Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 100 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Belgisch Publiekrecht UGent

Document preview thumbnail
Voorbeeld 10 van de 100 pagina's

een grote samenvatting van het gehele boek + slides van Belgisch Publiekrecht aan de UGent

Voorbeeld van de inhoud

Belgisch Publiekrecht
Inleiding
Recht = Rationeel opgebouwd geheel van door de overheid uitgevaardigde en
via sancties afdwingbare normen die dienen tot organisatie, handhaving of
herstel van de orde in de samenleving
Het recht heeft als doel om regels op te maken die orde in de samenleving
scheppen  als er geen regels zijn, is een mensenleven weinig waart (sterkste
zou altijd winnen)
- Ervoor zorgen dat alles eerlijk verloopt
Het recht is een systeem en vertoont dus een onderlinge samenhang
- Eigen begrippenkader  iedereen moet weten wat een bepaalde term
betreft = iedereen moet het begrijpen
- Ook een onderliggende basiswaarden
o Rechtszekerheid = gelijke gevallen moeten op gelijk wijze
behandeld worden
 Een bepaalde wet moet op iedereen van toepassing zijn
o Maar niet iedereen kan aan de zelfde regels onderworpen worden 
Bilijkheid
 Bepaalde mensen moeten bv. minder belastingen betalen dan
anderen o.b.v. hun inkomen
o De twee moeten elkaar in evenwicht houden

Het recht kan afgedwongen worden !!!
- Deze afgedwongen regels zijn niet hetzelfde als morele of godsdienstige
regels
o Bv. Ik ben vegetariër en eet 1 keer een hamburger  krijg je geen
boete voor
- Wanneer je een rechtsregel overtreedt kan de overheid deze afdwingen
door een straf te voorzien
Recht probeert de maatschappij te ordenen, evoluties te scheppen
- De orde gaat wetten en regels creëren  bedoeld om de maatschappij te
ordenen
- Hier komt een reactie op van de maatschappij
- En deze druk heeft dan weer invloed op het recht
o Bv. een wet toch niet invoeren als gevolg van een staking of hevige
reactie van het publiek
Recht kan ook opgedeeld worden in het hoogste onderscheid (= Summa
Divisio)
- Privaatrecht
o Tussen individuen
o Of tussen rechtspersonen (VZW bv?)
o Rechtstakken:
 Erfrecht

,  Contractrecht
 Huwelijksrecht
- Publiekrecht
o Tussen overheden en individuen/organisaties
o Of tussen overheden
o Rechtstakken:
 Staatsrecht en bestuursrecht, mensenrecht,
Veel rechtstakken bevinden zich ook tussen de twee  niet makkelijk te
onderscheiden (bv. Arbeidscontract)
De kernboodschap van het vak: België is een meer gelaagde, democratische
rechtsstaat in Europa

Deel I: Krachtlijnen
1. De Belgische staat
Staat heeft publiekrechtelijke context  Hoe kunnen staten ontstaan?
1) Oorspronkelijk ontstaan:
- Stuk grond dat van niemand was kopen  er een stad opbouwen  blijven
uitbreiden tot het een land is
- Niet meer mogelijk nu  er is geen ongeclaimd land meer op de wereld
(buiten Zuidpool)
2) Afgeleid ontstaan (nu)
- Dekolonisatie = gekoloniseerde staten die afscheuren van de bezetter en
onafhankelijk worden
o Bv: Congo
- Secessie = wanneer een deel van een land zich wil afsplitsen van een
land
o Een deel van het volk voelt zich niet verwant met het land
o Bv. Catalonië, ook België is afgesplitst van het KDN
o Een heel lang en moeizaam proces
- Dismembratio = “uiteenvallen”  wanneer een staat uiteenvalt in
meerdere aparte staten
o Bv. Tsjechoslowakije
- Fusie = 2 of meer afzonderlijke staten die 1 staat worden
o Eenmaking van Duitsland

1.1 Het ontstaan van België
Congres van Wenen (1814):
- Napoleon was verslagen  Naar Elba
- De overwinnende landen gingen rond de tafel zitten om een plan voor EU
uit te tekenen om zo eeuwige vrede te creëren
- = Frankrijk moest ingedamd worden:
o Bufferstaten rond Frankrijk oprichten
o Vorstendom Nederland in het Noorden was te klein en moest dus
groter en sterker worden

, o Stuk van Frankrijk aan Nederland plakken + Luxemburg + Duitse
Provincies  Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815)
onder leiding van koning Willem I
 Had een standbeeld in Gent
 Gent: notoir Orangist = pro Nederlands bewind


Zuidelijke provincies waren niet tevreden:
- Willem I was zeer autoritair
- Economische tegenstellingen: handel (noord) vs. Industrie (zuid)
- Politieke ondervertegenwoordiging van de Zuidelijke provincie
- Inmenging Kerk: protestants (noord) vs. Katholiek (zuid)
- Beknotting persvrijheid
- Toen ook  Taalconflict
o Noorden = Nederlandstalig
o Zuiden = Franstalig

Monsterverbond van de Zuidelijke elites:
- De twee grote groepen (Katholieken en Liberalen uit het Zuiden) sloegen
de handen in elkaar en gaven tegengas tegen Willem I
= Spanningen bleven oplopen
- Onafhankelijkheidstrijd barst los
- Het huidig beleid moest veranderen
- Gebeurde niet
De Stomme van Portici:
- Opera in het teken van Willem I
- Liedje tijdens opera raakt een gevoelige snaar bij de pro revolutionairen
- Zuidelijke mensen komen op straat na de opera en beginnen een
“revolutie”  4 oktober 1830 = Onafhankelijkheid  Nog niet juridisch
bindend
Belgische grondwet:
= grotendeels ontstaan tijdens de periode van conflict met VK der N
- Kozen alle tegenstellingen van wat Willem I koos
- Nog steeds vandaag de dag zijn er dingen van toen die erin staan

1.2 België als staat
Voorwaarden om van een staat te spreken: (Verdrag van Montevideo)
1) Permanente bevolking:
o Bevolking moet min of meer vaststaan
o Nationaliteit is een teken dat je als individu tot een bepaalde staat
behoort
o Verandert continue:
 Migratiestromen
 Geboortes of sterfgevallen

, 2) Afgebakend gebied:
o Als staat moet je kunnen zeggen “dit gebied is van mij”
o Het grondgebied van België werd in 1843 vastgelegd (Verdrag van
Maastricht)
o Kan ook veranderen (Artikel 7)
 Bv. door verandering op natuurlijk vlak (rivier of berg die
verschuift)
 Kan ook conflict over bestaan (Bv. De Krim)

3) Effectieve overheid:
o Taken van een staat uitoefenen
 Wetgeving opmaken, rechtspraak uitvoeren, bevolking
vertegenwoordigen
o Nationale (federale) overheden, deelstatelijke overheid (Vlaamse
overheid) en lokale overheden
4) Onafhankelijkheid:
o U land moet de kerntaken zelfstandig kunnen uitvoeren zonder hulp
van anderen
o Verdragen en diplomatieken, … kunnen aangaan

5) Internationale erkenning  niet echt een juridische voorwaarde (wel
belangrijke declaratieve voorwaarde):
o Andere landen moeten u land ook erkennen als juridische staat
o Andere landen bevestigen het bestaan dan van je land
 Eenzijdig en niet verplicht
 Bv. Kosovo en Palestina worden niet door alle landen erkend
(vaak om geopolitiek redenen)
o Staten worden erkent, niet regeringen
 Anders zou er bij elke verkiezingen een nieuwe erkenning
moeten plaatsvinden
Erkenning van België = Verdrag van Londen (1839)
- Nederland erkende pas later dan andere grootmachten
o Dit had te maken met de oorlog tussen het Noorden en het Zuiden

