IHO : Samenvatting
Hoofdstuk 1: Universum van de Historicus
Populaire Geschiedenis Historische Fictie
= Een praktijk van niet-historici, gericht op het groot publiek. Het gaat om een vorm van escapisme waar het publiek
zich kan identificeren met historische personages.
Voorbeelden:
Historische roman: Historische fictie waarin grote namen uit de geschiedenis een hoofdrol vervullen en het verhaal
zich afspeelt in een historische setting.Maar is vaak niet realistisch
(Victor Hugo(1802-85), Alexandre Dumas(1802-70), Patrick Suskking -> Het Parfum 1985)
Films/ series: Een film/serie waarin een ingewikkeld plot wordt geïntroduceerd door een historisch kader. De
correctheid van de film of serie is afhankelijk van de medewerking van historici vb. Het juiste decor, de kledij, de
historische details. (Rome, The Tudors, Dunkirk, Pantserkruiser Potemkin…)
Re-enactment: In de huid kruipen van historische personages, veldslagen naspelen, etc. Die vaak ook bijeenkomsten
hebben (Historia Mundi)
Living history: De gehele levensstijl van een historisch persoon/groep wordt nagebootst tot in de historische details
zoals kledij, de juiste eetgerie, etc.
Publieksgeschiedenis: Een vorm van geschiedenis tussen populaire geschiedenis en academischie geschiedenis.
Publiekgeschiedenis streeft historische waarheid na, maar doet dat in comuniceert in de vormen verwant met
populaire geschiedenis. De nadruk ligt op ide nformatie en educatie van het grootpubliek,waarbij de nadruk niet
zozeer op de historische waarheid an sich ligt, maar meer op de lessen die ze hier uit trekken. Voorbeelden :
historische musea, historische documentaire, publiekhistorische boeken, historische website, etc.
Publieksgeschiedenis
= Een vorm van geschiedenis tussen populaire geschiedenis en academischie geschiedenis.
-> streeft historische waarheid na, maar comuniceert dat in de vormen verwant met populaire
geschiedenis.
-> De nadruk ligt op de informatie en educatie van het grootpubliek, niet op de historische waarheid an
sich, maar uit de lessen die we uit het verleden kunnen trekken. Mensen die van een goed verhaal houden.
Voorbeelden:
Historisch Musea : STAM Gent, MAS Antwerpen…
Historische documentaires: Filmopnames, mondelinge getuigenissen, vaak over recente geschiedenis
-> Simon Schama:professort aan columbia. Werd bekennd door A History Of Britain (200-2002)
-> Geert Mak: Journalist ( In Europa 2007-2008)
Publiekshistorische boeken: Boeken met een zeer beperkt kritisch apparaat, worden niet beschouwd als
wetenschappelijke literatuur. Voor een breed publiek bedoeld
Historische websites: Vaak onderhouden door universitaire vakgroepen, musea.. Ook vaak door crowdsourcing:
Iedereen kan opmerking toevoegen. Dat zorgt voor veel materiaal en een grote betrokkenheid van het publiek, maar
betekent ook dat gegevens niet gefilterd worden en dat er geen garantie is op de juistheid.
Publiekshistorici: Willen geschiedenis op een wetenschappelijk verantwoorde manier naar de brede samenleving
vertalen. Het is een soort vorm van ‘toegepaste’ academische geschiedenis vb; geschiedenishandboeken voor het
middelbaar onderwijs, historische musea…
Academische geschiedschrijving
= Het belangrijkste in academische geschiedschrijving is analyse ,synthese, aandacht voor de methode, het historisch
debat en ook is geloofwaardigheid en nauwkeurigheid essentieel. Bevat probleemstelling, kritisch apparaat,
bronnen..
1
,Bronnen: Alle geschreven en gedrukte teksten, matertiële objecten, visuele voorstellingen, mondelinge overlevingen
etc. die door de historicus rechtstreeks worden bestudeerd en bevraagd. Primair vs Secundair
Hoe beoordeel je of een tijdschriftartikel wel voldoet aan de wetenschappelijke standaarden?
1.Het kritisch apparaat
-> een verantwoording van bronnen en literatuur, is een fundament van elke wetenschappelijke tekst en van het
historisch debat.
-> Voetnoten/ eindnoten: staan onderaan de pagina, eindnoten aan het einde van het hoofdstuk, boek…
Voetennoten en eindnoten verwijzen op een uniforme wijze naar bronnen of literatuur of lichten details toe.
-> Bibliografie: staat vooraan of achteraan een boek en is een systematische geordende lijst van alle gebruikte
bronnen en literatuur.
2.Peerreview
-> De tekst wordt beoordeeld door een ‘peer’, een gelijke, met name een vakgenoot.
