Geestelijke gezondheidszorg Lieve
Hoeyberghs
Inhoudsopgave
Cognitieve therapie ....................................................................................................................... 3
Automatische gedachten. ................................................................................................................. 3
Cognitieve schema’s. ........................................................................................................................ 3
Selectieve vormen van interpretaties en denkfouten. .......................................................................... 3
Het principe van het veranderen van automatische gedachten en schema’s. ....................................... 3
Schemagerichte therapie .............................................................................................................. 5
Schemagerichte therapie van Young. (p. 9-11) .................................................................................... 5
Rationeel Emotieve Therapie (RET) ................................................................................................. 7
Het ABC-DEG-Model. ........................................................................................................................ 7
Verschillende cognitieve technieken. ( p.13-15) .................................................................................. 7
Acceptance and Committment Therapie (ACT) ............................................................................... 8
ACT (16-18)....................................................................................................................................... 8
Dialectische gedragstherapie bij de borderline persoonlijkheidsstoornis ........................................ 9
Wat is dialectische gedragstherapie? ................................................................................................. 9
Op welke wijze worden emotieregulerende vaardigheden aangeleerd? (p. 23-25) ................................. 9
Hoe worden effectieve interrelationele vaardigheden aangeleerd? (p.25-26) ...................................... 10
Welke vaardigheden worden aangeleerd voor het verdragen van een crisis?. (p.27) ............................ 10
Welke strategieën zijn er voor het overleven van een crisis? (p. 27-29) ............................................... 10
Hoe kan er gewerkt worden aan zelfbesef? (p. 29-30) ........................................................................ 11
Transactionele Analyse ............................................................................................................... 12
Uitgangspunten van de transactionele analyse. ................................................................................ 12
Hoekstenen van de transactionele analyse?..................................................................................... 12
Verschillende soorten transacties kunnen benoemen, beschrijven en tekenen. (zie ook powerpoint
transactionele analyse, slides 19-20-21-22) ..................................................................................... 13
Systeemtherapie......................................................................................................................... 15
De voornaamste begrippen binnen de systeemtheorie kennen en kunnen toepassen. ( p. 45- ............. 15
1
, De vijf axioma’s van Watzlawick kennen en kunnen toepassen. (p. 48-55) .......................................... 15
Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH) ...................................................................... 17
SRH werkt in op drie gebieden. (p.61) ............................................................................................... 17
Kwartiermaken. (p.62) ..................................................................................................................... 17
4 fasen in het herstelproces. ( p. 62-64). ........................................................................................... 17
Kenmerken van herstelondersteunende zorg. ................................................................................... 18
Kenmerken van presentie volgens Baart. (p. 66-67) ........................................................................... 19
Methodische aspecten van SRH? ( p. 68-70) ..................................................................................... 19
Empathisch directieve benadering bij Korsakov ........................................................................... 20
Het 5K-model?................................................................................................................................ 20
Hoe ga je als verpleegkundige de patiënt met Korsakov begeleiden? (p. 6-7) ...................................... 20
Het stappenplan bij foutloos leren ................................................................................................... 21
Verpleegkundige aanpak bij Korsakov op afdelingsniveau? (p. 10-15)................................................. 21
Oefeningen ..................................................................................................................................... 22
2
, Cognitieve therapie
Automatische gedachten.
- Ervaringen beschrijven als goed, slecht, pijnlijk, gevaarlijk, veilig, …
- Ondhoudbare irrationele gedachten, klopt niet met de feiten
- Oorspprong = onlogische redenering of denkfout
- Desfunctionele automatische gedachten belemmert iemands functioneren
- Aangestuurd door dieperliggende cognititve schema’s
Cognitieve schema’s.
- Op basis van ervaringen in de kindertijd
- Overtigingen, kerngedachten over zichzelf, anderen, omgeving
- Beïnvloeden de selectie van informatie
- Interpreteren
o Betekenis eraan geven
- Positief schema kan door een gebeurtenis negatief ingekleurd worden
- Niet bewust van de werking van schema’s
- Afleiden a.d.h.v. automatische gedachten
Selectieve vormen van interpretaties en denkfouten.
- Filteren
o Aandacht richten op één detail terwijl andere belangrijke kenmerken worden
genegeerd
- Gedachten lezen
o Veronderstellen dat men weet wat anderen denken en voelen
- Overgeneralisatie
o Op basis van één enkele gebeurtenis algemene conclusies nemen
- Overschatting en onderwaardering
o Onplezierige overwaarderen, plezierige onderwaarderen
- Personalisatie
o Externe gebeurtenis zonder aanleiding op zichzelf betrekken
- Zwart-wit-denken
o In uitersten beoordelen: goed, slecht of mooi, lelijk
- Catastrofaal denken (rampdenken)
o Negatieve uitkomsten verwachten zonder waarschijnlijkere mogelijkheden in
ogenschouw te nemen.
o Op basis van één enkele gebeurtenis algemene conclusies nemen
- Emotioneel redeneren
o Een interpretatie voor waar houden omdat die zo sterk aanvoelt
Het principe van het veranderen van automatische gedachten en schema’s.