1.3 Gevolgen van de kwalificatie als staat
1) Rechtspersoonlijkheid = optreden als afzonderlijke entiteit
o Extern ten aanzien van andere landen  België kan als
rechtspersoon optreden in het internationale rechtsverkeer
(Verdragen bv), maar kan ook ter verantwoording geroepen worden
o Intern optreden binnen de staat  staat kan naar nationaal recht als
een afzonderlijk optredende juridische entiteit beschouwd worden
 Bv. Belastingen heffen
2) Soevereiniteit
o Extern = België moet gelijk behandeld worden als alle andere
landen + non-interventiebeginsel (staten mogen zich niet
inmengen in een andere staat)

,  Wel bepaalde grootmachten die “logisch” gezien meer macht
verkrijgt
o Intern = BE mag zelf kiezen hoe het zijn rechtsordening bepaald en
andere landen mogen ons geen dingen opleggen die te maken
hebben met binnenlandse zaken
 (Artikel 33 in Grondwet): “Alle machten gaan uit van de
natie  wat er in België gebeurt bepaalt de natie, de machten
die in België gelden komen van de Belgische natie
 Interne soevereiniteit kan wel bedreigd worden door
internationale organisaties (bv. EU of NAVO) die bepaalde
zaken kunnen opleggen aan soevereine staten (Artikel 34
Grondwet)
3) Rechtsmacht = Juridische erkenning van de mogelijkheid om gezag uit te
oefenen (wetten maken, uitvoeren en rechtspreken)  kan fysieke dwang
uitoefenen
o Uitvoeringshandelingen: territoriaal = wie & wat er zich op het
grondgebied bevindt & de gebeurtenissen die er plaatsvinden
 Wel uitzonderingen = diplomatieke posten van andere landen
in ons land kan België niks over zeggen
o Normerende of rechtsprekende handeling: rechtsmacht is minder
strikt
 Bv. nationaliteit van betrokkenen: staat kan soms normen
opleggen aan personen die zich niet op zijn grondgebied
bevinden of rechtspreken over gebeurtenissen die elders
plaatsvonden

2. Een democratische rechtstaat
Een paar eeuwen geleden  enkel absolutistische vorsten = Koning kreeg alle
machten en koos hoe hij wou regeren
- Bv. Louis XIV “L’état c’est Moi”
- Waren redelijk brutaal tegen opstanden en commentaar op de vorst
o Bv. Koning Willem I
 Besluitwetten
Verlichtingsdenken:
- Probeerde de absolutistische macht te beperken
- En wou streven naar vrijheid en gelijkheid

2.1 Scheiding van de machten (Montesqieu)
Uitgangspunt: gezagsdragers hebben minder gelegenheid om hun autoriteit te
misbruiken wanneer de macht niet geconcentreerd zit in1 hiërarchisch
gestructureerd orgaan, maar verspreid wordt over verschillende, van elkaar
onafhankelijke machten (onafhankelijk van elkaar maar voeren wel controle uit
over elkaar)

,Montesqieu: “Elke mens die macht krijgt, wordt eigenlijk verleid om die macht
te misbruiken”
- Gezagsuitoefening van de macht niet meer toekennen aan 1 entiteit, maar
aan verschillende onafhankelijke entiteiten die los van elkaar stonden
Opdeling wetgevende, bestuurs- en rechtsprekende functie (trias politica)
- Wetgevende macht: rechtsregels uitvaardigen die een algemeen
karakter hebben
- Uitvoerende macht: algemene normen, bepaald door de wetgevende
macht, waar nodig via reglementen verfijnen & vervolgens toepassen in de
samenleving  beleidsrol
- Rechterlijke macht: geschillen oplossen die voortvloeien uit de
toepassing van de algemene normen of toezien op de naleving ervan
o moeten onafhankelijk en onpartijdig zijn

