Reumatologie
Verzamelnaam voor een groot aantal aandoeningen aan het bewegingsapparaat die niet
veroorzaakt worden door ongeval of blessure.
Spieren en gewrichten, geen mechanische oorzaak, immunologisch probleem en elke reuma is
chronisch. In de wachtzaal zitten niet enkel oude mensen, ook jonge volwassen mensen en zelfs
kinderen. Veel organen zijn betrokken: rug, huid, schouders, handen, hart, longen, ontstoken
oog,…
RA = reumatoïde artritis.
Links = vroeger met reuma Rechts = wat we nu bereiken met medicatie
Multidisciplinaire discipline waar veel zorg van verschillende mensen aan te pas komt.
Visie van patiënten over therapeuten
- Coachende rol
- Promoten en bevorderen van fysieke activiteit bij inflammatoire aandoeningen
- Wegnemen van barrières/drempels (educatie, motiverende gespreksvoering, focus op
bewegingsangst, angst voor meer schade)
- Opstellen van plan van aanpak
(Bewegen is het belangrijkst maar de mensen zijn juist bang om te bewegen)
Visie van kinesitherapeut
- Inzicht in pathogenese
- Inzicht in de verschillende behandelingen. Patiënten stellen veel vragen, vertrouwensband!
, Bot:
1. Fysiologie – organisatie van bot
- Metabool ACTIEF weefsel -> continue re-modelling (aanmaak en afbraak) doorheen het ganse
leven
- Grote diversiteit aan celtypes
- Hard: resistent tegen weerstand (vb schedel: bescherming hersenen) vs flexibel: absorptie van
energie door deformatie
- Te hard/te flexibel -> microfracturen -> fractuur. Flexibel anders breekt het snel
- Licht -> beweging mogelijk maken
- Herbergen van hematopoëtische cellen (Bloedcellen aanmaken in beenmerg. Opgebouwd op Ca,
belangrijk voor spieren en geleiding.
- Calciumdepot
Macroscopische organisatie = het blote oog
Axiale skelet (wervels – pelvis – schedel- sternum) vs appendiculaire
skelet/lange beenderen (arm en been)
- Corticaal bot (parallel-> rigide) cortex is de rand; compact bot
- trabeculair bot (geweven – poreus -> veer, vormverandering en energie-
absorptie, vb wervel) dit is spongieus bot.
Lange beenderen:
- Epifyse (trabeculair bot)
- Metafyse (groeiplaat)
- Diafyse (corticaal bot)
- Endosteum – Periost (zenuwen –bloedvaten – lymfevaten)
Korte, platte beenderen: corticaal bot rond trabeculair bot
, Microscopische organisatie
Corticaal bot:
- Osteon = cilindrische structuur die minerale
matrix (lamellen) + osteocyten bevat met
centraal een kanaal met bloedvaten. Parallel
met de lange as van het bot
- Trabeculair bot: 3D netwerk, open naar
beenmerg. Extracellulaire matrix: (~ flexibiliteit)
- 90% type I collageen
- Andere proteïnen: proteoglycanen, osteocalcin,
osteonectin
- Groeifactoren
- Calciumhydroxyapatiet: tussen de colageen-
lamellen -> mineralisatie (~ stijfheid en dus
sterkte)
• Lamellen = dunne laagjes van extracellulaire matrix (ECM) in bot. De ECM bestaat vooral uit
eiwitten (vooral collageen type I) die stevigheid en structuur geven. In deze matrix zijn ook
mineralen (vooral calciumfosfaat in de vorm van hydroxyapatiet) ingebouwd, wat het bot
hard maakt.
• Collageen type I = het belangrijkste structurele eiwit in bot. Het vormt een netwerk dat de
mineralen kan verankeren.
• Osteocyten = de belangrijkste botcellen die in kleine holtes (lacunae) in de lamellen liggen.
• Parallelle oriëntatie van lamellen = zorgt ervoor dat het bot compact en sterk is. Dit zie je
vooral in compact bot (corticaal bot).
