FYSIOLOGIE EN ENDOCRINOLOGIE
NIET ZWANGERE VROUW
GONADOTROPINEN
Wat? Hormonen die de gonaden (ovaria/eierstokken) laten werken.
o Belangrijk voor de vruchtbaarheid van de vrouw.
Welke? (figuur 1 cursus)
o LH: luteïniserend hormoon.
o FSH: follikelstimulerend hormoon.
Waar? Gevormd door de gonadotrope cellen. Liggen in de hypofyse (klier achteraan neus).
Tekening 1
Gonadotrope cellen krijgen bloed vanuit de hypothalamus. Ze hebben receptoren voor GnRH – dit wil
zeggen dat GnRH kan binden op de gonadotrope cellen. Gevolg: LH en FSH worden vrijgezet door
gonadotrope cellen.
Stimulus om cellen vrij te zetten?
o 1ste stimulus: GnRH – gonadotropine-releasing-hormone.
Vrijgezet door GnRH-neuronen.
Liggen in de hypothalamus.
de
o 2 stimulus: kisspeptine.
Stimuleer GnRH-secretie.
Vrijgezet door KNDy-neuronen (candy).
o Liggen in de hypothalamus.
Kiss Neurokinine B Dynorfine (KND) drie verschillende stoffen.
Kisspeptine-secretie verloopt pulsatiel.
1
, Frequentie van de pulsen is belangrijk. NKB verhoogt de frequentie.
Dynorfine verlaagt de frequentie.
o Belang? Ook GnRH wordt in pulsen vrijgezet want wordt
gestimuleerd door kisspeptine.
Stimulering gonadotrope cellen ook in pulsen.
1 cel zet zowel LH als FSH af.
De frequentie van de pulsen bepaalt welk
hormoon voornamelijk wordt vrijgezet.
o Hoge frequentie = 1 puls per uur.
LH-secretie.
o Lage frequentie = 1 puls per 4 uur.
FSH-secretie.
Regeling secretie?
o Bij onderdrukking secretie is de vrouw minder vruchtbaar.
o DUS regeling secretie is regeling vruchtbaarheid vrouw.
STRESS: onderdrukt rechtstreeks de GnRH-secretie. Onrechtstreeks door
stimulator kisspeptine te onderdrukken.
Negatieve energiebalans (meer verbruik dan inname).
o Bv. bij anorexia (geen menstruatie).
o Bv. bij topatleten (moeilijker zwanger).
Psychische stress:
o Bv. regelmatige cyclus verpest door intensieve stress.
Onregelmatig.
o Bv. fertiliteitsbehandelingen die allen mislukken.
Stress!
Stoppen met behandeling: spontaan
zwanger door wegvallen van stress.
BORSTVOEDING: vermindert vruchtbaarheid rechtstreeks. Onrechtstreeks
door kisspeptine te onderdrukken.
OVARIA: regelend inwerken via drie stoffen:
Oestroggeen (E).
Progesteron (P).
Inhibine (Inh).
o Inhibitie LH- en FSH-secretie: negatieve feedback
(onderdrukking).
o Stimulering LH- en FSH-secretie: positieve feedback.
FOLLIKELS
Wat? Bolvormige structuren in de ovaria. Verschillende soorten: grote en kleine.
Primordiale follikels worden gevormd bij een ongeboren vrouwelijke foetus in het midden van de
zwangerschap. Deze blijven onveranderd in de eierstokken, maar verschillen in duur periodes dat ze
onveranderd blijven en beslissen dan om verder te groeien.
Preantrale follikel: het lot van deze follikel is afhankelijk van FSH;
o FSH stijgt: follikel groeit verder.
o FSH blijft constant of daalt: preantrale follikel gaat kapot.
= atresie.
Een deel van de primordiale follikels maken een volledige ontwikkeling door, de rest gaat
kapot.
2
,Bij elke vrouw gaan follikels kapot en de vrouw verliest zo telkens een oöcyt (= eicel).
I. Ongeboren meisje: 7.000.000 oöcyten.
II. Geboren meisje: 2.000.000 oöcyten.
III. Puberteit: 300.000 oöcyten.
IV. 51 jaar: geen oöcyten.
a. Menopauze.
Tekening 2
OVULATOIRE CYCLUS
= cyclus met een eisprong.
Periode 1: folliculaire fase.
Rekrutering: dag 1 tot 5.
LH stijg in concentratie.
FSH stijgt meer.
Dit gaat door in de volgende cyclus. Wanneer FSH stijgt groeien preantrale follikels (+/- 20 follikels in
het begin van de cyclus) verder.
Rekrutering = follikels verder laten groeien.
20 preantrale follikels worden antrale follikels.