De term “Scheiding der machten” komt in de BE grondwet niet voor
(ongeschreven grondwettelijk beginsel)
 Wel aanwezig maar op een andere manier
o Titel III = “De Machten”  verwijzing naar de Scheiding Der Machten
(niet absoluut maar wel relatief)
 3 hoofdstukken waarin de machten dan onderverdeeld staan
De 3 machten waren volledig los van elkaar te zien en kwamen niet in contact
met elkaar  1 van de 3 staatsmachten wordt na verloop van tijd toch te machtig
(meestal de wetgevende) en trekt alle macht naar zich toe
Reactie hierop (relatieve scheiding der Machten)  Checks and Balances = de
3 staatsmachten voeren wederzijdse controle uit op elkaar en moeten ook
samenwerken, geen één macht werkt dus alleen (zie voorbeelden)
- Kamer controleert de Koning
- Koning kan Kamer ontbinden
- Koning maakt mee de wetten
- Wetgever bepaalt statuut rechters
- Koning benoemt rechters
- Rechters controleren beide machten
Soms kan het ook zijn dat de verschillende functies overlappen  elke
staatsmacht kan ook functies uitvoeren van een andere staatsmacht
(voorbeelden)
- Wetgevende macht kan ook parlementair onderzoek uitvoeren (lijkt een
taak voor uitvoerende macht)
- Rechterlijke macht heeft ook een rechtsvormende rol (lijkt een taak voor
wetgevende macht)
- …
Het bestaan van politieke partijen hebben ook heel veel invloed op de regering
en hebben dus ook hun zeggenschap in de checks and balances
Van Tripolair naar Bipolair

, - Uitvoerende macht en wetgevende macht komen eigenlijk samen omdat
politieke partijen tot beide machten behoren en deze dus ook controleren
waardoor er geen verschil is
- Hier tegenover moet een sterke rechterlijke macht komen te staan die de
wil van de partijen in een beperkte mate probeert te onderdrukken
Ook machtenscheiding tussen federale overheid, deelstaten en de Europese Unie

2.2 De Rechtstaat
Rechtsstaat = staat waarin de gezagsdragers gehouden zijn door het
objectieve – democratisch tot stand gekomen – recht waarvan zij de toepassing
verzekeren, waarin de bevoegdheid van de gezagsdragers door de fundamentele
rechten & vrijheden van de burgers wordt beperkt & waarbij de rechtsregels
afdwingbaar zijn voor een onafhankelijke rechtbank

2.2.1 Voorwaarden voor de kwalificatie als rechtsstaat
Formele voorwaarden: overheid aan het recht onderworpen
- Rule of law = in de staat is de overheid zelf onderworpen aan het recht,
de overheid moet zelf de rechtsregels die voor de overheid gelden
respecteren, overheid staat niet boven/buiten het recht maar is er aan
onderworpen
- Willekeur uitsluiten (overheid kan niet zomaar iets doen bij bepaalde
personen/situaties)
o Bv. je mag niet zomaar zonder reden opgepakt worden
o Politieke staatsmachten moeten de juridische principes en regels die
op hen van toepassing zijn, naleven wanneer ze nieuwe
rechtsnormen maken of wanneer ze die uitvoeren
- Rechtmatigheidsbeginsel
o Elk deel van de overheid moet werken en zich organiseren naar hoe
de hogere rechtsnorm voorschrijft
Materiële voorwaarden: (meer inhoudelijke voorwaarden)
- Recht moet zeker & stabiel zijn: duidelijk opgesteld + toegankelijkheid,
duidelijkheid & consistentie van regels + voorspelbaar  rechtszekerheid
o Procedures moeten transparant zijn en correct toegepast worden
- Recht moet democratisch tot stand komen: geheime verkiezingen,
verantwoording afleggen
- Recht moet de grondrechten respecteren: bepaalde grenzen opstellen,
minimale rechten waarborgen  geen tirannie van de meerderheid
- Recht moet afdwingbaar zijn voor de onafhankelijke rechter
Uitdagingen voor de ‘democratische rechtsstaat’
België voldoet aan alle voorwaarden om een democratische rechtstaat te zijn
Maar toch is er een tendens voor democratische achteruitgang:
- Door graduele ingrepen van leiders met autocratische neigingen
- Democratische rechtsstaten falen in thema’s rond:
o Climate change, corona, terreur, asiel & migratie, …

