1. De niet-zwangere vrouw
1.1. Gonadotropinen
Gonadotropinen zijn 2 hormonen die de gonaden en de ovaria stimuleren en de vrouw
vruchtbaar zullen maken. Het zijn kleine glycoproteïnen. Onder de gonadotropinen vallen:
- LH: luteïniserend hormoon
- FSH: follikel stimulerend hormoon
We vinden deze hormonen terug in de adenohypofyse. LH en FSH worden vrijgezet oiv het
GnRH (gonadotropin releasing hormone).
H= hypothalamus
aP= adenohypofyse
GnRH neuronen hebben een cellichaam in de
nucleus praeopticus. Vandaar gaat de neuron
uitlopers hebben en synaps maken in de
eminentia mediana. Hier zit een belangrijke
poortader die vanaf de hypothalamus naar de aP
gaat en gaat dus deze voorzien van bloed.
Stimulatie van GnRH neuron zal GnRH vrijzetten
aan de poortader en mbv de poortbaan zal dit
hormoon terecht komen in de aP. de aP bestaat
uit 2 soorten cellen:
- gonadotrope cellen: gaan LH en FSH
aanmaken
- lactotrope cellen
Wanneer GnRH terechtkomt in de aP, dan zal dit hormoon binden aan een receptor die
gelegen is op de gonadotrope cellen. Dit stimuleert de gonadotrope cellen tot vrijzetting van
FSH en LH. FSH en LH worden vrijgezet in de bloedbaan. Van daaruit zal het naar de ovaria
gaan. Hierin zal LH en FSH een effect hebben op de groei en ontwikkeling van de eicellen.
FSH is belangrijk in de groei van primaire follikels. LH is belangrijk voor het ovulatieproces.
Beide hormonen zorgen voor de ontwikkeling van de finale follikels. Oiv LH en FSH zullen
de follikelcellen oestrogeen en progesteron aanmaken.
,→ Dit schema is heel belangrijk.
De GnRH neuronen worden sterk gereguleerd door de KNDy neuronen. KNDy neuronen
zijn heel belangrijk want ze reguleren de vrijzetting van GnRH. Zij doen dit door
Kisspeptines vrij te zetten. Ze worden vrijgezet in de synaps die ze maken met het GnRH
neuron. Deze GnRH neuronen hebben een receptor voor het kisspeptine. Deze binding
zorgt voor vrijzetting van GnRH.
We hebben ook dynorphin. Dit wordt ook vrijgezet, maar die neuronen hebben zelf ook een
receptor voor dit hormoon. Bij binding zorgt dat voor de daling van de frequentie van
Kisspeptine secretie. Wanneer dynorphin wordt vrijgezet, heeft dit een inhiberend effect op
de vrijzetting van Kisspeptine.
Neurokinine B wordt ook vrijgezet door de KNDy neuronen, maar dit heeft een positief
effect op de frequentie van de Kisspeptine secretie. NKB wordt vrijgezet en bindt op een
receptor die op diezelfde KNDy neuron aanwezig is. Dit zorgt voor meer vrijzetting van
Kisspeptine.
De vrijzetting van GnRH zal in pulsen verlopen. Of een gonadotrope cel nu LH of FSH zal
vrijzetten, hangt af van de frequentie van GnRH pulsen. Bij een hoge frequentie wordt
voornamelijk LH vrijgezet. Een hoge frequentie staat gelijk aan 1 puls per uur. FSH wordt
vrijgezet als de pulsfrequentie laag is. We spreken van een lage frequentie bij een puls per 4
uur.
GnRH neuronen worden ook fel beïnvloed door de hormonen die door de ovaria worden
vrijgezet. Oestrogenen hebben een inhiberend effect op het KNDy neuron. Gedurende de
hele vruchtbare periode van de vrouw, zal de concentratie van oestrogenen min of meer
constant blijven, met als gevolg een constante gedeeltelijke onderdrukking van KNDy
neuronen. Deze onderdrukking zal dus niet veranderen tijdens de ovariële cyclus.
Een tweede negatieve feedback van estrogenen en inhibine is op FSH. Deze zorgen ervoor
dat de vrijzetting van het FSH wordt geïnhibeerd.
