Voeding
Enkele belangrijke begrippen
Spijsverteringsstelsel
Bestaat uit:
Cavitas oris (mondholte)
Os (mond) met lingua (tong) en speeksleklieren
Farynx (keelholte) met epiglottis (strotklepje)
Oesophagus (slokdarm)
Gaster (maag)
Dunne darm (duodenum, jejunum, ileum)
Colon (dikke darm)
Anus
Resorptie dunne darm:
Epitheel is in hoge mate permeabel
Passief en actief transport
o Actief door middel van ATP
o Passief door middel van diffusie (hoge naar lage concentratie)
Grote hoeveelheid wateruitwisseling van en naar het darmlumen
Vetzuren en glycerol worden grotendeels via de lymfe opgenomen (chylvat)
Grootste deel absorbeert in duodenum en jejunum
Terugresorptie van water in ileum
Geresorbeerde galzouten komen via de yena protae terug in de lever (enterohepatische
kringloop)
Tekort aan galzouten weinig tot geen absorptie van vetten
Uitwisseling stoffen:
Stoffen worden van uit de bloedbaan gemigreerd naar organen waar ze wel nuttig/nodig zijn.
Water:
Ons lichaam bestaat grotendeels uit water. Op 3 verschillende plaatsen in het lichaam. (Nr 1 = meest)
1. In de cellen (intracellulair)
2. Tussen de cellen (extracellulair)
3. In de bloedbaan of lymfevaten (in het plasma)
, Bij baby’s is vochtverlies veel erger omdat een baby meer water bevat en dus sneller bij diarree
gehydrateerd moet worden dan wij volwassen mens.
Vochtbalans:
Metabolisme = water dat door het lichaam zelf wordt aangemaakt
Zoet als je veel zoet eet krijg je een verhoogde vocht)
Diëten bij ziekte van de maag-darmkanaal
Doel
o Voedingsadvies/dieet = voorkomen van een slechte voedingstoestand
Die ontstaat door:
o Verterings- en resorptiestoornissen
o Eenzijdig voedingspatroon
Beperken of elimineren van bepaalde voedingsstoffen kunnen klachten doen verdwijnen (in
beperkt aantal gevallen)
Ziekten maag-darmkanaal
Mond- en slokdarmaandoening
Kauwproblemen
Er zijn vele omstandigheden of ziekten die kauwen (tijdelijk) moeilijk of onmogelijk maken:
Extractie tanten/kiezen
Kaak- of oogoperatie (pijn tijdens het kauwen door operatie)
Parotitis
Ernstige cariës of parodontitis
Slecht passend gebitsprothese
Verbranding mondholte
Gestoorde mond- en tongmotoriek (CVA)
Ontstekingen (schimmelinfecties door radiotherapie, cytostatica en corticosteroïden)
Adviezen en aandachtspunten
Dysfagie (slikproblemen)
o Orofaryngeale dysfagie = problemen overgang mondholte naar slokdarm
o Oesofagale dysfagie = passageproblemen in slokdarm
o Ethiologie gestoorde slikreflex of verlamming:
Ernstig verstandelijke gehandicapten
MS
Parkinson
Dementie
CVA
Gevaar = verslikken (slikpneumonie)
Slikproblemen
Slokdarmtumor
Slokdarmvarices
o Spataders in de slokdarm. Deze kan beschadigd worden door voedsel dat door de
slokdarm verplaats. Ze kunnen scheuren en dan geven deze mensen bloed over.
Maagaandoening
Enkele belangrijke begrippen
Spijsverteringsstelsel
Bestaat uit:
Cavitas oris (mondholte)
Os (mond) met lingua (tong) en speeksleklieren
Farynx (keelholte) met epiglottis (strotklepje)
Oesophagus (slokdarm)
Gaster (maag)
Dunne darm (duodenum, jejunum, ileum)
Colon (dikke darm)
Anus
Resorptie dunne darm:
Epitheel is in hoge mate permeabel
Passief en actief transport
o Actief door middel van ATP
o Passief door middel van diffusie (hoge naar lage concentratie)
Grote hoeveelheid wateruitwisseling van en naar het darmlumen
Vetzuren en glycerol worden grotendeels via de lymfe opgenomen (chylvat)
Grootste deel absorbeert in duodenum en jejunum
Terugresorptie van water in ileum
Geresorbeerde galzouten komen via de yena protae terug in de lever (enterohepatische
kringloop)
Tekort aan galzouten weinig tot geen absorptie van vetten
Uitwisseling stoffen:
Stoffen worden van uit de bloedbaan gemigreerd naar organen waar ze wel nuttig/nodig zijn.
Water:
Ons lichaam bestaat grotendeels uit water. Op 3 verschillende plaatsen in het lichaam. (Nr 1 = meest)
1. In de cellen (intracellulair)
2. Tussen de cellen (extracellulair)
3. In de bloedbaan of lymfevaten (in het plasma)
, Bij baby’s is vochtverlies veel erger omdat een baby meer water bevat en dus sneller bij diarree
gehydrateerd moet worden dan wij volwassen mens.
Vochtbalans:
Metabolisme = water dat door het lichaam zelf wordt aangemaakt
Zoet als je veel zoet eet krijg je een verhoogde vocht)
Diëten bij ziekte van de maag-darmkanaal
Doel
o Voedingsadvies/dieet = voorkomen van een slechte voedingstoestand
Die ontstaat door:
o Verterings- en resorptiestoornissen
o Eenzijdig voedingspatroon
Beperken of elimineren van bepaalde voedingsstoffen kunnen klachten doen verdwijnen (in
beperkt aantal gevallen)
Ziekten maag-darmkanaal
Mond- en slokdarmaandoening
Kauwproblemen
Er zijn vele omstandigheden of ziekten die kauwen (tijdelijk) moeilijk of onmogelijk maken:
Extractie tanten/kiezen
Kaak- of oogoperatie (pijn tijdens het kauwen door operatie)
Parotitis
Ernstige cariës of parodontitis
Slecht passend gebitsprothese
Verbranding mondholte
Gestoorde mond- en tongmotoriek (CVA)
Ontstekingen (schimmelinfecties door radiotherapie, cytostatica en corticosteroïden)
Adviezen en aandachtspunten
Dysfagie (slikproblemen)
o Orofaryngeale dysfagie = problemen overgang mondholte naar slokdarm
o Oesofagale dysfagie = passageproblemen in slokdarm
o Ethiologie gestoorde slikreflex of verlamming:
Ernstig verstandelijke gehandicapten
MS
Parkinson
Dementie
CVA
Gevaar = verslikken (slikpneumonie)
Slikproblemen
Slokdarmtumor
Slokdarmvarices
o Spataders in de slokdarm. Deze kan beschadigd worden door voedsel dat door de
slokdarm verplaats. Ze kunnen scheuren en dan geven deze mensen bloed over.
Maagaandoening