SAMENVATTING - BOUWCONSTRUCTIE
1E JAAR BACHELOR INTERIEURVORMGEVING
Thomas More Hogeschool
Academiejaar 2022-2023
Kimberly Teugels
© Kimberly Teugels - 2022_2023 – Alle rechten voorbehouden.
Dit document is een persoonlijke samenvatting van het cursusmateriaal van Bouwconstructie.
Niet toegestaan om geheel of gedeeltelijk te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.
Dit is geen officieel document van Thomas More Hogeschool.
, Bouwconstructie interieurvormgeving – Kimberly Teugels
2
© Kimberly Teugels – Alle rechten voorbehouden
Niet toegestaan om te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.
, Bouwconstructie interieurvormgeving – Kimberly Teugels
1. Algemeen
2. DRAAGSTRUCTUUR
2.1 inleiding
DRAAGSTRUCTUUR = wisselwerking van zijn verschillende onderdelen (functie – materialen – structuur)
Functie van een gebouw
- beschermen van mensen (3de huis) en goederen
- een ruimte afbakenen
noodzaak van een constructie:
- krachten afleiden (van buitenuit en van binnenaf)
- eigen gewicht van alle onderdelen
- draagkracht funderingen
Krachten die op een gebouw inwerken zijn de optelsom van:
- eigen gewicht (= permanente belasting)
- mobiele krachten (= niet-permanente belasting) -> windbelasting, sneeuwbelasting, mensen, flexibele wanden,
meubels…
mobiele krachten kunnen in alle richtingen optreden en moeten verticaal naar beneden via de funderingen geleid worden. De
draagstructuur moet daarom een ruimtelijk stijf en draagkrachtig systeem zijn.
De opwaartse kracht (van de ondergrond) is minstens even groot als de neerwaartse kracht.
HET GEBOUW = DE CONSTRUCTIE (= zoektocht naar verdeling van krachten)
inzicht in structuur is essentieel
dragende onderdelen : muren, kolommen, balken
niet-dragende onderdelen : lichte wanden, kasten
In deze cursus worden verschillende materialen besproken waarin balken, kolommen, vloerplaten, wanden en daken uit kunnen
gemaakt worden. Het is van het grootste belang na te gaan of de materialen alle spanningen die ontstaan kunnen opnemen
zonder te barsten.
Bouwsystemen:
Analyseer structuren vanuit hun opbouw – wat draagt waar op? – kijk van beneden naar boven – van boven
naar beneden – stapelbouw – gebruik het principe voor eenvoudige constructies en complexe constructies
Complexe vormen kunnen ook uit een eenvoudige constructie bestaan
2.1.1 vlakvormige structuurelementen
EEN PLAAT: Is een vlakvormig structuurelement waarbij de krachten loodrecht inwerken op het vlak (bv.
Vloerplaat)
EEN SCHIJF: is een vlakvormig structuurelement waarbij de krachten werken in het vlak (bv. Dragende muren)
CLT PLATEN (cross laminated timber) = een hedendaagse techniek die met deze twee elementen werk
3
© Kimberly Teugels – Alle rechten voorbehouden
Niet toegestaan om te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.
, Bouwconstructie interieurvormgeving – Kimberly Teugels
CLT wanden en vloeren zijn opgebouwd uit planken die kruiselings op elkaar worden gelijmd. In tegenstelling tot
stapelbouw (bakstenen) kunnen ze trekkrachten opnemen waardoor ze als balk kunnen fungeren. Je kan een vloerplaat
ophangen aan de muren om een grotere ruimte te maken zonder zichtbare balken, het
materiaal heeft ook ecologische voordelen.
