100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

beknopte samenvatting van ALLES van farmacologie

Beoordeling
-
Verkocht
7
Pagina's
55
Geüpload op
11-01-2021
Geschreven in
2019/2020

Dit is een beknopte samenvatting van alle delen (deel 1-5) van farmacologie. Nadruk op dingen die in de les werden beschouwd als belangrijk. Ikzelf haalde 15/20 voor dit vak m.b.v. deze samenvatting. Het is een goed overzicht om net voor je examen te herhalen.

Meer zien Lees minder











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
11 januari 2021
Aantal pagina's
55
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Farmacologie: definitielijst
2 veelgestelde vragen als professor De Hoon twijfelt tussen een 9/20 en een 10/20 :
(hij kan deze natuurlijk ook stellen wanneer je al meer dan 10/20 hebt...)
- Belangrijkste bijwerking NSAID’s?
o GI bijwerkingen  associatie met PPI zorgt r 
o Remming bloedplaatjesaggregatie
- Wat dien je allemaal toe bij een anafylactische shock?
o Zie hieronder puntje 4.

A4’tje met dingen die je MOET weten
1. tetracyclines en fluoroquinolonen NIET innemen met melk!
→ vormen onoplosbare complexen (chelaten) met divalente of trivalente kationen (calcium, ijzer,
magnesium) → opname w onmogelijk
2. fenytoïne (anti-E dat werkt via Na+-blokkade) is vervelend! → doet alles verkeerd
• niet-lineaire kinetiek
• sterke eiwitbinding (onderhevig aan verdringing)
• paninductor: inductie CYP1A2, CYP2C9 en CYP3A4
3. twee groepen krachtige inhibitoren van CYP3A4
• macrolide AB
o langzaam reversibel (niet-competitief)
o uitzondering: azithromycine
• azole antimycotica
o snel reversibele binding (competitief)
o uitzondering: fluconazol
→ als pt gelijktijdig CYP3A4-afhankelijke medicatie neemt, kan dit ernstige gevolgen hebben
4. Behandeling anafylactische shock
• IM adrenaline
o IM want bloedvaten staan toch open en bij IV zouden concentraties te hoog zijn
o adrenaline: zowel α- als β-adrenerge effecten: vasoconstrictie, bronchorelaxatie, ↓
capillaire permeabiliteit → ↓ oedemen, ↑ BD en voorkomen weefselhypoxie o als
reactie niet onder controle na 5 minuten: 2e dosis toedienen
• H1 + H2 antihistaminica
• glucocorticoïden (over langere tijd ↓ histamine-aanmaak bekomen → geen uitgestelde
reacties)
• (vocht want dat doe je altijd bij shock)
• β2-mimetica (vb. salbutamol) via inhalatie kunnen gebruikt w igv bronchospasmen
5. iemand vinden in coma → wat doe je?
• zuurstof ad libitum (met masker)
• hypertone glucose (50%) IV
o want hypoglycemie mogelijke oorzaak van coma
• naloxone IV
o want opioïd-intoxicatie is mogelijke oorzaak
o titreren om acute dervingsverschijnselen te voorkomen
• overweging gebruik flumazenil (anexaat): bolus IV inspuiten
o want benzodiazepine-intoxicatie is mogelijkheid
o indien geen respons na 1 – 3 mg: benzodiazepine intoxicatie onwaarschijnlijk




1

, DEEL 1

Inleiding tot de farmacologie en begrippen van farmacokinetiek
- Farmacokinetiek: wat doet het lichaam met GM
- Farmacodynamiek: wat doet het GM met het lichaam

1. Absorptie: transport van farmaca over biologische
membranen
- Absorptie bij alle toedieningsvormen buiten bij IV (dus alle extravasculaire toedieningsvormen)
- Farmaceutische fase: actieve stof van GM w in maag vrijgesteld voordat het ter beschikking komt
van absorptie
o Igv bruistabletten: farmaceutische fase treedt niet op in maag, wel in glas
o Igv GM met vertraagde vrijstelling + maagsapresistente tabletten: gn farmaceutische fase in
maag

