Waarneming
Les 1: 10/2: H6 van de cursustekst
Les 2: 17/2: H7, 7.1
Les 3: 24/2: H7, 7.2 + 7.3
Les 4: 3/3: H7, 7.4
Les 5: 10/3: H7, 7.5 + 7.6
Les 6: 17/3: H.5.1
Les 7: 24/3: H5.2 + 5.3
Les 8: 28/4: H3
Les 9: 5/5: H4
Les 10: 12/5: samenvaing , voorbeeldexamen
1
, Tess Van Acker
Thema 6: Het beeld als constructie
6.1 Het bepalen van de constructie in de functie van wat men ermee wil
uitdrukken.
Kern: een beeld is geen afspiegeling van de werkelijkheid maar een bewuste constructie
Wat zijn beelden?
- Beelden bestaan niet in de natuur, ze worden gemaakt door de mens
- Elk beeld hee een auteur die keuzes maakt:
® Wat en hoe te tonen, wat weglaten, hoe te ordenen, welke kleuren etc.
- Beeldvorming is NOOIT neutraal of volledig reproductie (nabootsing)
Een beeld is meer dan een representatie:
Traditioneel denken wij bij beelden aan een representatie, iets dat afwezig is wordt
opnieuw present/aanwezig gemaakt.
® Bv: een portret van een overledenen = herinnering tot leven wekken.
- De kunstenaar moet een 3D beeld (bv: een stoel) omzeen naar een 2D beeld, op papier
of doek.
® Het beeld is dus geen representatie maar een inspiratie om iets.
- Het belang van het beeld ligt niet in het ‘wat’ er wordt afgebeeld, maar ‘hoe’ het wordt
gedaan. De kunstenaar moet daarvoor keuzes maken
® Waar moet de kijker naar kijken (compositie, kadrering & perspectief)
® Welke kleuren ga ik gebruiken?
® Welke details laat ik zien?
® Hoe groot maak ik het beeld?
- DUS: de vorm van een beeld drukt betekenis uit, zelfs als een kunstenaar met intuïtie
werkt zijn de keuzes altijd met een reden
Arnheims voorbeeld: de stoel
Als je een stoel wilt tekenen, zijn er meerdere manieren, elk
benadrukt een ander kenmerk:
a: Bovenaanzicht, laat de vorm van het zitvlak en de plaats van
de rugleuning zien.
b: Vooraanzicht, toont de vorm en grote van de rugleuning
c: Zijaanzicht, laat zien dat de rugleuning loodrecht op het
zitvlak staat.
d: Onderaanzicht, toont dat de poten symmetrisch op de
hoeken zien.
Conclusie:
- In het echt zien we de aspecten tegelijk maar op een tekening kan slechts een deel
worden weergegeven
- De tekenaar moet KIEZEN welk aspect hij toont, afhankelijk van zijn doel:
® De peroon die de Ikea-handleidingen maakt benadrukt andere aspecten dan
een architect die een plaegrond maakt of een kunstenaar die zijn
slaapkamer afbeeld
2
, Tess Van Acker
Onderzoek naar stoeltekeningen van kinderen:
- Onderzoek van psycholoog George Kerschensteiner
- Wat?
® Het onderzoek toont aan dat als ze vraagt om uit het hoofd een 3D tekening
te maken van een stoel ze dit allemaal anders tekenen
- Aspecten van de stoel
® De meeste kinderen stellen andere aspecten van de stoel centraal in hun
tekening.
• Vergelijking ‘Oranje’ stoel met ‘blauwe’ stoel:
* Geven beide aan dat de stoel bestaat uit een zitvlak, leuning en
4 poten
* Dat de leuning verbonden is met het zitvlak en het zitvlak
verbonden is met de poten en wat de vorm is van het zitvlak
en de leuning.
* Stoel op de 2de rij laat ook zien hoe de poten zijn vastgemaakt
aan het zitvlak
• Vergelijking ‘blauwe’ stoel met ‘paarse’ stoel:
* De stoel op de 4de rij toont ook de oriëntatie van de onderdelen,
de leuning staat loodrecht op het zitvlak en het zitvlak staat
loodrecht op de poten.
* Er wordt gebruik gemaakt van perspectief
- Conclusie:
® Alle tekeningen zijn natuurgetrouw (ze hebben belangrijke, herkenbare
eigenschappen v/d stoel), er is een leuning, zitvlak & poten aanwezig
® MAAR ze zijn allemaal onrealistisch omdat ze aspecten van de stoel weglaten,
je ziet de stoel niet hoe hij in de werkelijkheid is.
3
, Tess Van Acker
6.2 De gelijkwaardigheid van perspectivische en niet-perspectivische
afbeeldingen
Is de ene manier van afbeelden beter dan de andere?
- In het Westerse denken is men vaak geneigd om ‘ja’ te zeggen:
® Veel westerse mensen vinden dat beelden met een centralistisch-perspectief
beter zijn dan vlakke afbeeldingen of beelden met een ander soort perspectief
(zoals cavalière- en isometrische perspectief)
® Cavalièreperspectief:
• Hee een hoek a van 45°
• De lengte van zijde C is de hel van zijde A
® Isometrisch perspectief:
• De hoeken a en b zijn 30°
• Zijdes A, B en C hebben dezelfde lengte.
® Centralistisch perspectief:
• Wordt als ‘beter’ gezien door Westerlingen omdat de er meer diepte
wordt gecreëerd (dieptesuggestie), vlakke tekeningen vinden ze
minder goed en noemen ze naïef of primitief
• De lijnen die de zijwanden aangeven komen samen in 1 vluchtpunt, wat
niet is bij de 2 bovenstaande perspectieven
4