Kinderen en media
Semester 1
2020-2021
1. Mediagebruik bij kinderen en adolescenten .................................................................... 2
2. The world according to Sesame Street ........................................................................... 13
3. Educatieve televisie ........................................................................................................ 19
4. Prosociale televisie ......................................................................................................... 31
5. Media en risicogedrag .................................................................................................... 46
6. Gastles Internet en Social Media – F. Geusens............................................................... 63
7. Teens, sitcoms and effects ............................................................................................. 77
8. Media en familie ............................................................................................................. 88
9. Gastles: Parential mediation – A. Meeus...................................................................... 100
10. Media multitasking en ADHD ....................................................................................... 113
11. Media literacy ............................................................................................................... 129
12. Gastles dr. Telidja Kaï ................................................................................................... 145
1
,1. Mediagebruik bij kinderen en adolescenten
1.1. Mediagebruik bij jongeren vandaag
Tendensen binnen het medialandschap:
• Sterke toename in aanbod technologie
o Sterke convergentie van mediatechnologie
§ Samensmelting van verschillende mediatechnologieën, markten en
organisaties
• Vroeger onderscheid tussen telefonie, internet, televisie maar
dit versmelt nu samen
o Bv bellen via internet, radio op tv-zender
• Apparaten hebben zelfde functies
o Convergentie van ownership
§ Concentratie van media beheersd door zelfde bedrijven
• Bv een bedrijf meerde mediatakken
o Toename in commercialisatie
• Kinderen als doelpubliek
o Kinderen worden beschouwd als een relatief nieuwe groep van winstgevende
consumenten.
• Digitalisering biedt intense media-ervaringen “Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat
o Sterkere interactiviteit mogelijk (bekende) figuurtjes wel degelijk een grote
impact hebben op het consumptiepatroon
§ Bv. Chatten, tweeten etc. van kinderen. Kort samengevat: als zoon-
of dochterlief Kabouter Plop of een van de
K3'tjes ziet, zal hij of zij bij papa of mama
gaan jengelen om dat product. In
Publiek discours t.a.v. media en kinderen = veelal negatief marketingtermen heet dat 'Pester Power'
- of de kracht van het gezeur.”
• Seksualiserende media
• Gewelddadige media
• Impact op cognitieve & sociale ontwikkeling, obesitas bv plop op ongezond eten
Medialandschap verandert zeer snel
• Hoeveelheid transistoren verdubbelt elke 2 jaar
• Media-effecten beginnen steeds die veranderingen en hun impact bij te benen
o Een studie opzetten neemt tijd
Media-tendensen in Vlaanderen
• Opvallend: steeds meer persoonlijk bezit mediatoestellen op vroegere leeftijd
o Verschuiving van computer en televisie naar smartphone en tablet
o Kinderen 9-12j hebben steeds meer persoonlijk bezit van media dan vroeger
2
, o Eerste middelbaar is sleutelmoment
§ Schuift steeds meer op wel
• Mobiele communicatie enorm prominent
o Smartphone is toegangspoort tot de wereld geworden
§ Mobiele media en vooral smartphone transformeert mediabeleving
o Weinig restricties
§ Ouders weten vaak niet wat kinderen online doen
o Maar het repertoire van apps blijft wel beperkt
o Het nut ervan verandert ook over de leeftijden heen
§ Kinderen meer gericht op gamen en video’s kijken
§ Jongeren meer gericht op online communicatie
o Positieve of negatieve evolutie
§ Slaaptekort, verslaving, minder aandacht op school
§ Sociale steun, geen verslaving, geen phubbing
o Phubbing = wanneer men op de gsm zit wanneer men in interactie is met
iemand anders en hierdoor een persoon in sociale interactie negeren door
bezig te zijn met je gsm
• Sociale media niet zo sociaal
o Vooral liken en reageren op populaire posts maar niet zelf een status posten
o Duidelijke genderverschillen
§ Meer meisjes dan jongens gebruiken internet voor communicatie
§ Gender belangrijk criterium voor gebruik
• Onderzoek VS
o Tijdsduur mediagebruik:
§ 1/3 tot 1/2 van de tijd dat kinderen wakker zijn