3
, Tekening 3
4
NIET ZWANGERE VROUW
GONADOTROPINEN
Wat? Hormonen die de gonaden (ovaria/eierstokken) laten werken.
o Belangrijk voor de vruchtbaarheid van de vrouw.
Welke? (figuur 1 cursus)
o LH: luteïniserend hormoon.
o FSH: follikelstimulerend hormoon.
Waar? Gevormd door de gonadotrope cellen. Liggen in de hypofyse (klier achteraan neus).
Tekening 1
Gonadotrope cellen krijgen bloed vanuit de hypothalamus. Ze hebben receptoren voor GnRH – dit wil
zeggen dat GnRH kan binden op de gonadotrope cellen. Gevolg: LH en FSH worden vrijgezet door
gonadotrope cellen.
Stimulus om cellen vrij te zetten?
o 1ste stimulus: GnRH – gonadotropine-releasing-hormone.
Vrijgezet door GnRH-neuronen.
Liggen in de hypothalamus.
de
o 2 stimulus: kisspeptine.
Stimuleer GnRH-secretie.
Vrijgezet door KNDy-neuronen (candy).
o Liggen in de hypothalamus.
Kiss Neurokinine B Dynorfine (KND) drie verschillende stoffen.
Kisspeptine-secretie verloopt pulsatiel.
1
, Frequentie van de pulsen is belangrijk. NKB verhoogt de frequentie.
Dynorfine verlaagt de frequentie.
o Belang? Ook GnRH wordt in pulsen vrijgezet want wordt
gestimuleerd door kisspeptine.
Stimulering gonadotrope cellen ook in pulsen.
1 cel zet zowel LH als FSH af.
De frequentie van de pulsen bepaalt welk
hormoon voornamelijk wordt vrijgezet.
o Hoge frequentie = 1 puls per uur.
LH-secretie.
o Lage frequentie = 1 puls per 4 uur.
FSH-secretie.
Regeling secretie?
o Bij onderdrukking secretie is de vrouw minder vruchtbaar.
o DUS regeling secretie is regeling vruchtbaarheid vrouw.
STRESS: onderdrukt rechtstreeks de GnRH-secretie. Onrechtstreeks door
stimulator kisspeptine te onderdrukken.
Negatieve energiebalans (meer verbruik dan inname).
o Bv. bij anorexia (geen menstruatie).
o Bv. bij topatleten (moeilijker zwanger).
Psychische stress:
o Bv. regelmatige cyclus verpest door intensieve stress.
Onregelmatig.
o Bv. fertiliteitsbehandelingen die allen mislukken.
Stress!
Stoppen met behandeling: spontaan
zwanger door wegvallen van stress.
BORSTVOEDING: vermindert vruchtbaarheid rechtstreeks. Onrechtstreeks
door kisspeptine te onderdrukken.
OVARIA: regelend inwerken via drie stoffen:
Oestroggeen (E).
Progesteron (P).
Inhibine (Inh).
o Inhibitie LH- en FSH-secretie: negatieve feedback
(onderdrukking).
o Stimulering LH- en FSH-secretie: positieve feedback.
FOLLIKELS
Wat? Bolvormige structuren in de ovaria. Verschillende soorten: grote en kleine.
Primordiale follikels worden gevormd bij een ongeboren vrouwelijke foetus in het midden van de
zwangerschap. Deze blijven onveranderd in de eierstokken, maar verschillen in duur periodes dat ze
onveranderd blijven en beslissen dan om verder te groeien.
Preantrale follikel: het lot van deze follikel is afhankelijk van FSH;
o FSH stijgt: follikel groeit verder.
o FSH blijft constant of daalt: preantrale follikel gaat kapot.
= atresie.
Een deel van de primordiale follikels maken een volledige ontwikkeling door, de rest gaat
kapot.
2
,Bij elke vrouw gaan follikels kapot en de vrouw verliest zo telkens een oöcyt (= eicel).
I. Ongeboren meisje: 7.000.000 oöcyten.
II. Geboren meisje: 2.000.000 oöcyten.
III. Puberteit: 300.000 oöcyten.
IV. 51 jaar: geen oöcyten.
a. Menopauze.
Tekening 2
OVULATOIRE CYCLUS
= cyclus met een eisprong.
Periode 1: folliculaire fase.
Rekrutering: dag 1 tot 5.
LH stijg in concentratie.
FSH stijgt meer.
Dit gaat door in de volgende cyclus. Wanneer FSH stijgt groeien preantrale follikels (+/- 20 follikels in
het begin van de cyclus) verder.
Rekrutering = follikels verder laten groeien.
20 preantrale follikels worden antrale follikels.
3
, Tekening 3
4