100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Functieleer Deel 2

Beoordeling
4,8
(4)
Verkocht
5
Pagina's
209
Geüpload op
30-10-2025
Geschreven in
2025/2026

Dit document is een samenvatting van Functieleer deel 2 van alle 4 de delen (leerpsychologie, motivatie & emotie, taalpsychologie en cognitieve psychologie). Heel uitgebreid, met veel foto's en voorbeelden om het beter te begrijpen. Deel motivatie en emotie is aangevuld met notities uit de interactielessen. Success

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Functieleer 2:
Deel 1: leerpsychologie
1. Hoofdstuk 1: basisconcepten & definities
1.1. Fundamentele kenmerken van leren
1.1.1. Leren en andere vormen van gedragsveranderingen
Vaak wordt leren door “niet-leerpsychologen” gezien als:
• “Schools leren” (leren rekenen, schrijven; spaans, statistiek...)
• Een (motorische/perceptuele) vaardigheid, techniek, procedure onder de knie krijgen (leren lopen, fietsen,
typen, zwemmen, schilderen, timmeren, koken, wijn proeven...)
• Studeren/leren voor beroep x; een kundigheid/bedrevenheid verwerven
• Een gewoonte eigen maken (door zijn vienden heeft hij leren liegen)
• Wijzer maken, doen inzien (de ondervinding leert dat...)
• ...

MAAR leerpsychologen verstaan dit en nog véél meer: (6)
• Niet enkel intentioneel/bewust/expliciet leren, maar ook incidentieel/niet bewust/impliciet
o Niet enkel aan een bureau iets van buiten leren, maar ook angstig leren zijn voor honden of muziek
herkennen, je leren navigeren op een plek waar je vaak komt
• Niet enkel leren bij mensen, ook leren bij alle andere diersoorten
o Vaak worden duiven of knaagdieren onderzocht, maar dit zijn niet de enigste dieren
▪ Van zeeslakken tot fruitvliegjes tot bijen en mensapen
• Bij al deze dieren is er onderzoek gebeurt naar of ze kunnen leren → bij ze allemaal is
evidentie gevonden dat ze het kunnen én dat het gelijkt op menselijk leren
• Niet enkel gesofisticeerde, ook basale vaardigheden
o Dingen die je niet bewust geleerd hebt, maar random in je leven
▪ Bv gezichten/stemmen herkennen, coördinatie van bewegingen (bv stappen, fietsen...) telefonen
leren opnemen bij rinkelen, een trui leren aantrekken als je het koud hebt
• Niet enkel leren doen, maar ook leren niet doen
o Leren responsen onderdrukken (bv leren zwijgen (niet babbelen), leren stilzitten (niet bewegen))
• Niet enkel motorisch-perceptueel-cognitief, maar ook emotioneel-affectief leren
o Vrees voor spinnen, liften, besmetting, koffie/broccoli... leren lekker vinden
• Niet enkel bij kinderen/jongeren, maar je hele leven door
o Want steeds opnieuw veranderen omgevingscontingenties, dus aanpassen is nodig


1.1.2. Leren, performantie en niveaus van analyse
Hoe helpt dit bij de definitie van leren?
Leren is hét middel waardoor dieren (ook mensen) hun gedrag duurzaam wijzigen, met als doel een betere
afstemming op (veranderingen in) de leefwereld. Dit kan gedragsmatige of neuronale “plasticiteit” genoemd
worden. (een gedragsverandering kan enkel plaatsvinden omdat er ook een verandering in de hersenen gebeurd is)
• Leren wordt dus geïdentificeerd door een gedragsverandering (in bepaalde situatie)
o Deze gedragsverandering kan zowel een toename/verschijnen, als een afname/verdwijnen
van een bepaalde respons inhouden
o LET OP: niet iedere gedragsverandering impliceert leren (bv evolutie, vermoeidheid)


Welk soort gedragsverandering is het dan wel
1. Leren = relatief duurzame gedragsverandering

, o Dit betekent dat er een verandering tssn T0 & T1 gebeurt en de verandering nr R2 mag níét terug
naar R1 gaan, anders is hij tijdelijk
o Alle oorzaken van tijdelijke, niet-duurzame gedragsveranderingen ≠ leren
▪ Vermoeidheid: bv iemand die net veel gelopen heeft zal anders reageren tgv vermoeidheid, dan
als deze persoon uitgerust was → eenmaal terug uitgerust, is de reactie weer normaal
▪ Tijdelijke veranderingen in fysiologische/ motivationele toestand (bv.
arousalniveau/honger/geslachtshormonen)
• Terugkeer naar basislijn indien aan behoefte voldaan
▪ Tijdelijke veranderingen in omgevingsstimuli (bv. licht plots uit → zal geroezemoes
veroorzaken maar als het licht terug aan gaat stopt dit weer; steentje in schoen)

