VIROLOGIE
Yasmina Jongbloet 3DE bachelor 2023-2024
1
, 1. ALGEMENE EIGENSCHAPPEN VAN
VIRUSSEN
Wat zijn virussen en waarmee verschillen ze met bacterien?
VIRUSSEN ZIJN ZEER KLEIN EN HEBBEN EEN EENVOUDIGE SAMENSTELLING. ZE KUNNEN ALLEEN
MAAR VERMEERDEREN IN LEVENDE CELLEN. Ze hebben geen eigen energie houdeing en zijn dus niet
instaat om zichzelf voort te planten buietn hun gastheren. Buiten te gastheren zijn e heel erg
kwetsbaar en gaan ze rap afsterven.
Bacterie Virussen
Bacterien hebben een nanometer over de De afmeting gaan we babbelen over nanometer.
duizend. Deze zijn dus veel groter. Bij mensen en dieren zijn ze ongeveen 15-400
nanometer
Bacterien kunnen RNA en DNA hebben Virussen hebben geen organellen of ribosomen
om te vermeerderen. Ze hebben ofwel RNA of
DNA
Bacterien zijn niet gevoelig aan interfering Antiviraal effect op het virus
Deze zijn wel gevoelig voor antibiotica Deze kunnen goed tegen antibiotica. Daarom
gaan we voor virale infectie nooit antibiotica
geven
De grootste dierlijke en menselijke virussen zijn de pokken virussen en de kleinste zijn de picorna
virussen. Deze picorna virussen hebben RNA als meteriaal. Biologische virussen tonen zekere
gelijkenissen met computer virussen vooral met de overdracht en gedragingen.
2
,Morfologie en structuur van eiwitten
Basisstructuur van virussen
De structuur van virussen is eigenlijk eenvoudig. Ze hebben centraal een streng nucleinezuur streng
die omgeven word door een mantel van eiwitten. Dit noemen we ook wel een kapsied, dit is
opgebouwd uit identieke eiwit bouwstenen die we capsomeren noemen. Deze twee te samen
noemen we ook wel het nucleokapsied. Sommige virussen hebben ook nog een envelop dit is een
vetmantel, op deze mantel zitten er eiwitten uit. De griekse benaming hiervoor zijn de peplonemen.
De envelop is eigenlijk een stukje van het celmembraan dat een virus afgesnoerd van een snel
waneer het zich vermeerderd heeft en naar buiten voert.
Ommantelde virussen zijn minder bestandig dan virussen zonder envelop. Waarom? Dit is omdat de
envelop uit vet is gemaakt en dus vet oplosbaar is. Vetten kunnen makkelijk uit elkaar vallen door
zepen en detergenten. Virussen met envelop kunnen dus ook minder lang overleven inde
buitenwereld. Zoals het coronavirus.
Aantal defenities
Virus = tamelijk breed
Hoe zien we virussen?
Kunnen niet zien met de lichtmicroscoop maar wel met de elektronenmicroscoop. De elektronen
microscoop is een duitse uitvinding uit de jaren 30. Het komt dus neer dat de lichstralen van de
lichtmicroscoop zijn vervangen door elektronen die vernseld worden in een leiding of luchtledige
kolom. Deze elektronen hebben een doordringend veermogen, ins object moet dus heel dun zijn. We
noemen dit ook wel een grietje, een heel fijn metalen roostertje. Virussen zijn vanzichzelf niet
gekleurd, daarom dat we metaalzouten of kleurstoffen gebruiken zodanig dat we de virussen kunnen
identificeren. We hebben ook cryo- EM. Zie fotos van het
herpesvirus. Een laatste en meest recente methode is de X straal
kristallografie. Eerst kristallen gemaakt. —> uiteindelijk
verschillende puntjes die dan info geven over het virus, was
gedaan voor het mond en klauw virus.
3
, Symmetrie van virussen
Er zijn twee mogelijkheden een ijcosaether(= kubische symmetrie) of een helix. De ijcosaether word
ook veel gebruikt in de kunst. Het is een twintigvlak met 12 hoekpunten. Een eicosaheter heeft 20
gelijkzijdige driehoeken, ook 30 staafjes. Het heeft een symmetrie tov rotatie 3 assen.
