DEEL I. PUBLIEKRECHT IN PERSEPECTIEF
HOOFDSTUK I. BASISBEGRIPPEN EN CENTRALE THEMAS VH
PUBLIEKRECHT
Afdeling 3. Het bestuur
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht
ook lokale besturen (hoewel ze eig niet ressorteren onder de UM)
Maar meer dan ‘uitvoerende’ taken:
bepaalde bestuurshandelingen hebben ook een normatieve (=
materieel-wetgevende) inhoud
bestuurlijke rechtscolleges oefenen een rechtsprekende functie uit
en zijn geen besturen bv. Raad van State
Ook wetgevende en rechterlijke macht nemen bestuurlijke
beslissingen bv. gunning overheidsopdracht, aanwerving personeel
Bureaucratiemodel van Max Weber (1864-1920)
– primaat van de politiek
– administratie voert instructies uit als willoze machine
– onderworpen aan formele regels en procedures
– gekenmerkt door een depersonalisering van onderlinge verhoudingen
– en een strikte hiërarchie
Gewijzigde perceptie van bureaucratie vandaag de dag: log, duur, niet
flexibel, gebruiksonvriendelijk, weinig ruimte voor individuele vrijheid
Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende
aangelegenheden
Openbaar vervoer, gezondheidszorg, burgerlijke stand, sociale
zekerheid, cultuur, radio en televisie, onderwijs, …
Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:
modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap
Verzelfstandiging: door beroep op gespecialiseerde diensten en
instellingen die gekenmerkt worden door een zekere autonomie ten
aanzien vh centrale gezag
o Decentralisatie: centrale overheid kent taken toe aan
ondergeschikte (lokale) besturen
eigen rechtspersoonlijkheid
bestuurlijk (i.p.v. hiërarchisch) toezicht
o deconcentratie: delegatie van bepaalde taken vanuit het
centrale bestuur naar lagere instanties of ambten
geen aparte rechtspersoonlijkheid, onderdeel van
centraal bestuur bv. FOD (in naam van minister)
hiërarchisch toezicht
kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
1
,het resultaat van deze ontwikkelingen is een uiterst complexe
organisatievorm met verschillende bestuursniveaus waarbinnen telkens
een centraal en hiërarchisch georganiseerde administratie bestaat naast
daarvan afhankelijke bestuursorganen en ondernemingen
§1. Verhouding tussen regering en administratie en belang van
administratieve rekenplichtigheid
A. Voorrang van de politiek
Centrale overheid bestaat uit een variërend aantal
departementen/ministeries met grote verscheidenheid van domeinen,
toch één homogene administratie
Net als bij de taakverdeling vd regering: verschillende ministers krijgen
bevoegdheden die aansluiten bij deze overheidsdiensten
Onderlinge verhouding tussen de politieke gezagsdragers en de
administratie: politiek veelbeschreven spanningsveld
De administratie is in wezen een instrument in handen vd regering
en ministers bij de uitwerking, uitvoering en handhaving van wet- en
regelgeving
De regering met zijn individuele leden dragen tgo het parlement de
politieke verantwoordelijkheid voor de handelingen bij gebrek aan
politieke steun (motie van wantrouwen) kan tot ontslag dwingen kan
ook worden opgezegd door de eigen partij na een crisis of zaak met grote
opschudding of minister neemt zelf ontslag
(Succesvol)Beleid vd regeringen in grote mate afhankelijke vd
administratie streven ernaar om de controle op de administratie te
behouden
“Spoils system” in de VS: de nieuw verkozen president kan de top vd
administraties soms zelfs de volledige vervangen door personen op
wie hij kan vertrouwen dat ze zij n beleid getrouw gaan uitvoeren
Partijpolitisering vd administratie om greep te krijgen op de
ambtenarij
Ministeriële kabinetten (beleidscellen): slaan brug tussen politiek en
administratie
B. Administratieve rekenplichtigheid (accountability)
= de administratie is verplicht rekenschap af te leggen over de genomen
beslissingen + kan worden verantwoordelijk gesteld voor wat misloopt
inzicht geven in beleid en motieven: openbaarheid van bestuur,
uitdrukkelijke motivering
audits, rapporten en jaarverslagen
zwijgplicht wordt spreekrecht of zelfs spreekplicht… met
klokkenluidersbescherming
2
,Administratieve en tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid
klacht van burger bij ombudsdienst intern onderzoekt voert + via
bemiddeling een oplossing nastreeft
parlementaire onderzoekscommissie
Tuchtprocedure
§2. Verreikende overheidstussenkomst
A. Algemeen en bijzonder bestuursrecht
Verreikende overheidstussenkomst heeft vele oorzaken:
uitbouw vd sociale staat en openbare nutsvoorzieningen vanaf
midden 19de eeuw
verdere uitbouw verzorgingsstaat na de 2de wereldoorlog: sociaal
vangnet, publieke voorzieningen, …
verstedelijking en bevolkingsgroei dwong overheid tot meer
planmatig omgaan met grond en ruimte
industrialisering vroeg om meer overheidsingrijpen ter bescherming
van veiligheid en milieu
rampen en crises zetten overheid aan tot noodplannen, maatregelen
en verstrengd toezicht
Bijzonder bestuursrecht= het geheel vd rechtsregels die de
verschillende bestuursdomeinen beheersen BV: ruimtelijke ordening,
overheidsopdrachten, ambtenarenrecht, milieurecht, …
Algemeen bestuursrecht als gemene deler:
Bestuursbegrip en verschijningsvormen
(Actie)middelen van het bestuur
regels/ beginselen waaraan bestuur gebonden is
verhouding tussen de besturen onderling
rechtsbescherming van de burger ten aanzien van het bestuur
B. Ontbreken van codificatie van het algemeen bestuursrecht
Regels zijn verspreid over supranationale normen, (grond)wetten,
reglementen, besluiten, omzendbrieven…
Fundamentele beginselen (ABBB) en leerstukken (intrekkingsleer) kwamen
tot ontwikkeling in rechtspraak en rechtsleer en dus niet verankerd in
wetgeving
Codificatie ligt niet voor de hand: regelenbestand ligt verspreid in
verschillende bestuursniveaus in eigen land en daarbuiten
Maar in Nederland: Algemene Wet Bestuursrecht
Op welk bestuursniveau codificeren?
§3. Bijzondere prerogatieven en verplichtingen van het bestuur
Het bestuur behartigt het algemeen belang en oefent gezag uit
Discretionaire versus gebonden bevoegdheden
3
, o Discretionaire: de toegewezen bevoegdheden vh bestuur laten
nog beleidsruimte toe aan het bestuur
o Gebonden: de bevoegdheden vh bestuur zijn afhankelijk van
wettelijke voorwaarden en procedures (laten geen
beleidsruimte toe)
Bestuursrecht = uitzonderingsrecht: het particuliere belang in de relatie
tot de overheid moet wijken voor het algemeen belang fundamentele
ongelijkheid tussen de overheid en de burgers is een wezenskenmerk
Het bestuur is onderworpen aan regels die afwijken van het gemeenrecht
A. Prerogatieven van het bestuur
Bestuurlijke rechtshandelingen = bestuur oefent gezag uit + beschikt
over de mogelijkheid om zo nodig handelingen te stellen die eenzijdig de
rechtstoestand vd bestuurde wijzigen zonder zijn instemming
hebben bindende kracht als ze op de door wet bepaalde wijze zijn
bekendgemaakt (reglementen) of ter kennis gegeven (individuele
beslissingen)
Moeten worden onderscheiden van louter feitelijke handelingen: die
ontstaan door het toedoen vd mens of van omstandigheden & die niet
voortvloeien uit een wilsuiting om rechtsgevolgen teweeg te brengen
Bestuurlijke rechtshandeling = eenzijdig betekent vaak een
verregaande inmenging in de private of ondernemingssfeer vd betrokken
burgers of ondernemingen + kan eenzijdig administratieve sancties
opleggen
Voorrechten van de bestuurlijke rechtshandeling
• Verbindende kracht
– instemming van de bestuurde is niet vereist
• Dwingende kracht (privilège du préalable)
– vermoeden van overeenstemming met het recht (= RH moeten
worden gerespecteerd of nageleefd zonder dat de wettigheid
vooraf door een rechter moet worden vastgesteld)
– eerst gehoorzamen alvorens te protesteren Art. 105 & 108 GW
• Uitvoerbare kracht (privilège de l’exécution d’office)
– op zichzelf uitvoerbaar zonder tussenkomst van de rechter, bv.
