Bestuursrecht II leereenheid 2: handhaving deel II
Informatie Brightspace
Herstelsancties
De bekendste en belangrijkste herstelsancties zijn de last onder bestuursdwang
en de last onder dwangsom.
Bestraffende sancties
De bekendste bestuurlijke bestraffende sanctie is de bestuurlijke boete. De
bestuurlijke boete wordt op grote schaal ingezet voor de bestraffende
handhaving v.d. overtreding van bestuurlijke voorschriften. Daarbij kan het
bijvoorbeeld gaan om verkeersovertredingen, sociale zekerheidsfraude,
overtredingen van de voedsel- en warenwetgeving en overtredingen in het
financieel-economisch bestuursrecht.
Intrekking of wijziging van een begunstigende beschikking bij wijze van
sanctie en overige sancties
Soms is deze aan te merken als een bestuurlijke sanctie, maar soms ook niet. Om
te kunnen spreken van intrekking als sanctie moet de intrekking plaatsvinden als
reactie op een overtreding. Als duidelijk is dat er sprake is van intrekking als
sanctie moet vervolgens worden vastgesteld of deze sanctie bestraffend van aard
is of dat zij een herstelkarakter heeft met het oog op de in acht te nemen
waarborgen. Bij de intrekking of wijziging van een begunstigende beschikking bij
wijze van sanctie is het vaak lastig om vast te stellen of het gaat om een
bestraffende sanctie dan wel om een herstelsanctie. Dat heeft vooral te maken
met het feit dat de rechtspraak op dit punt niet consistent is.
Tekst 2.1: intrekking of wijziging van een begunstigende beschikking bij
wijze van sanctie
De intrekking van een begunstigende beschikking is alleen te kwalificeren als een
sanctie wanneer de intrekking plaatsvindt als reactie op een overtreding.
Vervolgens kan deze sanctie dan bestraffend van aard zijn of een herstelkarakter
hebben.
Voor beantwoording van de vraag of er sprake is van een bestraffende sanctie of
een herstelsanctie, is doorslaggevend of met de intrekking van de
begunstigende beschikking alleen herstel v.d. rechtmatige toestand
wordt beoogd of dat de intrekking verder gaat dan voor herstel v.d.
rechtmatige toestand noodzakelijk is waardoor tevens sprake is van
leedtoevoeging.
De rechtspraak over intrekking van een begunstigende beschikking biedt dus
geen helder antwoord op de vraag wanneer deze intrekking het karakter heeft
van een bestraffende sanctie. Bovendien is de rechtspraak, zoals uit het
voorgaande bleek, aan verandering onderhevig en lijkt de laatste jaren nagenoeg
niet meer geconcludeerd te worden dat een intrekking van een begunstigende
beschikking bij wijze sanctie van bestraffend is.
,Uit de rechtspraak kan wel een aantal vuistregels worden afgeleid aan de hand
waarvan kan worden vastgesteld of de intrekking van een begunstigende
beschikking moet worden aangemerkt als een bestraffende sanctie dan wel als
een herstelsanctie:
De intrekking van een begunstigende beschikking naar aanleiding van
verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens door de aanvrager heeft
het karakter van een herstelsanctie als zij is gericht op het bewerkstelligen
van de juiste toepassing van de wettelijke voorschriften (denk aan de
verstrekking van onjuiste gegevens (fraude) om zo een uitkering of
subsidie te verkrijgen).
Verder neemt de Afdeling bestuursrechtspraak ten aanzien van
maatregelen die uitsluitend worden getroffen om verstoringen van de
openbare orde te herstellen dan wel te voorkomen, het standpunt in dat
deze maatregelen geen bestraffende sanctie vormen (denk bijv. aan de
tijdelijke sluiting van een discotheek vanwege ongeregeldheden of een
schietpartij in deze discotheek). Het begrip 'openbare orde' vast de
Afdeling bestuursrechtspraak daarbij ruim op.
Volgens de heersende opvatting van de Centrale Raad van Beroep moet de
korting op of uitsluiting/beëindiging van een uitkering zoals de bijstands- of
de werkloosheidsuitkering, op de grond dat daaraan verbonden
verplichtingen – zoals het aanvaarden van passend werk – niet worden
nageleefd, worden aangemerkt als herstelsanctie.