Dan hebben we ook de helix of schroeffvorm. Dit is een spiraalvorm, centraal hebben we het
nucleinezuur dat een soort schroefvorm aanneemt en errond rangschikken zich er capsoneren. Hoe
groter het virus hoe meer draaiingen. 3 voorbeelden van virussen met schroefvorm : tobacco mosaic
virus ( dit is een RNA virus, plantenvirus), sendai virus ( virus van muizen) en dan hebben we het
vesiculaire stomatitis virus. Dit virus behoort tot de groep rhabdos (= kogelvormig qua uitzicht). Het
hefet een lengte van hondertachtig nanometer en een diameter van 8à nanometer. Hier is ook
nucleinezuur met RNA centraal, heeft ongeveer 30 omwentelingen.
De schroefvorm is eigenlijk eenvoudiger dan de eicosanether.
Infleunzavirus, heeft een schroefvormige symmetrie, en toch is het rond en ovalig uitzicht. Dan
spreken we van een pleomorf uitzicht ( ze zien aer allemaal een beetje verschillend uit).
Virussen met een kubische symmetrie hebben vaak geen envelop maar sommige wel. De virussen
met een schroefvormige symmetrie hebben altijd een envelop.
Het pokkervirus nog schroefvormige of kubische symmetrie heeft deze heeft een complexe
symmetrie. Hier hebben we 2 enveloppen. Een buitenste( gele ) en binnenste( blauwe), de binnenste
zal het nucleinezuur omringen. Er zijn ook 2 zijlichaampjes, deze functie is niet goed gekend. De
complexe symmetrie komt ook voor bij de bacteriofagen. Deze heeft staartvezelstjes en zorgt dat
het dna in de gastheercel word geduwd. Bacteriofagen zijn overal aanwezig, dbv in de blaas bij de
vrouw. Als er daar bacteriofagen zijn kunnen hier ook virussen komen.
4
Yasmina Jongbloet 3DE bachelor 2023-2024
1
, 1. ALGEMENE EIGENSCHAPPEN VAN
VIRUSSEN
Wat zijn virussen en waarmee verschillen ze met bacterien?
VIRUSSEN ZIJN ZEER KLEIN EN HEBBEN EEN EENVOUDIGE SAMENSTELLING. ZE KUNNEN ALLEEN
MAAR VERMEERDEREN IN LEVENDE CELLEN. Ze hebben geen eigen energie houdeing en zijn dus niet
instaat om zichzelf voort te planten buietn hun gastheren. Buiten te gastheren zijn e heel erg
kwetsbaar en gaan ze rap afsterven.
Bacterie Virussen
Bacterien hebben een nanometer over de De afmeting gaan we babbelen over nanometer.
duizend. Deze zijn dus veel groter. Bij mensen en dieren zijn ze ongeveen 15-400
nanometer
Bacterien kunnen RNA en DNA hebben Virussen hebben geen organellen of ribosomen
om te vermeerderen. Ze hebben ofwel RNA of
DNA
Bacterien zijn niet gevoelig aan interfering Antiviraal effect op het virus
Deze zijn wel gevoelig voor antibiotica Deze kunnen goed tegen antibiotica. Daarom
gaan we voor virale infectie nooit antibiotica
geven
De grootste dierlijke en menselijke virussen zijn de pokken virussen en de kleinste zijn de picorna
virussen. Deze picorna virussen hebben RNA als meteriaal. Biologische virussen tonen zekere
gelijkenissen met computer virussen vooral met de overdracht en gedragingen.
2
,Morfologie en structuur van eiwitten
Basisstructuur van virussen
De structuur van virussen is eigenlijk eenvoudig. Ze hebben centraal een streng nucleinezuur streng
die omgeven word door een mantel van eiwitten. Dit noemen we ook wel een kapsied, dit is
opgebouwd uit identieke eiwit bouwstenen die we capsomeren noemen. Deze twee te samen
noemen we ook wel het nucleokapsied. Sommige virussen hebben ook nog een envelop dit is een
vetmantel, op deze mantel zitten er eiwitten uit. De griekse benaming hiervoor zijn de peplonemen.