,  Vb België: Asielzoekers in Brussel kregen geen opvang 
stappen naar de rechters  geven aan dat deze opgevangen
moeten worden  Nicole De Moor heeft deze beschikkingen
naast haar neergelegd (grote fout)  mensen hebben gelijk
gekregen en de rechterlijke uitspraken werden gewoon
genegeerd
o Kan een dictator wel de wereld redden?

3. Een meergelaagde staat in Europa
3.1 De (Federale) staat België
België: een nieuwe parlementaire democratie sinds 1831  aanvankelijk
gewone meerderheidsdemocratie:
- een unitaire staat
- Maar één centrale regering
- Toepassen van het meerderheidsprincipe (50 + 1%)
Maar: (communautaire) spanningen tussen Nederlands- en Franstaligen
- Aanvankelijk gebaseerd op taaldiscriminatie
o Moeizame grondwettelijke gelijkschakeling van de talen in
wetgeving, bestuur, gerecht, onderwijs
o Nederlands werd als officiële taal aan de kant geschoven, er was
taalvrijheid maar de overheid sprak alleen maar Frans
o 1898: Gelijkheidswet  wetgeving moet zowel in het Nederlands
als in het Frans worden opgesteld
 Het heeft bijna 70 jaar geduurd vooraleer de wetgeving ook in
het Nederlands werd uitgegeven
o 1962: vastleggen taalgrens
o Tot op vandaag fricties
 Belangen van Nederlandstaligen botsen met die van de
Franstaligen
 Brussel & rand van Brussel
- Later ook streven naar bepaalde vormen van autonomie
o Streven naar zelf bepaalde beslissingen mogen nemen voor de
eigen groep (Vlamingen & Walen)
o Hing nauw samen met de taalstrijd

3.1.1 De Consensusdemocratie
Nieuwe invulling nationale democratische ruimte – sinds 1970: elementen van
consociationalisme = consensusdemocratie = in 1 politieke ruimte zijn
verschillende min of meer onveranderlijke groepen aanwezig die van elkaar
onderscheiden kunnen worden op basis van etnische, religieuze of linguïstische
kenmerken  wel een akkoord tussen alle partijen
Democratievorm: geen zuivere meerderheidscoalitie meer, maar inbouwen van
consensuslogica
- Meer volksvertegenwoordigers voor Vlamingen dan Walen aangezien ze
meer inwoners hebben  Waardoor Vlamingen hun stem zouden kunnen

, doordrukken tegenover Walen  dit werd ongedaan gemaakt door de
consensusdemocratie
Voorbeelden van de consensusdemocratie:
- Bijzondere meerderheidswetten = totaal parlement 2/3 voor-stemmen en
zowel in Vlaamse als Waalse parlementen moet meer dan de helft voor
stemmen
o Een meerderheid zowel in de Vlaamse als Waalse kant  Waardoor
Vlamingen hun wil niet kunnen doordrukken
- Pariteit Ministerraad = evenveel Vlamingen als Walen in de ministerraad
onafhankelijk van de meerderheid in het parlement
o Elk 7 + eerste minister
- Alarmbelprocedure = wanneer één van de twee taalgroepen een bepaald
wetsvoorstel indient dat de andere taalgroep bedreigd kan deze afgewezen
worden omdat de Walen met minder zijn
- Samenstelling Hoge Raad van Justitie bestaat ook uit evenveel
Nederlandstaligen als Franstaligen
- …


