Dierengedrag
Communicatie
o Definitie
➔ (1) Communicatie treedt op wanneer een dier reageert op de signalen die worden
uitgezonden door een ander dier
(informatie – overdracht – respons)
➔ (2) Communicatie treedt op wanneer een dier reageert op de signalen die worden
uitgezonden door een ander dier en ze hieruit wederzijds voordeel halen
➔ Voorbeeld:
▪ Wenkkrab:
o Grote schaar
o Wuivende beweging
o balts/dans, agonistische interacties (agressief, intimiderend gedrag)
▪ Mieren
o Volgen geurspoor voor voedsel
o Communicatie?
▪ Slang
o Volgt geurspoor mieren
o Communicatie?
▪ Zweefvlieg
o Mimicry: nabootsen vormen of gedrag van andere soorten
o (1)
0. Voorwaarden communicatie
▪ Zender produceert signaal (functie – doel)
▪ Ontvanger vangt signaal op met zintuigen
▪ Reactor reageert met respons
▪ Respons heeft betekenis voor actor en reactor (wederzijds voordeel)
1. Functies
▪ Herkennen
▪ Alarm slaan
▪ Versteviging sociale banden
▪ Beperken agressief gedrag
▪ Voedseloverdracht
▪ Aanzetten tot gezamenlijk gedrag
1
, Dierengedrag
2. Soorten
Intraspecifieke communicatie
• Communicatie binnen eigen soort
Interspecifieke communicatie
• Communicatie tussen verschillende diersoorten
• Symbiose:
o Poetsvis reinigt andere vissen, vraagt toestemming door
dans (visuele communicatie)
• Mimicry
o Zweefvlieg met tekeningen wesp, waarschuwing vogels
(visuele communicatie)
o Schubbeneter lijkt op poetsvis, danst ook, eet vis (visuele
communicatie)
o Vlinders met ogen
o Rupsen met ogen
o Signalen
➔ Soms zelfde signaal voor verschillende diersoorten
➔ Soms zelfde signaal met verschillende betekenis
➔ Moeten goed geïnterpreteerd worden
▪ Antropomorfiseren van signalen vermijden
▪ Context bekijken
1. Soorten signalen
▪ Digitale
o Alles – of – nietssignalen (vuurvliegje aan of uit)
▪ Graduele
o Variatie in intensiteit en complexiteit (oren hond)
2. Betekenis signalen
▪ Expressie afhankelijk van type, ras, beharing…
o Metacommunicatie
➔ Een signaal over de interpretatie van een ander signaal (vb: puppy-spelen)
o Chemische communicatie
➔ Olfactorische – chemische – geursignalen
➔ Zender: productie chemische stoffen
➔ Ontvanger: Opvangen stoffen door reuk- of smaakorganen
➔ Voordeel:
▪ Makkelijke verspreiding
▪ Eenvoudige zintuigen
➔ Nadeel: trage fade-out
➔ Met feromonen: stoffen die door dieren worden geproduceerd om bij andere dieren een
reactie te veroorzaken
▪ Vomeronasaal orgaan
2
, Dierengedrag
➔ Voorbeeld:
▪ Bijen
o Koningin met koninginnenstof (werksters worden steriel)
o Werksters (nectarrijke/nectararme bloemen markeren)
▪ Termieten
o Elke kaste eigen feromoon (nood aan arbeiders/soldaten/geslachtsdieren)
▪ Naakte molrat
o Eusociaal zoogdier !! (kastensysteem, gemeenschappelijke broedzorg)
o Koningin – werksters – soldaten
o Nakomelingen koningin onvruchtbaar (dominant gedrag en stof in urine)
▪ Mens
o Synchronisatie menstruatiecycli
➔ Flemen:
▪ Opname moleculen van feromonen in vomeronasaal orgaan (= orgaan van Jacobson
▪ Kop hoog – optrekken bovenlip
▪ Schaap, geit, paard, kat
▪ Detectie oestrus
1. Geursignalen hond
▪ Klieren
o Anaalkliertjes
o Glandulae circumanales
o Staartklier
o Tastballen
▪ Ook: Urine, feces, vaginale secretie
▪ Bang dier op tafel → misschien achtergelaten alarmferomonen → effect volgend
dier (goed reinigen)
2. Geursignalen kat
▪ Klieren
o Voetzoolkussentjes
o Kin
o Perioraal
o Oren
o Temporal
o Start
o Perianaal
▪ Urine: sproeien
o Akoestische communicatie
➔ Zender: productie geluidssignalen
➔ Ontvanger: Ontvangen signalen met het oor
➔ Voordeel:
▪ Ver dragend
▪ Snelle fade-out
3
, Dierengedrag
o Tactiele communicatie
➔ Rechtstreeks lichamelijk contact
➔ Nadeel: niet ver dragend (2 individuen bij elkaar)
➔ Voordeel: snelle fade-out
➔ Voorbeeld:
▪ Vlooien
o Vachtverzorging
o Sociale banden verstevigen
o Apen
▪ Allogrooming
o Paarden
o Katten
• Meer agressie = meer allogrooming (spanning veminderen?)