De envelop is eigenlijk een stukje van het celmembraan dat een virus afgesnoerd van een snel
waneer het zich vermeerderd heeft en naar buiten voert.
Ommantelde virussen zijn minder bestandig dan virussen zonder envelop. Waarom? Dit is omdat de
envelop uit vet is gemaakt en dus vet oplosbaar is. Vetten kunnen makkelijk uit elkaar vallen door
zepen en detergenten. Virussen met envelop kunnen dus ook minder lang overleven inde
buitenwereld. Zoals het coronavirus.
Aantal defenities
Virus = tamelijk breed
Hoe zien we virussen?
Kunnen niet zien met de lichtmicroscoop maar wel met de elektronenmicroscoop. De elektronen
microscoop is een duitse uitvinding uit de jaren 30. Het komt dus neer dat de lichstralen van de
lichtmicroscoop zijn vervangen door elektronen die vernseld worden in een leiding of luchtledige
kolom. Deze elektronen hebben een doordringend veermogen, ins object moet dus heel dun zijn. We
noemen dit ook wel een grietje, een heel fijn metalen roostertje. Virussen zijn vanzichzelf niet
gekleurd, daarom dat we metaalzouten of kleurstoffen gebruiken zodanig dat we de virussen kunnen
identificeren. We hebben ook cryo- EM. Zie fotos van het
herpesvirus. Een laatste en meest recente methode is de X straal
kristallografie. Eerst kristallen gemaakt. —> uiteindelijk
verschillende puntjes die dan info geven over het virus, was
gedaan voor het mond en klauw virus.
3
, Symmetrie van virussen
Er zijn twee mogelijkheden een ijcosaether(= kubische symmetrie) of een helix. De ijcosaether word
ook veel gebruikt in de kunst. Het is een twintigvlak met 12 hoekpunten. Een eicosaheter heeft 20
gelijkzijdige driehoeken, ook 30 staafjes. Het heeft een symmetrie tov rotatie 3 assen.
Dan hebben we ook de helix of schroeffvorm. Dit is een spiraalvorm, centraal hebben we het
nucleinezuur dat een soort schroefvorm aanneemt en errond rangschikken zich er capsoneren. Hoe
groter het virus hoe meer draaiingen. 3 voorbeelden van virussen met schroefvorm : tobacco mosaic
virus ( dit is een RNA virus, plantenvirus), sendai virus ( virus van muizen) en dan hebben we het
vesiculaire stomatitis virus. Dit virus behoort tot de groep rhabdos (= kogelvormig qua uitzicht). Het
hefet een lengte van hondertachtig nanometer en een diameter van 8à nanometer. Hier is ook
nucleinezuur met RNA centraal, heeft ongeveer 30 omwentelingen.
De schroefvorm is eigenlijk eenvoudiger dan de eicosanether.
Infleunzavirus, heeft een schroefvormige symmetrie, en toch is het rond en ovalig uitzicht. Dan
spreken we van een pleomorf uitzicht ( ze zien aer allemaal een beetje verschillend uit).
Virussen met een kubische symmetrie hebben vaak geen envelop maar sommige wel. De virussen
met een schroefvormige symmetrie hebben altijd een envelop.
Het pokkervirus nog schroefvormige of kubische symmetrie heeft deze heeft een complexe
symmetrie. Hier hebben we 2 enveloppen. Een buitenste( gele ) en binnenste( blauwe), de binnenste
zal het nucleinezuur omringen. Er zijn ook 2 zijlichaampjes, deze functie is niet goed gekend. De
complexe symmetrie komt ook voor bij de bacteriofagen. Deze heeft staartvezelstjes en zorgt dat
het dna in de gastheercel word geduwd. Bacteriofagen zijn overal aanwezig, dbv in de blaas bij de
vrouw. Als er daar bacteriofagen zijn kunnen hier ook virussen komen.
4