britserijk
1.1 Brits kolonialisme in Amerika (1585-1833)
Vanaf 1585 begonnen de Engelsen met het stichten van koloniën aan de
oostkust van Noord-Amerika. De eerste blijvende kolonie werd in 1607
gesticht in Jamestown (Virginia). Uiteindelijk ontstonden er dertien
koloniën, die economisch en sociaal verschillend waren.
Economische ontwikkeling
In het zuiden ontwikkelde zich een plantage-economie. Grote plantages
produceerden tabak, katoen en suiker voor de Europese markt. De
Engelsen schakelden daarbij over van Europese contractarbeiders naar
Afrikaanse slaafgemaakten.
Deze slaven werden aangevoerd via de trans-Atlantische slavenhandel,
onderdeel van de driehoekshandel (Europa → Afrika → Amerika → Europa).
De Royal African Company kreeg lange tijd het monopolie op deze handel.
In het noorden ontstond een gemengde economie met handel, ambacht
en kleinschalige landbouw. Slavernij kwam daar wel voor, maar speelde
een veel kleinere rol.
Relatie met inheemse Amerikanen
De komst van de kolonisten leidde tot structurele conflicten met de
inheemse Amerikanen, die hun land zagen verdwijnen. De Europese
ziekten—zoals pokken—waaraan inheemsen geen weerstand hadden,
veroorzaakten enorme sterfte en versnelden de Europese overheersing.
Brits bestuur en groeiende spanningen
De Britse regering legde de kolonisten steeds vaker belastingen en wetten
op zonder dat zij vertegenwoordigd waren in het Britse parlement (no
taxation without representation). Dit werd door kolonisten gezien als
aantasting van hun rechten.
Het verzet radicaliseerde, met als bekendste voorbeeld de Boston Tea
Party (1773), waarbij kolonisten Britse thee in zee gooiden uit protest
tegen nieuwe belastingen.
, Invloed van de Verlichting
Veel kolonisten werden beïnvloed door verlichtingsideeën, zoals:
natuurlijke rechten (leven, vrijheid, eigendom),
volkssoevereiniteit (het volk is de bron van macht),
scheiding van machten.
Deze ideeën vormden de intellectuele basis voor het verzet tegen Groot-
Brittannië.
Amerikaanse Onafhankelijkheid
De spanningen leidden tot de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog
(1775–1783). In 1776 verklaarden de kolonisten zich onafhankelijk in de
Onafhankelijkheidsverklaring, geschreven door o.a. Thomas Jefferson.
Met hulp van Frankrijk wonnen de kolonisten de oorlog, en in 1783
erkende Groot-Brittannië de Verenigde Staten van Amerika als
onafhankelijke staat.
Afschaffing van slavernij en slavenhandel
In Groot-Brittannië groeide rond 1800 een sterke abolitionistische
beweging, met figuren als Thomas Clarkson en William Wilberforce. Door
hun invloed werd in 1807 de slavenhandel afgeschaft in het Britse Rijk.
De slavernij zelf werd pas in 1833 afgeschaft, maar bleef elders bestaan,
zoals in de VS, Brazilië en Cuba.Samenvatting 1.2 – Brits kolonialisme in
India (1765–1885)
1.2 Brits kolonialisme in India (1765–1885)
Na de onafhankelijkheid van de VS richtte Groot-Brittannië zich sterker op
Azië. In India begon Britse invloed met de East India Company (EIC), een
handelscompagnie die al sinds 1600 actief was in Azië. De EIC kreeg
steeds meer macht door lokale vorsten tegen elkaar uit te spelen en
gebieden te veroveren. Na de slag bij Buxar (1764) kreeg de EIC het recht
om belasting te innen in Bengal, wat het begin vormde van Brits-Indië.
Bestuur van Brits-Indië
Tot 1858 bestuurde de East India Company grote delen van India. De
Britten richtten een koloniaal bestuur in dat sterk hiërarchisch was: Britse