1. Ontstaan van eukaryote cellen
- Aarde 4,6 miljard jaar geleden à hete massa van gesmolten gesteente
- Eerste sporen à rotsen (Australië en Zuid-Afrika) à 3,4-3,5 miljard jaar oud
- In de rotsen à microfossielen à lijkend op bacteriën
- autotroof à meer specifiek foto-autotrofe organismen.
v Aerobe organismen = hebben zuurstof nodig om te overleven
v Anaerobe organismen = hebben geen zuurstof nodig om te overleven
v Heterotrofe organismen zijn niet in staat om uit alleen anorganische moleculen hun eigen
organische moleculen te maken. Ze zijn niet tot koolstofassimilatie in staat. Ze moeten
organische moleculen via voeding tot zich nemen.
ø De meeste bacteriesoorten, schimmels en dieren, waaronder mensen
v Autotrofe organismen kunnen hun organische moleculen uit bepaalde anorganische moleculen
maken.
ø Foto-autotrofen maken zelf hun voedsel door fotosynthese, gebruik makend van de energie uit
licht
nCO2 + nH2O + E à (CH2O)n + nO2
!!! Enkel in aanwezigheid van fotosynthetisch pigment; O2 komt vrij.
Gevolg:
Ä Zuurstofproductie kwam op gang à in atmosfeer = giftig voor anaërobe organismen à
ontstaan aërobe organismen
Prokaryoten (= voorlopers op organismen met kern) cellen:
Ø Eenvoudige structuur
Ø Celmembraan omgeven door celwand
Ø Cytosol met anabolische en katabolische activiteiten
Ä Omvat 2 domeinen:
® Archaea = prokaryoten die vaak in extreme milieus leven
® Bacteria
Eukarya = Eukaryoten
1. Uitgebreid systeem van interne cytomembranen = groter volume bereiken van cel
2. Kernenvelop (= dubbel membraan)
3. Cytoskeletelementen + Motorisch systeem
9 celcompartimentering
9 spontaan bewegen = celmotiliteit
9 steun aan de nu veel grotere cel
De elementen van het cytoskelet (lange stevige draden) brachten het DNA in gevaar à oplossing:
DNA insluiten in een dubbele membraan (= kernenvelop)
1