Vergelijkende politiek
INHOUDSTAFEL:
DEEL 1: VERGELIJKENDE POLITIEK ALS DISCIPLINE
- AFBAKENING VAN POLITIEK
- VERGELIJKENDE POLITIEK?
- TYPES EN TRADITIES IN VERGELIJKENDE POLITIEK
- WAT WORDT VERGELEKEN
- WAAROM VERGELIJKENDE POLITIEK
- HOE WORDT VERGELEKEN
- RISICO’S BIJ VERGELIJKENDE POLITIEK
DEEL 2: SPELREGELS VAN DE DEMOCRATIE
- H1: VERKIEZINGEN EN VERKIEZINGEN IS TWEE. DE DISCIPLINE
VAN DE VERGELIJKENDE POLITIEK BIEDT SOELAAS
- H2: CLASSIFICATIE VAN KIESSTELSELS
DEEL 3: ANALYSE VAN ELK VAN DE INSTELLINGEN
- H3: RELATIEVE MEERDERHEIDSSTELSELS; VK EN VS
- H4: ABSOLUTE MEERDERHEIDSSTELSELS; AUS EN FR
- H5: DE VDE FRANSE REPUBLIEK
- H6: STELSELS VAN EVENREDIGE VERTEGENWOORDIGING EN
CONSENSUSDEMOCRATIEËN
- H7: DEMOCRATIE IN DE LAGE LANDEN
- H8: GEMENGDE STELSELS
- H9: GEVOLGEN VAN KIESSTELSELS
DEEL 4: INSTITUTIES
- H10: PARLEMENTEN
- H11: REGERINGEN
- H12: POLITIEKE PARTIJEN
1
, DEEL 1: VERGELIJKENDE POLITIEK
ALS DISCIPLINE
1.Afbakening van politiek
! Geen eenduidige definitie !
o O.b.v. autoriteit, publieke beslissingen nemen, door tegengestelde
meningen met elkaar te verzoenen
Miller: 4 elementen
1) Collectieve activiteit : publiek, betrekking op een samenleving
2) Verschillende meningen
3) Verzoening: vereist communicatie
4) Autoritatief à legitimiteit (+ sanctierecht vereist voor autoriteit)
o De noodzaak aan politiek vloeit voort uit het collectieve karakter van het
menselijk samenleven
o Aristoteles spreekt van Zoön Politikon à politiek is noodzakelijk én een
deugd
o Politiek is meest rationele weg om tot een gezamenlijke oplossing te komen
voor een gezamenlijk
probleem
Conflict ó
coöperatie
Specifieke vragen voor de vergelijkende politiek:
1) Welke beslissingen worden genomen? Wat is de invloed op het dagelijks leven
2) Hoe worden beslissingen genomen?
Conventionele ó niet-conventionele acties
Democratie ó autoritaire regimes
3) Wie neemt de beslissing en hoe/ door wie wordt hij beïnvloed?
Wie krijgt wat, wanneer en op welke manier – Harold Lasswell
BOUWSTENEN VOOR DE AFBAKENING VAN ‘POLITIEK’
Government ó politics !
o Politics: ‘het politieke systeem’ of ‘het beleid’
o Policy: ‘het beleid’ (er is dus overlapping qua termen)
Overheid ó regering
Staat ó natie
o Staat = een op een landkaart afgebakende organisatie
o Natie = groepsgevoel, vanuit het hart, de geest à er is geen Belgische natie,
wel Belgische staat
o Het kan zijn dat:
2
, Verschillende naties binnen 1 staat
1 natie verspreid over verschillende staten
Macht ó legitimiteit
o Als men vanuit machtspositie actie onderneemt, wilt dit niet perse zeggen dat
het legitiem is
VARIATIE IN EUROPA O.B.V.
1) Staatshoofd: monarchie ó presidentieel
2) Politiek systeem: parlementair ó presidentieel
Landen met president kunnen:
Presidentieel systeem: macht is geconcentreerd bij president en
wordt rechtstreeks verkozen
Parlementair systeem: president die niet rechtstreeks verkozen
wordt (aangesteld door aangestelde kamers) én bijna niets te
zeggen heeft; eerste minister die ‘staatsleider’ is
Semi-presidentieel systeem: rechtstreeks verkozen parlement en
rechtstreeks verkozen president + president kies eerste minister
3) Parlementen: unicameraal ó bicameraal
Unicameraal: Noorwegen, Denemarken, Luxemburg, Zweden, Portugal
2/3 van de landen is unicameraal
Bicameraal: Be, Spanje, VS, UK, Duitsland, Nederland
Senaat: delegaties van regionale of subnationale entiteiten
Hogerhuis
Vb. NL Eerste Kamer: provincies / DU Bundesrat: Länder / FR Sénat:
régions / …
Kamer van Volksvertegenwoordigers Lagerhuis
4) Partijsystemen:
2 partij: VS
2,5 partij: Duitsland, UK à 2
dominante partijen, maar
derde partij die invloed uitoefent
Multipartij: België, Nederland
5) Regeringsmeerderheid
3
, In Zweden en Noorwegen doorgaans minderheidsregeringen (bewuste
keuze)
In BE 1x gebeurd: NV-A uit regering gestapt na Marrakech-akkoord
6) Electorale systemen
(kiesstelsel)
Meerderheidssysteem: vb.