o Weinig restricties:
§ 1/2 geen restricties omtrent keuze inhoud tv
§ +70 % geen restrictries omtrent keuze inhoud video games
§ Veelal regels omtrent inhoud ; tijdsduur minder gereguleerd
o Mediaconsumptie begint zeer vroeg:
§ 6 maanden – 6 jaar oud: 1.5 uur media / dag
§ Bijna 20 procent van kinderen jonger dan 3 hebben tv op kamer
1.2. Kinderen als mediaconsument: een apart doelpubliek
1.2.1. Kinderen vs volwassenen
Third person effect
3
, • = perceptie dat anderen kwetsbaarder zijn voor invloed van media
o Dit versterkt als anderen jonger zijn
o Morele paniek als het om kinderen gaat
§ Nuancering: hebben ook zekere mate van agency maar toch sterke
verschillen van volwassenen op vlak van achtergrondkennis,
leergierigheid en ervaring met media
§ Kinderen zijn minder cognitief ontwikkeld
Beperkte achtergrondkennis van kinderen
• Impact op begrip en waarachtigheid mediaboodschap
o Snappen commerciële doeleinden bedrijven niet op televisie
Kinderen zijn heel leergierig
• Proberen dus iets te leren van media
o Positief
§ Educatief potentieel media
o Negatief
§ Negatieve stereotypering
§ Invloed waarden en normen
§ Invloed gedrag
o Vaak wordt dus het educatieve potentieel niet ingevuld
o Bobo doll experiment
§ Filmpje tonen van volwassenen die bobo boll omverslaat
§ Kind doet het na
Kinderen hebben minder ervaring met media
• Hebben minder kennis over contexten, conventies (bv flashback, sarcasme), genres en
snappen hierdoor niet alles
Child effect
• Ouders socialiseren kinderen, maar kinderen de ouders ook = agency
o Bv kinderen leren grootouders werken met pc
1.2.2. Kinderen als een heterogene groep
1.2.2.1. Leeftijd: cognitieve ontwikkeling
Hersenen ontwikkelen zich op een heel snel tempo
4
Semester 1
2020-2021
1. Mediagebruik bij kinderen en adolescenten .................................................................... 2
2. The world according to Sesame Street ........................................................................... 13
3. Educatieve televisie ........................................................................................................ 19
4. Prosociale televisie ......................................................................................................... 31
5. Media en risicogedrag .................................................................................................... 46
6. Gastles Internet en Social Media – F. Geusens............................................................... 63
7. Teens, sitcoms and effects ............................................................................................. 77
8. Media en familie ............................................................................................................. 88
9. Gastles: Parential mediation – A. Meeus...................................................................... 100
10. Media multitasking en ADHD ....................................................................................... 113
11. Media literacy ............................................................................................................... 129
12. Gastles dr. Telidja Kaï ................................................................................................... 145
1
,1. Mediagebruik bij kinderen en adolescenten
1.1. Mediagebruik bij jongeren vandaag
Tendensen binnen het medialandschap:
• Sterke toename in aanbod technologie
o Sterke convergentie van mediatechnologie
§ Samensmelting van verschillende mediatechnologieën, markten en
organisaties
• Vroeger onderscheid tussen telefonie, internet, televisie maar
dit versmelt nu samen
o Bv bellen via internet, radio op tv-zender
• Apparaten hebben zelfde functies
o Convergentie van ownership
§ Concentratie van media beheersd door zelfde bedrijven
• Bv een bedrijf meerde mediatakken
o Toename in commercialisatie
• Kinderen als doelpubliek
o Kinderen worden beschouwd als een relatief nieuwe groep van winstgevende
consumenten.
• Digitalisering biedt intense media-ervaringen “Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat
o Sterkere interactiviteit mogelijk (bekende) figuurtjes wel degelijk een grote
impact hebben op het consumptiepatroon
§ Bv. Chatten, tweeten etc. van kinderen. Kort samengevat: als zoon-
of dochterlief Kabouter Plop of een van de
K3'tjes ziet, zal hij of zij bij papa of mama
gaan jengelen om dat product. In
Publiek discours t.a.v. media en kinderen = veelal negatief marketingtermen heet dat 'Pester Power'
- of de kracht van het gezeur.”
• Seksualiserende media
• Gewelddadige media
• Impact op cognitieve & sociale ontwikkeling, obesitas bv plop op ongezond eten
Medialandschap verandert zeer snel
• Hoeveelheid transistoren verdubbelt elke 2 jaar
• Media-effecten beginnen steeds die veranderingen en hun impact bij te benen
o Een studie opzetten neemt tijd
Media-tendensen in Vlaanderen
• Opvallend: steeds meer persoonlijk bezit mediatoestellen op vroegere leeftijd
o Verschuiving van computer en televisie naar smartphone en tablet
o Kinderen 9-12j hebben steeds meer persoonlijk bezit van media dan vroeger
2
, o Eerste middelbaar is sleutelmoment
§ Schuift steeds meer op wel
• Mobiele communicatie enorm prominent
o Smartphone is toegangspoort tot de wereld geworden
§ Mobiele media en vooral smartphone transformeert mediabeleving
o Weinig restricties
§ Ouders weten vaak niet wat kinderen online doen
o Maar het repertoire van apps blijft wel beperkt
o Het nut ervan verandert ook over de leeftijden heen
§ Kinderen meer gericht op gamen en video’s kijken
§ Jongeren meer gericht op online communicatie
o Positieve of negatieve evolutie
§ Slaaptekort, verslaving, minder aandacht op school
§ Sociale steun, geen verslaving, geen phubbing
o Phubbing = wanneer men op de gsm zit wanneer men in interactie is met
iemand anders en hierdoor een persoon in sociale interactie negeren door
bezig te zijn met je gsm
• Sociale media niet zo sociaal
o Vooral liken en reageren op populaire posts maar niet zelf een status posten
o Duidelijke genderverschillen
§ Meer meisjes dan jongens gebruiken internet voor communicatie
§ Gender belangrijk criterium voor gebruik
• Onderzoek VS
o Tijdsduur mediagebruik:
§ 1/3 tot 1/2 van de tijd dat kinderen wakker zijn
o Weinig restricties:
§ 1/2 geen restricties omtrent keuze inhoud tv
§ +70 % geen restrictries omtrent keuze inhoud video games
§ Veelal regels omtrent inhoud ; tijdsduur minder gereguleerd
o Mediaconsumptie begint zeer vroeg:
§ 6 maanden – 6 jaar oud: 1.5 uur media / dag
§ Bijna 20 procent van kinderen jonger dan 3 hebben tv op kamer
1.2. Kinderen als mediaconsument: een apart doelpubliek
1.2.1. Kinderen vs volwassenen
Third person effect
3
, • = perceptie dat anderen kwetsbaarder zijn voor invloed van media
o Dit versterkt als anderen jonger zijn
o Morele paniek als het om kinderen gaat
§ Nuancering: hebben ook zekere mate van agency maar toch sterke
verschillen van volwassenen op vlak van achtergrondkennis,
leergierigheid en ervaring met media
§ Kinderen zijn minder cognitief ontwikkeld
Beperkte achtergrondkennis van kinderen
• Impact op begrip en waarachtigheid mediaboodschap
o Snappen commerciële doeleinden bedrijven niet op televisie
Kinderen zijn heel leergierig
• Proberen dus iets te leren van media
o Positief
§ Educatief potentieel media
o Negatief
§ Negatieve stereotypering
§ Invloed waarden en normen
§ Invloed gedrag
o Vaak wordt dus het educatieve potentieel niet ingevuld
o Bobo doll experiment
§ Filmpje tonen van volwassenen die bobo boll omverslaat
§ Kind doet het na
Kinderen hebben minder ervaring met media
• Hebben minder kennis over contexten, conventies (bv flashback, sarcasme), genres en
snappen hierdoor niet alles
Child effect
• Ouders socialiseren kinderen, maar kinderen de ouders ook = agency
o Bv kinderen leren grootouders werken met pc
1.2.2. Kinderen als een heterogene groep
1.2.2.1. Leeftijd: cognitieve ontwikkeling
Hersenen ontwikkelen zich op een heel snel tempo
4