100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Inleiding in de gezondsheidspsychologie

Beoordeling
3,0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
61
Geüpload op
24-11-2025
Geschreven in
2024/2025

Een uitgebreide samenvatting van het boek: Health Psychology - Biopsychosocial interactions van Sarafino & Smith voor de module Inleiding in de gezondsheidspsychologie (H1 t/m H14).

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 t/m 14
Geüpload op
24 november 2025
Aantal pagina's
61
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

HEALTH PSYCHOLOGY

H1: AN OVERVIEW OF PSYCHOLOGY AND HEALTH
Objectieve symptomen: meetbare symptomen.
Subjectieve symptomen: niet-meetbare symptomen (misselijkheid, pijn etc.).

Maar: gezondheid en ziekten overlappen elkaar.
Antonovsky: concepten van ziekten en gezondheid beschouwen als een spectrum,
waarbij het belangrijk is om de focus te leggen op wat mensen gezond houdt en niet
op wat hen ziek maakt.

Ziekte/gezondheid spectrum: dood aan de ene kant en optimale gezondheid aan
de andere kant (Gezondheid – ziekte/verwonding). Ziektespectrum bestaat uit:
tekenen  symptomen  beperkingen.

Gezondheid: positieve staat van fysieke, mentale en sociale gemoedstoestand en
niet enkel de afwezigheid van ziekten. Overtijd varieert deze staat op het spectrum.

17e/18e/19e eeuw: voeding gerelateerde ziekten, door ondervoeding en
infectieziekten (is nog steeds één van de meest voorkomende doodsoorzaken).

Een voorbeeld van de veranderingen in ziektepatronen in ontwikkelde landen, komt
van de ziektegeschiedenis van de US. Zo brachten Europeanen diverse ziekten met
zich mee.

Ziekteverspreiding heeft twee redenen: Inheemse Amerikanen waren niet eerder aan
deze micro-organismen blootgesteld, waardoor zij een gebrek hadden aan
opgebouwde immuniteit en immuun functies van Inheemse Amerikanen waren
minder effectief door een beperkte genetische variatie binnen hun populatie.

Infectieziekten namen sterk af door preventieve maatregelen zoals verbeterde
hygiëne, betere resistentie (door betere voeding), en publieke gezondheidsinnovaties
(waterreinigingssystemen). Sterftegevallen namen af, omdat minder mensen besmet
raakte door deze preventieve maatregelen.

Tegenwoordig: de voornaamste gezondheidsproblemen en doodsoorzaken in
ontwikkelde landen zijn chronische ziekten (wereldwijd de oorzaak van de helft van
de sterftegevallen). Redenen waarom chronische ziekten nu meer een rol spelen dan
vroeger: meer mensen bereiken de leeftijd waarop het oplopen van chronische ziekte
waarschijnlijker is, de groei van de industrialisatie (verwondingen oplopen= de
voornaamste doodsoorzaak bij kinderen en adolescenten) en de verhoogde
blootstelling aan stress en chemische stoffen.

Speelt de geest een rol in of mensen ziekten ontwikkelen of niet?
Trepanatie: gaten in de schedel maken om ziekte veroorzakende demonen het hoofd
te doen verlaten.

Filosofen uit de Griekse en Romeinse tijd schreven de eerste ideeën over:
Psychologie, ziekteverloop en de geest (500 – 300 V.C.).

Hippocrates: humorale theorie, waarbij het lichaam bestaat uit vier vloeistoffen
(humores). Wanneer de humores in balans zijn, verkeren we in een gezonde staat.
Ziekten ontstaan wanneer er disbalans is.

Plato: lichaam en geest zijn aparte entiteiten (dit werd voor 1.000 jaar
aangehouden).


1

,Tegenwoordig: mind/body problem: de vraag wat de precieze relatie is tussen
lichaam en geest?
Galen: verschillende ziekten kunnen worden gelokaliseerd en hebben verschillende
effecten.
Middeleeuwen: kerkelijke invloeden vertraagde anatomische ontwikkelingen (geloof
in demonen werd opnieuw sterk, evenals dat ziekte een straf was van God voor
slechte daden).

Renaissance (14de/15de eeuw): verschuiven van God naar mens  Wetenschappelijke
revolutie.
Descartes: lichaam en geest als aparte entiteiten, gepaard met drie belangrijke
innovaties: lichaam als machine, met de beschrijving hoe actie en sensatie
voorkomen (1), lichaam en geest kunnen communiceren via de pijnappelklier (2) en
dieren hebben geen ziel en de menselijke ziel verlaat het lichaam na overlijden (3) 
Dissectie was nu een aanvaardbare methode.

19e eeuw: biomedisch model: stelt voor dat alle ziekten of fysieke aandoeningen
verklaarbaar zijn door verstoringen in fysiologische processen, die het resultaat zijn
van verwonding, biomedische disbalans, bacteriën of infectie. Het biomedische
model beschouwt ziekte als een puur lichamelijk probleem, los van psychologische
en sociale invloeden. Dit model gaat uit van een fysieke oorzaak voor ziekte en ziet
de ziekte als iets dat kan worden gediagnosticeerd en behandeld met medische
interventies zoals medicijnen, chirurgie of therapie.

In het biomedische model worden psychologische en sociale factoren vaak als
irrelevant beschouwd voor het ontstaan of de behandeling van ziekte. Het kijkt dus
alleen naar het lichaam zelf en niet naar hoe mentale processen, emoties of sociale
omstandigheden bijdragen aan ontstaan of herstel van ziekte. Model is nuttig voor
het begrijpen en behandelen van lichamelijke ziekten, maar houdt geen rekening met
de interacties tussen lichaam, geest en omgeving die bij veel chronische
aandoeningen een rol spelen.

Osler: de geest heeft wel invloed op het ontstaan van ziekten (de focus in modern
medisch onderzoek).

Geneeskunde is genoodzaakt om een begrip te krijgen van een gezond en ongezond
functioneren van het lichaam. Waarna kan worden begrepen hoe psychologische
factoren invloed hebben op gezondheid en ziekte en hoe hiermee om te gaan. Het is
hierin van belang dat de gezondheidspsycholoog op de hoogte is van huidige
medische tests en behandelingen en hoe deze worden toegepast.

Voor het begrijpen hoe medische aandoeningen de patiënt zijn psychologische- en
sociale functioneren kunnen aantasten, is het van belang om te begrijpen hoe zij de
aandoening ervaren en de procedures die zij ondergaan. Zij richten zich hiermee op
het gedrag van de patiënt, maar ook op dat van de zorgverlener.

Epidemiologie: wetenschap die de frequentie van ziekte bestudeerd.  Is nodig
voor het begrijpen van de context waarin ziekte en gezondheid zich voordoet (welke
ziekten komen waar voor?)

Epidemiologie gebruikt verschillende termen voor het verwoorden van hun
bevindingen:
- Moraliteit: dood (vaak op grote schaal).
- Morbiditeit: ziekte, verwonding of beperking (elke afwijking van gezondheid).
- Prevalentie: hoeveelheid gevallen op een specifiek moment.

2

, - Incidentie: hoeveelheid nieuwe gevallen over een specifieke periode.
- Epidemisch: In hoeverre de incidentie is gestegen.
-
Rate: voegt relativiteit toe aan de betekenis.

Biomedisch model vraagt om verandering, omdat: ziektepatronen, m.n. in
ontwikkelde landen, zijn veranderd omdat mensen door de tijd heen ook zijn
veranderd: men is zich meer bewust van signalen en symptomen van ziekte, meer
gemotiveerd om voor zichzelf te zorgen en hebben een betere toegang tot de
gezondheidszorg dan vroeger. Deze factoren zijn gerelateerd aan psychologische- en
sociale aspecten van de mens, maar ‘’de mens’’ als uniek individu is niet opgenomen
in het biomedisch model.

Psychologische- en sociale aspecten spelen ook een rol bij het ontstaan en de
instandhouding van ziekten.

Twee factoren:
- Leefstijl: dagelijkse gedragspatronen (hygiëne, voeding etc.), kan chronische
ziekten doen verminderen.

Risicofactoren: eigenschappen of omstandigheden die de kans op het ontwikkelen
van een ziekte of letsel vergroten. Risicofactoren kunnen een biologische grondslag
hebben, maar ook een gedragsmatige grondslag. Het gaat hierbij om: biologisch (wat
mensen hebben) en gedragsmatig (wat mensen doen). Slechte
gezondheidsgedragingen brengen vaak directe bevrediging, maar kunnen ook
ontstaan door sociale druk, kunnen veranderen in sterke gewoontes (verslaving) of er
is een gebrek aan gevarenherkenning van de slechte gezondheidsgedragingen of hoe
deze effectief te veranderen.

- Persoonlijkheid: iemands cognitieve, affectieve of gedragsmatige neigingen
die stabiel zijn over tijd en in verschillende situaties (denk aan: mate aan
voorzichtigheid, positieve emoties, depressie, pessimisme, vijandigheid of
angst).
Deze laatste vier zijn reacties die vaak voorkomen bij stress, iemand met een minder
positieve persoonlijkheid is meer vatbaar voor ziekte en de instandhouding hiervan.

De rol van Psychologie in ziekten:
Psychoanalytische theorie (Freud): men vertoont fysieke symptomen, zonder
organische oorzaak. Deze symptomen kwamen voort uit onbewuste emotionele
conflicten 
Conversion hysteria (psychologische stress uit zich in fysieke symptomen) en Glove
anesthesia (psychosomatisch symptoom).  leidde tot de ontwikkeling van
psychosomatische geneeskunde, betrof het eerste veld toegewijd aan bestuderen
van de wisselwerking tussen emoties en lichamelijke processen.

Psychosomatische geneeskunde (1930): Zowel lichaam als geest zijn betrokken
bij de symptomen. Vroeg onderzoek was gericht op psychoanalytische interpretaties
voor specifieke gezondheidsproblemen (bijv. een bloedende zweer voortkomend uit
onzekere- en afhankelijke gevoelens jegens moeder, d.m.v. therapie en een reductie
in deze gevoelens, maakte dat de zweer wegging).

Gedragsgeneeskunde (1970): twee prominente kenmerken:
Het is een interdisciplinair vakgebied en werd het Behaviorisme binnen de
psychologie, waarbij men veronderstelde dat er twee manieren van leren bestaan:
Klassieke- en operante conditionering.



3

, Biofeedback: Iemands psychologische processen, worden gemonitord door de
persoon in kwestie, zodat diegene hier bewuste beheersing over kan krijgen
(includeert operante conditionering, waarbij de feedback dient als bekrachtiging).

Epidemiologie: speelt een rol in het identificeren van risicofactoren en
gezondheidsverschillen binnen een populatie (waar liggen de hogere/lagere risico’s?)
en bestudeert de frequentie van ziekten.

Sociologie: bestudeert groepen of gemeenschappen en evalueert de impact van
verschillende sociale factoren (zoals de media).

Medische sociologie: een subdiscipline dat zich richt op gezondheid, ziekte en de
gezondheidszorg  Hoe zijn sociale factoren van invloed op gezondheid en welzijn?

Antropologie: bestudeert verschillende culturen. Medische antropologie: Hoe
verschilt het voorkomen en de definitie van ziekte tussen culturen, hoe reageert men
op ziekten en welke methoden gebruiken zij?

Sociologie en antropologie maken het mogelijk om een brede kijk te hebben op
sociaal- en cultureel vlak van medische kwesties en om verschillende manieren van
ziekte-interpretatie en genezing te betrekken.

Gezondheidsbeleid: richt zich op ideeën en keuzes van de regering en andere
organisaties (verzekeraars).

Allen gecombineerd geven een volledig beeld van waarin van het sociale systeem,
waarin ziekte, gezondheid en de persoon bestaat en zich ontwikkeld.
Gezondheidspsychologie: Behaviorisme als belangrijke grondslag. Vier doelen
gezondheidspsychologie:
- Het bevorderen en behouden van gezondheid (voorlichtingen en media
campagnes).
- Het voorkomen en behandelen van ziekten (patiënt ondersteunen in
aanpassing).
- Het identificeren van oorzaken en diagnostische correlaties van gezondheid,
ziekten en gerelateerde disfuncties (bijv. zoals de hiervoor genoemde
persoonlijkheidstrekken).
- Het analyseren en verbeteren van gezondheidszorgsystemen en beleid (wat
helpt op het gebied van gezondheidsadviezen aan patiënten bijv.).

Voornaamste verschil tussen psychosomatische- en gedragsgeneeskunde en
gezondheidspsychologie betreft de aandacht die er wordt besteed aan diverse
onderwerpen en de hierbij betrokken disciplines. Alle drie de gebieden berusten op
het punt dat gezondheid en ziekte voortkomen uit een samenhang tussen biologisch,
psychologisch en sociale oorzaken.

In de gezondheidspsychologie kan er sprake zijn van directe- of indirecte hulp:

Directe hulp: rechtstreeks in contact met patiënten (psychologische aanpassing en
handhaving aan en van gezondheidsproblemen)  therapie voor emotionele- en
sociale aanpassingsproblemen dat door ziekte kan worden veroorzaakt (depressieve
klachten reduceren / pijnbeheersing d.m.v. biofeedback).

Indirecte hulp: onderzoek verschaft informatie over leefstijl- en
persoonlijkheidsfactoren bij ziekte en verwonding. Hiermee kunnen programma’s
worden ontwikkeld die mensen ondersteunen in het hanteren van een meer gezonde



4

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
1 week geleden

.

3,0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
roosdegraaf1998 Open Universiteit
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
24
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
20
Documenten
5
Laatst verkocht
1 maand geleden

4,0

9 beoordelingen

5
3
4
3
3
3
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen