Filosofie
Inleiding: Nood aan mens- en wereldbeelden
Mensen zijn angstige wezens. We hebben zelf schrik om overmand te worden
door de schrik.
We hebben betekenissen nodig → cultuur
Cultuur is het beheerst geheel van betekenissen, belichaamd in tekens en
praktijken, relevant voor de identiteit van individuen of groepen.
Antwoorden op de vragen:
Wie ben ik? → Mensbeelden
Waar ben ik? → Wereldbeelden
Wat kunnen we doen? → Voorstelling van macht, hoe ingrijpen
De mens heeft geen juiste antwoorden nodig maar antwoorden waarin men
kan geloven.
In moderne wereld spelen redelijkheid en wetenschappelijkheid een grote rol
in het maken van deze mens- en wereldbeelden.
Het Grieks mirakel: begin van de filosofie
Eerste verschijningsvorm van redelijkheid: 6e – 5e eeuw voor Christus.
De filosofie, kind van de polis
Clisthenes vond de democratie uit in 508 v.C. en vormde dus de Griekse
stadstaat om tot democratie. Zo werd een gelijkheid (isonomia) gecreëerd
onder alle vrije burgers.
De tegensprekelijke discussie werd gehouden met vele gelijken (homoioi) in
het midden (es to meson) op de agora.
Zo wordt de machtuitoefening openbaar en werd er na een debat beslist op
basis van argumenten, ongeacht van die deze kwamen.
Kenmerken polis:
Intiem en wederkerig verband tussen ‘politiek’ en ‘logos’.
Openbaarheid van alles wat de polis aangaat.
Belangrijk is dat de gelijkheid niet sociaal maar wel juridisch is. Buiten de agora
tellen de autoriteiten wel weer.
Komt neer op het desacraliseren van de macht en van autoriteit.
1
, Filosofie begint met het overplaatsen van het ‘spel van de redelijkheid’ van het
domein van de politiek en de rechtspraak, naar het domein van de kennis.
In samenlevingen is kennis geen publieke zaak maar wordt deze toevertrouwd
aan bepaalde groepen → curiositas is dan ook slecht en gevaarlijk.
Binnen de redelijke gesprekken dat zoekt naar waarheid, is er altijd onwaar.
Kosmos als artefact
Filosofie werd ‘natuurfilosofie’ onder de naam van Anaximander in 550 v.C.
Ze vroegen naar de aard en de wording van de natuur. Men moest het
mythisch denken breken en rationaliserend naar de kosmos kijken.
Architectuurhistorici Indra Kagis McEwen legde bron bij het maken van
artefacten. → Daedalos leerde tafel en stoel maken van godin Minerva.
(daidalon = perfect werkstuk)
Introductie democratie en redelijkheid heeft invloed op het organiseren van
ruimte en stedenbouw/architectuur → agora in Athene.
Plato en het platonisme
Plato was leerling van Socrates, eerste met een geschreven oeuvre en stichter
academieschool van Athene.
Centraal in denken is ‘trauma van dood Socrates’. Hij werd veroordeeld en kon
zichzelf eruit praten maar daagde jury uit en dronk gifbeker, vroeg om haan te
offeren aan Asklepios, god van genezing.
Dit toonde aan de “spel van de rede” niet altijd rechtvaardig gebeurd. Het is
soms een vervalste redelijkheid. De vijand van de filosofie is dus de
schijnrationaliteit, de meningen.
Plato schetst dus een beeld van de ‘Ideale Staat’, waarin Socrates dus nooit
de gifbeker zou krijgen.
Ontologische dubbelheid (soorten werkelijkheid)
De leer van schijn en wezen. De werkelijkheid voor ons is niet de echte
werkelijkheid. Wat wij zien is slechts een afschaduwing.
Schijnwereld van worden → werkelijkheid van ware en eeuwige vormen
‘Platoons realisme’ = overtuiging dat vormen op zichzelf bestaan.
Schoonheid is de manier waarop het ideale doorschijnt in het zintuigelijke.
Objectieve esthetica heeft als basis het zijn van de dingen en niet smaak.
