Inleiding tot anatomie
alle levende wezens vertonen de volgende functies:
- Reactievermogen; organismen reageren op veranderingen in hun onmiddellijke
omgeving
- Groei; organismen nemen in omvang toe door de groei van cellen of door
toename van het aantal cellen, de bouwstenen van het leven.
- Voortplanting; organismen planten zich voort en brengen zodoende steeds
nieuwe generaties van dezelfde organismen voort.
- Beweging; organismen vertonen beweging: deze beweging kan inwendig zijn
(bloed, voedingsstoffen) of uitwendig (voortbeweging van de omgeving)
- Stofwisseling; organismen zijn afhankelijk van complexe chemische reacties om
de energie te leveren die nodig is voor het reactievermogen, de groei, de
voortplanting en de beweging.
Anatomie
Grieks: “open” “snijden”
Onderverdeeld in macroscopische anatomie en microscopische anatomie.
Macroscopische anatomie:
→ Worden kenmerken onderzocht die met blote oog zichtbaar zijn.
→ Regionale anatomie worden de oppervlaktestructuren en inwendige structuren in
een bepaald gebied van het lichaam bestudeerd bv. Het hoofd, de hals of de
romp.
→ Systemische anatomie wordt de structuur van belangrijke orgaanstelsels
bestudeerd.
→ Een orgaanstelsel is een groep organen die samen op gecoördineerde wijze
functioneren.
Microscopische anatomie:
→ Worden structuren bestudeerd die niet zonder vergroting zichtbaar zijn.
→ cellulair niveau
→ weefselniveau
Fysiologie
Grieks: kennis van de levensverrichtingen of - Functies
,Geschiedenis:
Hippocrates: uitgebreide instructies over de verzorging van zieken.
- Instructies voor het aanleggen van verbanden, bijvoorbeeld het hoofdverband
("Muts van Hippocrates"). Een verband moet snel worden aangelegd en zonder
pijn te veroorzaken.
- Wondverzorging: uitwassen met gekookt water of regenwater.
- Voorkom onnodig bloot liggen van een patiënt tijdens onderzoek of behandeling.
- Instructies ten aanzien van observeren en het deskundig uitvoeren van
handelingen.
- Dieetleer.
Grondlegger van de verpleegkunde:
Florence Nightingale
- niet alleen zorg – hygiëne
- wetenschappelijke basis voor de verpleegkunde
- levensvisie
verschillende organisatieniveaus
- chemisch niveau: atomen, de kleinste
stabiele bouwstenen van de materie,
verbinden zich met elkaar tot moleculen
met een complexe vorm.
- celniveau: verschillende moleculen
vertonen interactie, zodat grotere
structuren ontstaan.
- Weefselniveau: een weefsel bestaat uit
cellen van hetzelfde type die samenwerken
om een specifieke functie uit te voeren.
- orgaanniveau: een orgaan bestaat uit 2 of
meer verschillende weefsels die
samenwerken om een specifieke functie
uit te voeren.
- Orgaanstelselniveau: organen werken
samen in orgaanstelsels
- Organismeniveau: alle orgaanstelsels in
het lichaam werken samen om het leven en
de gezondheid in stand te houden.
, de 11 orgaanstelsels:
alle levende wezens vertonen de volgende functies:
- Reactievermogen; organismen reageren op veranderingen in hun onmiddellijke
omgeving
- Groei; organismen nemen in omvang toe door de groei van cellen of door
toename van het aantal cellen, de bouwstenen van het leven.
- Voortplanting; organismen planten zich voort en brengen zodoende steeds
nieuwe generaties van dezelfde organismen voort.
- Beweging; organismen vertonen beweging: deze beweging kan inwendig zijn
(bloed, voedingsstoffen) of uitwendig (voortbeweging van de omgeving)
- Stofwisseling; organismen zijn afhankelijk van complexe chemische reacties om
de energie te leveren die nodig is voor het reactievermogen, de groei, de
voortplanting en de beweging.
Anatomie
Grieks: “open” “snijden”
Onderverdeeld in macroscopische anatomie en microscopische anatomie.
Macroscopische anatomie:
→ Worden kenmerken onderzocht die met blote oog zichtbaar zijn.
→ Regionale anatomie worden de oppervlaktestructuren en inwendige structuren in
een bepaald gebied van het lichaam bestudeerd bv. Het hoofd, de hals of de
romp.
→ Systemische anatomie wordt de structuur van belangrijke orgaanstelsels
bestudeerd.
→ Een orgaanstelsel is een groep organen die samen op gecoördineerde wijze
functioneren.
Microscopische anatomie:
→ Worden structuren bestudeerd die niet zonder vergroting zichtbaar zijn.
→ cellulair niveau
→ weefselniveau
Fysiologie
Grieks: kennis van de levensverrichtingen of - Functies
,Geschiedenis:
Hippocrates: uitgebreide instructies over de verzorging van zieken.
- Instructies voor het aanleggen van verbanden, bijvoorbeeld het hoofdverband
("Muts van Hippocrates"). Een verband moet snel worden aangelegd en zonder
pijn te veroorzaken.
- Wondverzorging: uitwassen met gekookt water of regenwater.
- Voorkom onnodig bloot liggen van een patiënt tijdens onderzoek of behandeling.
- Instructies ten aanzien van observeren en het deskundig uitvoeren van
handelingen.
- Dieetleer.
Grondlegger van de verpleegkunde:
Florence Nightingale
- niet alleen zorg – hygiëne
- wetenschappelijke basis voor de verpleegkunde
- levensvisie
verschillende organisatieniveaus
- chemisch niveau: atomen, de kleinste
stabiele bouwstenen van de materie,
verbinden zich met elkaar tot moleculen
met een complexe vorm.
- celniveau: verschillende moleculen
vertonen interactie, zodat grotere
structuren ontstaan.
- Weefselniveau: een weefsel bestaat uit
cellen van hetzelfde type die samenwerken
om een specifieke functie uit te voeren.
- orgaanniveau: een orgaan bestaat uit 2 of
meer verschillende weefsels die
samenwerken om een specifieke functie
uit te voeren.
- Orgaanstelselniveau: organen werken
samen in orgaanstelsels
- Organismeniveau: alle orgaanstelsels in
het lichaam werken samen om het leven en
de gezondheid in stand te houden.
, de 11 orgaanstelsels: