Hoofdstuk 1: inleiding (eens lezen)
3 grootste kosten in België:
- Loon
- Energie
- Milieu
Handelsakkoorden: over importheffingen op producten, in België ook al: op Chinese
elektrische auto’s
➔ Zodat Europese consumenten in Europa kopen en niet in China, want daar veel
goedkoper, want producenten worden daar gesubsidieerd
Soorten ondernemingen:
- Industriële onderneming: Coca Cola, Lotus
- Handelsonderneming: Colruyt
- Dienstonderneming: taxi’s, dokters, bpost, kapper
- Overheid: federaal, regionaal, provinciaal, gemeente
- Non profit: rode kruis, artsen zonder grenzen
Hebben allemaal accountingsysteem:
- Financial accounting: gegevens opstellen voor jaarrekening: extern gebruiken
- Management accounting: gegevens voor planningen en controle: intern gebruiken
Soorten kosten en uitgaven:
- Kosten, geen uitgaven: afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen,
materiaal verbruik, personeelskost boeken, betaling met kredietkaart
- Kosten en uitgaven: promotie, betalen met betaalkaart, aflossen intrest
- Uitgaven, geen kost: aflossen lening, betalen schuld, betalen loon
Soorten opbrengsten en ontvangsten:
- Opbrengst, geen ontvangst: betalen kredietkaart, betalingsuitstel,
voorraadstijging
- Opbrengst en ontvangst: contante verkoop, betalen betaalkaart, ontvangen
intrestsubsidies
- Ontvangst, geen opbrengst: kapitaal verhoging, ontvangen kapitaalsubsidies,
betaling klant
Toelaatbare kost: vb: om te transporteren heb je sowieso kosten aan brandstof
Vermijdbare kost: vb: boetes, foute levering, overproductie,…
Oefeningen, zie schrift
1
,Hoofdstuk 2: kostenbegrippen en kostprijscomponenten
1. kosten en kostprijs
Kosten: verwijzen naar middelen die doelmatig werden of worden ingezet in
onderneming
Kostprijs van kostenobject: geheel van kosten die hiervoor wort gemaakt
Elementen onderscheiden:
- Middelen, vb: directe arbeid, machines, gebouwen,…
- Middelen inzetten: kostengegevens kunnen van tevoren worden verzameld of
nadat activiteit werd uitgevoerd, kosten kunnen op basis van voorcalculatie als
nacalculatie worden berekend
- Kostenobject: kosteninformatie kan worden verzameld voor veel kostenobjecten,
vb: productie van meubel, dienstverlening voor bank, verzorgen van patiënt in
ziekenhuis,…
Kostenverzameling: heeft betrekking op doelmatig ingezette middelen, inzet van
middelen om voorbeeld plotse breuk in machine te herstellen kunnen moeilijk al
kostenelement worden beschouwd
Som van waarde van alle ingezette middelen bepaalt kostprijs van kostenobject,
verschillende manieren om kostprijs te berekenen, meeste kostprijssystemen hebben 2
gemeenschappelijke kenmerken:
- Verzameling van kostengegevens
- Toerekenen en toewijzen van kosten aan verschillende kostenobjecten
2. kostenindeling
Verschillende soorten kosten:
- Kosten van grondstoffen (materialen) en hulpstoffen (hulpmaterialen):
waarde van verbruikte grond- en hulpstoffen wordt bepaald door aankoopprijs en
kosten verbonden met in voorraad houden van die stoffen
- Kosten van diensten en diverse goederen: kosten van dienstverlening door
derden, vb: elektriciteitskosten
- Arbeidskosten: er wordt rekening gehouden met componenten die kostensoort
samenstelt: bruto bezoldiging, vakantiegeld, 13de maand, premies,…
- Afschrijvingskosten: vervaardiging van producten vereist inzet van machines,
aankoop P van machines wordt gespreid over meerdere jaren via afschrijvingssysteem
- Verkoopkosten: salariskosten en commissielonen van verkopers, promotiekosten,
infrastructuur kosten verbonden aan verkoopapparaat,…
- Distributiekosten: kosten verbonden aan middelen die worden ingezet om
producten / diensten te leveren aan klant
- Administratiekosten: hebben betrekking op algemeen management, boekhouding,
personeelsaangelegenheden
2
,2.1. directe en indirecte kosten
Directe kosten: kosten die rechtstreeks betrekking hebben op kostenobject, er bestaat
direct oorzakelijk verband tussen hoogte van betrokken kosten en kostenobject
(product)
Indirecte kosten: kosten die niet rechtstreeks kunnen toegewezen worden aan
kostenobject
2.2. vaste en variabele kosten
Gedrag van kosten tegenover kostenobject bepaalt onderscheid tussen vast en variabele
kosten
A) vaste kosten (Constante Kosten)
Vaste kosten: kosten die in totaliteit niet veranderen
binnen bepaalde activiteit grenzen, als productie stijg of
daalt binnen grenzen veranderen kosten niet, als
onderneming niets produceert blijven vaste kosten bestaan
= structuur- of capaciteitskosten: uitbreiding van
capaciteit van onderneming veroorzaakt stijging van vaste
kosten
Vaste kosten per eenheid product: verloop
dalend bij stijging van aantal geproduceerde
eenheden, verloop stijgend bij daling van aantal
geproduceerde eenheden
Bepalen afschrijvingskosten is afhankelijk van factoren:
- Vastleggen van levensduur van af te schrijven actief: activa kunnen
onderhevig zijn aan technische of economische slijtage, hoe meer actief gebruikt
wordt hoe sneller kans op veroudering
- Afschrijvingsritme: verschillende afschrijvingsmethodes
o Lineair: jaarlijks eenzelfde bedrag afschrijven
o Degressief: in begin periode meer afschrijven dan in latere periodes
o Progressief: in begin periode minder afschrijven dan in latere periodes
- Afschrijvingsbasis: aanschaffingswaarde als basis of vervangingswaarde
o Vervangingswaarde: aanschaffingswaarde bedoelt om actief te vervangen,
vb: rekening houden met inflatie
- Restwaarde of realisatiewaarde op einde van levensduur
3
, B) variabele kosten
Variabele kosten: variëren in totaliteit met
activiteiten, stijging van productie verhoogt totale
variabele kosten, daling van productie vermindert
totale variabele kosten
Als onderneming niets produceert zijn variabele
kosten nul
Variabele kosten per eenheid product:
variabele kosten variëren proportioneel met
activiteit
Onderscheid tussen vaste en variabele kosten is niet
altijd duidelijk, vb: kosten verbonden aan machine:
afschrijvingskosten en onderhoudskosten zijn vaste
kosten, energie verbruik niet → semi-variabele kosten
Vaste kosten variëren binnen bepaalde grens, als grens is
overschreden is mogelijk dat extra middelen moeten worden
ingezet waardoor vaste kosten toch toenemen → semi-vaste
kosten
Kostensoort Productievolume Kostentype
Salaris van algemene Handelsgoederen Vast
directeur in warenhuis
Kosten van banden in Personenwagens Variabel
autobedrijf
Telefoonkosten in Aantal Semi- variabel
ziekenhuis telefooneenheden - Vast: abonnementskosten
- Variabel: tarief per groep
Kosten van obers in Eetmetalen Semi-vast
restaurant - Vast: arbeidskosten personeel
- Variabel: aantal obers
(afhankelijk van aantal tafels)
4
3 grootste kosten in België:
- Loon
- Energie
- Milieu
Handelsakkoorden: over importheffingen op producten, in België ook al: op Chinese
elektrische auto’s
➔ Zodat Europese consumenten in Europa kopen en niet in China, want daar veel
goedkoper, want producenten worden daar gesubsidieerd
Soorten ondernemingen:
- Industriële onderneming: Coca Cola, Lotus
- Handelsonderneming: Colruyt
- Dienstonderneming: taxi’s, dokters, bpost, kapper
- Overheid: federaal, regionaal, provinciaal, gemeente
- Non profit: rode kruis, artsen zonder grenzen
Hebben allemaal accountingsysteem:
- Financial accounting: gegevens opstellen voor jaarrekening: extern gebruiken
- Management accounting: gegevens voor planningen en controle: intern gebruiken
Soorten kosten en uitgaven:
- Kosten, geen uitgaven: afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen,
materiaal verbruik, personeelskost boeken, betaling met kredietkaart
- Kosten en uitgaven: promotie, betalen met betaalkaart, aflossen intrest
- Uitgaven, geen kost: aflossen lening, betalen schuld, betalen loon
Soorten opbrengsten en ontvangsten:
- Opbrengst, geen ontvangst: betalen kredietkaart, betalingsuitstel,
voorraadstijging
- Opbrengst en ontvangst: contante verkoop, betalen betaalkaart, ontvangen
intrestsubsidies
- Ontvangst, geen opbrengst: kapitaal verhoging, ontvangen kapitaalsubsidies,
betaling klant
Toelaatbare kost: vb: om te transporteren heb je sowieso kosten aan brandstof
Vermijdbare kost: vb: boetes, foute levering, overproductie,…
Oefeningen, zie schrift
1
,Hoofdstuk 2: kostenbegrippen en kostprijscomponenten
1. kosten en kostprijs
Kosten: verwijzen naar middelen die doelmatig werden of worden ingezet in
onderneming
Kostprijs van kostenobject: geheel van kosten die hiervoor wort gemaakt
Elementen onderscheiden:
- Middelen, vb: directe arbeid, machines, gebouwen,…
- Middelen inzetten: kostengegevens kunnen van tevoren worden verzameld of
nadat activiteit werd uitgevoerd, kosten kunnen op basis van voorcalculatie als
nacalculatie worden berekend
- Kostenobject: kosteninformatie kan worden verzameld voor veel kostenobjecten,
vb: productie van meubel, dienstverlening voor bank, verzorgen van patiënt in
ziekenhuis,…
Kostenverzameling: heeft betrekking op doelmatig ingezette middelen, inzet van
middelen om voorbeeld plotse breuk in machine te herstellen kunnen moeilijk al
kostenelement worden beschouwd
Som van waarde van alle ingezette middelen bepaalt kostprijs van kostenobject,
verschillende manieren om kostprijs te berekenen, meeste kostprijssystemen hebben 2
gemeenschappelijke kenmerken:
- Verzameling van kostengegevens
- Toerekenen en toewijzen van kosten aan verschillende kostenobjecten
2. kostenindeling
Verschillende soorten kosten:
- Kosten van grondstoffen (materialen) en hulpstoffen (hulpmaterialen):
waarde van verbruikte grond- en hulpstoffen wordt bepaald door aankoopprijs en
kosten verbonden met in voorraad houden van die stoffen
- Kosten van diensten en diverse goederen: kosten van dienstverlening door
derden, vb: elektriciteitskosten
- Arbeidskosten: er wordt rekening gehouden met componenten die kostensoort
samenstelt: bruto bezoldiging, vakantiegeld, 13de maand, premies,…
- Afschrijvingskosten: vervaardiging van producten vereist inzet van machines,
aankoop P van machines wordt gespreid over meerdere jaren via afschrijvingssysteem
- Verkoopkosten: salariskosten en commissielonen van verkopers, promotiekosten,
infrastructuur kosten verbonden aan verkoopapparaat,…
- Distributiekosten: kosten verbonden aan middelen die worden ingezet om
producten / diensten te leveren aan klant
- Administratiekosten: hebben betrekking op algemeen management, boekhouding,
personeelsaangelegenheden
2
,2.1. directe en indirecte kosten
Directe kosten: kosten die rechtstreeks betrekking hebben op kostenobject, er bestaat
direct oorzakelijk verband tussen hoogte van betrokken kosten en kostenobject
(product)
Indirecte kosten: kosten die niet rechtstreeks kunnen toegewezen worden aan
kostenobject
2.2. vaste en variabele kosten
Gedrag van kosten tegenover kostenobject bepaalt onderscheid tussen vast en variabele
kosten
A) vaste kosten (Constante Kosten)
Vaste kosten: kosten die in totaliteit niet veranderen
binnen bepaalde activiteit grenzen, als productie stijg of
daalt binnen grenzen veranderen kosten niet, als
onderneming niets produceert blijven vaste kosten bestaan
= structuur- of capaciteitskosten: uitbreiding van
capaciteit van onderneming veroorzaakt stijging van vaste
kosten
Vaste kosten per eenheid product: verloop
dalend bij stijging van aantal geproduceerde
eenheden, verloop stijgend bij daling van aantal
geproduceerde eenheden
Bepalen afschrijvingskosten is afhankelijk van factoren:
- Vastleggen van levensduur van af te schrijven actief: activa kunnen
onderhevig zijn aan technische of economische slijtage, hoe meer actief gebruikt
wordt hoe sneller kans op veroudering
- Afschrijvingsritme: verschillende afschrijvingsmethodes
o Lineair: jaarlijks eenzelfde bedrag afschrijven
o Degressief: in begin periode meer afschrijven dan in latere periodes
o Progressief: in begin periode minder afschrijven dan in latere periodes
- Afschrijvingsbasis: aanschaffingswaarde als basis of vervangingswaarde
o Vervangingswaarde: aanschaffingswaarde bedoelt om actief te vervangen,
vb: rekening houden met inflatie
- Restwaarde of realisatiewaarde op einde van levensduur
3
, B) variabele kosten
Variabele kosten: variëren in totaliteit met
activiteiten, stijging van productie verhoogt totale
variabele kosten, daling van productie vermindert
totale variabele kosten
Als onderneming niets produceert zijn variabele
kosten nul
Variabele kosten per eenheid product:
variabele kosten variëren proportioneel met
activiteit
Onderscheid tussen vaste en variabele kosten is niet
altijd duidelijk, vb: kosten verbonden aan machine:
afschrijvingskosten en onderhoudskosten zijn vaste
kosten, energie verbruik niet → semi-variabele kosten
Vaste kosten variëren binnen bepaalde grens, als grens is
overschreden is mogelijk dat extra middelen moeten worden
ingezet waardoor vaste kosten toch toenemen → semi-vaste
kosten
Kostensoort Productievolume Kostentype
Salaris van algemene Handelsgoederen Vast
directeur in warenhuis
Kosten van banden in Personenwagens Variabel
autobedrijf
Telefoonkosten in Aantal Semi- variabel
ziekenhuis telefooneenheden - Vast: abonnementskosten
- Variabel: tarief per groep
Kosten van obers in Eetmetalen Semi-vast
restaurant - Vast: arbeidskosten personeel
- Variabel: aantal obers
(afhankelijk van aantal tafels)
4