UK
Gemengde systemen: vb. Duitsland, Italië, Japan, Nieuw-Zeeland à deel
van parlement via meerderheidssysteem, deel via proportie
Proportioneel systeem: vb. België
7) Staatsstructuur
Quasi-federaal: bepaalde
gebieden/gebied met
meer autonomie
UK: gecentraliseerd, maar devolution act = bevoegdheden overgedragen
aan Schotse en Welsche regering
!!! Groot-Brittannië = Engeland, Wales en Schotland
!!! Verenigd Koninkrijk = Groot-Brittannië en Noord-Ierland
2.Discipline vergelijkende politiek
Een van 3 subdisciplines van politieke wetenschappen:
1) Politieke theorie: normatief Wat is goed? Wat is democratisch?
2) Internationale relaties: oorlog – vrede
3) Vergelijkende politiek: werking van staat; in principe waardenneutraal
Geen eenduidige afbakening want globalisering en interdependentie
Grondleggers van de vergelijkende politiek
- Aristoteles (384-322 v.Chr.) : Politiek à aan politiek doen is een deugd; Zoön
Politikon
- Machiavelli (1469-1527) : Il Principe empirische, vergelijkende benadering
van macht + systematisch studie van politiek
Heden: zijn naam negatieve connotatie
- Montesquieu (1689-1755) : L’esprit des Lois à Trias
Politica
- De Tocqueville (1805-1859) : La démocratie en
Amérique à Amerikaans systeem beschrijven (+
onrechtstreeks vergelijken met Franse systeem)
3.Types en tradities in vergelijkende politiek
1) Eenlandenstudies
Zogenaamde ‘country chapters’ in ‘vergelijkende’ handboeken
Impliciete vergelijkingen maken, gedetailleerde info verschaffen, deviante
cases ontdekken/onderzoeken
4
INHOUDSTAFEL:
DEEL 1: VERGELIJKENDE POLITIEK ALS DISCIPLINE
- AFBAKENING VAN POLITIEK
- VERGELIJKENDE POLITIEK?
- TYPES EN TRADITIES IN VERGELIJKENDE POLITIEK
- WAT WORDT VERGELEKEN
- WAAROM VERGELIJKENDE POLITIEK
- HOE WORDT VERGELEKEN
- RISICO’S BIJ VERGELIJKENDE POLITIEK
DEEL 2: SPELREGELS VAN DE DEMOCRATIE
- H1: VERKIEZINGEN EN VERKIEZINGEN IS TWEE. DE DISCIPLINE
VAN DE VERGELIJKENDE POLITIEK BIEDT SOELAAS
- H2: CLASSIFICATIE VAN KIESSTELSELS
DEEL 3: ANALYSE VAN ELK VAN DE INSTELLINGEN
- H3: RELATIEVE MEERDERHEIDSSTELSELS; VK EN VS
- H4: ABSOLUTE MEERDERHEIDSSTELSELS; AUS EN FR
- H5: DE VDE FRANSE REPUBLIEK
- H6: STELSELS VAN EVENREDIGE VERTEGENWOORDIGING EN
CONSENSUSDEMOCRATIEËN
- H7: DEMOCRATIE IN DE LAGE LANDEN
- H8: GEMENGDE STELSELS
- H9: GEVOLGEN VAN KIESSTELSELS
DEEL 4: INSTITUTIES
- H10: PARLEMENTEN
- H11: REGERINGEN
- H12: POLITIEKE PARTIJEN
1
, DEEL 1: VERGELIJKENDE POLITIEK
ALS DISCIPLINE
1.Afbakening van politiek
! Geen eenduidige definitie !
o O.b.v. autoriteit, publieke beslissingen nemen, door tegengestelde
meningen met elkaar te verzoenen
Miller: 4 elementen
1) Collectieve activiteit : publiek, betrekking op een samenleving
2) Verschillende meningen
3) Verzoening: vereist communicatie
4) Autoritatief à legitimiteit (+ sanctierecht vereist voor autoriteit)
o De noodzaak aan politiek vloeit voort uit het collectieve karakter van het
menselijk samenleven
o Aristoteles spreekt van Zoön Politikon à politiek is noodzakelijk én een
deugd
o Politiek is meest rationele weg om tot een gezamenlijke oplossing te komen
voor een gezamenlijk
probleem
Conflict ó
coöperatie
Specifieke vragen voor de vergelijkende politiek:
1) Welke beslissingen worden genomen? Wat is de invloed op het dagelijks leven
2) Hoe worden beslissingen genomen?
