9)
ISBN: 9789043041690
Hoofdstuk 1
1.1 Wat is ontwikkelingspsychologie?
Ontwikkelingspsychologie is de wetenschappelijke studie van veranderingen die
plaatsvinden gedurende het hele leven, van conceptie tot de ouderdom. Deze
veranderingen kunnen fysiek, cognitief, sociaal en emotioneel zijn. Het vakgebied
probeert te begrijpen hoe en waarom mensen zich in verschillende levensfasen
ontwikkelen en hoe biologische, psychologische en sociale factoren die
ontwikkeling beïnvloeden.
Belangrijke begrippen:
Levensloopbenadering: Ontwikkeling wordt gezien als een continu proces
dat levenslang doorgaat.
Nature vs. Nurture: De discussie over de invloed van genetische aanleg
(nature) en omgevingsfactoren (nurture) op ontwikkeling.
Continuïteit en discontinuïteit: Continuïteit betekent geleidelijke
veranderingen, terwijl discontinuïteit staat voor sprongsgewijze of
kwalitatieve veranderingen in ontwikkeling.
Multidimensioneel: Ontwikkeling omvat meerdere dimensies (bijvoorbeeld
cognitief, emotioneel, sociaal).
Multidirectioneel: Sommige aspecten van ontwikkeling verbeteren terwijl
andere achteruitgaan.
1.2 Doelen van ontwikkelingspsychologie
De drie belangrijkste doelen zijn:
1. Beschrijven: Wat verandert er precies en wanneer?
2. Verklaren: Waarom veranderen mensen op een bepaalde manier?
3. Optimaliseren: Hoe kunnen we positieve ontwikkeling bevorderen en
negatieve effecten verminderen?
Dit helpt bij het ontwerpen van effectieve opvoedingsstrategieën,
onderwijsprogramma's en interventies.
,1.3 Domeinen van ontwikkeling
Ontwikkeling wordt vaak ingedeeld in drie hoofdgebieden:
Fysieke ontwikkeling: Groei van het lichaam, hersenen, motorische
vaardigheden, zintuigen, en gezondheid.
Cognitieve ontwikkeling: Veranderingen in denkprocessen,
probleemoplossing, geheugen, taal en intelligentie.
Sociaal-emotionele ontwikkeling: Ontwikkeling van emoties,
persoonlijkheid, sociale vaardigheden en relaties met anderen.
1.4 Invloeden op ontwikkeling
Ontwikkeling wordt beïnvloed door verschillende factoren:
Biologische factoren: Genetica, prenatale invloeden, hersenontwikkeling.
Omgevingsfactoren: Opvoeding, cultuur, sociale omgeving,
levensgebeurtenissen.
Interactie tussen nature en nurture: Genen en omgeving beïnvloeden
elkaar continu.
1.5 Methoden van onderzoek in ontwikkelingspsychologie
Om ontwikkelingen te bestuderen, gebruiken onderzoekers verschillende
methoden, zoals:
Observationeel onderzoek: Systematisch gedrag observeren in natuurlijke
of gecontroleerde omstandigheden.
Experimenteel onderzoek: Manipuleren van variabelen om oorzaak-
gevolgrelaties te achterhalen.
Longitudinaal onderzoek: Zelfde groep mensen over een lange periode
volgen.
Cross-sectioneel onderzoek: Verschillende leeftijdsgroepen tegelijk
vergelijken.
Cross-sequentieel onderzoek: Combinatie van longitudinaal en cross-
sectioneel, om cohort- en leeftijdseffecten te onderscheiden.
,Hoofdstuk 2
2.1 Theoretische perspectieven in de ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologen gebruiken verschillende theorieën om te begrijpen hoe
en waarom mensen zich ontwikkelen. Deze theorieën geven verklaringen voor
gedrag en ontwikkeling en sturen het onderzoek. Voorbeelden zijn
psychodynamische, gedragsmatige, cognitieve en contextuele theorieën.
2.2 Psychodynamische theorieën
Geïnspireerd door Freud en Erikson richten deze theorieën zich op innerlijke
conflicten en de invloed van vroege ervaringen op de ontwikkeling van
persoonlijkheid. Erikson legde de nadruk op psychosociale stadia die het hele
leven doorlopen worden.
2.3 Gedrags- en leerpsychologische theorieën
Deze benadering bekijkt ontwikkeling als resultaat van leerprocessen zoals
conditionering en observatie. Bekende namen zijn Pavlov (klassiek
conditioneren), Skinner (operant conditioneren) en Bandura (sociaal leren via
modeling).
2.4 Cognitieve ontwikkelings- en informatietheorieën
Piaget’s cognitieve ontwikkelingstheorie beschrijft hoe kinderen actief kennis
construeren in vier stadia. Informatieverwerkingstheorieën vergelijken denken
met computerprocessen, waarbij informatie wordt gecodeerd, opgeslagen en
opgehaald.
2.5 Contextuele theorieën
Deze theorieën benadrukken de invloed van sociale en culturele context op
ontwikkeling. Bronfenbrenner’s ecologische systeemtheorie beschrijft
verschillende omgevingsniveaus, van gezin tot maatschappij, die elkaar
beïnvloeden.
2.6 Onderzoeksmethoden in de ontwikkelingspsychologie
Om ontwikkelingsvragen te beantwoorden gebruiken onderzoekers diverse
methoden:
Observaties: systematisch gedrag vastleggen.
Experimenten: oorzaak-gevolgrelaties testen.
Vragenlijsten en interviews: meningen en gevoelens meten.
Longitudinale en cross-sectionele ontwerpen: veranderingen over tijd of
verschillen tussen leeftijden onderzoeken.
, 2.7 Ethische overwegingen bij onderzoek met kinderen
Onderzoek met kinderen vereist speciale zorgvuldigheid: toestemming van
ouders, bescherming van het kind, en het vermijden van schade zijn essentieel.
Transparantie en respect voor privacy zijn ook belangrijk.
Hoofdstuk 3
3.1 De periode van de conceptie
Prenatale ontwikkeling begint bij de conceptie, wanneer een eicel en een zaadcel
samensmelten tot een zygote. Dit markeert het begin van een complex proces
van celdeling, differentiatie en groei.
Bevruchting: vindt plaats in de eileider.
Zygote: het eerste celstadium, begint zich snel te delen terwijl het naar de
baarmoeder reist.
Innesteling: rond 7-10 dagen na bevruchting nestelt de zygote zich in het
baarmoederslijmvlies.
3.2 De drie prenatale stadia
De prenatale periode bestaat uit drie hoofdfasen die elk cruciaal zijn voor de
ontwikkeling:
Zygotische fase (0-2 weken):
De bevruchte eicel verdeelt zich snel en vormt een blastocyst. Tijdens deze
fase wordt het fundament gelegd voor de placenta en de embryonale
schijf.
Embryonale fase (3-8 weken):
De belangrijkste organen en structuren beginnen zich te vormen, zoals het
zenuwstelsel, hart, armen, benen, ogen en oren. Dit is een kritieke periode
waarin de embryo erg gevoelig is voor schadelijke invloeden.
Fetale fase (9 weken tot geboorte):
De foetus groeit snel, organen ontwikkelen zich verder en functioneren. De
bewegingen van de foetus beginnen voelbaar te worden. Belangrijke
processen zijn onder andere de vorming van het zenuwstelsel en de
longontwikkeling.
3.3 Invloeden op de prenatale ontwikkeling
Teratogenen:
Externe agentia die schadelijk kunnen zijn voor het ongeboren kind.
Voorbeelden zijn: