H1 - Ecology of the Child
Ecology and Child Development
Socialization
Socialization as a Reciprocal Dynamic Process
Genotype-environment interactions
Temperament
Maturation
Bronfenbrenner’s model
Samenvatting Bronfenbrenner
Low & high-context macrosysteem
Chronosysteem
Ecology and Child Development
(1.1)
Ecology - De wetenschap van relaties tussen mensen en hun omgeving.
Human ecology - De biologische, psychologische, sociale en culturele context waarin ontwikkeling plaatsvindt.
Adaptation - Aanpassing van het gedrag aan de omgeving.
Het doel van dit boek is om te onderzoeken hoe opgroeien in een veranderende wereld de ontwikkeling van
kinderen beïnvloedt door middel van socialisatie.
Socialization
(1.2-5)
Socialisatie - Het proces waarbij individuen de kennis, vaardigheden en karaktereigenschappen leren die hen in
staat stellen om te participeren in de samenleving.
Iedereen doet aan socialisatie.
Bv: Ouders leren je goed gedrag, op school leer je kennis die je nodig hebt, de overheid straft slechts
gedrag.
Socialisatie is uniek bij mensen: wij kunnen namelijk praten, denken en reflecteren over gedrag. Taal maakt
het mogelijk om een actie te voorzien van gedachten. De gedachten worden omgezet naar gedrag.
Bv: Een jongetje laat een glas vallen (actie). Zijn moeder wordt boos wat het jongetje niet leuk vind
(gedachte). Voortaan houd hij zijn glas stevig met twee handen vast (gedrag).
Socialisatie is een wederkerig en dynamisch proces.
Wederkerig: Wanneer een individu met een ander interageert, lokt dit meestal ook een reactie bij die
ander uit.
Dynamisch: Interacties veranderen.
Doordat een individu interageert met anderen en ook andersom, en deze interacties steeds veranderen en
daardoor complexer worden, leert het individu.
Socialisatie kan opzettelijk zijn of niet opzettelijk.
Intentional socialization - Wanneer volwassenen bepaalde waarden hebben die zij consequent expliciet
aan het kind overbrengen, en wanneer zij deze ondersteunen met goedkeuring voor naleving en
negatieve consequenties bij niet-naleving.
H1 - Ecology of the Child 1
, Unintentional socialization - Het product van betrokkenheid bij menselijke interactie of observatie van
interactie.
Socialization as a Reciprocal Dynamic Process
(1.4)
Genotype-environment interactions
(1.4a)
Type genotype-environment interactions:
Passive: Ouders bieden het kind een omgeving die passend is bij hun genen. Het kind hoeft hier niks voor te
doen.
Bv: Ouders zijn muzikaal waardoor ze instrumenten in huis hebben waar hun kinderen op kunnen leren.
De kinderen hebben ook de muzikale genen die door de mogelijkheden in huis tot uiting komen.
Evocative: Het genotype van een kind veroorzaakt bepaalde reacties in de omgeving.
Bv: Een sociaal kind praat veel met anderen, waardoor ze veel sociale contacten ervoor terugkrijgt.
Active: Het kind kiest actief gewenste omgevingen.
Bv: Een introvert kind doet liever activiteiten die ze alleen kan doen.
Temperament
(1.4b)
Temperament - De aangeboren eigenschappen die de gevoeligheid van een individu voor verschillende
ervaringen en zijn reactie op patronen van sociale interactie bepalen.
Typen: Easy child, slow-to-warm-up child, difficult child.
Goede afstemming tussen ouder en temperament bevordert socialisatie.
Bv: Een slow-to-warm-up child heeft moeite met zich snel kunnen aanpassen aan nieuwe omgeving. Als de
verzorger het kind niet pushed om snel ergens aan te wennen, maar gewoon het kind rustig de tijd geeft, zal
socialisatie beter verlopen.
Maturation
(1.4c)
Maturation - Ontwikkelingsveranderingen die verband houden met het biologische proces van veroudering.
Bronfenbrenner’s model
(1.7&8)
Theorie - Een georganiseerde reeks uitspraken die observaties verklaart, verschillende feiten of gebeurtenissen
integreert en voorspellingen doet.
Bio-ecological - Verwijst naar de rol die mensen spelen in het vormgeven van hun omgeving.
Bronfenbrenner’s model - Een bio-ecologisch model van de ontwikkeling van mensen dat een volledig beeld geeft
van het zich ontwikkelende kind, inclusief de relevante theorieën die daarbij horen.
Theorieën waarop het Bronfenbrenner model is gebaseerd (later in het boek worden ze uitgelegd): Biological,
behavior-learning, sociocultural, psychoanalytical, cognitive developmental, information processing, system
theories.
H1 - Ecology of the Child 2
, Het model heeft vier basisstructuren:
Microsysteem - De activiteiten en relaties met belangrijke
anderen in de kleine directe omgeving.
Familie: De familie verzorgt het kind, geeft liefde en biedt
diverse kansen. Het is de belangrijkste socialisator van het
kind, omdat het de grootste impact heeft op de ontwikkeling
van het kind.
School: De school is de setting waarin kinderen leren over de
gemeenschap, bepaald gedrag en nuttige vaardigheden,
zoals lezen.
Peer group: In een peer group leren kinderen onafhankelijk te
zijn van ouders. Ze vergelijken zichzelf met anderen
waardoor ze erachter komen wie ze zijn. Peers kunnen
gezelschap geven en support.
Community: In deze setting leren kinderen door te doen. De
voorzieningen in de omgeving bepalen welke vaardigheden
kinderen op kunnen doen.
Media: Media vormt een setting waarin het kind de wereld
kan zien. Ze leren verschillende plaatsen kennen, normen en
waarden, en gewenst gedrag.
H1 - Ecology of the Child 3