- Verschillende vormen
-> Goedkeuring door redactie: Groep vakgenoten die de teksten beoordelen of ze al dan niet worden
gepubliceerd. Ze kunnen meteen neen of ja zeggen of enkele aanpassingen vragen.
-> Blind review: de auteur van het manuscript weet niet welke referent zijn tekst zal beoordelen.
-> Dubbel blind review: De auteur weet niet welke referent zijn werk beoordeeld en de referent zelf weet
niet wie de auteur is van het manuscript dat hij moet beoordelen.
-> Recensie: Peerreview dat wordt toegepast nadat het manuscript is uitgegeven. Tijdschriften krijgen geen
recensie. Een recensie behoort tot het publiek domein en kan dus door iedereen worden
gelezen.
-> Colofon: Door een colofon raad te plegen kan je te weten komen of een tijdschrift of boek een
peerreview heeft gehad.
3.Reputatie publicatiekanaal
-> Auteurs willen hun werk publiceren bij de best mogelijk uitgeverij of in zo’n goed mogelijk tijdschrift
-> goede tijdschriften worden A1 tijdschriften genoemd, omwille van hun reputatie (strenge peerreview,
internationale rijkwijdte, langste staat van dienst). VB; Past and Present, American Historical Review.
-> Reputatie van wetenschappelijke uitgeverijen. Hier wordt een onderscheidt gemaakt tussen academische
uitgeverijen (zoals Oxford University Press) en commerciële uitgeverijen die een hoogwetenschappelijke
standaarden hanteren vb; Ashgate, Brill.
-> Marktprincipe: Onpopulaire onderwerpen maken minder kans om gepubliceerd te worden
4.Affiliatie en reputatie auteur
De verbintenis van de auteur met de universiteit of andere wetenschappelijke instelling, de prijzen die de auteur al
heeft gewonnen, domeinexpertise.
Genres
Monografie:
- Historisch boek met 1 auteur
- Een omvangrijke bronnenstudie ingebed in literatuur
- Heeft een afgbakende probleemselling
- Uitgebreid kritisch apparaat
Synthese
- 1 of meerdere auteurs
2
, - Bredere opzet dan een monografie en is niet rechtstreeks op bronnen gebaseerd maar op vele kleinere
bronnenstudies, auteur heeft dus een duidelijke visie
- Heeft beperkte noten en een beredeneerde bibliografie
- Geeft state of the art weer van een thema
Verzamelbundel
-Editors + meerdere auteurs
- Nadruk op originele bronnen, recente overzichten en debat
- Verzameling bijdragen over één thema, met inleiding van de editors
- Vaak resultaat van een congres
- veel voetnoten en grote bibliografie
- Elke auteur van een bijdrage werkt een casus uit waarvan de probleemstelling bijdraagt tot het breder historisch
debat
Artikel
- één of meerdere auteurs
- Beknopte bronnenstudie of methodologisch vraagstuk ingebed in literatuur met afgebakend onderwerp
- bijdrage in een wetenschappelijk historisch tijdschrift
- Nadruk of centrale stelling
-uitgebreidde voetnoten
Reviewartikel
- Meestal één auteur
- Beknopte bespreking over een recent werk/literatuur
- Nadruk op debat en hypotheses
- Voetnoten extra belangrijkomdat ze alle belangrijke studies over het thema bevatten.
Recensie
- Meestal één auteur
- Korte bespreking over een recent verschenen boek
- Beoordeling van het werk door een collega
Lemma
- Meestal één auteur
- Naslagwerk
- is een gezaghebbende tekst over onderwerp waarvan al de informatie van dat onderwerp al geweten is
- Beredeneerde bibliografie
- Samenvatting van kennis over een thema
- Vb: encyclopedie
Hoofdstuk 2: Doel van de historicus: De probleemstelling
- Is Het verleden dan niet gekend?
-> Nog steeds ontdekking nieuwe bronnen
-> Voortdurend nieuwe vragen
-> Gendergeschiedenis
-> Bestuderen van de gewone mens
-> Waardeloze bronnen lijken nu ineens waardevol
Hoe een ondezoek starten?
1.Afbakening van een onderwerp
-> Tijd, Ruimte, Gebied
2. Probleemstelling
-> Zelkf kritische vragen stellen ( wie, wat , waar, wanneer, waarom)
-> Bij één onderwerp verschillende probleemstellingen denkbaar
- Hoe probleeemstelling kiezen
-> Inlezen in de literatuur over je onderwerp ( wat is er al geschreven, welke visies zijn er)
-> Welke bronnen zijn er beschikbaar?
-> Zijn de bestaande bronnen bruikbaar?
3
Hoofdstuk 1: Universum van de Historicus
Populaire Geschiedenis Historische Fictie
= Een praktijk van niet-historici, gericht op het groot publiek. Het gaat om een vorm van escapisme waar het publiek
zich kan identificeren met historische personages.
Voorbeelden:
Historische roman: Historische fictie waarin grote namen uit de geschiedenis een hoofdrol vervullen en het verhaal
zich afspeelt in een historische setting.Maar is vaak niet realistisch
(Victor Hugo(1802-85), Alexandre Dumas(1802-70), Patrick Suskking -> Het Parfum 1985)
Films/ series: Een film/serie waarin een ingewikkeld plot wordt geïntroduceerd door een historisch kader. De
correctheid van de film of serie is afhankelijk van de medewerking van historici vb. Het juiste decor, de kledij, de
historische details. (Rome, The Tudors, Dunkirk, Pantserkruiser Potemkin…)
Re-enactment: In de huid kruipen van historische personages, veldslagen naspelen, etc. Die vaak ook bijeenkomsten
hebben (Historia Mundi)
Living history: De gehele levensstijl van een historisch persoon/groep wordt nagebootst tot in de historische details
zoals kledij, de juiste eetgerie, etc.
Publieksgeschiedenis: Een vorm van geschiedenis tussen populaire geschiedenis en academischie geschiedenis.
Publiekgeschiedenis streeft historische waarheid na, maar doet dat in comuniceert in de vormen verwant met
populaire geschiedenis. De nadruk ligt op ide nformatie en educatie van het grootpubliek,waarbij de nadruk niet
zozeer op de historische waarheid an sich ligt, maar meer op de lessen die ze hier uit trekken. Voorbeelden :
historische musea, historische documentaire, publiekhistorische boeken, historische website, etc.
Publieksgeschiedenis
= Een vorm van geschiedenis tussen populaire geschiedenis en academischie geschiedenis.
-> streeft historische waarheid na, maar comuniceert dat in de vormen verwant met populaire
geschiedenis.
-> De nadruk ligt op de informatie en educatie van het grootpubliek, niet op de historische waarheid an
sich, maar uit de lessen die we uit het verleden kunnen trekken. Mensen die van een goed verhaal houden.
Voorbeelden:
Historisch Musea : STAM Gent, MAS Antwerpen…
Historische documentaires: Filmopnames, mondelinge getuigenissen, vaak over recente geschiedenis
-> Simon Schama:professort aan columbia. Werd bekennd door A History Of Britain (200-2002)
-> Geert Mak: Journalist ( In Europa 2007-2008)
Publiekshistorische boeken: Boeken met een zeer beperkt kritisch apparaat, worden niet beschouwd als
wetenschappelijke literatuur. Voor een breed publiek bedoeld
Historische websites: Vaak onderhouden door universitaire vakgroepen, musea.. Ook vaak door crowdsourcing:
Iedereen kan opmerking toevoegen. Dat zorgt voor veel materiaal en een grote betrokkenheid van het publiek, maar
betekent ook dat gegevens niet gefilterd worden en dat er geen garantie is op de juistheid.
Publiekshistorici: Willen geschiedenis op een wetenschappelijk verantwoorde manier naar de brede samenleving
vertalen. Het is een soort vorm van ‘toegepaste’ academische geschiedenis vb; geschiedenishandboeken voor het
middelbaar onderwijs, historische musea…
Academische geschiedschrijving
= Het belangrijkste in academische geschiedschrijving is analyse ,synthese, aandacht voor de methode, het historisch
debat en ook is geloofwaardigheid en nauwkeurigheid essentieel. Bevat probleemstelling, kritisch apparaat,
bronnen..
1
,Bronnen: Alle geschreven en gedrukte teksten, matertiële objecten, visuele voorstellingen, mondelinge overlevingen
etc. die door de historicus rechtstreeks worden bestudeerd en bevraagd. Primair vs Secundair
Hoe beoordeel je of een tijdschriftartikel wel voldoet aan de wetenschappelijke standaarden?
1.Het kritisch apparaat
-> een verantwoording van bronnen en literatuur, is een fundament van elke wetenschappelijke tekst en van het
historisch debat.
-> Voetnoten/ eindnoten: staan onderaan de pagina, eindnoten aan het einde van het hoofdstuk, boek…
Voetennoten en eindnoten verwijzen op een uniforme wijze naar bronnen of literatuur of lichten details toe.
-> Bibliografie: staat vooraan of achteraan een boek en is een systematische geordende lijst van alle gebruikte
bronnen en literatuur.
2.Peerreview
-> De tekst wordt beoordeeld door een ‘peer’, een gelijke, met name een vakgenoot.
- Verschillende vormen
-> Goedkeuring door redactie: Groep vakgenoten die de teksten beoordelen of ze al dan niet worden
gepubliceerd. Ze kunnen meteen neen of ja zeggen of enkele aanpassingen vragen.
-> Blind review: de auteur van het manuscript weet niet welke referent zijn tekst zal beoordelen.
-> Dubbel blind review: De auteur weet niet welke referent zijn werk beoordeeld en de referent zelf weet
niet wie de auteur is van het manuscript dat hij moet beoordelen.
-> Recensie: Peerreview dat wordt toegepast nadat het manuscript is uitgegeven. Tijdschriften krijgen geen
recensie. Een recensie behoort tot het publiek domein en kan dus door iedereen worden
gelezen.
-> Colofon: Door een colofon raad te plegen kan je te weten komen of een tijdschrift of boek een
peerreview heeft gehad.
3.Reputatie publicatiekanaal
-> Auteurs willen hun werk publiceren bij de best mogelijk uitgeverij of in zo’n goed mogelijk tijdschrift
-> goede tijdschriften worden A1 tijdschriften genoemd, omwille van hun reputatie (strenge peerreview,
internationale rijkwijdte, langste staat van dienst). VB; Past and Present, American Historical Review.
-> Reputatie van wetenschappelijke uitgeverijen. Hier wordt een onderscheidt gemaakt tussen academische
uitgeverijen (zoals Oxford University Press) en commerciële uitgeverijen die een hoogwetenschappelijke
standaarden hanteren vb; Ashgate, Brill.
-> Marktprincipe: Onpopulaire onderwerpen maken minder kans om gepubliceerd te worden
4.Affiliatie en reputatie auteur
De verbintenis van de auteur met de universiteit of andere wetenschappelijke instelling, de prijzen die de auteur al
heeft gewonnen, domeinexpertise.
Genres
Monografie:
- Historisch boek met 1 auteur
- Een omvangrijke bronnenstudie ingebed in literatuur
- Heeft een afgbakende probleemselling
- Uitgebreid kritisch apparaat
Synthese
- 1 of meerdere auteurs
2
, - Bredere opzet dan een monografie en is niet rechtstreeks op bronnen gebaseerd maar op vele kleinere
bronnenstudies, auteur heeft dus een duidelijke visie
- Heeft beperkte noten en een beredeneerde bibliografie
- Geeft state of the art weer van een thema
Verzamelbundel
-Editors + meerdere auteurs
- Nadruk op originele bronnen, recente overzichten en debat
- Verzameling bijdragen over één thema, met inleiding van de editors
- Vaak resultaat van een congres
- veel voetnoten en grote bibliografie
- Elke auteur van een bijdrage werkt een casus uit waarvan de probleemstelling bijdraagt tot het breder historisch
debat
Artikel
- één of meerdere auteurs
- Beknopte bronnenstudie of methodologisch vraagstuk ingebed in literatuur met afgebakend onderwerp
- bijdrage in een wetenschappelijk historisch tijdschrift
- Nadruk of centrale stelling
-uitgebreidde voetnoten
Reviewartikel
- Meestal één auteur
- Beknopte bespreking over een recent werk/literatuur
- Nadruk op debat en hypotheses
- Voetnoten extra belangrijkomdat ze alle belangrijke studies over het thema bevatten.
Recensie
- Meestal één auteur
- Korte bespreking over een recent verschenen boek
- Beoordeling van het werk door een collega
Lemma
- Meestal één auteur
- Naslagwerk
- is een gezaghebbende tekst over onderwerp waarvan al de informatie van dat onderwerp al geweten is
- Beredeneerde bibliografie
- Samenvatting van kennis over een thema
- Vb: encyclopedie
Hoofdstuk 2: Doel van de historicus: De probleemstelling
- Is Het verleden dan niet gekend?
-> Nog steeds ontdekking nieuwe bronnen
-> Voortdurend nieuwe vragen
-> Gendergeschiedenis
-> Bestuderen van de gewone mens
-> Waardeloze bronnen lijken nu ineens waardevol
Hoe een ondezoek starten?
1.Afbakening van een onderwerp
-> Tijd, Ruimte, Gebied
2. Probleemstelling
-> Zelkf kritische vragen stellen ( wie, wat , waar, wanneer, waarom)
-> Bij één onderwerp verschillende probleemstellingen denkbaar
- Hoe probleeemstelling kiezen
-> Inlezen in de literatuur over je onderwerp ( wat is er al geschreven, welke visies zijn er)
-> Welke bronnen zijn er beschikbaar?
-> Zijn de bestaande bronnen bruikbaar?
3