, (Re-)modelling:
Modelling = constructive
- Tijdens de groei – kind tot adolescentie
- Chondrocyt differentiatie – matrix synthese –calciumdepositie
- Verandering van grootte en vorm
- Formatie (aanmaak) en resorptie (afbraak) ontkoppeld
- Groei: periost (breedte) – endochondrale ossificatie thv groeiplaat (lengte)
- Resorptie noodzakelijk voor beenmerg-caviteit
Re-modelling = re-constructie:
- Tijdens volwassen leven
- Resorptie van oud bot en formatie van nieuw bot wel aan elkaar gekoppeld.
- Vorm blijft behouden
- Resorptie (osteoclasten - 3 weken) gaat botformatie (osteoblasten – 3 à 4 maanden) vooraf;
gekoppeld fenomeen à cyclus van 90-130 dagen
- Noodzakelijk voor: Gezond bot , herstel van ‘microdamage’, bot-architectuur aanpassen aan
de ‘mechanical load’. Bron van calcium voor calcium homeostase
2. Piek-botmassa
(PBM; ‘peak bone mass’)= hoeveelheid bot opgebouwd op het einde van de groei van het skelet
(25j) – nadien botverlies gedurende de rest van het leven. Bepaalt de rest van het leven het risico
op fracturen, cruciaal!
Botmassa = PBM – botverlies (door veroudering, menopauze,…)
Afhankelijk van:
Niet-beïnvloedbaar:
- Geslacht: vrouwen minder PBM dan mannen
- Genetische factoren
- Etniciteit (Afrikaanse > Europese > Aziatische afkomst)
Beïnvloedbaar:
- Calcium intake in kinderjaren/adolescentie (vroeg beginnen anders later sneller kans op
osteoporose.
- Roken, drugs, alcohol: negatief effect
- Fysieke activiteit!! Hoe meer activiteit
hoe beter de piek botmassa.
- Gewicht: laag gewicht ~minder PBM
(hoe zwaarder hoe meer belasting,
minder snel kans op osteoporose)
- Hormonen: bvb anorexia, intensief
trainen
Hoe hoger de piek, hoe meer marge op bot
te verliezen. Hoe minder kans op dan
osteoporose.
Verzamelnaam voor een groot aantal aandoeningen aan het bewegingsapparaat die niet
veroorzaakt worden door ongeval of blessure.
Spieren en gewrichten, geen mechanische oorzaak, immunologisch probleem en elke reuma is
chronisch. In de wachtzaal zitten niet enkel oude mensen, ook jonge volwassen mensen en zelfs
kinderen. Veel organen zijn betrokken: rug, huid, schouders, handen, hart, longen, ontstoken
oog,…
RA = reumatoïde artritis.
Links = vroeger met reuma Rechts = wat we nu bereiken met medicatie
Multidisciplinaire discipline waar veel zorg van verschillende mensen aan te pas komt.
Visie van patiënten over therapeuten
- Coachende rol
- Promoten en bevorderen van fysieke activiteit bij inflammatoire aandoeningen
- Wegnemen van barrières/drempels (educatie, motiverende gespreksvoering, focus op
bewegingsangst, angst voor meer schade)
- Opstellen van plan van aanpak
(Bewegen is het belangrijkst maar de mensen zijn juist bang om te bewegen)
Visie van kinesitherapeut
- Inzicht in pathogenese
- Inzicht in de verschillende behandelingen. Patiënten stellen veel vragen, vertrouwensband!
, Bot:
1. Fysiologie – organisatie van bot
- Metabool ACTIEF weefsel -> continue re-modelling (aanmaak en afbraak) doorheen het ganse
leven
- Grote diversiteit aan celtypes
- Hard: resistent tegen weerstand (vb schedel: bescherming hersenen) vs flexibel: absorptie van
energie door deformatie
- Te hard/te flexibel -> microfracturen -> fractuur. Flexibel anders breekt het snel
- Licht -> beweging mogelijk maken
- Herbergen van hematopoëtische cellen (Bloedcellen aanmaken in beenmerg. Opgebouwd op Ca,
belangrijk voor spieren en geleiding.
