Bank = tussenpersoon
14e eeuw ontstaan in Italië (Florence)
Dichten van de financieringskloof: kloof tussen degene die tekort hadden aan
middelen en degene die ruimschoots genoeg middelen hadden, en bereid waren van
die middelen te laten gebruiken
Taak tussenpersoon beide partijen met elkaar in contact brengen
Geschiedenis
De oudheid (3000j v.C)
Eerste bankbedrijvigheid in Mesopotamië en Babylonië
Religieus getint
Mensen schenken aan priesters om bescherming van goden af te kopen (vee,
akkers, slaven)
Priesters lenen deze giften uit aan handelaars en landbouwers
o Steeds meer -> noodzaak transacties te registreren op kleitabletten
o Regels nodig -> code van Hammoerabi
Griekenland
Tot voor 5e eeuw v.C.: alle Griekse handelssteden eigen munt
Trapezieten (banken) en collubisten (geldwisselaars)
o Ontvangen deposito’s en verstrekken leningen
5e eeuw v.C. eenheidsmunt (drachme) bij de Grieken door uitbreiding Atheense rijk
Eerste Griekse bankiers
- Collubisten en trapezieten vestigen zich als handelaars (later bankiers)
o Ontvangen deposito’s en verstrekken leningen => ontwikkelen een
efficiënt betalingssysteem
4e eeuw v.C. openbare banken gesticht
Taken: ontvangsten innen en uitgaven van stadstaten betalen, overheidsfondsen
beheren
Romeinse Rijk
Door militaire veroveringen in contact met andere volkeren
Problemen met handelsverkeer (omwisseling van munten,…)
Ontstaan privé bankiers (argentarii) = activiteit op interne markt afgestemd
Ontstaan openbare banken (mensarii) = verspreid over provincies/beschikking over
centrale kas in Rome
- Taak: inning van belastingen, uitgifte van geld en toezicht op wisselkoersen
- Inbreng Romeinen: stevige juridische basis met betrekking tot deposito’s,
leningen en financiële transacties
Middeleeuwen
Val Romeinse rijk -> verscheidene munten -> geldwisselaar (Syriërs)
Karel de Grote: verbod geld tegen interest uit te lenen (geestelijken en kloosterordes
wel nog)
Speelt zo Syriërs van de kaart
Na Karel de Grote
- Joden: specialisatie lening tegen onderpand
, - Kloosters: rol bankier op platteland
o Ontvangen giften van gelovigen & deposito’s van privépersonen -> in
ruil verstrekken ze landbouwleningen en nemen ze waarborg op grond
Lombarden: voorlopers wisselbrief en krediet
- 10e eeuw heropleving handel tussen Oost en West door kruistochten
- 11e eeuw: handelaars uit Italië (Venetië, Pisa, Genua) = lombarden
o vestigen handelskantoren (oosten en Noord-Afrika)
o + vestigen wisselkantoren in Frankrijk/Vlaanderen/Engeland
- 10 tot 13e eeuw: jaarmarkt in Champagne
e
o Handelaars ontmoeten elkaar
o Bankier (geldwisselaar) moet wisselkoers tussen munten bepalen
- Betaling op termijn (nieuw betaalmiddel) ‘lettera di pagamento = voorloper
wisselbrief (geldschepping)
o Aanzet tot hoofdactiviteit bank: verstrekken van kredieten
Wisselbrief = schuldbekentenis waarbij schuldenaar (bv. Italiaanse handelaar) zich
ertoe verbindt op een afgesproken datum het verschuldigde bedrag te laten betalen
(door tussenpersoon bv. bank) aan schuldeiser (bv. handelaar uit Antwerpen)
Lombarden: verstrekken leningen aan particulieren/overheid
Hebben grote politieke invloed (gebruiken deze tegen Tempeliers)
Tempeliers: wisselverrichtingen uitvoeren, systeem dubbele boekhouding ontstaan,
zicht- en termijndeposito’s ontvangen
Renaissance
Opkomst openbare banken = financiering steden via uitgifte leningen (schuldeisers =
deponenten)
1e = Taula di Canvi (1401) door stadsbestuur van Barcelona opgericht
o Doel: monopolie van de joodse bankiers doorbreken
Eerste bank van leningen in Italië -> in vorm van leningen tegen onderpand
o Opgericht door de Franciskaner monikken
Verspreiden privé – banken over Europa
- Financiële markten: plaatsen waar kopers en verkopers elkaar ontmoeten en
zaken doen
- Banken: onderhandelen, op eigen verantwoordelijkheid, met elk van de
partijen afzonderlijk
1. Terugval van jaarmarkten in Champagne
2. Brugge en Lyon nemen fakkel over
3. Einde 15e eeuw verliest Brugge wegens verzanding van het Zwin
4. Antwerpen wordt belangrijk internationaal handelscentrum -> Eerste beurzen
opgericht (1515)
5. Door constante sociale en politieke dreiging komt ondergang Antwerpen ten
voordele van Amsterdam
17e en 18e eeuw
Tal van bankinstellingen opgericht -> neergelegd bij wettelijkheid van interestvoet
- Bank van Venetië
o Geeft aan elk deponent een certificaat + vervaldag om geld terug te
betalen (voor de prijs waartegen een nieuwe deponent deze deposito
