Grondslagen van het recht
Week 1: wat is recht
6 onderscheidingen van het recht:
1. Positief en wenselijk recht
Positief: het recht zoals het is
Wenselijk: het recht zoals het zou moeten zijn
2. Objectief en subjectief recht
Objectief: het geheel van rechtsregels (law)
Subjectief: een aanspraak of een bevoegdheid (right)
3. Internationaal en nationaal recht
Internationaal: recht tussen internationale organisaties
Nationaal: het recht binnen een staat
4. Publiek en privaatrecht
Publiek: recht tussen de overheid en de burgers
Privaat: recht tussen burgers of bedrijven onderling
5. Dwingend en aanvullend recht
Dwingend: rechtsregels waarvan niet kan worden afgeweken
Aanvullend: regels voor als betrokkenen niet zelf iets geregeld hebben
6. Materieel en formeel recht
Materieel: regels met betrekking tot rechten, plichten en bevoegdheden
Formeel: regels om het materieel recht te handhaven
Soorten rechtsregels:
o Gedragsnormen: normen die burgers vertellen hoe ze zich moeten gedragen
o Gebodsnorm(verplicht)
o Verbodsnorm(verboden)
o Toestaan(kan)
o Sanctienormen: wat de straf is op het overtreden van een rechtsregel
o Bevoegdheid verlenende normen: rechtsregels die bevoegdheden aan overheden
opleggen.
o Definitiebepalingen: veel voorkomende termen in de wet die worden uitgelegd
o Schakelbepaling: juridische regels die vertellen dat bepaalde bepalingen in de wet
ook van toepassing zijn op een ander gedeelte in de wet.
De rechter krijgt bevoegdheden op basis van het formele recht
Materieel recht richt zich juist op de burgers: wat je wel en niet mag doen
Formeel recht richt zich op de “officials” zoals de rechterlijke macht
Vuistregels dwingend en aanvullend recht:
o Algemeen beland dwingend recht
, o Autonomie aanvullend recht
o Je gaat uit van dwingend recht, tenzij het gaat om bestuurs- of overeenkomstenrecht
Direct of indirect aangegeven dat er aanvullend recht van toepassing is
Casus schrijfopdracht: zware mishandeling van een ongeboren kind
Wat is het beste perspectief op het recht? Welke is het meest van toepassing op de casus?
Strafzaak: 4 materiele vragen:
1. Is het tenlastegelegde feit bewezen? Nee vrijspraak
2. Is het bewezenverklaarde strafbaar? Nee ontslag alle rechtsvervolging
3. Is de verdachte strafbaar? Nee ontslag van alle rechtsvervolging
4. Welke straf moet worden opgelegd? Ja veroordeling
1. Is het tenlastegelegde feit bewezen?
1a kan bewezen worden dat de verdachte de handelingen heeft gepleegd?
1b zijn de bewezen handelingen te kwalificeren als een misdrijf of overtreding?
Zware mishandeling: art. 302 lid 1 Sr
Rg1a gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren
Rg1b geldboete van de vijfde categorie
Rv1 hij die
Rv2 aan een ander
Rv3 opzettelijk
Rv4 zwaar lichamelijk letsel toebrengt
Casus vraag:
“Heeft de vrouw in kwestie, door in grote mate drugt te gebruiken tijdens de zwangerschap,
een strafbaar feit gepleegd, namelijk zware mishandeling van het ongeboren kind?”
Recht= regels
Ongeboren kind is geen rechtssubject, dus niet ‘een ander’.
Uitzonderingen: art. 1:2 BW het kind waarvan de vrouw zwanger is kan als geboren
worden aangemerkt: relevantie vaak bepaald door de rechter.
Voor de casus moet er verwezen worden naar een relevant artikel in het wetboek van
strafrecht.
Art. 1 Sr: het legaliteitsbeginsel je kan niet worden vervolgd voor een feit dat niet
strafbaar was op het moment dat het feit werd gepleegd.
Recht=idealen
Recht moet de kwetsbaren beschermen; het ongeboren kind
Relevant verschil met drugs geven aan een geboren kind?
Relevant verschil met roken en drinken tijdens de zwangerschap?
, Recht= belangen
“Een veroordeling heeft een afschrikkende werking naar andere zwangere verslaafden. Die
zullen daardoor eerder hulp aanvaarden.”
Vorm opdracht:
o 1400-1700 woorden
o Moet een betoog zijn standpunt verdedigen
o Je neemt een rechtstheoretisch standpunt in
Week 2:
Drie perspectieven op recht:
1. Regels Rechtszekerheid Rechtspositivisme; strikte wetstoepassing
2. Idealen Rechtvaardigheid Natuurrecht; hogere principes
3. Belangen Doelmatigheid Rechtsrealisme; kijken in maatschappelijke context
Van Hese/De Schelde (2000):
o Van Hese werkte van 1959-1963 bij de Schelde, hij kwam hier in aanraking met asbest
o 1996: er werd mesothelioom(kanker) ontdekt bij van Hese, gevolg van asbest
o 1997: van Hese overleed en de Schelde is gedagvaard door zijn nabestaanden
Relevante wetsartikelen: art. 7:658 lid 1 en 2 & art. 3:310 lid 2 BW
Art. 3:310 lid 2 BW: de Hoge Raad oordeelde dat een beroep op een verjaringstermijn
onaanvaardbaar kan zijn.
Belangrijke overwegingen:
o Gaat het om vermogensschade, en komt de vergoeding ten goede aan het slachtoffer
of diens nabestaande?
o Kan het slachtoffer aanspraak maken op een uitkering?
o In hoeverre kan de gebeurtenis de aangesprokene verweten worden?
o Is de aansprakelijkheid door de verzekering gedekt?
o Is de vordering, nadat de schade aan het licht is gekomen, binnen redelijke termijn
ingesteld?
Oordeel van de rechter: de nabestaanden hadden recht op de schadevergoeding. Van de
Schelde heeft te weinig voorzorgsmaatregelen genomen, en kan dus de schade worden
toegerekend & van Schelde heeft een enorm economisch voordeel gehaald uit deze situatie.
De grotverkenners casus (fictief):
Vijf grotverkenners komen zonder voedsel vast te zitten in een grot. Dit betekent dat, om te
overleven, iemand moet worden opgegeten. Er wordt een reddingsactie ingezet, maar dit
kost veel tijd. Wanneer de grotverkenners op de twintigste dag met een
communicatiemiddel aan een dokter vragen of ze het nog tien dagen volhouden zonder
eten, geeft deze dokter aan dat dat niet lukt. Vervolgens vraagt een grotverkenner of ze
zouden overleven als ze iemand op zouden eten, dit antwoord is ja. Whetmore wilde nog
een week wachten, maar met de meerderheid werd besloten dat ze gingen dobbelen en hij
werd opgegeten. Toen de overige vier grotverkenners uit de grot kwamen werden ze
aangeklaagd voor moord.
Week 1: wat is recht
6 onderscheidingen van het recht:
1. Positief en wenselijk recht
Positief: het recht zoals het is
Wenselijk: het recht zoals het zou moeten zijn
2. Objectief en subjectief recht
Objectief: het geheel van rechtsregels (law)
Subjectief: een aanspraak of een bevoegdheid (right)
3. Internationaal en nationaal recht
Internationaal: recht tussen internationale organisaties
Nationaal: het recht binnen een staat
4. Publiek en privaatrecht
Publiek: recht tussen de overheid en de burgers
Privaat: recht tussen burgers of bedrijven onderling
5. Dwingend en aanvullend recht
Dwingend: rechtsregels waarvan niet kan worden afgeweken
Aanvullend: regels voor als betrokkenen niet zelf iets geregeld hebben
6. Materieel en formeel recht
Materieel: regels met betrekking tot rechten, plichten en bevoegdheden
Formeel: regels om het materieel recht te handhaven
Soorten rechtsregels:
o Gedragsnormen: normen die burgers vertellen hoe ze zich moeten gedragen
o Gebodsnorm(verplicht)
o Verbodsnorm(verboden)
o Toestaan(kan)
o Sanctienormen: wat de straf is op het overtreden van een rechtsregel
o Bevoegdheid verlenende normen: rechtsregels die bevoegdheden aan overheden
opleggen.
o Definitiebepalingen: veel voorkomende termen in de wet die worden uitgelegd
o Schakelbepaling: juridische regels die vertellen dat bepaalde bepalingen in de wet
ook van toepassing zijn op een ander gedeelte in de wet.
De rechter krijgt bevoegdheden op basis van het formele recht
Materieel recht richt zich juist op de burgers: wat je wel en niet mag doen
Formeel recht richt zich op de “officials” zoals de rechterlijke macht
Vuistregels dwingend en aanvullend recht:
o Algemeen beland dwingend recht
, o Autonomie aanvullend recht
o Je gaat uit van dwingend recht, tenzij het gaat om bestuurs- of overeenkomstenrecht
Direct of indirect aangegeven dat er aanvullend recht van toepassing is
Casus schrijfopdracht: zware mishandeling van een ongeboren kind
Wat is het beste perspectief op het recht? Welke is het meest van toepassing op de casus?
Strafzaak: 4 materiele vragen:
1. Is het tenlastegelegde feit bewezen? Nee vrijspraak
2. Is het bewezenverklaarde strafbaar? Nee ontslag alle rechtsvervolging
3. Is de verdachte strafbaar? Nee ontslag van alle rechtsvervolging
4. Welke straf moet worden opgelegd? Ja veroordeling
1. Is het tenlastegelegde feit bewezen?
1a kan bewezen worden dat de verdachte de handelingen heeft gepleegd?
1b zijn de bewezen handelingen te kwalificeren als een misdrijf of overtreding?
Zware mishandeling: art. 302 lid 1 Sr
Rg1a gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren
Rg1b geldboete van de vijfde categorie
Rv1 hij die
Rv2 aan een ander
Rv3 opzettelijk
Rv4 zwaar lichamelijk letsel toebrengt
Casus vraag:
“Heeft de vrouw in kwestie, door in grote mate drugt te gebruiken tijdens de zwangerschap,
een strafbaar feit gepleegd, namelijk zware mishandeling van het ongeboren kind?”
Recht= regels
Ongeboren kind is geen rechtssubject, dus niet ‘een ander’.
Uitzonderingen: art. 1:2 BW het kind waarvan de vrouw zwanger is kan als geboren
worden aangemerkt: relevantie vaak bepaald door de rechter.
Voor de casus moet er verwezen worden naar een relevant artikel in het wetboek van
strafrecht.
Art. 1 Sr: het legaliteitsbeginsel je kan niet worden vervolgd voor een feit dat niet
strafbaar was op het moment dat het feit werd gepleegd.
Recht=idealen
Recht moet de kwetsbaren beschermen; het ongeboren kind
Relevant verschil met drugs geven aan een geboren kind?
Relevant verschil met roken en drinken tijdens de zwangerschap?
, Recht= belangen
“Een veroordeling heeft een afschrikkende werking naar andere zwangere verslaafden. Die
zullen daardoor eerder hulp aanvaarden.”
Vorm opdracht:
o 1400-1700 woorden
o Moet een betoog zijn standpunt verdedigen
o Je neemt een rechtstheoretisch standpunt in
Week 2:
Drie perspectieven op recht:
1. Regels Rechtszekerheid Rechtspositivisme; strikte wetstoepassing
2. Idealen Rechtvaardigheid Natuurrecht; hogere principes
3. Belangen Doelmatigheid Rechtsrealisme; kijken in maatschappelijke context
Van Hese/De Schelde (2000):
o Van Hese werkte van 1959-1963 bij de Schelde, hij kwam hier in aanraking met asbest
o 1996: er werd mesothelioom(kanker) ontdekt bij van Hese, gevolg van asbest
o 1997: van Hese overleed en de Schelde is gedagvaard door zijn nabestaanden
Relevante wetsartikelen: art. 7:658 lid 1 en 2 & art. 3:310 lid 2 BW
Art. 3:310 lid 2 BW: de Hoge Raad oordeelde dat een beroep op een verjaringstermijn
onaanvaardbaar kan zijn.
Belangrijke overwegingen:
o Gaat het om vermogensschade, en komt de vergoeding ten goede aan het slachtoffer
of diens nabestaande?
o Kan het slachtoffer aanspraak maken op een uitkering?
o In hoeverre kan de gebeurtenis de aangesprokene verweten worden?
o Is de aansprakelijkheid door de verzekering gedekt?
o Is de vordering, nadat de schade aan het licht is gekomen, binnen redelijke termijn
ingesteld?
Oordeel van de rechter: de nabestaanden hadden recht op de schadevergoeding. Van de
Schelde heeft te weinig voorzorgsmaatregelen genomen, en kan dus de schade worden
toegerekend & van Schelde heeft een enorm economisch voordeel gehaald uit deze situatie.
De grotverkenners casus (fictief):
Vijf grotverkenners komen zonder voedsel vast te zitten in een grot. Dit betekent dat, om te
overleven, iemand moet worden opgegeten. Er wordt een reddingsactie ingezet, maar dit
kost veel tijd. Wanneer de grotverkenners op de twintigste dag met een
communicatiemiddel aan een dokter vragen of ze het nog tien dagen volhouden zonder
eten, geeft deze dokter aan dat dat niet lukt. Vervolgens vraagt een grotverkenner of ze
zouden overleven als ze iemand op zouden eten, dit antwoord is ja. Whetmore wilde nog
een week wachten, maar met de meerderheid werd besloten dat ze gingen dobbelen en hij
werd opgegeten. Toen de overige vier grotverkenners uit de grot kwamen werden ze
aangeklaagd voor moord.