VOORTPLANTING EN VERLOSKUNDE
GHD
Yasmina Jongbloet
1 JANUARI 2025
DGK
,KLINISCH ONDERZOEK EN DRACHTDIAGNOSE RUND
BASISKENNIS
De cyclusduur is 18-24 dagen meestal met 2 (lacterende koeien) of 3 (pinken) folliculaire golven.
Drachtduur : 280-285 dagen, vroeggeboorte vanaf 265 dagen.
- 60 dagen na afkalven , koe insemineren.
Oestrusduur (tochtigheid): 12-18u en ovulatie is 12u na einde van de oestrus.
Bij paarden hangt de baarmoeder op en is het klinisch onderzoek makkelijker. Bij het rund is de
baarmoeder opgekruld ( koerstuur ) en dat maakt het moeilijker is voor klinisch onderzoek. Bij het rectale
onderzoek gaan we eerst de baarmoeder moeten ontkrullen en voorzichtig met de echo niet te snel
zeggen dat er een tweeling is. Als dezelfde vrucht twee keer in beeld gebracht → vergissing.
Een belangrijk aspect dat je niet mag vergeten is dat er bij runderen en schaap en geit we in een
economische context werken. Het is van belang voor de gezondheid van de dieren maar het is even
belangrijk voor de economie van het bedrijf om de dracht te volgen bij de koeien.
- Melkvee : begint melk te geven na kalving → economisch belang voor melkbedrijven. Moet op
regelmatige tijdstippen opnieuw kalven voor de piek van lactatie telkens te bekomen. Hoe meer
we de koe kunnen laten afkalven , hoe meer melk voor de veehouder er geproduceerd word voor
de veehouder ( meer melkpieken).
- Een tweede economische factor die belangrijk is voor zo een bedrijf is de leeftijd van de eerste
afkalving voor melkvee EN vleesvee = 2 jaar/ 24 maand. Zolang dier niet afkalft zal veehouder
geen inkomen hebben; dus streefdoel is zorgen voor goede opfokking = op juiste tijdstip afkalving.
Dus dan moet de veehouder op 14-15 maand beginnen insimineren ( bedrijfsbegeleiding is dus
belangrijk)!
- Ideale tussen kalftijd voor melkvee en vleesvee bedrijven : 365 dagen (als je puur economisch
bekijkt).
KLINISCH ONDERZOEK
Bij dieren die klinisch niet gezond zijn of voor eht economische aspect negatief loopt. wat is algemeen
onderzoek en de normaal waarden?
- Signalement
- Anamnese
- Algemene indruk
- Algemeen onderzoek
- Orgaanspecifiek onderzoek:
➔ Genitaaltractus:
- uitwendig onderzoek: inspectie en palpatie
- inwendig onderzoek: inspectie (vaginoscopisch) en
➔ palpatie: rectaal (+ echografie)
- aanvullend onderzoek (bv bloedonderzoek –
endometriumbiopsie
1
,Algemene onderzoek moet je altijd doen, tenzij er een klacht is die eerder economisch gericht is.
- Een koe ziek NA keizersnede = kan gerelateerd zijn of niet gerelateerd zijn aan de keizersnede →
algemene onderzoek. Het algemene onderzoek zal aanwijzingen geven waar het mis loopt en dan
kunnen we verder onderzoeken.
- Typische vraag , gericht naar halen van niet halen van de economische normen = mag je
algemeen onderzoek skippen maar signalement, anamnese en algemene indruk is genoeg.
Conclusie: rekening houden met klinisch onderzoek want het is de
basis van een goede diagnose → behandeling!
BASIS RECTAAL ONDERZOEK
Dit is de basis van het gynaecologisch onderzoek, het voelen van de cervix is HET oriëntatiepunt. Deze is
goed te herkennen bij het voelen en dan heb je het geslachtsapparaat beet. Als je het geslachtsapparaat
hebt, laat het niet los en tast de baarmoederhoornen af. Je wilt de baarmoeder voelen:
- grote inhoud
- vergroeiingen → dikbilkoeien , ontstaan na een keizersnede.
➔ Kans op dracht lager als er vergroeiingen zijn.
- contractiliteit voor cyclusstadium→Als de baarmoeder contractiel is= hard (door oestrogenen)=
tochtigheid.
- symmetrisch/asymmetrie
- fluctuatie : etter of dracht?
