Psychomotoriek
Hoofdstuk 1: Psychomotorische ontwikkeling
• Grove motoriek (armen en benen, grote spiergroepen)
• Visuo motoriek (zien)
• Fijne motoriek (specifieke delen van het lichaam, arm-hand functie)
• Schrijf motoriek (beweging bij het schrijven)
• Visueel-ruimtelijk (het inschattingsvermogen)
• Sensomotoriek (zintuigen)
1. Begripsomschrijving
Psychomotoriek
• Handelend participeren in zijn psychosociale context.
• Holistische visie van de mens, een visie die vertrekt vanuit de eenheid tussen
lichaam en geest.
• De leer van het menselijk zich bewegen
• De onderlinge relatie tussen het lichaam (soma), de psyche en de omgeving.
• Psyche + motoriek
• Integratie van het cognitieve, het emotionele en het motorische concept + de
capaciteit om te zijn en te ageren (handelen) in een psychosociale context.
• Motorisch-intentioneel bewegen —> jouw lichaam doelgericht bewegen
Samenwerking van:
• motorische aspecten
• cognitieve aspecten
• sociale aspecten
=sociaal affectief
• emotionele aspecten
(neuro)motorisch —> ik beweeg
cognitief —> doelgericht
sociaal affectief —> in interactie met
mijn omgeving & mijn innerlijke belevingswereld
Pagina !1 van 78
!
,Psychomotorische therapie
Lichaam en de bewegingen van
het lichaam als uitgangspunt
invloed uitoefenen op de
3 aspecten van de driehoek
Op de motoriek
—> motorische vaardigheid verbeteren
Op de cognitie
—> ruimtelijk inzicht
Op het emotionele
—> het zelfvertrouwen te stimuleren
Europees forum psychomotoriek:
“Psychomotoriek is gebaseerd op een holistische visie van de mens, een visie die
vertrekt vanuit de eenheid tussen lichaam en geest; het begrip integreert het
cognitief, emotioneel en motorisch aspect alsook het vermogen om te zijn en te
ageren in een psycho-sociale context.”
2. Motorische & neuromotorische ontwikkeling
Motoriek: interne organisatie van onze bewegingen: hoe beweeg je je ledematen
(spieren en gewrichten)
• grove motoriek
• fijne motoriek
Neuromotoriek: interne neurologische organisatie van je bewegingen (hersenen en
zenuwbanen)?
• rijpingsproces, want nog niet af bij geboorte
• ook reflexmotoriek: vooraf geprogrammeerd, buiten het bewuste,
verdedigingsgericht —> basis voor verdere ontwikkeling
Pagina !2 van 78
!
,Grofmotorische vaardigheden (VH)
• Motorische VH waarbij grote en vooral krachtgenererende spiergroepen van
de romp, armen en benen betrokken zijn.
Motorische vaardigheden
• Gedragingen die ervoor zorgen dat het lichaam van de ene locatie naar de
andere wordt verplaatst, alsook werpen en vangen van voorwerpen.
2.1 Van reflex tot intentioneel bewegen
Intentioneel bewegen = bewust bewegen
Perifeer = ledematen & zenuwen
Centraal : ruggenmerg & hersenen
Pagina !3 van 78
!
, 3 types van reflexen
• Primitieve reflexen
• aangeboren
• onmisbaar in de eerste levensweken om te kunnen overleven
• de basis voor latere vaardigheden
• beperkte levensduur
• worden door hoger gedeelte in de hersenen overgenomen of onderdrukt
om zo complexere zenuwstructuren te ontwikkelen waardoor de zuigeling
controle krijgt over een willekeurige respons.
Perez reflex:
• met vinger van onder naar boven langs beide kanten van de wervelkolom
aanstrijken —> hoofd en billen optillen
• dankzij deze reflex op handen en knieën kunnen gaan zitten
• reactie: spontane oprichting
• voor- achterbeweging
Zuigreflex:
• Bij aanraken van de wang of de mond wordt het hoofd in de richting van
het aanraken gedraaid.
• Deze reflex is noodzakelijk voor het voeden van de baby en zorgt ervoor
dat de baby de tepel vindt.
• verdwijnt na 3 à 4 maanden
Galant reflex:
• Wanneer een pasgeboren kindje op zijn buik op de onderarm wordt
gelegd en er met de vinger aan één kant van de wervelkolom een lijntje
omlaag wordt getrokken, zal het heupje aan die kant ongeveer 45
graden naar buiten bewegen, hetzelfde aan de andere kant.
• doel —> het kindje te helpen om geboren te
worden.
• verdwijnt tussen 3 à 9 maand
Palmaire en plantaire reflex
• palmaire en plantaire reflex
De vingers krullen zich naar de stimulatie van de handpalmen toe en het
babyhandje sluit zich stevig om de vinger heen. De pasgeboren baby kan
hierdoor zelfs opgetild worden (idem thv de voetzolen).
• de palmaire verdwijnt à 2e à 3e maand
• de plantaire verdwijnt à 7e à 8e maand
Pagina !4 van 78
!