Was dit een stabiele oplossing?
- De bipolaire structuur zorgt wel voor veel vijandigheid
- Staatshervormingen blijven aanhouden
Wenselijk?
- Voor: Houdt BE intact + houdt ook de politieke ruimte samen
- Tegen: betonneert tegenstellingen, risico op blokkering van de
besluitvorming

3.1.2 De Federalisering
Oorspronkelijk was BE een Unitaire staat  één centrale regering
Sinds 1970: Federalisering
- Naast een centrale regering nu ook deelstaatregeringen
o Deze deelstaatregeringen hebben een eigen autonomie (self rule)
en mogen dus zelf beleidsbeslissingen nemen
o De deelstaten helpen mee en nemen ook beslissingen op federaal
niveau (bv. in de senaat) (shared rule)
- Federalisme is op 2 manieren ontstaan
o Centripetaal = voorheen afzonderlijke soevereine staten besluiten
zich te verenigen in 1 nieuwe staat
 Bv. De VS (50 aparte staten die één land worden)
o Centrifugaal = voorheen unitair georganiseerd staat besluit om de
uitoefening van de soevereiniteit te verdelen over verschillende
entiteiten
 Bv. België
- Verschillende modellen:
o Wel/geen hiërarchie tussen deelstaten en de federale staat

, o Deelstaten kunnen al dan niet een eigen grondwet hebben
 Bv. in de VS
o Al dan niet symmetrische deelstatelijke bevoegdheden
 Alle deelstaten hebben dezelfde bevoegdheden bv. BE
Confederalisme?
- Klassieke definitie: onafhankelijke staten die besluiten om sommige
bevoegdheden samen uit te oefenen  sluiten een verdrag
o Grotendeels een diplomatiek verhaal
o Partners in de samenwerking behouden voor de rest hun
soevereiniteit
Verschillen tussen confederalisme en federalisme
- Waar ligt de statelijkheid?
o Zijn de deelstaten of de federale staat degene die erkend worden
 In België is dat bij de federale staat
 In een confederatie zou dat bij Vlaanderen en Wallonië liggen
- Waar ligt de Kompetenz-kompetenz?
o De bevoegdheid om bevoegdheden toe te kennen
 In België ligt dat op het federaal niveau
 In een confederatie zouden Wallonië en Vlaanderen
onafhankelijk worden en samen bepalen welke bevoegdheden
voor wie zijn
Kwalificatie van wat nu het confederalisme is eerder grijs en niet zwart-wit  en
is ook onmogelijk om België om te vormen tot een confederalistische staat, want
dat zou betekenen dat België niet meer zou bestaan

3.2 De Vlaamse en andere deelstaten
België is een waanzinnig ingewikkelde federale staat = België heeft twee vormen
van deelstaten (zowel gewesten als gemeenschappen)
Het proces van pacificatie en de ontwikkeling van federalisme gebeurde via 6
staatshervormingen (1970-2014)
1970: Eerste staatshervorming  start van het federaliseringsproces (3
veranderingen)
3 cultuurgemeenschappen opgericht (Vlaams, Frans en Duitstalig)
- Deze gemeenschappen waren bevoegd om decreten uit te vaardigen
omtrent culturele zaken
o Deze decreten waren even belangrijk als wetten van de senaat en
de kamer
- Het ontstaan van de cultuurraden was een gevolg van de Vlaamse
verzuchting die zelf beleid wouden voeren omtrent culturele zaken in
Vlaanderen
Het Franstalige deel van België wou autonomie op het vlak van economie (niet
aanvaardt)
- Zij wouden dat via gewesten

Documentinformatie

Geüpload op
18 november 2025
Aantal pagina's
100
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€11,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
14
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
2 maanden geleden


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen