme zichzelf herschept
• Menselijke lichamen (oorzaak) maken van appels opnieuw menselijke lichamen (effect)
• = reden dat organismen zich voeden
BEHOUD
• De delen van het organisme houden zichzelf, elkaar en het hele organisme in bestaan
• Bladeren noodzakelijk voor groei en behoud boom in zijn geheel
• Bladeren noodzakelijk voor groei en behoud van andere delen van de boom

• Charles Darwin = Newton van de biologie → slaagde erin om de doelgerichtheid in de levende natuur te
mechaniseren

, DARWIN EN HET DARWINISME

2 grote ideeën:
DE GENEALOGISCHE BLIK OP DE LEVENDE NATUUR
• Transmutationisme = afstammingstheorie = er is een geschiedenis van afstammingen met wijzigingen
• Boom van het leven:
○ Geschiedenis van de natuur visualiseren
○ Stam + grotere takken = oudste soorten
○ Uit grote takken ontstaan kleinere takken (nieuwe soorten)
○ Dode / afgebroken takken = uitgestorven soorten
Vraag: Wie / wat zorgt ervoor dat er groepen van individuen ontstaan die zodanig verschillen van de andere individuen van
hun moedergroep, dat ze worden omschreven als een nieuwe soort?
→ natuurlijke selectie


HET PRINCIPE VAN NATUURLIJKE SELECTIE
• = mechanisme dat evolutie aandrijft
• Kan als conclusie van een redenering dienen als de 3 premissen aantoonbaar zijn
3 premissen:
• ER IS SCHAARSTE EN REPRODUCTIEF OVERSCHOT
o Voedselschaarste en plaatsgebrek zorgen ervoor dat niet alle organismen in staat zijn om zich voort
te planten
• ER IS VARIATIE
o Geen 2 exemplaren zijn volledig identiek
o Sommige organismen kunnen beter overweg met de omstandigheden waarin ze leven
→ zijn kunnen daardoor meer nakomelingen voortbrengen
• VARIATIE IS DEELS ERFELIJK
o De eigenschappen van de ouders (die hun aangepast maken aan de omgeving) worden doorgegeven
aan de volgende generatie


Natuurlijke selectie = principe van behoud (de nuttige eigenschappen worden behouden en doorgegeven aan volgende
generaties)
Adaptatie = eigenschap van een organisme die in een bepaalde omgeving ervoor zorgt dat het organisme een groter
aantal levensvatbare nakomelingen kan voortbrengen dan organismen die die eigenschap niet hebben
vb: trekvogels, antivriesmiddel kabeljauw


DOMHEID EN DOELGERICHTHEID

ESSENTIALISME
• Plato en Aristoteles
• Alle levende wezens op aarde zijn vergankelijk en veranderlijk
• Achter levende wezens zitten essenties die eeuwig en onveranderlijk zijn
• Essenties = een ideaal waar elk wezen naar streeft
Bv: okkernoot groeit uit tot notenboom omdat ze in essentie een notenboom is en ernaar streeft die essentie
te verwezenlijken
• Essentie verwezenlijken = doeloorzaak (een doel in de toekomst dat structuur geeft aan het leven of gedrag
van een organisme)
Werkelijkheid = bezield organisme
• Er is dus doelgerichtheid en doelmatigheid → dan moet er ook een ontwerper zijn

Gekoppeld boek
 image
Pieter R. Adriaens, Andreas de Block Denken over lichamen
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789463371797 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
30 november 2025
Aantal pagina's
80
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€22,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Thk444
4,5
(2)
Verkocht
16
Volgers
0
Items
16
Laatst verkocht
1 maand geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen