Belgische binnenlandse politiek
H1: De Volksunie en haar erfgenamen
1. Hoe is de Volksunie ontstaan?
Wat gebeurde er vóór de Volksunie?
Er waren al Vlaamse partijen zoals de Frontpartij en het VNV.
Tijdens Wereldoorlog II werkten sommige van deze partijen samen met de vijand
(Duitsland).
Na de oorlog kregen Vlaamse-nationalisten veel problemen door die samenwerking.
Er was zware straf (repressie) tegen hen.
Wat gebeurde er na de oorlog?
De Vlaamse Beweging kreeg het moeilijk.
Toen in 1946 de IJzertoren (een belangrijk Vlaams symbool) werd vernield, kwam er
opnieuw aandacht voor Vlaamse rechten.
Een telling in 1947 (de Talentelling) liet zien dat Vlamingen werden achtergesteld.
Nieuwe Vlaamse partij?
Er kwam meer steun om een nieuwe Vlaamse partij op te richten.
Niet iedereen was het daarmee eens.
De grote partij CVP wilde die oude VNV-kiezers zelf houden.
Er werden verschillende pogingen gedaan, maar het lukte niet meteen:
o 1949: 'Volksunie' geprobeerd, maar stopte snel.
o 1949: 'Vlaamse Concentratie' kreeg maar 2% van de stemmen.
o 1954: 'Christelijke Vlaamse Volksunie' scoorde ook slecht.
Waarom lukte het niet?
Het politieke klimaat was slecht voor Vlaamse partijen.
De Volksunie kreeg bijnamen:
o "partij van de zwarten" (voor ex-collaborateurs),
o "partij van de witten" (voor mensen uit het verzet),
o "partij van de scheurmakers" (ze verdeelden de Vlaamse stemmen).
Er was wel een basis, maar nog geen echte doorbraak.
2. Hoe begon de Volksunie echt?
,December 1954: Volksunie officieel opgericht
Er waren goede redenen om toen een nieuwe partij te starten:
Door de Koningskwestie (mocht koning Leopold III terugkomen?) was er veel ruzie in
de politiek.
De overheid wist niet goed hoe ze moesten omgaan met oude collaborateurs
(straffen of vergeven?).
Taalwetten werden niet goed nageleefd: Vlamingen kregen vaak minder kansen.
De Talentelling van 1947 liet zien dat Vlaanderen benadeeld werd.
Wat wilde de Volksunie?
Federalisme: Vlaanderen en Wallonië meer zelf laten beslissen.
Amnestie: vergeving voor mensen die tijdens WOII met de Duitsers
samenwerkten.
De eerste jaren: weinig succes (tot 1958)
In deze tijd was er de Schoolstrijd (ruzie over katholiek vs. neutraal onderwijs), dus
minder aandacht voor de VU.
De VU werd vaak neergezet als ‘partij van de zwarten’, dus niet populair.
De grote partij CVP vond de VU gevaarlijk en noemde hen ‘scheurmakers’
(verdelers van het land).
Na 1958: verbetering
Frans Van der Elst werd voorzitter (vanaf 1957) en zorgde voor meer actie in het
parlement.
De partij werd beter georganiseerd.
Na de Schoolstrijd kwamen er weer problemen tussen Vlamingen en Walen → dat
hielp de Volksunie.
Waarom was het toch moeilijk?
Voor kleinere partijen zoals de VU was het lastig, omdat:
Ze vaak maar één onderwerp hadden (bijv. Vlaams-nationalisme).
Ze hadden weinig geld.
Ze moesten duidelijk maken waar ze voor stonden.
De kiesdrempel (minimaal aantal stemmen) maakte het moeilijk om zetels te winnen
,3. Van zweeppartij naar oppositiepartij (1961-1970)
1961: Volksunie breekt door
Bij de verkiezingen van 1961 haalde de VU veel stemmen, vooral in steden.
De CVP verloor zwaar.
Er kwam een nieuwe regering (CVP + BSP) die zich bezighield met:
o Economie
o Taalgrensproblemen
De VU zat niet in de regering, maar had toch invloed.
Ze werd een ‘zweeppartij’: ze duwde andere partijen richting hun ideeën, zoals
federalisme.
1963: Congres in Mechelen
De VU wilde meer openstaan voor alle levensbeschouwingen (bijv. niet enkel
katholieken).
Maar dat zorgde voor twijfel en verdeeldheid in en buiten de partij.
Spanningen in de partij
Linkse en rechtse leden waren het vaak niet eens.
De band met VMO (extreemrechtse Vlaams-nationalisten) werd verbroken.
1965: Nieuwe verkiezingen → Groot succes
De VU had geluk met het politieke klimaat.
Nieuwe, bekende mensen zoals Hugo Schiltz, Coppieters en Anciaux zorgden voor
vernieuwing.
De partij werd beter georganiseerd en groeide verder.
Politieke situatie na 1965
PVV werd de grootste winnaar.
Twee regeringen volgden elkaar snel op:
o Harmel-Spinoy (CVP + BSP)
o VDB-De Clercq (CVP + PVV)
Belangrijke thema’s: Economie en de taalproblemen (zoals de strijd rond de
universiteit van Leuven)
Binnen de VU bleef er strijd tussen links en rechts:
o Rechts wilde meer Vlaamse actie.
o Links wilde een sociale en progressieve koers.
1968: Nog meer succes
De verkiezingen gingen vooral over taal en Vlaanderen-Wallonië.
De VU werd de 3e grootste partij in Vlaanderen.
Lode Claes probeerde de partij breder te maken.
, Nieuwe regering begon aan staatshervorming (verandering van hoe België bestuurd
wordt).
4. Van oppositiepartij tot regeringspartij (1971-1977)
1971: VU blijft stabiel, maar groeit niet
Bij de verkiezingen van 1971 winnen de Franstalige partijen (zoals FDF).
De VU blijft de 3e partij, maar groeit niet meer.
o Ze lijken hun maximum aantal kiezers bereikt te hebben.
o Binnen de partij ontstaat ruzie: moeten ze wel of niet meedoen aan een
regering?
1973: Nieuwe koers, nieuwe spanningen
De VU wil misschien toch meedoen aan een regering als het kan.
Dat idee zorgt voor spanningen tussen links en rechts binnen de partij.
Op een partijcongres in Oostende zegt Hugo Schiltz:
“Als de kans er is, dan kunnen we meedoen aan een regering.”
1974: Nieuwe verkiezingen
De regering Leburton valt door een politiek schandaal.
Er is ook een economische crisis (de oliecrisis).
Communautaire partijen, zoals de VU, verliezen stemmen.
De CVP wint, en Leo Tindemans wordt het gezicht van de partij.
o Mensen beginnen nu meer op personen te stemmen, niet alleen op partijen.
Voor het eerst mag de VU meedoen aan onderhandelingen voor een regering.
Interne ruzie in de VU
Binnen de partij is er strijd tussen Hugo Schiltz en Frans Van der Elst.
De rechtse vleugel wil geen compromissen sluiten.
Ze willen vasthouden aan hun eigen ideeën, ook als dat betekent dat ze niet in de
regering komen.
H1: De Volksunie en haar erfgenamen
1. Hoe is de Volksunie ontstaan?
Wat gebeurde er vóór de Volksunie?
Er waren al Vlaamse partijen zoals de Frontpartij en het VNV.
Tijdens Wereldoorlog II werkten sommige van deze partijen samen met de vijand
(Duitsland).
Na de oorlog kregen Vlaamse-nationalisten veel problemen door die samenwerking.
Er was zware straf (repressie) tegen hen.
Wat gebeurde er na de oorlog?
De Vlaamse Beweging kreeg het moeilijk.
Toen in 1946 de IJzertoren (een belangrijk Vlaams symbool) werd vernield, kwam er
opnieuw aandacht voor Vlaamse rechten.
Een telling in 1947 (de Talentelling) liet zien dat Vlamingen werden achtergesteld.
Nieuwe Vlaamse partij?
Er kwam meer steun om een nieuwe Vlaamse partij op te richten.
Niet iedereen was het daarmee eens.
De grote partij CVP wilde die oude VNV-kiezers zelf houden.
Er werden verschillende pogingen gedaan, maar het lukte niet meteen:
o 1949: 'Volksunie' geprobeerd, maar stopte snel.
o 1949: 'Vlaamse Concentratie' kreeg maar 2% van de stemmen.
o 1954: 'Christelijke Vlaamse Volksunie' scoorde ook slecht.
Waarom lukte het niet?
Het politieke klimaat was slecht voor Vlaamse partijen.
De Volksunie kreeg bijnamen:
o "partij van de zwarten" (voor ex-collaborateurs),
o "partij van de witten" (voor mensen uit het verzet),
o "partij van de scheurmakers" (ze verdeelden de Vlaamse stemmen).
Er was wel een basis, maar nog geen echte doorbraak.
2. Hoe begon de Volksunie echt?
,December 1954: Volksunie officieel opgericht
Er waren goede redenen om toen een nieuwe partij te starten:
Door de Koningskwestie (mocht koning Leopold III terugkomen?) was er veel ruzie in
de politiek.
De overheid wist niet goed hoe ze moesten omgaan met oude collaborateurs
(straffen of vergeven?).
Taalwetten werden niet goed nageleefd: Vlamingen kregen vaak minder kansen.
De Talentelling van 1947 liet zien dat Vlaanderen benadeeld werd.
Wat wilde de Volksunie?
Federalisme: Vlaanderen en Wallonië meer zelf laten beslissen.
Amnestie: vergeving voor mensen die tijdens WOII met de Duitsers
samenwerkten.
De eerste jaren: weinig succes (tot 1958)
In deze tijd was er de Schoolstrijd (ruzie over katholiek vs. neutraal onderwijs), dus
minder aandacht voor de VU.
De VU werd vaak neergezet als ‘partij van de zwarten’, dus niet populair.
De grote partij CVP vond de VU gevaarlijk en noemde hen ‘scheurmakers’
(verdelers van het land).
Na 1958: verbetering
Frans Van der Elst werd voorzitter (vanaf 1957) en zorgde voor meer actie in het
parlement.
De partij werd beter georganiseerd.
Na de Schoolstrijd kwamen er weer problemen tussen Vlamingen en Walen → dat
hielp de Volksunie.
Waarom was het toch moeilijk?
Voor kleinere partijen zoals de VU was het lastig, omdat:
Ze vaak maar één onderwerp hadden (bijv. Vlaams-nationalisme).
Ze hadden weinig geld.
Ze moesten duidelijk maken waar ze voor stonden.
De kiesdrempel (minimaal aantal stemmen) maakte het moeilijk om zetels te winnen
,3. Van zweeppartij naar oppositiepartij (1961-1970)
1961: Volksunie breekt door
Bij de verkiezingen van 1961 haalde de VU veel stemmen, vooral in steden.
De CVP verloor zwaar.
Er kwam een nieuwe regering (CVP + BSP) die zich bezighield met:
o Economie
o Taalgrensproblemen
De VU zat niet in de regering, maar had toch invloed.
Ze werd een ‘zweeppartij’: ze duwde andere partijen richting hun ideeën, zoals
federalisme.
1963: Congres in Mechelen
De VU wilde meer openstaan voor alle levensbeschouwingen (bijv. niet enkel
katholieken).
Maar dat zorgde voor twijfel en verdeeldheid in en buiten de partij.
Spanningen in de partij
Linkse en rechtse leden waren het vaak niet eens.
De band met VMO (extreemrechtse Vlaams-nationalisten) werd verbroken.
1965: Nieuwe verkiezingen → Groot succes
De VU had geluk met het politieke klimaat.
Nieuwe, bekende mensen zoals Hugo Schiltz, Coppieters en Anciaux zorgden voor
vernieuwing.
De partij werd beter georganiseerd en groeide verder.
Politieke situatie na 1965
PVV werd de grootste winnaar.
Twee regeringen volgden elkaar snel op:
o Harmel-Spinoy (CVP + BSP)
o VDB-De Clercq (CVP + PVV)
Belangrijke thema’s: Economie en de taalproblemen (zoals de strijd rond de
universiteit van Leuven)
Binnen de VU bleef er strijd tussen links en rechts:
o Rechts wilde meer Vlaamse actie.
o Links wilde een sociale en progressieve koers.
1968: Nog meer succes
De verkiezingen gingen vooral over taal en Vlaanderen-Wallonië.
De VU werd de 3e grootste partij in Vlaanderen.
Lode Claes probeerde de partij breder te maken.
, Nieuwe regering begon aan staatshervorming (verandering van hoe België bestuurd
wordt).
4. Van oppositiepartij tot regeringspartij (1971-1977)
1971: VU blijft stabiel, maar groeit niet
Bij de verkiezingen van 1971 winnen de Franstalige partijen (zoals FDF).
De VU blijft de 3e partij, maar groeit niet meer.
o Ze lijken hun maximum aantal kiezers bereikt te hebben.
o Binnen de partij ontstaat ruzie: moeten ze wel of niet meedoen aan een
regering?
1973: Nieuwe koers, nieuwe spanningen
De VU wil misschien toch meedoen aan een regering als het kan.
Dat idee zorgt voor spanningen tussen links en rechts binnen de partij.
Op een partijcongres in Oostende zegt Hugo Schiltz:
“Als de kans er is, dan kunnen we meedoen aan een regering.”
1974: Nieuwe verkiezingen
De regering Leburton valt door een politiek schandaal.
Er is ook een economische crisis (de oliecrisis).
Communautaire partijen, zoals de VU, verliezen stemmen.
De CVP wint, en Leo Tindemans wordt het gezicht van de partij.
o Mensen beginnen nu meer op personen te stemmen, niet alleen op partijen.
Voor het eerst mag de VU meedoen aan onderhandelingen voor een regering.
Interne ruzie in de VU
Binnen de partij is er strijd tussen Hugo Schiltz en Frans Van der Elst.
De rechtse vleugel wil geen compromissen sluiten.
Ze willen vasthouden aan hun eigen ideeën, ook als dat betekent dat ze niet in de
regering komen.