wil overnemen)
o Deposito die op afgesproken tijd wordt gestort en interest opbrengt
- Bank van Amsterdam
o Ook certificaten bij een deposito maar hier in rekenmunt uitgedrukt
‘florin-banco’
- Bank van Stockholm
, o Certificaten hebben geen vervaldag -> groeien uit tot papiergeld
Eerste bank ter wereld die geld in omloop brengt
o Brengt geen interest op
- Bank of England
o Ontstaan chartaal geld -> monopolie voor uitgifte van bankbiljetten
19e eeuw
Periode van groei & stabiliteit (gouden eeuw)
- Opkomst uitgifte instellingen (geld uitgeven monopoliseren)
- Groei van zakenbanken
o Banken die enkel optreden als adviseurs/makelaars/mandatarissen
Geven geen bankbiljetten uit/zamelen geen deposito’s in
- Ontstaan handelsbanken
o Kapitaal is verspreid bij het publiek in vorm van aandelen
- Ontstaan parabancaire instellingen
o Spaarkassen, woningspaarkassen voor gewone cliënteel
20e eeuw
- Evolutie betaalmiddel: metaalgeld -> chartaal geld -> giraal geld
- Staat als controlerende / toezichthoudende instantie
- Ontwikkeling economie heeft invloed op banksysteem
- Technische ontwikkeling
Universalisme = Duits model
- Vrijheid van vestiging op nationale grondgebied
- uitvoering volledige gamma van bankverrichtingen
- gelijke controle / zelfde dienstverleningen voor banken
Specialisering = splitsing tussen bank en holding (1935) in België
- Met oog op depositobescherming wordt verbod opgelegd om riskante
deelnemingen in industriële ondernemingen te bezitten
Van gemeenschappelijke markt tot Economische en
Monetaire Unie (EMU)
Na 2e wereldoorlog -> VS moedigt creëren van Unie aan door actieplan (Marshallplan)
maar hiervoor moeten Europese landen hun actie coördineren
9 mei 1950: Schuman-verklaring
- Productie steenkool & staal van Frankrijk en Duitsland samenbrengen
- Verdrag ondertekenen vormt de Europese Zes
25 maart 1957: Verdragen van Rome
- Deze zes landen ondertekenen oprichting van atoomproductie en vrije
concurrentie tussen producten uit alle sectoren van de economie
1979: Europees monetair stelsel (EMS)
- Hoofdoel: stabiliteit van wisselkoersen tussen munteenheden (door
tussenkomst centrale banken) + solidariteit van lidstaten door toekenning
kredieten
- ! invoering ECU (European currency unit) = korf van Europese munteenheden
o Samenstelling is weerspiegeling van het aandeel van iedere lidstaat in
productie en uitwisseling van goederen en diensten binnen de
Gemeenschap
1886: de Europese Akte
- Weg naar economische en monetaire unie
1989: Rapport-Delors
- Pleit voor een Europese economische en monetair unie (in drie fases
gerealiseerd)
, oConsolidering van eenheidsmarkt – oprichting Europees Monetair
Instituut – invoering van 1 Europese munt
1992: Verdrag van Maastricht
- Bepaalt dat nationale munt vervangen zal worden door gemeenschappelijke
munteenheid
o Als lidstaten bewijzen dat ze economische + financieel gezond zijn door
convergentiecriteria
Lage inflatie (niet meer dan 1,5% hoger als gem. van 3 beste
lidstaten)
Gezonde overheidsfinanciën (begrotingstekort) niet meer dan
60% van bbp
Stabiele wisselkoersen (minstens 2j normale fluctuatiemarges)
Lage rente (niet meer dan 2% hoger als gem. van 3 beste
landen)
1998: Europese Raad van Brussel
- Oprichting ECB (Europese Centrale Bank)
- Aankondiging omrekeningskoersen
1999: Euro als eenheidsmunt -> intrede in girale geldcirculatie
2002: chartale euro intreden
Deel 1: De vermogensmarkt
1. Basisbegrippen
Vermogensmarkt = abstracte markt (vraag en aanbod van vermogen komt tot uiting)
geen fysische manier elkaar ontmoeten om transacties af te sluiten
- financiële activa wordt geruild tegen liquiditeiten
o bv. deposito’s obligaties, aandelen, turbo’s, vastgoedcertificaten,
beleggingsfondsen,…
partijen met financiële overschotten/spaaroverschotten <-> partijen met financiële
tekorten
- overdracht partijen gebeurt op 2 manieren
1. directe financiering
= ontlener wendt zich rechtstreeks tot de uitlener
bv. kapitaalverhoging zorgt voor nieuwe aandelen die worden uitgegeven -> vers
geld in vennootschap -> meer aanbod dus prijs daalt -> op aandelenmarkt gaat
grafiek naar beneden
bv. uitgifte obligatielening = lening waarbij vennootschap geld leent bij partijen die
overschot aan geld hebben willen beleggen
bv. zaakvoerder leent geld aan zijn eigen bedrijf = vordering (vreemd vermogen)
2. indirecte financiering
= geen rechtstreekse link tussen degene die geld leent en degene die geld uitleent
Bv. stelsel van intermediair