Progesteronen hebben een positieve feedback op de vrijzetting van dynorphin. Als er meer
dynorphin wordt vrijgezet, krijgen we meer inhibitie van de KNDy neuronen. We hebben ook
een belangrijk positief feedback mechanisme. Wanneer dat oestrogeen voldoet aan 2
voorwaarden, dan heeft dit een positieve feedback op GnRH secretie. Hierdoor zullen er
,meer GnRH receptoren aanwezig zijn, met als gevolg meer LH en FSH vrijzetting. Deze 2
voorwaarden zijn:
1. oestrogeenconcentratie moet voldoende hoog zijn
2. verhoogde oestrogeenconcentratie moet lang genoeg aanwezig blijven (ten minste
50 uur)
Deze situatie doet zich enkel voor in het midden van de cyclus. In het midden van de cyclus
hebben we dus een positief feedbackmechanisme van oestrogeen.
We zien dat stress een rechtstreekse inhibitie heeft op de activiteit van GnRH neuronen en
een rechtstreekse inhibitie op KNDy neuronen heeft. Stress kan zijn enerzijds oiv een
negatieve energiebalans. Dit kan bij topathleten zijn bv die hun lichaam zodanig onder stress
zetten dat dit een inhiberend effect heeft op de GnRH secretie. Dit kan bv bij anorexia
patiënten ook zijn. De stress kan ook psychische stress zijn, wat kan zorgen voor
onregelmatige ovulatie. Koppels die beginnen met ivf behandeling, zullen lange tijd
onvruchtbaar zijn, maar worden ineens zwanger wanneer ze stoppen met behandeling. Dit is
een voorbeeld van het effect van psychische stress.
Het geven van borstvoeding zorgt voor directe inhibitie van GnRH neuronen, maar geeft ook
inhibitie van KNDy neuronen,waardoor geen kisspeptines worden vrijgezet, dus ook geen
GnRH.
1.2. Follikels
Folliculogenese:
Follikels zijn bolvormige structuren in de ovaria. Het zijn de cellagen die de eicel omgeven.
folliculogenese= rijping van follikels doorheen verschillende stadia
Die hele rijping kunnen we opdelen in 2 verschillende fasen. De eerste fase is onafhankelijk
van de gonadotropines. We spreken van de onafhankelijke pre-antrale follikelgroei. De
tweede fase is wel afhankelijk van gonadotropines.
De eicel blijft altijd hetzelfde tijdens de folliculogenese. Wat gaat veranderen, zijn de
follikelcellen die errond gelegen zijn. Deze omliggende cellen hebben een belangrijke rol om
de groei en rijping van de eicel te gaan reguleren.
1. Primordiale follikel
De follikelvorming start al 5 weken na de bevruchting. We krijgen de vorming van de
gonadale ribbels en de primordiale stamcellen. Dit gaat verder tot de vorming van de
primordiale follikels. Dit bestaat uit de eicel, met daarrond een laag van pre-granulosacellen.
Deze pre-granulosa cellen zijn belangrijk voor ondersteuning van eicel groei en vorming van
, basale lamina. De meeste eicellen in het ovarium bevinden zich in dit stadium. De eicellen
kunnen in dit stadium blijven voor een periode van 30-40 jaar.
2. Primair pre-antrale follikel
Deze primordiale follikel kan veranderen tot een primaire pre-antrale
follikel. Deze bevat een zona pellucida. De eicel zelf zal de glycoproteïnen
secreteren die nodig zijn voor de aanmaak van de zona pellucida. De zona
pellucida heeft een belangrijke functie om het genetisch materiaal af te
scheiden van de buitenwereld. De zona pellucida speelt ook een rol bij de
zaadcel selectie. Enkel de zaadcel die krachtig genoeg is, zal doorheen de
zona pellucida kunnen gaan. We zien ook 1 laag granulosa celvorming bij
de primaire pre-antrale follikel.
3. secundaire pre-antrale follikel
Vervolgens gaat deze uitgroeien tot een secundaire pre-antrale follikel,
waarbij er een extra laag granulosacellen ontstaat en een basaal
membraan. Fibroblasten uit het bindweefsel gaan zich hier ook
differentiëren tot een laag theca cellen. We zullen ook zien dat er een
vascularisatie zal optreden van de follikelcel tot aan de basale lamina.
Voor de puberteit gaan de GnRH neuronen geïnhibeerd worden door NPY neuronen. Deze
NPY neuronen gaan NPY vrijzetten, dat zorgt voor inhibitie van GnRH. Voor de puberteit zal
deze een inhiberende functie hebben en dus zorgen dat er geen GnRH wordt vrijgezet. Als
we ouder worden, gaat ons vetweefsel groeien. Er wordt leptine vrijgezet door ons
vetweefsel. Leptine heeft een inhiberende functie op NPY neuronen, waardoor GnRH
neuronen actief kunnen worden. Deze zetten GnRH vrij met als gevolg vrijstelling van FSH
en LH.