▪ Uiermassage
o Zeug gaat liggen en ritmisch knorren
o Knorfrequentie stijgt bij oxytocinevrijstelling (hypofyse)
o Zuigen en dan melkejectie
o Visuele communicatie
➔ Opgevangen door oog
➔ Voordelen:
▪ Snelle fade-out
▪ Veel variatie
▪ Gradatie
➔ Nadelen:
▪ Licht nodig
▪ Signalen moeten op fotoreceptoren vallen (niet ver dragend)
➔ Voorbeelden:
▪ Kleursignalen
o Fregatvogel
o Pauw
o Cichliden (vissen)
▪ Houding
o Gradueel signaal (oren hond)
o Dreiggedrag (zo groot mogelijk)
o Onderwerping (zo klein mogelijk)
o Faciale expressie
4
Communicatie
o Definitie
➔ (1) Communicatie treedt op wanneer een dier reageert op de signalen die worden
uitgezonden door een ander dier
(informatie – overdracht – respons)
➔ (2) Communicatie treedt op wanneer een dier reageert op de signalen die worden
uitgezonden door een ander dier en ze hieruit wederzijds voordeel halen
➔ Voorbeeld:
▪ Wenkkrab:
o Grote schaar
o Wuivende beweging
o balts/dans, agonistische interacties (agressief, intimiderend gedrag)
▪ Mieren
o Volgen geurspoor voor voedsel
o Communicatie?
▪ Slang
o Volgt geurspoor mieren
o Communicatie?
▪ Zweefvlieg
o Mimicry: nabootsen vormen of gedrag van andere soorten
o (1)
0. Voorwaarden communicatie
▪ Zender produceert signaal (functie – doel)
▪ Ontvanger vangt signaal op met zintuigen
▪ Reactor reageert met respons
▪ Respons heeft betekenis voor actor en reactor (wederzijds voordeel)
1. Functies
▪ Herkennen
▪ Alarm slaan
▪ Versteviging sociale banden
▪ Beperken agressief gedrag
▪ Voedseloverdracht
▪ Aanzetten tot gezamenlijk gedrag
1
, Dierengedrag
2. Soorten
Intraspecifieke communicatie
• Communicatie binnen eigen soort
Interspecifieke communicatie
• Communicatie tussen verschillende diersoorten
• Symbiose:
o Poetsvis reinigt andere vissen, vraagt toestemming door
dans (visuele communicatie)
• Mimicry
o Zweefvlieg met tekeningen wesp, waarschuwing vogels
(visuele communicatie)
o Schubbeneter lijkt op poetsvis, danst ook, eet vis (visuele
communicatie)
o Vlinders met ogen
o Rupsen met ogen
o Signalen
➔ Soms zelfde signaal voor verschillende diersoorten
➔ Soms zelfde signaal met verschillende betekenis
➔ Moeten goed geïnterpreteerd worden
▪ Antropomorfiseren van signalen vermijden
▪ Context bekijken
1. Soorten signalen
▪ Digitale
o Alles – of – nietssignalen (vuurvliegje aan of uit)
▪ Graduele
o Variatie in intensiteit en complexiteit (oren hond)
2. Betekenis signalen
▪ Expressie afhankelijk van type, ras, beharing…
o Metacommunicatie