Bij intrekking van een begunstigende (duur)beschikking wordt vaak een
onderscheid gemaakt tussen blijvende (of definitieve) intrekking van een
beschikking en de tijdelijke intrekking van een beschikking. Gaat het om
de blijvende intrekking van een begunstigende beschikking dan wordt in
het algemeen aangenomen dat er sprake is van een herstelsanctie. Is er
sprake van een tijdelijke intrekking, dan vormde dat lange tijd een
belangrijke indicatie dat er sprake kon zijn van een bestraffende sanctie
(tenzij de tijdelijke intrekking verband houdt met het herstellen of
voorkomen van verstoringen van de openbare orde). Intussen vormt dit
een minder duidelijk aanknopingspunt omdat in de bestuursrechtspraak
steeds vaker tijdelijke intrekkingen als herstelsancties of bestuurlijke
maatregel zonder sanctiekarakter worden aangemerkt. Deze lijn werd
ingezet met het omgaan ten aanzien van de tijdelijke intrekking van de
APK-keuringsbevoegdheid (zie hiervoor).
Uit deze vuistregels en de rechtspraak van (in het bijzonder) de Afdeling
bestuursrechtspraak blijkt wel dat tegenwoordig niet vaak meer wordt
geoordeeld dat de intrekking van een begunstigende beschikking een bestraffend
karakter heeft.
Kennisclips
Kennisclip: bestuurlijk handhavingstoezicht
Toezichtsbevoegdheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat bestuursrechtelijke
regels worden nageleefd.
Toezicht heeft preventieve werking.
Toezichthouder
Art. 5:11 Awb
, Vb:
- Met name ambtenaren (inspecties): denk bijv. aan de Arbeidsinspectie
of de Milieu-inspectie.
“Bij of krachtens wettelijk voorschrift belast”: een toezichthouder moet
benoemd worden. In een wet in formele of materiële zin moet een
toezichthouder zijn aangewezen.
- Indirecte manier: art. 5:10 lid 3 Wabo
- Direct: art. 8j Opiumwet
Toezichtsbevoegdheden
Art. 5:15 tot en met 5:10 Awb: specifieke toezichtsbevoegdheden.
Art. 5:14 Awb: bevoegdheden kunnen worden beperkt, let op! Soms bevat
een bijzondere wet ook een verruiming v.d. toezichtsbevoegdheden. Bijv.
art. 24 lid 3 Arbeidsomstandighedenwet.
Medewerkingsplicht vs. Zwijgrecht
Art. 5:20 lid 1 Awb: een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen
de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die
deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Echter: dubbele pet toezichthouder
- Toezichthouders zijn vaak ook opsporingsambtenaar en in die
hoedanigheid hebben zij een andere pet op. Wanneer die
toezichthouder een strafbaar feit of een overtreding van de bestuurlijke
regel ontdekt, ontstaat er een situatie waarin sprake is van een
verdenking en van een verdachte in strafrechtelijke zin. Hiervoor moet
de ambtenaar de cautie geven art. 5:10 onder a Awb.
Bewijsuitsluiting
Wanneer is er nu op een onrechtmatige manier in een toezichtsonderzoek
informatie verkregen en wanneer moet die worden opgesloten van bewijs
bij een sanctie?
Reflexwerking Saunders-arrest: tijdens een toezichts/controle onderzoek
rechtmatig verkregen bewijs mag niet ten grondslag worden gelegd aan
een bestraffende sanctie.
Kennisclip: bestuursrechtelijke sancties: herstelsancties en bestraffende
sancties
Afhankelijk van het soort sanctie kunnen aparte regels gelden en dan met name
regels die gelden voor de rechtsbescherming van de overtreder bij de oplegging
van de herstelsanctie.
Herstelsancties
Bestuurlijke sanctie art. 5:2 lid 1 onder a Awb. Wordt door een bo opgelegd
naar aanleiding van een overtreding.
Herstelsanctie: art. 5:2 lid 1 onder b Awb: een bestuurlijke sanctie die
strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van
een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding,
dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een
overtreding.