Daarna zullen we de eierstokken palperen, soort ballonachtige knijp structuur kan een follikel zijn. Een
hardere structuur/ paddenstoel is eerder een geel lichaam. In het begin is het geel lichaam zacht, maar dit
loopt vol met bloed → bloedklonter die spongieus aanvoelt → verouderd en het bloed word vervangen
door cellen → nog ouder worden de cellen vervangen door bindweefsel. Dus hoe ouder het geel lichaam,
hoe harder het aanvoelt.
DRACHTDIAGNOSE
Het doel : zo vlug mogelijk de niet- drachtige dieren vinden!
Andere redenen voor een drachtdiagnose te laten gebeuren ( veel voorkomende vragen in praktijk van de
veehouder):
- Hoe ver is ze drachtig?
- Leeft het kalf nog? Als de koe al moest gekalfd hebben maar geen tekenen heeft.
- Geslacht van kalf? Of is er een tweeling?
Hoe stellen we de diagnose?
1. Eerste teken van dracht voor de veehouder is het niet meer tochtig zien worden van de koe. Maar het
niet meer tonen van de tochtigheid is eigenlijk een slechte methode om te tonen of het dier wel
drachtig is. Want de bronstdetectie is slechts 50%. Er zijn ook andere redenen dan dracht dat de
cyclus stilvalt en het dier niet meer drachtig is. Sommige drachtige koeien kunnen ook
tochtigheidsymptomen vertonen.
- Vb. als we 100 insimineren dan zijn er 50 drachtig en niet drachtig. Van de niet drachtig gaan we
25 niet tochtig zien en 25 tochtig zien. Die zijn dus niet drachtig. Deze moeten we opzoeken!
2. Het voelen van het geel lichaam is ook geen goede drachtdiagnose methode.
2
, 3. Progesterontest : als we opzoek gaan naar het hormoon dat het corpus luteum produceert, is een
betere methode. Als we de progesteron kunnen meten 21 dagen na de insiminatie en de progesteron
is dan nog steeds hoog → is er een (grote) kans dat het dier drachtig is. Als de progesteron na 21 laag
is dan is het dier niet drachtig. Het kan wel zijn dat de progesteron positief is= drachtig, maar er na 40
dagen nog steeds een embryonale sterfte optreed. Dus je bent nog niet zeker dat er een afkalving is (
85% zekerheid als progesteron test positief is).
- Als de veehouder een slechte bronstdetectie doet → werkt dit niet goed.
- Progesteron in plasma (blauw) en in melk ( rood). Je ziet dat die in de melk hoger is, dat is omdat
de progesteron lipofiel is en dat die makkelijker in de melk aanwezig blijft.
➔ AI= insimintatie, na een insiminatie stijgt het progesteron. Maar de veehouder heeft de
bronstigheid niet gezien en heeft opnieuw geinsimineerd. Dan was de progesteron weer
hoog.
➔ Door de slechte bronsdetectie → fouten in drachtigheid krijgt.
4. Chemische drachtdiagnose is in het bloed het bepalen van verschillende stoffen. Bv; bovine
pregnancy associated glycoprotein. → ook een minder goede methode.
5. Asymmetrie van de hoornen en fluctuatie via het rectale onderzoek . Dit zijn de eerste tekenen
van de dracht die we bij pinken vanaf 30 dagen dracht kunnen voelen en bij andere koeien vanaf 35
dagen drachtig kunnen voelen. Langst de zijden van de vrucht komen er cotelydonen op na ongeveer
70 dagen.
- Snap vuistregel in praktijk niet.
6. Membraanslip : je voelt vruchtvliezen slippen
tegenover elkaar (allantois en chorion vlies). Dit is te
voelen vanaf 35 dagen in de dracht, maar er moet
wat ervaring voor zijn voor dit te voelen.
- Voorbeeld uit de praktijk: Als er iets in de
baarmoeder zit moet je differentiëren tussen
etter of een dracht. Dan kan je de membraanslip
proberen voelen. De membraanslip doen we
niet standaard bij elke drachtdiagnose.
- Niet te hard op amnionblaas drukken anders kan je problemen veroorzaken!
7. Placentomen zijn cotelydonen samen met een maternaal karunkel. Een karunkel zijn te voelen na 70
dagen dracht. De grote van deze placentomen is afhankelijk van de plaats in de uterus en de lengte
van de dracht.
- Nooit lospellen: kan wondjes geven aan maternale kant = bacterie
Intredepoort.
3
GHD
Yasmina Jongbloet
1 JANUARI 2025
DGK
,KLINISCH ONDERZOEK EN DRACHTDIAGNOSE RUND
BASISKENNIS
De cyclusduur is 18-24 dagen meestal met 2 (lacterende koeien) of 3 (pinken) folliculaire golven.
Drachtduur : 280-285 dagen, vroeggeboorte vanaf 265 dagen.
- 60 dagen na afkalven , koe insemineren.
Oestrusduur (tochtigheid): 12-18u en ovulatie is 12u na einde van de oestrus.
Bij paarden hangt de baarmoeder op en is het klinisch onderzoek makkelijker. Bij het rund is de
baarmoeder opgekruld ( koerstuur ) en dat maakt het moeilijker is voor klinisch onderzoek. Bij het rectale
onderzoek gaan we eerst de baarmoeder moeten ontkrullen en voorzichtig met de echo niet te snel
zeggen dat er een tweeling is. Als dezelfde vrucht twee keer in beeld gebracht → vergissing.
Een belangrijk aspect dat je niet mag vergeten is dat er bij runderen en schaap en geit we in een
economische context werken. Het is van belang voor de gezondheid van de dieren maar het is even
belangrijk voor de economie van het bedrijf om de dracht te volgen bij de koeien.
- Melkvee : begint melk te geven na kalving → economisch belang voor melkbedrijven. Moet op
regelmatige tijdstippen opnieuw kalven voor de piek van lactatie telkens te bekomen. Hoe meer
we de koe kunnen laten afkalven , hoe meer melk voor de veehouder er geproduceerd word voor
de veehouder ( meer melkpieken).
- Een tweede economische factor die belangrijk is voor zo een bedrijf is de leeftijd van de eerste
afkalving voor melkvee EN vleesvee = 2 jaar/ 24 maand. Zolang dier niet afkalft zal veehouder
geen inkomen hebben; dus streefdoel is zorgen voor goede opfokking = op juiste tijdstip afkalving.
Dus dan moet de veehouder op 14-15 maand beginnen insimineren ( bedrijfsbegeleiding is dus
belangrijk)!
- Ideale tussen kalftijd voor melkvee en vleesvee bedrijven : 365 dagen (als je puur economisch
bekijkt).
KLINISCH ONDERZOEK
Bij dieren die klinisch niet gezond zijn of voor eht economische aspect negatief loopt. wat is algemeen
onderzoek en de normaal waarden?
- Signalement
- Anamnese
- Algemene indruk
- Algemeen onderzoek
- Orgaanspecifiek onderzoek:
➔ Genitaaltractus:
- uitwendig onderzoek: inspectie en palpatie
- inwendig onderzoek: inspectie (vaginoscopisch) en
➔ palpatie: rectaal (+ echografie)
- aanvullend onderzoek (bv bloedonderzoek –
endometriumbiopsie
1
,Algemene onderzoek moet je altijd doen, tenzij er een klacht is die eerder economisch gericht is.
- Een koe ziek NA keizersnede = kan gerelateerd zijn of niet gerelateerd zijn aan de keizersnede →
algemene onderzoek. Het algemene onderzoek zal aanwijzingen geven waar het mis loopt en dan
kunnen we verder onderzoeken.
- Typische vraag , gericht naar halen van niet halen van de economische normen = mag je
algemeen onderzoek skippen maar signalement, anamnese en algemene indruk is genoeg.
Conclusie: rekening houden met klinisch onderzoek want het is de
basis van een goede diagnose → behandeling!
BASIS RECTAAL ONDERZOEK
Dit is de basis van het gynaecologisch onderzoek, het voelen van de cervix is HET oriëntatiepunt. Deze is
goed te herkennen bij het voelen en dan heb je het geslachtsapparaat beet. Als je het geslachtsapparaat
hebt, laat het niet los en tast de baarmoederhoornen af. Je wilt de baarmoeder voelen:
- grote inhoud
- vergroeiingen → dikbilkoeien , ontstaan na een keizersnede.
➔ Kans op dracht lager als er vergroeiingen zijn.
- contractiliteit voor cyclusstadium→Als de baarmoeder contractiel is= hard (door oestrogenen)=
tochtigheid.
- symmetrisch/asymmetrie
- fluctuatie : etter of dracht?
Daarna zullen we de eierstokken palperen, soort ballonachtige knijp structuur kan een follikel zijn. Een
hardere structuur/ paddenstoel is eerder een geel lichaam. In het begin is het geel lichaam zacht, maar dit
loopt vol met bloed → bloedklonter die spongieus aanvoelt → verouderd en het bloed word vervangen
door cellen → nog ouder worden de cellen vervangen door bindweefsel. Dus hoe ouder het geel lichaam,
hoe harder het aanvoelt.
DRACHTDIAGNOSE
Het doel : zo vlug mogelijk de niet- drachtige dieren vinden!
Andere redenen voor een drachtdiagnose te laten gebeuren ( veel voorkomende vragen in praktijk van de
veehouder):
- Hoe ver is ze drachtig?
- Leeft het kalf nog? Als de koe al moest gekalfd hebben maar geen tekenen heeft.
- Geslacht van kalf? Of is er een tweeling?
Hoe stellen we de diagnose?
1. Eerste teken van dracht voor de veehouder is het niet meer tochtig zien worden van de koe. Maar het
niet meer tonen van de tochtigheid is eigenlijk een slechte methode om te tonen of het dier wel
drachtig is. Want de bronstdetectie is slechts 50%. Er zijn ook andere redenen dan dracht dat de
cyclus stilvalt en het dier niet meer drachtig is. Sommige drachtige koeien kunnen ook
tochtigheidsymptomen vertonen.
- Vb. als we 100 insimineren dan zijn er 50 drachtig en niet drachtig. Van de niet drachtig gaan we
25 niet tochtig zien en 25 tochtig zien. Die zijn dus niet drachtig. Deze moeten we opzoeken!
2. Het voelen van het geel lichaam is ook geen goede drachtdiagnose methode.
2
, 3. Progesterontest : als we opzoek gaan naar het hormoon dat het corpus luteum produceert, is een
betere methode. Als we de progesteron kunnen meten 21 dagen na de insiminatie en de progesteron
is dan nog steeds hoog → is er een (grote) kans dat het dier drachtig is. Als de progesteron na 21 laag
is dan is het dier niet drachtig. Het kan wel zijn dat de progesteron positief is= drachtig, maar er na 40
dagen nog steeds een embryonale sterfte optreed. Dus je bent nog niet zeker dat er een afkalving is (
85% zekerheid als progesteron test positief is).
- Als de veehouder een slechte bronstdetectie doet → werkt dit niet goed.
- Progesteron in plasma (blauw) en in melk ( rood). Je ziet dat die in de melk hoger is, dat is omdat
de progesteron lipofiel is en dat die makkelijker in de melk aanwezig blijft.
➔ AI= insimintatie, na een insiminatie stijgt het progesteron. Maar de veehouder heeft de
bronstigheid niet gezien en heeft opnieuw geinsimineerd. Dan was de progesteron weer
hoog.
➔ Door de slechte bronsdetectie → fouten in drachtigheid krijgt.
4. Chemische drachtdiagnose is in het bloed het bepalen van verschillende stoffen. Bv; bovine
pregnancy associated glycoprotein. → ook een minder goede methode.
5. Asymmetrie van de hoornen en fluctuatie via het rectale onderzoek . Dit zijn de eerste tekenen
van de dracht die we bij pinken vanaf 30 dagen dracht kunnen voelen en bij andere koeien vanaf 35
dagen drachtig kunnen voelen. Langst de zijden van de vrucht komen er cotelydonen op na ongeveer
70 dagen.
- Snap vuistregel in praktijk niet.
6. Membraanslip : je voelt vruchtvliezen slippen
tegenover elkaar (allantois en chorion vlies). Dit is te
voelen vanaf 35 dagen in de dracht, maar er moet
wat ervaring voor zijn voor dit te voelen.
- Voorbeeld uit de praktijk: Als er iets in de
baarmoeder zit moet je differentiëren tussen
etter of een dracht. Dan kan je de membraanslip
proberen voelen. De membraanslip doen we
niet standaard bij elke drachtdiagnose.
- Niet te hard op amnionblaas drukken anders kan je problemen veroorzaken!
7. Placentomen zijn cotelydonen samen met een maternaal karunkel. Een karunkel zijn te voelen na 70
dagen dracht. De grote van deze placentomen is afhankelijk van de plaats in de uterus en de lengte
van de dracht.
- Nooit lospellen: kan wondjes geven aan maternale kant = bacterie
Intredepoort.
3