- Calciumdepot
Macroscopische organisatie = het blote oog
Axiale skelet (wervels – pelvis – schedel- sternum) vs appendiculaire
skelet/lange beenderen (arm en been)
- Corticaal bot (parallel-> rigide) cortex is de rand; compact bot
- trabeculair bot (geweven – poreus -> veer, vormverandering en energie-
absorptie, vb wervel) dit is spongieus bot.
Lange beenderen:
- Epifyse (trabeculair bot)
- Metafyse (groeiplaat)
- Diafyse (corticaal bot)
- Endosteum – Periost (zenuwen –bloedvaten – lymfevaten)
Korte, platte beenderen: corticaal bot rond trabeculair bot
, Microscopische organisatie
Corticaal bot:
- Osteon = cilindrische structuur die minerale
matrix (lamellen) + osteocyten bevat met
centraal een kanaal met bloedvaten. Parallel
met de lange as van het bot
- Trabeculair bot: 3D netwerk, open naar
beenmerg. Extracellulaire matrix: (~ flexibiliteit)
- 90% type I collageen
- Andere proteïnen: proteoglycanen, osteocalcin,
osteonectin
- Groeifactoren
- Calciumhydroxyapatiet: tussen de colageen-
lamellen -> mineralisatie (~ stijfheid en dus
sterkte)
• Lamellen = dunne laagjes van extracellulaire matrix (ECM) in bot. De ECM bestaat vooral uit
eiwitten (vooral collageen type I) die stevigheid en structuur geven. In deze matrix zijn ook
mineralen (vooral calciumfosfaat in de vorm van hydroxyapatiet) ingebouwd, wat het bot
hard maakt.
• Collageen type I = het belangrijkste structurele eiwit in bot. Het vormt een netwerk dat de
mineralen kan verankeren.
• Osteocyten = de belangrijkste botcellen die in kleine holtes (lacunae) in de lamellen liggen.
• Parallelle oriëntatie van lamellen = zorgt ervoor dat het bot compact en sterk is. Dit zie je
vooral in compact bot (corticaal bot).
, (Re-)modelling:
Modelling = constructive
- Tijdens de groei – kind tot adolescentie
- Chondrocyt differentiatie – matrix synthese –calciumdepositie
- Verandering van grootte en vorm
- Formatie (aanmaak) en resorptie (afbraak) ontkoppeld
- Groei: periost (breedte) – endochondrale ossificatie thv groeiplaat (lengte)
- Resorptie noodzakelijk voor beenmerg-caviteit
Re-modelling = re-constructie:
- Tijdens volwassen leven
- Resorptie van oud bot en formatie van nieuw bot wel aan elkaar gekoppeld.
- Vorm blijft behouden
- Resorptie (osteoclasten - 3 weken) gaat botformatie (osteoblasten – 3 à 4 maanden) vooraf;
gekoppeld fenomeen à cyclus van 90-130 dagen
- Noodzakelijk voor: Gezond bot , herstel van ‘microdamage’, bot-architectuur aanpassen aan
de ‘mechanical load’. Bron van calcium voor calcium homeostase
2. Piek-botmassa
(PBM; ‘peak bone mass’)= hoeveelheid bot opgebouwd op het einde van de groei van het skelet
(25j) – nadien botverlies gedurende de rest van het leven. Bepaalt de rest van het leven het risico
op fracturen, cruciaal!
Botmassa = PBM – botverlies (door veroudering, menopauze,…)
Afhankelijk van:
Niet-beïnvloedbaar:
- Geslacht: vrouwen minder PBM dan mannen
- Genetische factoren
- Etniciteit (Afrikaanse > Europese > Aziatische afkomst)
Beïnvloedbaar:
- Calcium intake in kinderjaren/adolescentie (vroeg beginnen anders later sneller kans op
osteoporose.
- Roken, drugs, alcohol: negatief effect
- Fysieke activiteit!! Hoe meer activiteit
hoe beter de piek botmassa.
- Gewicht: laag gewicht ~minder PBM
(hoe zwaarder hoe meer belasting,
minder snel kans op osteoporose)
- Hormonen: bvb anorexia, intensief
trainen
Hoe hoger de piek, hoe meer marge op bot
te verliezen. Hoe minder kans op dan
osteoporose.