Voorbeelden:
- Last onder bestuursdwang (oudste, typische bestuursrechtelijke
sanctie)
- Last onder dwangsom (is er later bijgekomen)
Informatie Brightspace
Herstelsancties
De bekendste en belangrijkste herstelsancties zijn de last onder bestuursdwang
en de last onder dwangsom.
Bestraffende sancties
De bekendste bestuurlijke bestraffende sanctie is de bestuurlijke boete. De
bestuurlijke boete wordt op grote schaal ingezet voor de bestraffende
handhaving v.d. overtreding van bestuurlijke voorschriften. Daarbij kan het
bijvoorbeeld gaan om verkeersovertredingen, sociale zekerheidsfraude,
overtredingen van de voedsel- en warenwetgeving en overtredingen in het
financieel-economisch bestuursrecht.
Intrekking of wijziging van een begunstigende beschikking bij wijze van
sanctie en overige sancties
Soms is deze aan te merken als een bestuurlijke sanctie, maar soms ook niet. Om
te kunnen spreken van intrekking als sanctie moet de intrekking plaatsvinden als
reactie op een overtreding. Als duidelijk is dat er sprake is van intrekking als
sanctie moet vervolgens worden vastgesteld of deze sanctie bestraffend van aard
is of dat zij een herstelkarakter heeft met het oog op de in acht te nemen
waarborgen. Bij de intrekking of wijziging van een begunstigende beschikking bij
wijze van sanctie is het vaak lastig om vast te stellen of het gaat om een
bestraffende sanctie dan wel om een herstelsanctie. Dat heeft vooral te maken
met het feit dat de rechtspraak op dit punt niet consistent is.
Tekst 2.1: intrekking of wijziging van een begunstigende beschikking bij
wijze van sanctie
De intrekking van een begunstigende beschikking is alleen te kwalificeren als een
sanctie wanneer de intrekking plaatsvindt als reactie op een overtreding.
Vervolgens kan deze sanctie dan bestraffend van aard zijn of een herstelkarakter
hebben.
Voor beantwoording van de vraag of er sprake is van een bestraffende sanctie of
een herstelsanctie, is doorslaggevend of met de intrekking van de
begunstigende beschikking alleen herstel v.d. rechtmatige toestand
wordt beoogd of dat de intrekking verder gaat dan voor herstel v.d.
rechtmatige toestand noodzakelijk is waardoor tevens sprake is van
leedtoevoeging.
De rechtspraak over intrekking van een begunstigende beschikking biedt dus
geen helder antwoord op de vraag wanneer deze intrekking het karakter heeft
van een bestraffende sanctie. Bovendien is de rechtspraak, zoals uit het
voorgaande bleek, aan verandering onderhevig en lijkt de laatste jaren nagenoeg
niet meer geconcludeerd te worden dat een intrekking van een begunstigende
beschikking bij wijze sanctie van bestraffend is.
,Uit de rechtspraak kan wel een aantal vuistregels worden afgeleid aan de hand
waarvan kan worden vastgesteld of de intrekking van een begunstigende
beschikking moet worden aangemerkt als een bestraffende sanctie dan wel als
een herstelsanctie:
De intrekking van een begunstigende beschikking naar aanleiding van
verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens door de aanvrager heeft
het karakter van een herstelsanctie als zij is gericht op het bewerkstelligen
van de juiste toepassing van de wettelijke voorschriften (denk aan de
verstrekking van onjuiste gegevens (fraude) om zo een uitkering of
subsidie te verkrijgen).
Verder neemt de Afdeling bestuursrechtspraak ten aanzien van
maatregelen die uitsluitend worden getroffen om verstoringen van de
openbare orde te herstellen dan wel te voorkomen, het standpunt in dat
deze maatregelen geen bestraffende sanctie vormen (denk bijv. aan de
tijdelijke sluiting van een discotheek vanwege ongeregeldheden of een
schietpartij in deze discotheek). Het begrip 'openbare orde' vast de
Afdeling bestuursrechtspraak daarbij ruim op.
Volgens de heersende opvatting van de Centrale Raad van Beroep moet de
korting op of uitsluiting/beëindiging van een uitkering zoals de bijstands- of
de werkloosheidsuitkering, op de grond dat daaraan verbonden
verplichtingen – zoals het aanvaarden van passend werk – niet worden
nageleefd, worden aangemerkt als herstelsanctie.