2.1.2 lijnvormige structuurelementen
EEN BALK: is een horizontale staaf met (meestal) rechte lengteas die belast wordt door krachten loodrecht
op de staafas
Krachtwerking in balken:
Bovenaan zitten drukkrachten – onderaan zitten trekkrachten – midden neutrale zone
zitten geen spanningen
Spanningen moeten vermeden worden;
o steen en betond (weerstaan goed druk maar geen trek en barsten dan)
o oplossing: gewapend beton (zorgen dat er geen trekkrachten zijn)
EEN KOLOM: is een verticale staaf met (meestal) een rechte lengteas die belast wordt door
krachten in de staafrichting
geschiedenis
in de prehistorie werden er al bouwkundige structuren gemaakt, verticale stenen met daarop horizontale plaat (bv.
Dolmen, stonehenge, menhirs) -> werd ook gedaan met hout (stammen = kolommen en balken)
het bouwen van tempels werd ook gedaan met balken en kolommen
19e eeuw = staalskelet – 20e eeuw = betonskelet – 21ste eeuw = houtsekeletbouw, staalskelet en betonskelet
Nu bestaan er prefab gebouwen die opgebouwd zijn uit verticaal en horizontaal geplaatste platen zo ontstaan er ruimtes
2.1.3 boogvormige structuurelementen
EEN BOOG: is een gewelfde constructie die een opening overspant en de druk van de last erboven opvangt en afleidt. Het is een
belangrijk onderdeel van het gewelf. Hij bestaat uit 1 geheel of is opgebouwd uit meerdere wigvormige stenen of rechthoekige
stenen met wigvormige voegen. Een boog heeft een boogvormige staafas, de uiteinden moeten verticaal en horizontaal
ondersteund worden.
Om de spatkrachten in de constructie op te vangen zijn er oplossingen:
Spatkrachten = zijwaarts gerichte horizontale krachten in een constructie
waardoor het dragende elemente naar buiten zou willen wijken.
1. De oplegpunten kunnen met elkaar verbonden worden door een trekstaaf (staal) die de horizontale krachten opvangt.
2. zeer dikke steunpunten of een brede fundering plaatsen (romeinse aquaducten)
4
© Kimberly Teugels – Alle rechten voorbehouden
Niet toegestaan om te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.
1E JAAR BACHELOR INTERIEURVORMGEVING
Thomas More Hogeschool
Academiejaar 2022-2023
Kimberly Teugels
© Kimberly Teugels - 2022_2023 – Alle rechten voorbehouden.
Dit document is een persoonlijke samenvatting van het cursusmateriaal van Bouwconstructie.
Niet toegestaan om geheel of gedeeltelijk te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.
Dit is geen officieel document van Thomas More Hogeschool.
, Bouwconstructie interieurvormgeving – Kimberly Teugels
2
© Kimberly Teugels – Alle rechten voorbehouden
Niet toegestaan om te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.
, Bouwconstructie interieurvormgeving – Kimberly Teugels
1. Algemeen
2. DRAAGSTRUCTUUR
2.1 inleiding
DRAAGSTRUCTUUR = wisselwerking van zijn verschillende onderdelen (functie – materialen – structuur)
Functie van een gebouw
- beschermen van mensen (3de huis) en goederen
- een ruimte afbakenen
noodzaak van een constructie:
- krachten afleiden (van buitenuit en van binnenaf)
- eigen gewicht van alle onderdelen
- draagkracht funderingen
Krachten die op een gebouw inwerken zijn de optelsom van:
- eigen gewicht (= permanente belasting)
- mobiele krachten (= niet-permanente belasting) -> windbelasting, sneeuwbelasting, mensen, flexibele wanden,
meubels…
mobiele krachten kunnen in alle richtingen optreden en moeten verticaal naar beneden via de funderingen geleid worden. De
draagstructuur moet daarom een ruimtelijk stijf en draagkrachtig systeem zijn.
De opwaartse kracht (van de ondergrond) is minstens even groot als de neerwaartse kracht.
HET GEBOUW = DE CONSTRUCTIE (= zoektocht naar verdeling van krachten)
inzicht in structuur is essentieel
dragende onderdelen : muren, kolommen, balken
niet-dragende onderdelen : lichte wanden, kasten
In deze cursus worden verschillende materialen besproken waarin balken, kolommen, vloerplaten, wanden en daken uit kunnen
gemaakt worden. Het is van het grootste belang na te gaan of de materialen alle spanningen die ontstaan kunnen opnemen
zonder te barsten.
Bouwsystemen:
Analyseer structuren vanuit hun opbouw – wat draagt waar op? – kijk van beneden naar boven – van boven
naar beneden – stapelbouw – gebruik het principe voor eenvoudige constructies en complexe constructies
Complexe vormen kunnen ook uit een eenvoudige constructie bestaan
2.1.1 vlakvormige structuurelementen
EEN PLAAT: Is een vlakvormig structuurelement waarbij de krachten loodrecht inwerken op het vlak (bv.
Vloerplaat)
EEN SCHIJF: is een vlakvormig structuurelement waarbij de krachten werken in het vlak (bv. Dragende muren)
CLT PLATEN (cross laminated timber) = een hedendaagse techniek die met deze twee elementen werk
3
© Kimberly Teugels – Alle rechten voorbehouden
Niet toegestaan om te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.
, Bouwconstructie interieurvormgeving – Kimberly Teugels
CLT wanden en vloeren zijn opgebouwd uit planken die kruiselings op elkaar worden gelijmd. In tegenstelling tot
stapelbouw (bakstenen) kunnen ze trekkrachten opnemen waardoor ze als balk kunnen fungeren. Je kan een vloerplaat
ophangen aan de muren om een grotere ruimte te maken zonder zichtbare balken, het
materiaal heeft ook ecologische voordelen.
2.1.2 lijnvormige structuurelementen
EEN BALK: is een horizontale staaf met (meestal) rechte lengteas die belast wordt door krachten loodrecht
op de staafas
Krachtwerking in balken:
Bovenaan zitten drukkrachten – onderaan zitten trekkrachten – midden neutrale zone
zitten geen spanningen
Spanningen moeten vermeden worden;
o steen en betond (weerstaan goed druk maar geen trek en barsten dan)
o oplossing: gewapend beton (zorgen dat er geen trekkrachten zijn)
EEN KOLOM: is een verticale staaf met (meestal) een rechte lengteas die belast wordt door
krachten in de staafrichting
geschiedenis
in de prehistorie werden er al bouwkundige structuren gemaakt, verticale stenen met daarop horizontale plaat (bv.
Dolmen, stonehenge, menhirs) -> werd ook gedaan met hout (stammen = kolommen en balken)
het bouwen van tempels werd ook gedaan met balken en kolommen
19e eeuw = staalskelet – 20e eeuw = betonskelet – 21ste eeuw = houtsekeletbouw, staalskelet en betonskelet
Nu bestaan er prefab gebouwen die opgebouwd zijn uit verticaal en horizontaal geplaatste platen zo ontstaan er ruimtes
2.1.3 boogvormige structuurelementen
EEN BOOG: is een gewelfde constructie die een opening overspant en de druk van de last erboven opvangt en afleidt. Het is een
belangrijk onderdeel van het gewelf. Hij bestaat uit 1 geheel of is opgebouwd uit meerdere wigvormige stenen of rechthoekige
stenen met wigvormige voegen. Een boog heeft een boogvormige staafas, de uiteinden moeten verticaal en horizontaal
ondersteund worden.
Om de spatkrachten in de constructie op te vangen zijn er oplossingen:
Spatkrachten = zijwaarts gerichte horizontale krachten in een constructie
waardoor het dragende elemente naar buiten zou willen wijken.
1. De oplegpunten kunnen met elkaar verbonden worden door een trekstaaf (staal) die de horizontale krachten opvangt.
2. zeer dikke steunpunten of een brede fundering plaatsen (romeinse aquaducten)
4
© Kimberly Teugels – Alle rechten voorbehouden
Niet toegestaan om te kopiëren, verspreiden of door te verkopen zonder toestemming van de auteur.