- Automatische gedachten
o Inzicht verweven in automatische gedachten door kritisch onderzoek naar
vanzelfsprekendheden
o Therapeut begeleidt dit proces
- Alternatieve gedachten
o Verken aan alternatieve (functionele, houdbare en bruikbare gedachten)
3
Hoeyberghs
Inhoudsopgave
Cognitieve therapie ....................................................................................................................... 3
Automatische gedachten. ................................................................................................................. 3
Cognitieve schema’s. ........................................................................................................................ 3
Selectieve vormen van interpretaties en denkfouten. .......................................................................... 3
Het principe van het veranderen van automatische gedachten en schema’s. ....................................... 3
Schemagerichte therapie .............................................................................................................. 5
Schemagerichte therapie van Young. (p. 9-11) .................................................................................... 5
Rationeel Emotieve Therapie (RET) ................................................................................................. 7
Het ABC-DEG-Model. ........................................................................................................................ 7
Verschillende cognitieve technieken. ( p.13-15) .................................................................................. 7
Acceptance and Committment Therapie (ACT) ............................................................................... 8
ACT (16-18)....................................................................................................................................... 8
Dialectische gedragstherapie bij de borderline persoonlijkheidsstoornis ........................................ 9
Wat is dialectische gedragstherapie? ................................................................................................. 9
Op welke wijze worden emotieregulerende vaardigheden aangeleerd? (p. 23-25) ................................. 9
Hoe worden effectieve interrelationele vaardigheden aangeleerd? (p.25-26) ...................................... 10
Welke vaardigheden worden aangeleerd voor het verdragen van een crisis?. (p.27) ............................ 10
Welke strategieën zijn er voor het overleven van een crisis? (p. 27-29) ............................................... 10
Hoe kan er gewerkt worden aan zelfbesef? (p. 29-30) ........................................................................ 11
Transactionele Analyse ............................................................................................................... 12
Uitgangspunten van de transactionele analyse. ................................................................................ 12
Hoekstenen van de transactionele analyse?..................................................................................... 12
Verschillende soorten transacties kunnen benoemen, beschrijven en tekenen. (zie ook powerpoint
transactionele analyse, slides 19-20-21-22) ..................................................................................... 13
Systeemtherapie......................................................................................................................... 15
De voornaamste begrippen binnen de systeemtheorie kennen en kunnen toepassen. ( p. 45- ............. 15
1
, De vijf axioma’s van Watzlawick kennen en kunnen toepassen. (p. 48-55) .......................................... 15
Systematisch Rehabilitatiegericht Handelen (SRH) ...................................................................... 17
SRH werkt in op drie gebieden. (p.61) ............................................................................................... 17
Kwartiermaken. (p.62) ..................................................................................................................... 17
4 fasen in het herstelproces. ( p. 62-64). ........................................................................................... 17
Kenmerken van herstelondersteunende zorg. ................................................................................... 18
Kenmerken van presentie volgens Baart. (p. 66-67) ........................................................................... 19
Methodische aspecten van SRH? ( p. 68-70) ..................................................................................... 19
Empathisch directieve benadering bij Korsakov ........................................................................... 20
Het 5K-model?................................................................................................................................ 20
Hoe ga je als verpleegkundige de patiënt met Korsakov begeleiden? (p. 6-7) ...................................... 20
Het stappenplan bij foutloos leren ................................................................................................... 21
Verpleegkundige aanpak bij Korsakov op afdelingsniveau? (p. 10-15)................................................. 21
Oefeningen ..................................................................................................................................... 22
2
, Cognitieve therapie
Automatische gedachten.
- Ervaringen beschrijven als goed, slecht, pijnlijk, gevaarlijk, veilig, …
- Ondhoudbare irrationele gedachten, klopt niet met de feiten
- Oorspprong = onlogische redenering of denkfout
- Desfunctionele automatische gedachten belemmert iemands functioneren
- Aangestuurd door dieperliggende cognititve schema’s
Cognitieve schema’s.
- Op basis van ervaringen in de kindertijd
- Overtigingen, kerngedachten over zichzelf, anderen, omgeving
- Beïnvloeden de selectie van informatie
- Interpreteren
o Betekenis eraan geven
- Positief schema kan door een gebeurtenis negatief ingekleurd worden
- Niet bewust van de werking van schema’s
- Afleiden a.d.h.v. automatische gedachten
Selectieve vormen van interpretaties en denkfouten.
- Filteren
o Aandacht richten op één detail terwijl andere belangrijke kenmerken worden
genegeerd
- Gedachten lezen
o Veronderstellen dat men weet wat anderen denken en voelen
- Overgeneralisatie
o Op basis van één enkele gebeurtenis algemene conclusies nemen
- Overschatting en onderwaardering
o Onplezierige overwaarderen, plezierige onderwaarderen
- Personalisatie
o Externe gebeurtenis zonder aanleiding op zichzelf betrekken
- Zwart-wit-denken
o In uitersten beoordelen: goed, slecht of mooi, lelijk
- Catastrofaal denken (rampdenken)
o Negatieve uitkomsten verwachten zonder waarschijnlijkere mogelijkheden in
ogenschouw te nemen.
o Op basis van één enkele gebeurtenis algemene conclusies nemen
- Emotioneel redeneren
o Een interpretatie voor waar houden omdat die zo sterk aanvoelt
Het principe van het veranderen van automatische gedachten en schema’s.
- Automatische gedachten
o Inzicht verweven in automatische gedachten door kritisch onderzoek naar
vanzelfsprekendheden
o Therapeut begeleidt dit proces
- Alternatieve gedachten
o Verken aan alternatieve (functionele, houdbare en bruikbare gedachten)
3