Bij intrekking van een begunstigende (duur)beschikking wordt vaak een
onderscheid gemaakt tussen blijvende (of definitieve) intrekking van een
beschikking en de tijdelijke intrekking van een beschikking. Gaat het om
de blijvende intrekking van een begunstigende beschikking dan wordt in
het algemeen aangenomen dat er sprake is van een herstelsanctie. Is er
sprake van een tijdelijke intrekking, dan vormde dat lange tijd een
belangrijke indicatie dat er sprake kon zijn van een bestraffende sanctie
(tenzij de tijdelijke intrekking verband houdt met het herstellen of
voorkomen van verstoringen van de openbare orde). Intussen vormt dit
een minder duidelijk aanknopingspunt omdat in de bestuursrechtspraak
steeds vaker tijdelijke intrekkingen als herstelsancties of bestuurlijke
maatregel zonder sanctiekarakter worden aangemerkt. Deze lijn werd
ingezet met het omgaan ten aanzien van de tijdelijke intrekking van de
APK-keuringsbevoegdheid (zie hiervoor).
Uit deze vuistregels en de rechtspraak van (in het bijzonder) de Afdeling
bestuursrechtspraak blijkt wel dat tegenwoordig niet vaak meer wordt
geoordeeld dat de intrekking van een begunstigende beschikking een bestraffend
karakter heeft.
Kennisclips
Kennisclip: bestuurlijk handhavingstoezicht
Toezichtsbevoegdheden zijn nodig om ervoor te zorgen dat bestuursrechtelijke
regels worden nageleefd.
Toezicht heeft preventieve werking.
Toezichthouder
Art. 5:11 Awb
, Vb:
- Met name ambtenaren (inspecties): denk bijv. aan de Arbeidsinspectie
of de Milieu-inspectie.
“Bij of krachtens wettelijk voorschrift belast”: een toezichthouder moet
benoemd worden. In een wet in formele of materiële zin moet een
toezichthouder zijn aangewezen.
- Indirecte manier: art. 5:10 lid 3 Wabo
- Direct: art. 8j Opiumwet
Toezichtsbevoegdheden
Art. 5:15 tot en met 5:10 Awb: specifieke toezichtsbevoegdheden.
Art. 5:14 Awb: bevoegdheden kunnen worden beperkt, let op! Soms bevat
een bijzondere wet ook een verruiming v.d. toezichtsbevoegdheden. Bijv.
art. 24 lid 3 Arbeidsomstandighedenwet.
Medewerkingsplicht vs. Zwijgrecht
Art. 5:20 lid 1 Awb: een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen
de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die
deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Echter: dubbele pet toezichthouder
- Toezichthouders zijn vaak ook opsporingsambtenaar en in die
hoedanigheid hebben zij een andere pet op. Wanneer die
toezichthouder een strafbaar feit of een overtreding van de bestuurlijke
regel ontdekt, ontstaat er een situatie waarin sprake is van een
verdenking en van een verdachte in strafrechtelijke zin. Hiervoor moet
de ambtenaar de cautie geven art. 5:10 onder a Awb.
Bewijsuitsluiting
Wanneer is er nu op een onrechtmatige manier in een toezichtsonderzoek
informatie verkregen en wanneer moet die worden opgesloten van bewijs
bij een sanctie?
Reflexwerking Saunders-arrest: tijdens een toezichts/controle onderzoek
rechtmatig verkregen bewijs mag niet ten grondslag worden gelegd aan
een bestraffende sanctie.
Kennisclip: bestuursrechtelijke sancties: herstelsancties en bestraffende
sancties
Afhankelijk van het soort sanctie kunnen aparte regels gelden en dan met name
regels die gelden voor de rechtsbescherming van de overtreder bij de oplegging
van de herstelsanctie.
Herstelsancties
Bestuurlijke sanctie art. 5:2 lid 1 onder a Awb. Wordt door een bo opgelegd
naar aanleiding van een overtreding.
Herstelsanctie: art. 5:2 lid 1 onder b Awb: een bestuurlijke sanctie die
strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van
een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding,
dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een
overtreding.
Voorbeelden:
- Last onder bestuursdwang (oudste, typische bestuursrechtelijke
sanctie)
- Last onder dwangsom (is er later bijgekomen)