Epistemologische dubbelheid (soorten kennis)
2
Inleiding: Nood aan mens- en wereldbeelden
Mensen zijn angstige wezens. We hebben zelf schrik om overmand te worden
door de schrik.
We hebben betekenissen nodig → cultuur
Cultuur is het beheerst geheel van betekenissen, belichaamd in tekens en
praktijken, relevant voor de identiteit van individuen of groepen.
Antwoorden op de vragen:
Wie ben ik? → Mensbeelden
Waar ben ik? → Wereldbeelden
Wat kunnen we doen? → Voorstelling van macht, hoe ingrijpen
De mens heeft geen juiste antwoorden nodig maar antwoorden waarin men
kan geloven.
In moderne wereld spelen redelijkheid en wetenschappelijkheid een grote rol
in het maken van deze mens- en wereldbeelden.
Het Grieks mirakel: begin van de filosofie
Eerste verschijningsvorm van redelijkheid: 6e – 5e eeuw voor Christus.
De filosofie, kind van de polis
Clisthenes vond de democratie uit in 508 v.C. en vormde dus de Griekse
stadstaat om tot democratie. Zo werd een gelijkheid (isonomia) gecreëerd
onder alle vrije burgers.
De tegensprekelijke discussie werd gehouden met vele gelijken (homoioi) in
het midden (es to meson) op de agora.
Zo wordt de machtuitoefening openbaar en werd er na een debat beslist op
basis van argumenten, ongeacht van die deze kwamen.
Kenmerken polis:
Intiem en wederkerig verband tussen ‘politiek’ en ‘logos’.
Openbaarheid van alles wat de polis aangaat.
Belangrijk is dat de gelijkheid niet sociaal maar wel juridisch is. Buiten de agora
tellen de autoriteiten wel weer.
Komt neer op het desacraliseren van de macht en van autoriteit.
1
, Filosofie begint met het overplaatsen van het ‘spel van de redelijkheid’ van het
domein van de politiek en de rechtspraak, naar het domein van de kennis.
In samenlevingen is kennis geen publieke zaak maar wordt deze toevertrouwd
aan bepaalde groepen → curiositas is dan ook slecht en gevaarlijk.
Binnen de redelijke gesprekken dat zoekt naar waarheid, is er altijd onwaar.
Kosmos als artefact
Filosofie werd ‘natuurfilosofie’ onder de naam van Anaximander in 550 v.C.
Ze vroegen naar de aard en de wording van de natuur. Men moest het
mythisch denken breken en rationaliserend naar de kosmos kijken.
Architectuurhistorici Indra Kagis McEwen legde bron bij het maken van
artefacten. → Daedalos leerde tafel en stoel maken van godin Minerva.
(daidalon = perfect werkstuk)
Introductie democratie en redelijkheid heeft invloed op het organiseren van
ruimte en stedenbouw/architectuur → agora in Athene.
Plato en het platonisme
Plato was leerling van Socrates, eerste met een geschreven oeuvre en stichter
academieschool van Athene.
Centraal in denken is ‘trauma van dood Socrates’. Hij werd veroordeeld en kon
zichzelf eruit praten maar daagde jury uit en dronk gifbeker, vroeg om haan te
offeren aan Asklepios, god van genezing.
Dit toonde aan de “spel van de rede” niet altijd rechtvaardig gebeurd. Het is
soms een vervalste redelijkheid. De vijand van de filosofie is dus de
schijnrationaliteit, de meningen.
Plato schetst dus een beeld van de ‘Ideale Staat’, waarin Socrates dus nooit
de gifbeker zou krijgen.
Ontologische dubbelheid (soorten werkelijkheid)
De leer van schijn en wezen. De werkelijkheid voor ons is niet de echte
werkelijkheid. Wat wij zien is slechts een afschaduwing.
Schijnwereld van worden → werkelijkheid van ware en eeuwige vormen
‘Platoons realisme’ = overtuiging dat vormen op zichzelf bestaan.
Schoonheid is de manier waarop het ideale doorschijnt in het zintuigelijke.
Objectieve esthetica heeft als basis het zijn van de dingen en niet smaak.
Epistemologische dubbelheid (soorten kennis)
2