Vraag 1. Beer = mv. De verandering in bewegingshoeveelheid van de beer is mv,
want 0 - (-mv) = 0 + mv = 0
Na de botsing heeft de beer heeft de beer 0 bewegingshoeveelheid omdat snelheid 0 is, de bal heeft
dan +mv bewegingshoeveelheid, + omdat de bal naar boven gaat in dezelfde zijn als de Y-as.
Vraag 2. Bal = 2mv. De verandering in bewegingshoeveelheid van de bal is 2 mv,
want mv - (-mv) = mv + mv = 2mv
Vraag 3. Gelijk. Beide hebben een gelijke snelheid waarmee het momentum veranderd. Op beide
deeltjes werken dezelfde Nettokracht F (200N). Dus F in de formule F = Δp / Δt is gelijk en dus is Δp
gelijk en p = mv en dus is de snelheid ook gelijk.
Vraag 4. Kleiner, want F = ma. Als de massa groter is, is de versnelling kleiner
1
, Vraag 5. Beiden hebben hetzelfde momentum. F = Δp / Δt omschrijven naar Δp = F . Δt. Beide
bewegingshoeveelheden zijn in het begin 0.
Vraag 6. De lichtere, F = Δp / Δt, F is gelijk en Δt is ook gelijk. Δp is ook gelijk en hiervoor geldt Δp
= mv, een grotere massa geeft een kleine snelheid en andersom.
Vraag 7.Beide even lang. F = Δp / Δt , De som van de krachten op beide ballen is gelijk en ook het
momentum is gelijk. Je moet Δt weten, dus schrijf je de formule om naar
Δt = Δp / F. Hieruit blijkt dat Δp en F allebei gelijk zijn bij beide ballen en dus is Δt ook gelijk
2