Samenvatting humane wetenschappen
Evolutionaire psychologie
Voor Darwin
De periode voor Darwin was de periode tot 1800. In die tijd was het creanistisch
denken nog zeer belangrijk. Dit denkgedrag werd vooral gelinkt aan
geloofsovertuigingen en was de enige opvatting over het ontstaan van soorten en dieren
God heeft alles geschapen zoals het nu is
Alle wezens/soorten werden ontwopren volgens een specifiek plan, op een
specifiek moment in de tijd en blijven voor altijd , onveranderd voortbestaan
Lamarck (1744-1829)
De 1ste die tegen het creanisme inging was Lamarck. Hij geloofde in transmutatie. Dit
slaat neer op het feit dat ouders hun kenmerken doorgeven aan hun nageslacht. Er werd
dan geen onderscheidt gemaakt tussen biologische kenmerken of verworven kenmerken.
Volgens Lamarck konden tijdens het leven verworven kenmerken ook worden
doorgegeven maar Darwin besefte dat dit niet het geval was.
Alle jongens die besneden zijn zouden de besnijdenis niet ondergaan zijn maar
zouden zo geboren zijn omdat hun vaders ook besneden waren op het moment
dat het kind verwekt werd.
Darwin (1809-1882)
Zoals we eerder zagen geloofde Darwin dus niet in transmutatie en dus ook niet in het
doorgeven van verworven kenmerken
Waar Darwin wel in geloofde was ‘survival of the fittest’ dit betekent dat als eten
beperkt is of de condities om te overleven niet evident zijn, zullen enkel de best
aangepaste dieren overleven
Voorbeelden:
De snavel van een vogeltje is aangepast zodat hij voedsel uit de bloem kan halen
zonder de bloem te beschadigen. De bloem zal dus meerdere keren gebruikt
kunnen worden als voedselbron. Dit is dus het effect van evolutie. De vogel past
zich aan waardoor hij sneller en beter zal kunnen overleven
Door veel roet in de lucht op plaatsen waar veel fabrieken waren werden de
motten sneller zwart. Dit zorgde ervoor dat de kleur ook zwart werd van de
vlinders. Zo konden ze zich beter verstoppen voor vogels die hen zouden opeten.
Natuurlijke selectie verloopt via mutatie (en als dit werkt, adaptatie)
Mutatie : de afwijkingen die ontstaan binnen de soort
Bv. De vogel met lange snavel; als de vogel beter overleeft zal deze meer baby’s
krijgen die andere en betere eigenschappen hebben dan diegene die de snavel
nog niet hadden.
1
Evolutionaire psychologie
Voor Darwin
De periode voor Darwin was de periode tot 1800. In die tijd was het creanistisch
denken nog zeer belangrijk. Dit denkgedrag werd vooral gelinkt aan
geloofsovertuigingen en was de enige opvatting over het ontstaan van soorten en dieren
God heeft alles geschapen zoals het nu is
Alle wezens/soorten werden ontwopren volgens een specifiek plan, op een
specifiek moment in de tijd en blijven voor altijd , onveranderd voortbestaan
Lamarck (1744-1829)
De 1ste die tegen het creanisme inging was Lamarck. Hij geloofde in transmutatie. Dit
slaat neer op het feit dat ouders hun kenmerken doorgeven aan hun nageslacht. Er werd
dan geen onderscheidt gemaakt tussen biologische kenmerken of verworven kenmerken.
Volgens Lamarck konden tijdens het leven verworven kenmerken ook worden
doorgegeven maar Darwin besefte dat dit niet het geval was.
Alle jongens die besneden zijn zouden de besnijdenis niet ondergaan zijn maar
zouden zo geboren zijn omdat hun vaders ook besneden waren op het moment
dat het kind verwekt werd.
Darwin (1809-1882)
Zoals we eerder zagen geloofde Darwin dus niet in transmutatie en dus ook niet in het
doorgeven van verworven kenmerken
Waar Darwin wel in geloofde was ‘survival of the fittest’ dit betekent dat als eten
beperkt is of de condities om te overleven niet evident zijn, zullen enkel de best
aangepaste dieren overleven
Voorbeelden:
De snavel van een vogeltje is aangepast zodat hij voedsel uit de bloem kan halen
zonder de bloem te beschadigen. De bloem zal dus meerdere keren gebruikt
kunnen worden als voedselbron. Dit is dus het effect van evolutie. De vogel past
zich aan waardoor hij sneller en beter zal kunnen overleven
Door veel roet in de lucht op plaatsen waar veel fabrieken waren werden de
motten sneller zwart. Dit zorgde ervoor dat de kleur ook zwart werd van de
vlinders. Zo konden ze zich beter verstoppen voor vogels die hen zouden opeten.
Natuurlijke selectie verloopt via mutatie (en als dit werkt, adaptatie)
Mutatie : de afwijkingen die ontstaan binnen de soort
Bv. De vogel met lange snavel; als de vogel beter overleeft zal deze meer baby’s
krijgen die andere en betere eigenschappen hebben dan diegene die de snavel
nog niet hadden.
1