uitvoeren tuchtstraf, innen belastingen
– let wel: geen gedwongen uitvoering
B. verplichtingen van het bestuur
~ deze rusten niet op particuliere burgers of ondernemingen
procedures, vormvoorschriften, regels en beginselen voor een
rechtsgeldige beslissing
4
HOOFDSTUK I. BASISBEGRIPPEN EN CENTRALE THEMAS VH
PUBLIEKRECHT
Afdeling 3. Het bestuur
Bestuur = organen en instellingen van de uitvoerende macht
ook lokale besturen (hoewel ze eig niet ressorteren onder de UM)
Maar meer dan ‘uitvoerende’ taken:
bepaalde bestuurshandelingen hebben ook een normatieve (=
materieel-wetgevende) inhoud
bestuurlijke rechtscolleges oefenen een rechtsprekende functie uit
en zijn geen besturen bv. Raad van State
Ook wetgevende en rechterlijke macht nemen bestuurlijke
beslissingen bv. gunning overheidsopdracht, aanwerving personeel
Bureaucratiemodel van Max Weber (1864-1920)
– primaat van de politiek
– administratie voert instructies uit als willoze machine
– onderworpen aan formele regels en procedures
– gekenmerkt door een depersonalisering van onderlinge verhoudingen
– en een strikte hiërarchie
Gewijzigde perceptie van bureaucratie vandaag de dag: log, duur, niet
flexibel, gebruiksonvriendelijk, weinig ruimte voor individuele vrijheid
Overheidsapparaat is steeds verder uitgebouwd, in meest uiteenlopende
aangelegenheden
Openbaar vervoer, gezondheidszorg, burgerlijke stand, sociale
zekerheid, cultuur, radio en televisie, onderwijs, …
Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:
modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap
Verzelfstandiging: door beroep op gespecialiseerde diensten en
instellingen die gekenmerkt worden door een zekere autonomie ten
aanzien vh centrale gezag
o Decentralisatie: centrale overheid kent taken toe aan
ondergeschikte (lokale) besturen
eigen rechtspersoonlijkheid
bestuurlijk (i.p.v. hiërarchisch) toezicht
o deconcentratie: delegatie van bepaalde taken vanuit het
centrale bestuur naar lagere instanties of ambten
geen aparte rechtspersoonlijkheid, onderdeel van
centraal bestuur bv. FOD (in naam van minister)
hiërarchisch toezicht
kerntakendebat en privatisering van overheidstaken
1
,het resultaat van deze ontwikkelingen is een uiterst complexe
organisatievorm met verschillende bestuursniveaus waarbinnen telkens
een centraal en hiërarchisch georganiseerde administratie bestaat naast
daarvan afhankelijke bestuursorganen en ondernemingen
§1. Verhouding tussen regering en administratie en belang van
administratieve rekenplichtigheid
A. Voorrang van de politiek
Centrale overheid bestaat uit een variërend aantal
departementen/ministeries met grote verscheidenheid van domeinen,
toch één homogene administratie
Net als bij de taakverdeling vd regering: verschillende ministers krijgen
bevoegdheden die aansluiten bij deze overheidsdiensten
Onderlinge verhouding tussen de politieke gezagsdragers en de
administratie: politiek veelbeschreven spanningsveld
De administratie is in wezen een instrument in handen vd regering
en ministers bij de uitwerking, uitvoering en handhaving van wet- en
regelgeving
De regering met zijn individuele leden dragen tgo het parlement de
politieke verantwoordelijkheid voor de handelingen bij gebrek aan
politieke steun (motie van wantrouwen) kan tot ontslag dwingen kan
ook worden opgezegd door de eigen partij na een crisis of zaak met grote
opschudding of minister neemt zelf ontslag
(Succesvol)Beleid vd regeringen in grote mate afhankelijke vd
administratie streven ernaar om de controle op de administratie te
behouden
“Spoils system” in de VS: de nieuw verkozen president kan de top vd
administraties soms zelfs de volledige vervangen door personen op
wie hij kan vertrouwen dat ze zij n beleid getrouw gaan uitvoeren
Partijpolitisering vd administratie om greep te krijgen op de
ambtenarij
Ministeriële kabinetten (beleidscellen): slaan brug tussen politiek en
administratie
B. Administratieve rekenplichtigheid (accountability)
= de administratie is verplicht rekenschap af te leggen over de genomen
beslissingen + kan worden verantwoordelijk gesteld voor wat misloopt
inzicht geven in beleid en motieven: openbaarheid van bestuur,
uitdrukkelijke motivering
audits, rapporten en jaarverslagen
zwijgplicht wordt spreekrecht of zelfs spreekplicht… met
klokkenluidersbescherming
2
,Administratieve en tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid
klacht van burger bij ombudsdienst intern onderzoekt voert + via
bemiddeling een oplossing nastreeft
parlementaire onderzoekscommissie
Tuchtprocedure
§2. Verreikende overheidstussenkomst
A. Algemeen en bijzonder bestuursrecht
Verreikende overheidstussenkomst heeft vele oorzaken:
uitbouw vd sociale staat en openbare nutsvoorzieningen vanaf
midden 19de eeuw
verdere uitbouw verzorgingsstaat na de 2de wereldoorlog: sociaal
vangnet, publieke voorzieningen, …
verstedelijking en bevolkingsgroei dwong overheid tot meer
planmatig omgaan met grond en ruimte
industrialisering vroeg om meer overheidsingrijpen ter bescherming
van veiligheid en milieu
rampen en crises zetten overheid aan tot noodplannen, maatregelen
en verstrengd toezicht
Bijzonder bestuursrecht= het geheel vd rechtsregels die de
verschillende bestuursdomeinen beheersen BV: ruimtelijke ordening,
overheidsopdrachten, ambtenarenrecht, milieurecht, …
Algemeen bestuursrecht als gemene deler:
Bestuursbegrip en verschijningsvormen
(Actie)middelen van het bestuur
regels/ beginselen waaraan bestuur gebonden is
verhouding tussen de besturen onderling
rechtsbescherming van de burger ten aanzien van het bestuur
B. Ontbreken van codificatie van het algemeen bestuursrecht
Regels zijn verspreid over supranationale normen, (grond)wetten,
reglementen, besluiten, omzendbrieven…
Fundamentele beginselen (ABBB) en leerstukken (intrekkingsleer) kwamen
tot ontwikkeling in rechtspraak en rechtsleer en dus niet verankerd in
wetgeving
Codificatie ligt niet voor de hand: regelenbestand ligt verspreid in
verschillende bestuursniveaus in eigen land en daarbuiten
Maar in Nederland: Algemene Wet Bestuursrecht
Op welk bestuursniveau codificeren?
§3. Bijzondere prerogatieven en verplichtingen van het bestuur
Het bestuur behartigt het algemeen belang en oefent gezag uit
Discretionaire versus gebonden bevoegdheden
3
, o Discretionaire: de toegewezen bevoegdheden vh bestuur laten
nog beleidsruimte toe aan het bestuur
o Gebonden: de bevoegdheden vh bestuur zijn afhankelijk van
wettelijke voorwaarden en procedures (laten geen
beleidsruimte toe)
Bestuursrecht = uitzonderingsrecht: het particuliere belang in de relatie
tot de overheid moet wijken voor het algemeen belang fundamentele
ongelijkheid tussen de overheid en de burgers is een wezenskenmerk
Het bestuur is onderworpen aan regels die afwijken van het gemeenrecht
A. Prerogatieven van het bestuur
Bestuurlijke rechtshandelingen = bestuur oefent gezag uit + beschikt
over de mogelijkheid om zo nodig handelingen te stellen die eenzijdig de
rechtstoestand vd bestuurde wijzigen zonder zijn instemming
hebben bindende kracht als ze op de door wet bepaalde wijze zijn
bekendgemaakt (reglementen) of ter kennis gegeven (individuele
beslissingen)
Moeten worden onderscheiden van louter feitelijke handelingen: die
ontstaan door het toedoen vd mens of van omstandigheden & die niet
voortvloeien uit een wilsuiting om rechtsgevolgen teweeg te brengen
Bestuurlijke rechtshandeling = eenzijdig betekent vaak een
verregaande inmenging in de private of ondernemingssfeer vd betrokken
burgers of ondernemingen + kan eenzijdig administratieve sancties
opleggen
Voorrechten van de bestuurlijke rechtshandeling
• Verbindende kracht
– instemming van de bestuurde is niet vereist
• Dwingende kracht (privilège du préalable)
– vermoeden van overeenstemming met het recht (= RH moeten
worden gerespecteerd of nageleefd zonder dat de wettigheid
vooraf door een rechter moet worden vastgesteld)
– eerst gehoorzamen alvorens te protesteren Art. 105 & 108 GW
• Uitvoerbare kracht (privilège de l’exécution d’office)
– op zichzelf uitvoerbaar zonder tussenkomst van de rechter, bv.
uitvoeren tuchtstraf, innen belastingen
– let wel: geen gedwongen uitvoering
B. verplichtingen van het bestuur
~ deze rusten niet op particuliere burgers of ondernemingen
procedures, vormvoorschriften, regels en beginselen voor een
rechtsgeldige beslissing
4