DIFFUSIE
- Gebeurd vnl in proximale dundarm
- Wet van Fick:
- Small molecules: GM die we oraal innemen  kleine moleculen hebben grote D (diffusiecte)
- Partitiecoëfficiënt: bij voorkeur = 1
[ D ]L
o P=
[ D ] H 2O
o Oplosbaar in H2O voor dissolutie in maag
o Oplosbaar in vet voor transport over celmembraan
o Bij hoge P (> 2, 3…): medicatie moet ingenomen w met vettige maaltijd
o Te hoge P ( > 6, 7…): GM blijft in membraan zitten  toxiciteit
- pH en pKa
o niet-geïoniseerde/ongeladen vorm is lipofiel  kan door membr diffunderen
o geïoniseerde/geladen vorm is hydrofiel  kan nt door membr diffunderen
- Ion trapping: geïoniseerde vorm w gevangen in bloed (kan nt meer over membr diffunderen) 
flux vanuit GI naar bloed w bevorderd want groter concentratieverschil ? moet het dan niet
bloedcellen zijn?
- Henderson-Hasselbalch vergelijking
CARRIER-GEMEDIEERD ACTIEF TRANSPORT
- belang voor hydrofiele stoffen (zouden anders nt over membr geraken): GM: L-dopa, penicillines,
cefalosporines, ACE-inhibitoren, methotrexaat (foliumzuur) = molecules die lijken op endogene
moleculen
- Michaëlis-Menten kinetiek
- Als er te weinig effect is: NIET dosis x2 (want V max w sowieso bereikt) , wel vaker kleine dosissen
of preparaten met vertraagde vrijstelling
PINOCYTOSE: via vacuool of vesikelvorming
TRANSCYTOSE: carrier gemedieerd transport gecombineerd met endocytotische opname
GEFACILITEERDE DIFFUSIE: diffusie (dus volgens conc grad) met tussenkomst van dragereiw
Mechanismen die opname stoffen over membraan tegenwerken
- Biologische beschikbaarheid (F): fractie GM die overblijft aan de VCI na verschillende verliezen
(efflux, metabolisatie)


2

,- First pass effect: eerste passage langs alle mogelijke plaatsen die biologische beschikbaarheid ku
verminderen (darm, lever)
 Groot first pass effect = lage biologische beschikbaarheid
- P-glycoproteïne (P-gp): membraaneiwit, effluxmechanisme, kunnen met verbruik van ATP stoffen
van endogene of exogene oorsprong over celmembraan transporteren
o P-gp ook aanw thv brush border van dundarm
 Beperkte opname bep stoffen: paclitaxel, docetaxel (R/ borstkanker)
 Zullen parenteraal toegediend moeten worden
- 2 superfamilies: belangrijkste transportmoleculen
o ATP binding casette (ABC)-superfamilie
o Oplosbare carriers/ solute carriers (SLC)
- CYP enzymes (vnl CYP3A4): metabole enzymen thv darmwand die zorgen vr oxidatie van
substraten en maw afbraak ervan  presystemische biotransformatie!
Interfererende factoren met opname vanuit GI stelsel
- Verhoging maag pH (= dus minder zuur) kan leiden tot absorptieproblemen van zwakke basen
o Zwakke basen: bv. azolen
o Gelijktijdige inname maagzuurremmers  pH   GM moet genomen w met zure dranken
- Farmaco die afgebroken w in zuur milieu: omeprazole (maag minder zuur maken), erythromycine
(macrolide), penicilline, didanosine (R/ AIDS)
- Voedingsvezels ku GM adsorberen  opname  vb. statines
- Chelaatvorming met divalente of trivalente kationen (Ca, Fe, Mg)
 Tetracyclines
 Fluoroquinolonen
 Levothyroxine
o NIET MET MELK OF VIA SONDEVOEDING
o R/ osteoporose: strontiumranelaat of bisfosfonaten + gelijktijdig Ca en vit D3  zorgen dat
minstens met 2u ertussen genomen w
- Pompelmoessap: irreversibele CYP3A4 inhibitor
o Pompelmoessap + felodipine   systolische en diastolische BD en  reflextachycardie
- Rifampicine (tuberculostatica, AB) of Sint-Janskruid: CYP3A4 en P-gp inductoren
- Activiteit metabole enzymen + efluxpompen  door diarree en beschadiging enterocyt
o Vaak bij transplantatie pat
o Grotere kans op toxiciteit
- Algemene regel na bypass chirurgie  absorberend opp thv prox dundarm 
o Zoveel mogelijk vloeibare medicatie aanbieden
o Geen preparaten met versnelde vrijstelling gebruiken

2. Verdeling of distributie
a. Distributievolume
- Distributie: reversibel proces waarbij zich evenwicht instelt tsn bloedbaan en weefsels
- Enkel ongebonden fractie v GM kan naar weefsels gaan en is dus farmacologisch actief
- Distributievolume: parameter die gebruikt w als maat voor verdeling van GM over weefsels
o Bij evenwicht is Vd gelijk aan verhouding tsn totale hoeveelheid farmacon in
lichaam (Ab) en plasmaconcentratie (Cp)

b. Waarvan is distributievolume afhankelijk?
- Lipofiele farmaca hebben meestal groter V d bv. fluvoxamine (antidepr, SSRI)
- Heparine is groot molecule met veel negatieve ladingen  zal celmembraan moeilijker passeren
- Eiwitbinding
o Zwakke zuren aan albumine

3

, o Zwakke basen aan 1 glycoproteïnezuur en lipoproteïnen
- Vrije fractie fu van GM kan in weefsel gaan  heeft therapeutische of toxische effecten

- Voor GM met niet-lineaire kinetiek en sterke eiwbinding (>95%) vb. valproïnezuur of phenytoïne:
o Rekening houden met effecten van hypoproteïnemie/hypoalbuminemie
o  fu   toxische effecten mogelijk
o Komt voor bij
 Ernstig leverlijden: cirrose  eiw synthese 
 Ernstige nierziekten  proteïnurie
 Cachexie
 = RISICOPOPULATIES: zijn gevoeliger aan GM  start low and go slow
 Klinisch relevant voor GM met niet-lineaire kinetiek en sterke eiwbinding: valproïnezuur
en fenytoïne (anti-epileptica)  kleine  in fu  neurotoxiciteit
- Verdringing (competitie tsn gelijktijdigingenomen GM met zelfde bindingsplaats), belang bij GM
met
o Hoge eiw binding (bv. fenytoïne, NSAIDs, antidiabetica)
o Kleine Vd
o Kleine therapeutische breedte (bv. orale anticoagulantia)
- Soms ook verdringing door endogene stoffen:
o Bilirubine  bindt albumine
o Vrije VZ bij neonaten
- Depotpreparaat: zeer lipofiele GM opgeslagen in vetweefsel na redistributie
o  na stopzetting GM  toch nog therapteutische plasmaconcentraties
o Bv. thiopental (barbituraal voor R/ op ICU v pt met status epilepticus of voor onderhoud kunstmatige coma)
o Impact vnl groot bij mensen met overgewicht/obesitas

c. Bijzondere weefsels mbt distributie
- BBB
o Bevat P-gp als bescherming tegen xenobiotica
 Xenobiotica: lichaamsvreemde stoffen: w niet aangemaakt dr organisme zelf
- Placenta: kleine lipofiele moleculen naar foetus via diffusie of actief transport
- Moedermelk: lipofiele farmaca in melk via passieve diffusie, accumulatie zwakke basen

3. Eliminatie
- Eliminatie = klaring: irreversibel verwijderen van GM uit lichaam
- Biotransformatie = metabolisatie: chemische omzetting v GM door enzymen, vnl door lever
- Excretie
o Renaal: kleine wateroplosbare stoffen
o Biliair: gal  faeces, grote moleculen en lipofiele stoffen
o Alveolair: vluchtige stoffen
- Totale lichaamsklaring Cllichaam : volume plasma dat per tijdseenheid geklaard of gezuiverd w van
farmacon (mL/min)

a. Biotransformatie
- Fase I reactie: vnl thv ER, oxidatie, reductie en hydrolyse reacties, vaak inbrengen van kleine
polaire groep  wateroplosbaarheid 
o Oxidatie
 Cytochroom P450 mono-oxygenase systeem (CYP450): CYP1A2, CYP2C9/2C19, CYP2E1,
CYP3A4, CYP2D6
 R/ roken: theofyline +  levensstijl

4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
vandyck Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
93
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
57
Documenten
24
Laatst verkocht
10 maanden geleden

3,3

3 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen