Samenvatting celbiologie
H1 Inleiding
Gemeenschappelijke functies van alle levende wezens:
1. Reactievermogen (prikkels)
Reactie op verandering in onmiddelijke omgeving, korte/lange termijn (aanpassing)
2. Groei
Toename door celdeling, of groei cel (eencelligen)
3. Voortplanting
Nieuwe generaties zelfde organisme
4. Beweging
Inwendig transport of voortbeweging uitwendig
5. Metabolisme (stofwisseling)
Complexe chemische reacties om energie te leveren voor groei, voortplantig, beweging,
synthese eiwitten
Rechtstreeks met omgeving (eencelligen) of via spijsvertering
Taxonomie = de wetenschap die zich bezighoudt met het indelen van organismen in TAXA (enkv.
Taxon)
Nomenclatuur = geen wetenschap maar wel een set regels die aangeeft welke naam voor een taxon
gebruikt moet/mag worden
Soort: onderling voortplanten en nakomelingen die vruchtbaar zijn vb.
Equus ferus (paard) en equus africanus (ezel)
Geslacht: dieren van verschillende soort maar toch gelijkende
kenmerken (geslachtsnaam hetzelfde) vb. Panthera pardus en panthera
tigris
Familie: groeperen de geslachten met overeenkomstige kenmerken
vb. familie van katachtigen (felidae)
Orde: roofdieren
Klasse: zoogdieren, vogels, reptielen, amfibien, vissen
Hoofdafdeling gewervelden
Rijk: dieren
→ hoe verder naar beneden, hoe meer ze op elkaar lijken
,Oud classificatiesysteem: 5 rijken
1. Moneren
2. Protisten
3. Zwammen
4. Planten
5. Dieren
→ Indeling van organismen op basis van bouw, aanwezigheid celwand en voeding.
Termen worden nog vaak informeel gebruikt
Protisten verzamelnaam van eencellige of meercellige eukaryote organismen
Huidig classificatiesysteem: 3 domeinen
Levensboom: toont verwantschappen, gemeenschappelijke voorouder, elke aftakking =
gemeenschappelijke voorouder
→Verandert constant, recent: DNA, verschillen in celstructuur en stofwisseling
Endosymbiont theorie: bacterie aan de basis van ontstaan mitochondriën/chloroplasten
Prokaryoot: vroegere moneren: Bacteria en Archaea (hebben een speciale membraanstructuur, zijn
beter bestand tegen extreme omstandigheden vb. warmwaterbron, zoutmeren)
Levensboom niet volledig kennen.
,Te kennen: zwart omkaderde
= Domein Eukarya met 4 supergroepen!
→ elke supergroep is opgebouwd uit 1 of meerdere rijken
, Focus van deze cursus: planten en dieren
Planten:
Voedingswijze: Autotroof (= halen energie uit anorganische stoffen), fotosynthese
Bouw: wortel, stengel, blad
Celwand en samenstelling: cellulose (= bestanddeel celwand)
Dieren:
Voedingswijze: Heterotroof (= halen energie uit organische stoffen), inwendige vertering van
organisch voedsel
Bouw: verschillende orgaanstelsels
Celwand en samenstelling: celwand afwezig
H1 Inleiding
Gemeenschappelijke functies van alle levende wezens:
1. Reactievermogen (prikkels)
Reactie op verandering in onmiddelijke omgeving, korte/lange termijn (aanpassing)
2. Groei
Toename door celdeling, of groei cel (eencelligen)
3. Voortplanting
Nieuwe generaties zelfde organisme
4. Beweging
Inwendig transport of voortbeweging uitwendig
5. Metabolisme (stofwisseling)
Complexe chemische reacties om energie te leveren voor groei, voortplantig, beweging,
synthese eiwitten
Rechtstreeks met omgeving (eencelligen) of via spijsvertering
Taxonomie = de wetenschap die zich bezighoudt met het indelen van organismen in TAXA (enkv.
Taxon)
Nomenclatuur = geen wetenschap maar wel een set regels die aangeeft welke naam voor een taxon
gebruikt moet/mag worden
Soort: onderling voortplanten en nakomelingen die vruchtbaar zijn vb.
Equus ferus (paard) en equus africanus (ezel)
Geslacht: dieren van verschillende soort maar toch gelijkende
kenmerken (geslachtsnaam hetzelfde) vb. Panthera pardus en panthera
tigris
Familie: groeperen de geslachten met overeenkomstige kenmerken
vb. familie van katachtigen (felidae)
Orde: roofdieren
Klasse: zoogdieren, vogels, reptielen, amfibien, vissen
Hoofdafdeling gewervelden
Rijk: dieren
→ hoe verder naar beneden, hoe meer ze op elkaar lijken
,Oud classificatiesysteem: 5 rijken
1. Moneren
2. Protisten
3. Zwammen
4. Planten
5. Dieren
→ Indeling van organismen op basis van bouw, aanwezigheid celwand en voeding.
Termen worden nog vaak informeel gebruikt
Protisten verzamelnaam van eencellige of meercellige eukaryote organismen
Huidig classificatiesysteem: 3 domeinen
Levensboom: toont verwantschappen, gemeenschappelijke voorouder, elke aftakking =
gemeenschappelijke voorouder
→Verandert constant, recent: DNA, verschillen in celstructuur en stofwisseling
Endosymbiont theorie: bacterie aan de basis van ontstaan mitochondriën/chloroplasten
Prokaryoot: vroegere moneren: Bacteria en Archaea (hebben een speciale membraanstructuur, zijn
beter bestand tegen extreme omstandigheden vb. warmwaterbron, zoutmeren)
Levensboom niet volledig kennen.
,Te kennen: zwart omkaderde
= Domein Eukarya met 4 supergroepen!
→ elke supergroep is opgebouwd uit 1 of meerdere rijken
, Focus van deze cursus: planten en dieren
Planten:
Voedingswijze: Autotroof (= halen energie uit anorganische stoffen), fotosynthese
Bouw: wortel, stengel, blad
Celwand en samenstelling: cellulose (= bestanddeel celwand)
Dieren:
Voedingswijze: Heterotroof (= halen energie uit organische stoffen), inwendige vertering van
organisch voedsel
Bouw: verschillende orgaanstelsels
Celwand en samenstelling: celwand afwezig