Hoofdstuk 1: Psychomotorische ontwikkeling
• Grove motoriek (armen en benen, grote spiergroepen)
• Visuo motoriek (zien)
• Fijne motoriek (specifieke delen van het lichaam, arm-hand functie)
• Schrijf motoriek (beweging bij het schrijven)
• Visueel-ruimtelijk (het inschattingsvermogen)
• Sensomotoriek (zintuigen)
1. Begripsomschrijving
Psychomotoriek
• Handelend participeren in zijn psychosociale context.
• Holistische visie van de mens, een visie die vertrekt vanuit de eenheid tussen
lichaam en geest.
• De leer van het menselijk zich bewegen
• De onderlinge relatie tussen het lichaam (soma), de psyche en de omgeving.
• Psyche + motoriek
• Integratie van het cognitieve, het emotionele en het motorische concept + de
capaciteit om te zijn en te ageren (handelen) in een psychosociale context.
• Motorisch-intentioneel bewegen —> jouw lichaam doelgericht bewegen
Samenwerking van:
• motorische aspecten
• cognitieve aspecten
• sociale aspecten
=sociaal affectief
• emotionele aspecten
(neuro)motorisch —> ik beweeg
cognitief —> doelgericht
sociaal affectief —> in interactie met
mijn omgeving & mijn innerlijke belevingswereld
Pagina !1 van 78
!
,Psychomotorische therapie
Lichaam en de bewegingen van
het lichaam als uitgangspunt
invloed uitoefenen op de
3 aspecten van de driehoek
Op de motoriek
—> motorische vaardigheid verbeteren
Op de cognitie
—> ruimtelijk inzicht
Op het emotionele
—> het zelfvertrouwen te stimuleren
Europees forum psychomotoriek:
“Psychomotoriek is gebaseerd op een holistische visie van de mens, een visie die
vertrekt vanuit de eenheid tussen lichaam en geest; het begrip integreert het
cognitief, emotioneel en motorisch aspect alsook het vermogen om te zijn en te
ageren in een psycho-sociale context.”
2. Motorische & neuromotorische ontwikkeling
Motoriek: interne organisatie van onze bewegingen: hoe beweeg je je ledematen
(spieren en gewrichten)
• grove motoriek
• fijne motoriek
Neuromotoriek: interne neurologische organisatie van je bewegingen (hersenen en
zenuwbanen)?
• rijpingsproces, want nog niet af bij geboorte
• ook reflexmotoriek: vooraf geprogrammeerd, buiten het bewuste,
verdedigingsgericht —> basis voor verdere ontwikkeling
Pagina !2 van 78
!
,Grofmotorische vaardigheden (VH)
• Motorische VH waarbij grote en vooral krachtgenererende spiergroepen van
de romp, armen en benen betrokken zijn.
Motorische vaardigheden
• Gedragingen die ervoor zorgen dat het lichaam van de ene locatie naar de
andere wordt verplaatst, alsook werpen en vangen van voorwerpen.
2.1 Van reflex tot intentioneel bewegen
Intentioneel bewegen = bewust bewegen
Perifeer = ledematen & zenuwen
Centraal : ruggenmerg & hersenen
Pagina !3 van 78
!
, 3 types van reflexen
• Primitieve reflexen
• aangeboren
• onmisbaar in de eerste levensweken om te kunnen overleven
• de basis voor latere vaardigheden
• beperkte levensduur
• worden door hoger gedeelte in de hersenen overgenomen of onderdrukt
om zo complexere zenuwstructuren te ontwikkelen waardoor de zuigeling
controle krijgt over een willekeurige respons.
Perez reflex:
• met vinger van onder naar boven langs beide kanten van de wervelkolom
aanstrijken —> hoofd en billen optillen
• dankzij deze reflex op handen en knieën kunnen gaan zitten
• reactie: spontane oprichting
• voor- achterbeweging
Zuigreflex:
• Bij aanraken van de wang of de mond wordt het hoofd in de richting van
het aanraken gedraaid.
• Deze reflex is noodzakelijk voor het voeden van de baby en zorgt ervoor
dat de baby de tepel vindt.
• verdwijnt na 3 à 4 maanden
Galant reflex:
• Wanneer een pasgeboren kindje op zijn buik op de onderarm wordt
gelegd en er met de vinger aan één kant van de wervelkolom een lijntje
omlaag wordt getrokken, zal het heupje aan die kant ongeveer 45
graden naar buiten bewegen, hetzelfde aan de andere kant.
• doel —> het kindje te helpen om geboren te
worden.
• verdwijnt tussen 3 à 9 maand
Palmaire en plantaire reflex
• palmaire en plantaire reflex
De vingers krullen zich naar de stimulatie van de handpalmen toe en het
babyhandje sluit zich stevig om de vinger heen. De pasgeboren baby kan
hierdoor zelfs opgetild worden (idem thv de voetzolen).
• de palmaire verdwijnt à 2e à 3e maand
• de plantaire verdwijnt à 7e à 8e maand
Pagina !4 van 78
!