Conventionele ó niet-conventionele acties
Democratie ó autoritaire regimes
3) Wie neemt de beslissing en hoe/ door wie wordt hij beïnvloed?
Wie krijgt wat, wanneer en op welke manier – Harold Lasswell
BOUWSTENEN VOOR DE AFBAKENING VAN ‘POLITIEK’
Government ó politics !
o Politics: ‘het politieke systeem’ of ‘het beleid’
o Policy: ‘het beleid’ (er is dus overlapping qua termen)
Overheid ó regering
Staat ó natie
o Staat = een op een landkaart afgebakende organisatie
o Natie = groepsgevoel, vanuit het hart, de geest à er is geen Belgische natie,
wel Belgische staat
o Het kan zijn dat:
2
, Verschillende naties binnen 1 staat
1 natie verspreid over verschillende staten
Macht ó legitimiteit
o Als men vanuit machtspositie actie onderneemt, wilt dit niet perse zeggen dat
het legitiem is
VARIATIE IN EUROPA O.B.V.
1) Staatshoofd: monarchie ó presidentieel
2) Politiek systeem: parlementair ó presidentieel
Landen met president kunnen:
Presidentieel systeem: macht is geconcentreerd bij president en
wordt rechtstreeks verkozen
Parlementair systeem: president die niet rechtstreeks verkozen
wordt (aangesteld door aangestelde kamers) én bijna niets te
zeggen heeft; eerste minister die ‘staatsleider’ is
Semi-presidentieel systeem: rechtstreeks verkozen parlement en
rechtstreeks verkozen president + president kies eerste minister
3) Parlementen: unicameraal ó bicameraal
Unicameraal: Noorwegen, Denemarken, Luxemburg, Zweden, Portugal
2/3 van de landen is unicameraal
Bicameraal: Be, Spanje, VS, UK, Duitsland, Nederland
Senaat: delegaties van regionale of subnationale entiteiten
Hogerhuis
Vb. NL Eerste Kamer: provincies / DU Bundesrat: Länder / FR Sénat:
régions / …
Kamer van Volksvertegenwoordigers Lagerhuis
4) Partijsystemen:
2 partij: VS
2,5 partij: Duitsland, UK à 2
dominante partijen, maar
derde partij die invloed uitoefent
Multipartij: België, Nederland
5) Regeringsmeerderheid
3
, In Zweden en Noorwegen doorgaans minderheidsregeringen (bewuste
keuze)
In BE 1x gebeurd: NV-A uit regering gestapt na Marrakech-akkoord
6) Electorale systemen
(kiesstelsel)
Meerderheidssysteem: vb.
UK
Gemengde systemen: vb. Duitsland, Italië, Japan, Nieuw-Zeeland à deel
van parlement via meerderheidssysteem, deel via proportie
Proportioneel systeem: vb. België
7) Staatsstructuur
Quasi-federaal: bepaalde
gebieden/gebied met
meer autonomie
UK: gecentraliseerd, maar devolution act = bevoegdheden overgedragen
aan Schotse en Welsche regering
!!! Groot-Brittannië = Engeland, Wales en Schotland
!!! Verenigd Koninkrijk = Groot-Brittannië en Noord-Ierland
2.Discipline vergelijkende politiek
Een van 3 subdisciplines van politieke wetenschappen:
1) Politieke theorie: normatief Wat is goed? Wat is democratisch?
2) Internationale relaties: oorlog – vrede
3) Vergelijkende politiek: werking van staat; in principe waardenneutraal
Geen eenduidige afbakening want globalisering en interdependentie
Grondleggers van de vergelijkende politiek
- Aristoteles (384-322 v.Chr.) : Politiek à aan politiek doen is een deugd; Zoön
Politikon
- Machiavelli (1469-1527) : Il Principe empirische, vergelijkende benadering
van macht + systematisch studie van politiek
Heden: zijn naam negatieve connotatie
- Montesquieu (1689-1755) : L’esprit des Lois à Trias
Politica
- De Tocqueville (1805-1859) : La démocratie en
Amérique à Amerikaans systeem beschrijven (+
onrechtstreeks vergelijken met Franse systeem)
3.Types en tradities in vergelijkende politiek
1) Eenlandenstudies
Zogenaamde ‘country chapters’ in ‘vergelijkende’ handboeken
Impliciete vergelijkingen maken, gedetailleerde info verschaffen, deviante
cases ontdekken/onderzoeken
4