Art. 8.§ 1. De vergunningen die uitgereikt worden voor de exploitatie van een
dienst voor individueel bezoldigd personenvervoer geven in de gemeente waar
de exploitatiezetel is gevestigd aanleiding tot een jaarlijkse gemeenteretributie
ten laste van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van de
vergunning.
§ 2. Het basisbedrag van de retributie voor vergunningen bedraagt 350 euro per
jaar en per in de akte van de vergunning vermeld voertuig. De Vlaamse Regering
kan dit basisbedrag differentiëren naar beneden tot minimaal 250 euro, op basis
van de parameters bepaald door de Vlaamse Regering.
§ 3. De retributie, vermeld in paragraaf 2, is verschuldigd voor het hele jaar,
onafhankelijk van het moment waarop de vergunning wordt afgegeven. De
vergunninghouder is de eerste jaarlijkse retributie verschuldigd op het ogenblik
van de afgifte van de vergunning en nadien telkens op 1 januari van het
kalenderjaar.
De vermindering van het aantal voertuigen of de opschorting van de exploitatie
met een of meer voertuigen geeft geen aanleiding tot een retributieteruggave.
Dit geldt eveneens voor de schorsing of de intrekking van een vergunning of het
buiten werking stellen van een of meer voertuigen voor welke reden dan ook. § 4.
Het bedrag, vermeld in paragraaf 2, wordt aangepast volgens de schommelingen
van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door
middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand
december van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar te delen door het
indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan de
inwerkingtreding van dit decreet. § 5. De Vlaamse Regering kan de innings- en
bezwaarprocedure van de in dit artikel vermelde retributies nader bepalen.
RICHTLIJN 2002/20/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van
7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-
communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn)
Artikel 13
Vergoedingen voor gebruiksrechten en rechten om faciliteiten te installeren De
lidstaten kunnen de betrokken instantie toestaan de gebruiksrechten voor
radiofrequenties of nummers of rechten om faciliteiten te installeren op, boven of
onder openbare of particuliere eigendom, te onderwerpen aan vergoedingen die
ten doel hebben een optimaal gebruik van deze middelen te waarborgen. De
lidstaten zorgen ervoor dat deze vergoedingen objectief gerechtvaardigd,
transparant en niet-discriminerend zijn en in verhouding staan tot het beoogde
doel en zij houden rekening met de doelstellingen van artikel 8 van Richtlijn
2002/21/EG (Kaderrichtlijn).
Artikel 135. ( 01/01/2007 - ... ) Van de Nieuwe Gemeentewet
§ 1. [... (opgeh. Gemeentedecreet 15 juli 2005, art. 302, 123°, I: 1 januari 2007)]
[§2. De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de
inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid,
de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare
gebouwen.
, Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van
de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de
waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd :
1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen,
straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de
opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen,
het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te
plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen
dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke
uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer
betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de
toepassing van dit artikel;
2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en
twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare
vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de
inwoners verstoren;
3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen,
zoals op jaarmarkten en markten, bij openbare vermakelijkheden en
plechtigheden, vertoningen en spelen, in drankgelegenheden, kerken en andere
openbare plaatsen;
4° het toezicht op een juiste toemeting bij het slijten van waren (waarvoor
meeteenheden of meetwerktuigen gebruikt worden) en op de hygiëne van
openbaar te koop gestelde eetwaren;
5° het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand,
epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp
om ze te doen ophouden;
6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende
kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven. (verv. W. 27 mei 1989,
art. 2, I: 1 juni 1989)]
[7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor
het tegengaan van alle vormen van openbare overlast. (ing. W. 13 mei 1999, art.
7, I: 20 juni 1999)]
Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de
geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
Art. 5.Door de bevoegde overheid worden personeelsleden aangesteld die
bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te
verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening en de
bepalingen, vermeld in artikelen 6 en 7.
De personeelsleden, vermeld in het eerste lid, behoren inzake
provinciebelastingen tot het personeel van de provincie en inzake
gemeentebelastingen tot het personeel van de gemeente. De door hen
opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
De financieel beheerder kan niet worden aangesteld overeenkomstig het eerste
lid.
Artikel 177: Decreet over het lokaal bestuur
De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor:
1° de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van