➔ Een signaal over de interpretatie van een ander signaal (vb: puppy-spelen)
o Chemische communicatie
➔ Olfactorische – chemische – geursignalen
➔ Zender: productie chemische stoffen
➔ Ontvanger: Opvangen stoffen door reuk- of smaakorganen
➔ Voordeel:
▪ Makkelijke verspreiding
▪ Eenvoudige zintuigen
➔ Nadeel: trage fade-out
➔ Met feromonen: stoffen die door dieren worden geproduceerd om bij andere dieren een
reactie te veroorzaken
▪ Vomeronasaal orgaan
2
, Dierengedrag
➔ Voorbeeld:
▪ Bijen
o Koningin met koninginnenstof (werksters worden steriel)
o Werksters (nectarrijke/nectararme bloemen markeren)
▪ Termieten
o Elke kaste eigen feromoon (nood aan arbeiders/soldaten/geslachtsdieren)
▪ Naakte molrat
o Eusociaal zoogdier !! (kastensysteem, gemeenschappelijke broedzorg)
o Koningin – werksters – soldaten
o Nakomelingen koningin onvruchtbaar (dominant gedrag en stof in urine)
▪ Mens
o Synchronisatie menstruatiecycli
➔ Flemen:
▪ Opname moleculen van feromonen in vomeronasaal orgaan (= orgaan van Jacobson
▪ Kop hoog – optrekken bovenlip
▪ Schaap, geit, paard, kat
▪ Detectie oestrus
1. Geursignalen hond
▪ Klieren
o Anaalkliertjes
o Glandulae circumanales
o Staartklier
o Tastballen
▪ Ook: Urine, feces, vaginale secretie
▪ Bang dier op tafel → misschien achtergelaten alarmferomonen → effect volgend
dier (goed reinigen)
2. Geursignalen kat
▪ Klieren
o Voetzoolkussentjes
o Kin
o Perioraal
o Oren
o Temporal
o Start
o Perianaal
▪ Urine: sproeien
o Akoestische communicatie
➔ Zender: productie geluidssignalen
➔ Ontvanger: Ontvangen signalen met het oor
➔ Voordeel:
▪ Ver dragend
▪ Snelle fade-out
3
, Dierengedrag
o Tactiele communicatie
➔ Rechtstreeks lichamelijk contact
➔ Nadeel: niet ver dragend (2 individuen bij elkaar)
➔ Voordeel: snelle fade-out
➔ Voorbeeld:
▪ Vlooien
o Vachtverzorging
o Sociale banden verstevigen
o Apen
▪ Allogrooming
o Paarden
o Katten
• Meer agressie = meer allogrooming (spanning veminderen?)
▪ Uiermassage
o Zeug gaat liggen en ritmisch knorren
o Knorfrequentie stijgt bij oxytocinevrijstelling (hypofyse)
o Zuigen en dan melkejectie
o Visuele communicatie
➔ Opgevangen door oog
➔ Voordelen:
▪ Snelle fade-out
▪ Veel variatie
▪ Gradatie
➔ Nadelen:
▪ Licht nodig
▪ Signalen moeten op fotoreceptoren vallen (niet ver dragend)
➔ Voorbeelden:
▪ Kleursignalen
o Fregatvogel
o Pauw
o Cichliden (vissen)
▪ Houding
o Gradueel signaal (oren hond)
o Dreiggedrag (zo groot mogelijk)
o Onderwerping (zo klein mogelijk)
o Faciale expressie
4