Taal 2
DEEL 1 Taalbeschouwing
1. Taalbeschouwing beschouwd (p. 10)
Taalbeschouwing:
overkoepelende term
(1) taalsystemen
(2) taalgebruik
nadenken over een aspect van taal
Mondeling taalgebruik ontwikkelt tijdens differentiatiefase:
veel nieuwe woordenschat
complexe zinnen
Conclusie: meer nadenken over taal = taalbeschouwing
1.1 Taalsysteem (p. 11)
Stilstaan bij het vormelijke gezicht van taal
Klanken Herkennen (rijmen) woorddelen & aparte klanken hakken en
plakken
Letters Visuele beeld van een klank = letterbeeld
Woorden Vorm en betekenis van woorden
(1) vorm samenstellingen, verkleinwoorden, …
(2) betekenis
Zinnen Meerdere woorden vormen korte / lange zinnen onthouden en
vervolledigen
Teksten Verschillende soorten teksten ontdekken
1.2 Taalgebruik (p. 12)
Mondeling of schriftelijk taalgebruik
Onderzoeken van communicatieve situaties
taal aanpassen aan de situatie
Componenten van taalgebruik: zender, de boodschap, de ontvanger, de
werkelijkheid van de boodschap, bedoeling van de communicatie, de
manier waarop, de omstandigheden, effect en reactie.
1
,1.2.1 Mondeling taalgebruik (p 12)
Verschillen tussen talen en tonen
talen: dialect, vreemde taal
tonen: inlevingsvermogen, mimiek, ..
Gevolg: groot effect op communicatieve situatie
Rollenspel, poppenspel, vertelling, … mogelijkheden om de
verschillende vormen van mondeling taalgebruik te leren kennen
1.2.3 Schriftelijk taalgebruik (p. 12)
Verschillende mogelijkheden met typische eigenschappen
Bv. boodschappenlijstje, uitnodiging voor feestje
2. Het taalbeschouwende kind (p.13)
2.1 Metalinguïstisch bewustzijn (p. 13)
Objectivatie:
= taal los van de betekenis leren zien
Voorbeeld: reus / kabouter langste woord? antwoord: ‘reus’
Conclusie: metalinguïstisch bewustzijn onvoldoende ontwikkeld
denken weinig/niet na over taalgebruik & taalsystemen
oudste kleuters kunnen dit mits ondersteuning
2.2 Taalvaardigheid (p.13)
Expressie, woordenschat en communicatie
Doel: ervaringen & gedachte vlot kunnen verwoorden + gevoeligheid voor
taalbeschouwing aanwakkeren
jonge kleuters: moeilijk om taal van op een afstand te bekijken en
erover te reflecteren
Voorbeeld: Iemand met andere taal “He, die praat raar!” KO werkt
rond vreemde talen in een opdracht
2.3 Plaats in het kleuteronderwijs (p. 14)
Waarom belangrijk?
Abstract Afstand nemen van realiteit belangrijk in het verdere
onderwijs
Spontaan Uitdagende en motiverende opdrachten interesse
2
, interesse aanwakkeren
Doel: op een positieve manier met taaldiversiteit
omgaan
Taalvaardigheid Inzicht krijgen in taalgebruik en taalsysteem
onderzoeken van de gevolgen van spreekgedrag
Vb.: ‘Roepen als je boos bent.’