2. Leren = relatief duurzame gedragsverandering veroorzaakt door een specifieke ervaring
o Gedragsveranderingen moeten veroorzaakt worden door een specifieke (leer)ervaring die tssn
T0 & T1 heeft plaatsgevonden
o Andere oorzaken van relatief duurzame gedragsveranderingen ≠ leren
▪ Iets kan dus relatief duurzaam zijn, maar dit is niet genoeg
▪ Oa. Fysieke/fysiologische/neuronale maturatie & groei (cfr ontwikkelingsleer)
• Géén of minder inbreng in specifieke “ervaring”
o Bv kind van 4maand zal anders reageren dan kind van 4 jr → verschil in reactie
vaak te wijten aan verschil in fysieke groei, niet aan leerervaring
o Niet beperkt tot 1 bepaald soort gedrag (in 1 bepaalde situatie)
• MAAR: soms interacties tssn leerervaring en neurale activiteit, onderscheid niet
steeds even duidelijk
o bv Zangpatroon zangvogel: een lijster kan onmogelijk het gezang v/e merel
aangeleerd worden, maar toch moeten de kuikens op een bepaald moment het
lijster gezang leren → hiervoor moeten ze blootgesteld worden aan het gezang
van anderen
o bv: visueel systeem katten: van geboorte tot 3 maand werden kittens in het
donker gehouden → werden 1h per dag blootgesteld aan verticale strepen → na
3 maand bleek dat ze horizontale strepen niet konden zien, want de nodige
neuronen waren nooit ontwikkeld

3. Leren = relatief duurzame verandering in gedragspotentieel
o Niet enkel in gedrag, maar in het potentieel
o Leren ≠ performantie
▪ Gedragsverandering op zich is bewijs van leren, maar de gedragsverandering die
wij gaan observeren gaat altijd in functie zijn van wat geleerd is, van de motivatie
& van de stimuluscondities
▪ Niet omdat we geen gedragsverandering observeren dat er niets geleerd is
• Maar gedragsverandering is wel nodig als bewijs van leren
o Dit heeft te maken met “behaviorally silent learning”
▪ Bv doolhoven ratten met/zonder reward
• Je begint met je licht uitgehongerde ratten in een doolhof te zetten waar eten op het
einde ligt als beloning → ratten zullen steeds sneller de uitgang vinden
• Stel je steekt een rat in het doolhof die géén beloning krijgt op het einde → tijden tot de
rat de uitgang gevonden heeft variëren enorm → rat lijkt niets te leren
o MAAR als je plots toch beloningen legt op het einde → rat legt plots vele sneller
het doolhof af → rat blijkt toch geleerd te hebben hoe het doolhof in elkaar zat
o Conclusie: taak vd leerpsycholoog om de juiste motivatie te vinden voor het
proefdier/de ppn

,Maturatie versus leren
• Leren veronderstelt oefening of ervaring(en), die specifiek in verband staan met geleerd gedrag →
maturatie niet (althans niet in principe)
o Ervaring/oefening bij leren kan variëren van éénmalig (“one-trial learning”: maar 1 ervaring nodig
om te leren, bv. hete kachel vermijden) tot erg veel (bv. solist viool worden), maar is hoe dan ook
noodzakelijk om van “leren” te kunnen spreken
• Gedragsveranderingen veroorzaakt door leren zijn relatief specifiek/beperkt tot het geleerde gedrag in
vgl. met effecten maturatie
o Vgl. effecten maturatie grijpbeweging: jonge kinderen kunnen eenmaal ze de pincetgreep geleerd hebben
vanalle kleine dingen kunnen vast pakken; heel breed niet enkel potlood → leren: veel beperkter bv
indien je leert koken op inductiekookplaat, kun je dat op enkele plekken, maar daarom kun je dat niet in
een oven of op een kampvuur
o Maar: wel zekere mate van “generalisatie” van het geleerde gedrag mogelijk naar gelijkaardige
situaties/gedragingen ! (niet erg adaptief als je dingen enkel in specifieke situaties op specifieke
manieren kunt toepassen)

Leren ≠ gedragsveranderingen door evolutie:
• Doorheen de tijd zijn er veel duurzame (gedrags)veranderingen geweest over generaties heen
o Dit waren adaptieve aanpassingen als reactie op veranderingen in de omgeving
o MAAR dit gebeurt niet binnen een individueel leven, maar op soortniveau
➔ Dáárom is het NIET hetzelfde als leren
o Uiteraard is het vermogen tot (bepaalde vormen van) leren zélf het product van evolutie

Niveaus van analyse van leren
Niveau van alanyse Type leermechanisme
Volledig organisme gedragsmatig
Neuronale circuits & neurotransmittoren Neuronale systemen/netwerken
Individuele neuronen & synapsen Moleculair & cellulair
Alle niveaus zijn belangrijk voor leren in het geheel, want leren en gedragsveranderingen kunnen enkel
plaatsvinden als er veranderingen zijn in de hersenen. Bij leerpsychologie gaan we enkel op het gedragsmatige
niveau gaan kijken.

1.1.3. Een defenitie van leren
Leren = een relatief duurzame verandering in het potentieel om een bepaald gedrag* te stellen, die toe te
schrijven is aan ervaring met gebeurtenissen in de omgeving die specifiek gerelateerd** zijn aan dat gedrag”
*motorische responsen en/of autonoom-vegetatieve responsen (bv verandering in hartslag is ook een
verandering in gedrag)
**S of S1-S2 of R-S (3 types van leren)

3 fundamentele types van ervaring
1. S: ervaring met een stimulis/prikkel/gebeurtenis op zich
o Domein vd habituatie & sensitisatie
2. S1-S2: Ervaring met de relatie tssn 2 stimuli/gebeurtenissen
o Leren over de wereld zoals die is, over het samengaan van 2 stimuli
o Domein van Klassieke/pavloviaanse conditionering
3. R-S: Ervaring met de relatie tssn gedrag & een consequente gebeurtenis in de omgeving
o Domein van Operante conditionering
o Bv trui aantrekken als je het te koud hebt

, 1.2. Naturalistische versus experimentele observaties
Naturalistische observaties Experimentele observaties
We kunnen correlationele verbanden leren, MAAR Kunnen wél causale uitspraken doen → maw we
kunnen nóóit oorzaak-gevolg verbanden leggen kunnen het waarom v/e gedragsverandering
(kunnen er wel hypotheses mee genereren) achterhalen
Waarom is dit belangrijk? → leren impliceert een causale variabele (“die toe te schrijven is aan” zie def) →
betekent dat er een causaal verband is, dat enkel te onderzoeken is met een experimentele observatie
• Maw: enkel experimentele manipulaties kunnen aantonen dat bepaalde ervaringen de oorzaak zijn v/e
bepaalde gedragsverandering ➔ methodologie vd leerpsychologie = experimenteel

1.3. Het “fundamentele” leerexperiment
Hoe ziet een standaard experiment in de leerpsychologie eruit?
• Je gebruikt altijd 1 experimentele groep in vergelijking met 1 of meerdere controle groep(en)
• De verschillende groepen gaan gelijkgesteld worden op zoveel mogelijk (soms alle)
persoons/omgevingsvariabelen
• Enkel de experimentele groep krijgt de kritische leerervaring (OV) op moment T0
• Vergelijking van gedragsverandering in beide groepen op moment T1 laat een causale leer-uitspraak toe

1e versie van het fundamentele leerexperiment
Dit is de meest gebruikte versie:
• 2 groepen: 1 experimentele en 1 controle groep
o Ppn worden random teogekend aan een
groep
• Experimentele groep krijgt leerervaring
• Blauwe pijl = verschil in gedrag tssn beide groepen
Aangezien alles zo gestandaardiseerd mogelijk was → kun
je afleiden dat het verschil tgv de leerervaring was



2e versie van het fundamentele leerexperiment

Deze versie (single case design) wordt niet zo vaak gebruikt
• elk subject is zijn eigen controle
• Goede basis is nodig → gedrag wordt aantal keer
gemeten voor de leerervaring komt → gedrag moet
redelijk stabiel zijn
• Ster = moment waarop leerervaringen starten
• Is er na de ster een gedragsverandering?




1.3.1. De “algemeen-proces” benadering bij de studie van leren
We hebben de assumptie dat dezelfde fundamentele leermechanismen/processen zijn betrokken bij veel
verschillende leertaken/situaties, en dit bij alle organismen (inclusief mens)
• We veronderstellen dat veel vd leermechanismen hetzelfde verlopen bij bijen, honden, mensen...
= assumptie: er bestaan een aantal “universele” leerwetmatigheden (ook in fysica, chemie...)

Dit neemt niet weg dat bij verschillende leertaken/diersoorten
• Er verschillende soorten stimuli betrokken kunnen zijn
• Er verschillende soorten responsen gesteld kunnen worden
• Er bepaalde leertaken relatief moeilijker, andere relatief gemakkelijker verlopen

, • Er “biological constraints” een rol kunnen spelen

1.3.2. Het gebruik van proefdieren in leeronderzoek
Voordelen: (7)
• Controle over leergeschiedenis: je weet tot in redelijk veel detail wat de dieren al geleerd hebben
• Betere controle over leeromgeving en leertaak
• Herhaald trainen/testen is goed mogelijk
• Kennis/controle over de genetica
• Kennis/controle over de motivationele variabelen
• Minimale/geen invloed van taal (want dieren spreken niet in mensentaal)
• Minimale invloed van “demand effects”

2. Hoofdstuk 2: substraat voor leren: ongeconditioneerd gedrag
Ongeconditioneerd = niet aangeleerd → dit is nuttig, want niemand is een onbeschreven blad. Leren wordt
gebaseerd op dingen die niet aangeleerd zijn, maar vanzelf verworven → het leren wordt voortgebouwd op een
soort basis bestaande uit gedragingen die NIET aangeleerd zijn

2.1. “Shaping” en homogeen versus heterogeen substraat van gedrag
Leren impliceert dat je gedrag gaat vormen, veranderen, “shapen” (zie H1)
➔ Als je gaat kijken hoe mensen er in het verleden over dachten, kom je bij Skinner’s analogie terecht
o Skinner (1953): leren is zoals “Boetseren van klei tot het gewenste object” → impliceert dat
ons gedrag een homogeen substraat is
▪ Iedereen is door leerervaringen te modeleren in eenders welke richting
➔ MAAR dit is niet de beste analogie
o Betere analogie: shapen van gedrag is beter te vergelijken met het “bewerken/beeldhouwen
van een blok hout tot het gewenste object” → impliceert dat gedrag een heterogeen
substraat is
▪ Je moet rekening houden met nerven en knoesten in het hout, anders zullen dingen
anders uitdraaien dan je wilt = rekening houden met genetische geprogrammeerde
predisposities & gedragstendensen (verschillen van soort tot soort)

Bv heterogeen substraat: men wilt een experiment doen met hongerige proefdieren stimuli laten benaderen die
gerelateerd zijn aan voedsel (bv ze weten dat bepaalde stimuli gelinkt is aan voedsel)
• Het ernaar toe gaan zal veel makkelijker aangeleerd worden, dan ervan weg blijven
• Indien het homogeen zou zijn, zou je beiden even makkelijk aangeleerd moeten kunnen worden

Bv aanleren relatie tssn bepaalde geur/smaak en misselijkheid
• Bij mensen/ratten heel makkelijk: je eet iets en wordt later misselijk, zul je het rap linken
• MAAR visuele stimuli linken aan misselijkheid gaat bijna NIET bij ratten en mensen (wel bij kwartels)

2.2. Het concept “reflex”
Reflex (= ontlokt gedrag) is een vorm van ongeconditioneerd gedrag. Een reflex is een soort verklaring/model
voor onvrijwillig, automatisch gedrag (~ Descartes is de eerste persoon die deze term introduceerde) & Descartes
stelde dit in contrast met vrijwillig, gecontroleerd gedrag.
• Analogie met bewegende standbeelden: in tuinen van rijke mensen stonden bewegende standbeelden,
als je op een bepaalde steen stapte, bewoog het standbeeld een arm
• Bv hitteprikkel die zorgt voor het terugtrekken van je hand als je een brandende kachel aanraakt
• Bv de startle (opschrik) reflex bij een plots luid geluid

Een reflex bomt tot uiting in ons lichaam door de reflexboog: belangrijk hierbij is dat de hersenen NIET nodig
zijn voor een reflex, maar alles gebeurt puur in het ruggenmerg

, • Verloop: ontlokkende (eliciting) prikkel → receptorcel → sensorieel (afferent) neuron → interneuron(en)
→ efferent neuron → effector → ontlokte respons (elicited behavior) (bv hamer op pees onder knie dat een
schop uitlokt)

Andere vb: als je een luchtstoot in je ogen krijgt, moet je knipperen; stof in de neus laat je niezen...
➔ Dit zijn allemaal voorbeelden van aangeboren manieren van reageren

2.3. Complexe vormen van ontlokt gedrag
Tot nu toe zijn er heel eenvoudige voorbeelden besproken, die te maken hadden met elementaire regulatie van
vitale levenfuncties (ademhaling, voedselinname, houding/evenwicht, bescherming tegen schadelijke prikkels...),
MAAR er zijn ook complexe sociale interacties en complex gedrag (zeker bij niet-humane dieren!). Vaak zijn dit niet
simpele responsen (zoals een simpele reflex), maar complexe sequenties van specifieke ontlokkende prikkels,
die een respons uitlokken die een nieuwe prikkel vormt enzo. (zie je heel veel bij nestbouwen, paargedrag, voeden
van jongeren, voortplanting...)
➔ Dit behoort tot het domein vd ethologie (stuk domein binnen de biologie)

Vb: reproductief gedrag bij de stekelbaars
• Mannetje bouwt nesttunnel in territorium tijdens de paartijd (indien ander mannetje in de buurt wordt die
aangevallen) → vrouwtje in territorium, dan gaat het mannetje zigzag zwemmen (als teken dat het vrouwtje moet
volgen) → vrouwtje volgt mannetje nr de tunnel en gaat in de tunnel liggen → dan raakt het mannetje de staart vh
vrouwtje aan waardoor het vrouwtje eitjes legt in de tunnel → vrouwtje vertrekt en mannetje gaat in de tunnel om
de eitjes te bevruchten → hierna “belucht” het mannetje de eitjes
• Als niet-aangeleerde gedragingen ontlokt worden door niet-aangeleerde stimuli, dan is het niet langer
een reflex, maar een complexer modaal actiepatroon (MAP) (reflex = simpele versie, MAP = complexe)

2.3.1. Modale ActiePatronen (MAP)
MAP = aangeboren, soortspecifieke patronen van ontlokt gedrag (elicited behavior) (ontlokkende stimuli die
gedrag in gang zetten)
• Actiepatronen eerder dan responsen
o Dit is niet langer 1 reflex, maar een heel patroon
• “Modaal” i.p.v. “vast, invariant (“fixed”)”: merendeel vd leden van een soort vertonen het actiepatroon,
op erg gelijkaardige wijze
o Bv meeste stekelbaarzen gaan soortgelijk gedrag vertonen
• Soort-specifiek (“species-typical”) (vb toepasbaar op stekelbaart, maar niet op kippen)

2.3.2. Signaalprikkels/-stimuli
MAP treden op in de context van hele rijke/complexe stimulusconfiguratie
Bv je bent een mannelijke stekelbaars wachtend op een vrouwtje: op dit moment veranderen er heel veel stimuli
(bv andere vissen zwemmen voorbij, de temperatuur vh water verandert...) → wat zorgt ervoor dat de MAP in gang
gezet wordt? → de signaalstimuli
Signaalstimuli = specifieke stimuli die crusiaal zijn om MAP te ontlokken = de beperkte set van cruciale
prikkelkenmerken vd complexe ontlokkende prikkelconfiguratie, die noodzakelijk & voldoende zijn om een
modaal actiepatroon te ontlokken
= releasing stimulus

VB: Seksueel toenaderingsgedrag bij mannelijke kwartels: Wat is de exacte prikkel die zorgt dat het mannetje het vrouwtje
benadert
• Deden een proef met 4 situaties waarbij men meette in welke mate het mannetje toenadering zocht
1: indien er een levend vrouwtje zich in de ruimte bevindt
2: als het een opzet pop vrouwtje zit
3: enkel kop en nekje laten zien vh opzetpopje vh vrouwtje
4: enkel lijfje zonder kop en nek vh opzetpopje

Documentinformatie

Geüpload op
30 oktober 2025
Bestand laatst geupdate op
16 januari 2026
Aantal pagina's
209
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 4 reviews worden weergegeven
1 maand geleden

2 maanden geleden

2 maanden geleden

2 maanden geleden

4,8

4 beoordelingen

5
3
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
julievanmelle Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
15
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
14
Laatst verkocht
2 weken geleden

4,8

4 beoordelingen

5
3
4
1
3
0
2
0
1
0

Populaire documenten

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen