Deel 1: Wat is recht? (les 1)
1.1 Inleiding: moeilijke vraag
Veel juristen hebben een poging gedaan, er zijn veel omschrijvingen maar er is geen echte definitie.
(Definitie van basisbegrippen ook niet perfect: nuttig wel maar niet de enige).
1.2 Hebben we wel een definitie nodig?
Vb: Chemicus vragen zich dat nooit af maar in recht is er wel behoefte omwille van:
- Rechters passen recht toe op feiten dus moeten ze weten wat recht is en wat niet is als ze
daar geen antwoord op hebben kunnen ze niet verder
- Zonder begripsomschrijving bestaat de risico dat onderzoeksresultaten verkeerd worden
begrepen, aangezien verschillende onderzoekers het onbewust over iets anders kunnen
hebben. Dat leidt dat onderzoek meer verwarring oplevert en zo zijn initiële doelstelling
tegenwerkt: verduidelijken.
1.3 Definities van recht: vergelijking met families
Sommige definities overlappen elkaar anderen sluiten elkaar soms gedeeltelijk uit.
- Definities= families: definities zijn net zoals families verwant aan elkaar maar dat betekent
niet dat ze een specifiek eigenschap gemeenschappelijk
hebben.
Essentie: recht is als een familie, we hebben verschillende
verschijningsvormen, die delen niet 1 unieke eigenschap, recht
heeft niet 1 specifieke essentie.
1.4 recht? Geen essentiele kenmerken
- Sommigen: recht heeft geen essentiele kenmerken die altijd en overal waar zijn
- Brian Tamanaha : ‘recht is eender wat mensen door hun sociale praktijken identificeren en
behandelen als recht’ (=> recht = standpunt of maatschappelijk afhankelijk’)
o Recht is wat wij als mensen zelf identificeren, op standpunt dat mensen in nemen.
1.5 recht= standpunt of maatschappijafhankelijk
= afhankelijk van de wijze waarop men in de maatschappij
naar recht kijkt of iets als recht geldt, hangt af van het
‘famileilid’ dat men voor ogen heeft. VB:
- Vraag m1: ‘is wat overeenkomstig de grondwet
uitgevaardigd is, een vorm van recht?
o antwoord 1: Nee, wie dat zegt heeft de essentie niet begrepen
o antwoord 2: Enkel als we het uitgangspunt van m2 nemen dan wel.
1
,Je moet zelf eerst een standpunt over wat recht is nemen voordat je kan spreken over wat geldt als
recht.
1.7 Recht : geen universeel en tijdloos criterium- gevolgen
Wat iemand hier als essentieel kenmerk beschouwd kan ergens anders totaal irrelevant zijn.
- Doorheen de tijd: verschillende plekken verschillende vormen van recht
- Recht is een sociale constructie (geconstureerd door handelingen van mensen) met een
geschiedenis.
Moeten we nu zwijgen over recht? Neen: wel andere focus
o Niet op essentie van recht maar op diverse kenmerken die men ermee in verband
brengt.
Hoofdstuk 2: Fundamentele transformaties van de menselijke maatschappij
Proloog: Mensen zijn sociale wezens.
Mensen leven samen waardoor recht nodig is: op ons zelf kunnen we niet zo goed leven. Wij hebben
behoefte aan anderen. Mensen zijn sociale wezens: ons leven krijgt betekenis in relatie tot anderen.
Sociale ontwikkeling binnen een gemeenschap? Gevolg van:
- Materiele facetten: ecologisch, technologisch, economisch
=> de manier waarop wij omgaan is heel anders op technologisch belang vroeger anders: via
zoom
=> economische: de manier hoe wij met vb: kappers omgaan => kan afhankelijk zijn van eco
toestand (staat niet veel geld vb)
= hoe wij met elkaar omgaat afh eco => eco goed: niemand elkaar helpen goed, eco slecht: elkaar
moeten helpen
- Maar ook ideele facetten (in ons hoofd): kennis, overtuigingen, waarden, concepten,
gewoonten
=>aspecten die bepalen wat wij doen in die relatie
- Sociale instituten en praktijken
o Sociale praktijken: handelingen die je met anderen verricht en betekenis aan kunt
hangen.
o vb: samen zitten betekent niets maar vb: wachtzaal daar andere betekenis => je kan dat
begrijpen als je rekening houdt met die omstandigheden
o vb: schaken, ruzie, oplossen,…
2
,Niet elke samenleving is sociaal even complex
- Hoe groter de gemeenschap, des te meer haar organisationele sturctuur uitgewerkt zijn. Er
moet hierarchie zijn om verschillende gedragingen van de leden van de gemeenschap in goede
banen te leiden. Hierin spelen leiders een cruciale rol.
o In kleine gemeenschappen kan de leider zelfs zeg hebben over alle leden v gemeenschap
o Naar mate de activiteit in de gemeenschap, daalt aantal individuen waarvoor een leider
rechtstreeks zeggenschap kan hebben.
o Op gegeven moment daalt graad van sociale complexitiet die ervoor zorgt dat leiders met
tussenpersonen moeten werken.
Elk gemeenschap neemt basisbehoeften voor haar rekening : watervoorziening, voedselbedeling,
bescherming,… dit wordt in complexere gemeenschappen gedaan door sociale instituten (niet
individuen dus): 2 vormen van specialisatie:
- horizontale: macht en bevogdheden verdeeld onder functionele eenheden op zelfde niveau
- verticale: planning, inrichting en uitvoering verdeeld over hierarchische verschillende niveau’s
→ Bv. vennootschap; gezin: ouders houden zich bezig met andere dingen, doen niet zelfde ene doet iets
en andere doet iets anders => specialiseren in een situatie => horizontale specialisatie MAAR het kan zijn
dat vader meer macht heeft dan moeder (50j geleden) verticaal: bovengeschikte positie waar hij andere
taken ging doen = werken en vrouw huishouden => onderschieiden functies niet gelijke verdeeld)
Betekenis en functie niet zelfde gebleven maar is overal anders en geevolueerd
- hangt af van organisationele structuur van gemeenschap
- recht is iets anders en vervult in weinig complexe gemeenschappen andere functies dan in
complexere.
4 soorten gemeenschappen: RODE DRAAD!!!
- Samenlevingen van jagers en voedselverzamelaars
- Chiefdoms
- Rijken
- Moderne staten => beteknt niet dat het de laatste is dat het verder staat ofs enkel
chronologische orde!
3
, 2.1 Jager en voedselverzamelaars (deze periode: paleolithicum)
- Regels en gebruiken over bezit en gebruik van goederen:
Oogst en wild - Regel apart : wie mag jagen, wie oogst
menselijke arbeid - Wie moet jagen, werken: iedereen 1 ding=> geen belang niet goed
maatschappij moet verscheiden zijn
heilige kennis: - onderscheid regels tussen mensen onderling en regels van bovenmenselijke
dimensies maar niet beschikbaar voor iedereen=> enkel als je bepaalde
dingen doet
land en - Collectieve aanspraken ook indv maar op 1 specifiek iets bv: waterput
waterbronnen: - Heilige plekken? niet voor iedereen toegankelijk >< vrouwen, kinderen
- Andere clans? afspraken (in principe wederkerig)
roerende goederen - Individuele aanspraken (weerspiegelt investering voor verwering/vaardiging)
(gereedschap, - Daardoor: basis onroerende goederen te kunne schenken en uitwisselen (en
wapens, kookgerei, tussen clans)
voedsel,… behoren - In sjvv: kosteloze hulpverlening, ruil ontstaat (andere samenlevingen:
toe aan indv) contractenrecht )
- Twee soorten clans : (uitwisseling goederen)
Onmiddelijke wederkerige clans Uitgestelde wederkerige clans
Goederen en Onmiddellijk verbruikt Bewaring en onderhoud van plekken
voedsel
Gereedschappe Weinig tijd en dergelijk in Arbeidsintensieve artefacten (boten,
n geinvesteerd netten) => langdurige termijn levert iets op.
Langdurige Amper => zeer flexibel => Uithuwelijken: mannen beshcikken voer de
engagementen gemakkelijk losscheuren en eigen bevoegdheid om hun vrouwelijke
weg gaan. nakomelingen uit te huwelijken
Gevolg uitgestelde wc=> meer en uitgebreidere individuele aanspraken op goederen
Jagervoedselverzamelaars Chiefdoms
Wanneer +- 12.000 vCHR rond 1500 vc
kenmerken - clans van 25 mensen Kenmerken:
(famileibanden) en maken deel uit - Groepen 100-10.000
van grotere netwerken - Sedentair (>< nomadisch, sjvv)
- egalitair (geen hierarchie => - Erfelijke sociale stratificatie en meer
leiderschap? enkel op beslissen de ongelijkheid
momenten en na oplossing ‘weg’ o Duidelijke onderscheiden rollen chiefdoms
4