Beginnende Goed begrijpen wat schriftelijke taal is (klank, letter en
geletterdheid woord) invloed op leren lezen en schrijven
2.4 Plaats in de leerplannen (p. 15-16)
Ontwikkelingsdoelen:
Vormen van mondelinge communicatie herkennen
Boodschappen visueel bewaren / opnieuw opnemen
Boodschappen vastleggen met schrift
Symbolen om boodschappen over te dragen
Reflecteren over taal en taalgebruik in concrete situaties (discrimineren,
ritmisch aspect, intonatie en mimiek)
KOV – taalbeschouwing Nederlands:
(1) taalgebruik
reflectie en inzicht in communicatie
respect voor eigen en andere talen
Voorbeeld: nadenken over communicatieve situaties aan de hand van
communicatiemodel
(2) taalsysteem
klanken, woorden, teksten, feiten, meningen, betekenissen en
letters
respect voor eigen en andere talen
Voorbeeld: woorden hetzelfde klinken waarnemen en zich erover
verwonderen (rijmen)
Gemeenschapsonderwijs
3
DEEL 1 Taalbeschouwing
1. Taalbeschouwing beschouwd (p. 10)
Taalbeschouwing:
overkoepelende term
(1) taalsystemen
(2) taalgebruik
nadenken over een aspect van taal
Mondeling taalgebruik ontwikkelt tijdens differentiatiefase:
veel nieuwe woordenschat
complexe zinnen
Conclusie: meer nadenken over taal = taalbeschouwing
1.1 Taalsysteem (p. 11)
Stilstaan bij het vormelijke gezicht van taal
Klanken Herkennen (rijmen) woorddelen & aparte klanken hakken en
plakken
Letters Visuele beeld van een klank = letterbeeld
Woorden Vorm en betekenis van woorden
(1) vorm samenstellingen, verkleinwoorden, …
(2) betekenis
Zinnen Meerdere woorden vormen korte / lange zinnen onthouden en
vervolledigen
Teksten Verschillende soorten teksten ontdekken
1.2 Taalgebruik (p. 12)
Mondeling of schriftelijk taalgebruik
Onderzoeken van communicatieve situaties
taal aanpassen aan de situatie
Componenten van taalgebruik: zender, de boodschap, de ontvanger, de
werkelijkheid van de boodschap, bedoeling van de communicatie, de
manier waarop, de omstandigheden, effect en reactie.
1
,1.2.1 Mondeling taalgebruik (p 12)
Verschillen tussen talen en tonen
talen: dialect, vreemde taal
tonen: inlevingsvermogen, mimiek, ..
Gevolg: groot effect op communicatieve situatie
Rollenspel, poppenspel, vertelling, … mogelijkheden om de
verschillende vormen van mondeling taalgebruik te leren kennen
1.2.3 Schriftelijk taalgebruik (p. 12)
Verschillende mogelijkheden met typische eigenschappen
Bv. boodschappenlijstje, uitnodiging voor feestje
2. Het taalbeschouwende kind (p.13)
2.1 Metalinguïstisch bewustzijn (p. 13)
Objectivatie:
= taal los van de betekenis leren zien
Voorbeeld: reus / kabouter langste woord? antwoord: ‘reus’
Conclusie: metalinguïstisch bewustzijn onvoldoende ontwikkeld
denken weinig/niet na over taalgebruik & taalsystemen
oudste kleuters kunnen dit mits ondersteuning
2.2 Taalvaardigheid (p.13)
Expressie, woordenschat en communicatie
Doel: ervaringen & gedachte vlot kunnen verwoorden + gevoeligheid voor
taalbeschouwing aanwakkeren
jonge kleuters: moeilijk om taal van op een afstand te bekijken en
erover te reflecteren
Voorbeeld: Iemand met andere taal “He, die praat raar!” KO werkt
rond vreemde talen in een opdracht
2.3 Plaats in het kleuteronderwijs (p. 14)
Waarom belangrijk?
Abstract Afstand nemen van realiteit belangrijk in het verdere
onderwijs
Spontaan Uitdagende en motiverende opdrachten interesse
2
, interesse aanwakkeren
Doel: op een positieve manier met taaldiversiteit
omgaan
Taalvaardigheid Inzicht krijgen in taalgebruik en taalsysteem
onderzoeken van de gevolgen van spreekgedrag
Vb.: ‘Roepen als je boos bent.’
Beginnende Goed begrijpen wat schriftelijke taal is (klank, letter en
geletterdheid woord) invloed op leren lezen en schrijven
2.4 Plaats in de leerplannen (p. 15-16)
Ontwikkelingsdoelen:
Vormen van mondelinge communicatie herkennen
Boodschappen visueel bewaren / opnieuw opnemen
Boodschappen vastleggen met schrift
Symbolen om boodschappen over te dragen
Reflecteren over taal en taalgebruik in concrete situaties (discrimineren,
ritmisch aspect, intonatie en mimiek)
KOV – taalbeschouwing Nederlands:
(1) taalgebruik
reflectie en inzicht in communicatie
respect voor eigen en andere talen
Voorbeeld: nadenken over communicatieve situaties aan de hand van
communicatiemodel
(2) taalsysteem
klanken, woorden, teksten, feiten, meningen, betekenissen en
letters
respect voor eigen en andere talen
Voorbeeld: woorden hetzelfde klinken waarnemen en zich erover
verwonderen (rijmen)
Gemeenschapsonderwijs
3