UROLOGIE
SAMENVATTING – CBL
LUTS en BPH
,*BPE: benigne prostaat enlargement
*BPH: benigne prostaat hypertrofie
= LUTS: lower urinary tract symptomen
Wat + diagnose
3 verschillende categorieën
1. Irritatief (ophoudprobleem/vullingsprobleem) (storage LUTS)
Pollakisurie (mictie te frequent volgens pt of >8/d)
Nycturie (1 of meerdere keren per nacht mictie)
Urge(ncy)
2. Obstructief (plasprobleem)
Hesitation: soms duurt het lang voor hij start met plassen
In 2 keren (onderbroken straal)
Zwakke straal
Sproeien
Eind-druppelen (lange eindfase)
Persen nodig
3. Post-mictie
Gevoel van onvolledige leegheid van de blaas
Nadruppelen (meestal na verlaten van toilet)
Er bestaan verschillende schalen om deze klachten in kaart te brengen en te objectiveren:
-ICIQ-MLUTS (www.iciq.net, duurt 15 minuutjes en is praktisch goed te gebruiken)
-IPSS
-DAN-PSS
Extra vragen
! Belangrijke vraag => Bloed in de urine? Zo ja, pijnlijk of niet? (ALARMSYMPTOMEN BEVRAGEN)
Pijnloos = TCC verdenken, zeker in functie van de leeftijd (stel risico willen inschatten roken en
hematurie stel allebei NEE dan redelijk geruststellend). Andere zaken zijn blaaspoliepen
bij pijn = nefrolithiase (blaas of ureter) of UWI? (mannen hebben vaker gecompliceerde cystitis dus
vaak gecombineerd met prostatitis)
Nota1: Altijd de lengte van de symptomen bevragen
Nota2: Volumes van vochtinname
Nota3: constipatie en erectieproblemen (GI, sexuele, gynaecologisch en neurologisch)
Nota 4: impact van de klacht op het dagelijks leven om zo in te schatten of er een ingreep of medicatie
nodig is en +/- af te wegen
,Klinisch onderzoek
- Inspectie externe genitalia/perineum
- abdominale palpatie + focus suprapubisch (+percussie)
- Globus
- PPA
Globus? Prostaat diameter? Prostaatca? Neurologische afwijking?
Technische onderzoeken
Urinestaal (afvragen of dit nodig is indien patiënt geen pijnklachten vertoont): dipstick,
microscopie, cultuur ifv geleide, cytologie)
PSA-bepaling = Prostaat specifiek antigen = specifiek aangemaakt en gesecreteerd door de
epitheliale cellen van de prostaat. Dit enzyme maakt sperma liquide, laat spermacellen vrij
zwemmen, zou ook cervicale mucus wat tegengaan.
Stijgt door hogere productie, wat overeenkomt met een hogere celhoeveelheid (cave prostaatkanker of
bij BPH). Het correleert met het prostaatvolume.
Residubepaling
TREP (transrectale echografie prostaat): voornamelijk om het volume in kaart te brengen, handig
voor chirurgie of wanneer je bijvoorbeeld 5-ARI’s wil opstarten
Andere beeldvorming ifv de kliniek en leeftijd bv MRI, CT HUW, RX, urethrocystoscopie, …
Mictiedagboek: zeer nuttig vooral bij irritatieve symptomen (nycturie, nachtelijke polyurie,
mictievolume en -frequentie, symptomen op moment van mictie etc.)
Uroflowmetrie + PVR: vooral handig om therapie-effect na te gaan. Een hoge PVR (post-void
residu) wijst op een hoog risico voor progressie en/of een slechte therapie respons. Heeft
beperkte waarde ikv diagnose.
Vullingscystometrie: is een medische test die wordt uitgevoerd om de functie van de blaas en de
urinewegen te beoordelen. Deze test wordt vaak gebruikt bij patiënten met urinaire problemen,
zoals incontinentie, frequente urineweginfecties of andere blaasgerelateerde aandoeningen.
Vullingscystometrie biedt waardevolle informatie over de druk en het gedrag van de blaas tijdens
het vullen en ledigen ervan.
Cystoscvopie: bij hematurie, vermoeden urethrastrictuur of blaashalsstenose
Dipstick: zijn er argumenten voor een infectie (midstream urinecultuur) wordt laagdrempelig
gedaan bij plasklachten (leukocyten) DD tussen colonisatie en infectie
Cytologie: geen ochtendurine
Urinecultuur: vaak gaat kliniek wel primeren soms wel bij verblijfssonde (en welke resistentie)
Wanneer doe je dit?
-> Voor chirurgie
-> Bij hoog residu (>300mL)
-> Bij jonge mannen (<50j)
-> Bij neurogeen blaaslijden
-> Bij blijvende klachten post-op
Indien je het doet kun je afleidingen maken op de ICS nomogrammen:
, BOOI: bladder outlet obstruction index = obstructieve mictie ‘bv BPH, strictuur, …’
BCI: bladder contractility index = (Pdet x Qmax + 5 Qmax) ‘bv handig bij neurogene blaas cave spina
bifida, atone blaas, ...’
Cystoscopie heeft geen waarde in LUTS.
Pas bij hematurie, vermoeden urethrastrictuur of blaashalsstenose.
Oorzaken
THV Blaas
- Atone blaas/hypocontractiliteit
- Detrusor overactiviteit
- Idiopathische urgency (sensorisch probleem)
- Blaasinfectie
- Vesicolithiase
- TCC
THV Subvesicaal
- BPH
- Urethrastrictuur
- Blaashalsstenose
- Fimosis
- Prostatitis
- Bekkenbodemdysfunctie
Varia
Verschillende medicatie: verschillende antipsychotica (met anticholinergische werking), Lithium (kan
polyurie geven), SSRI’s, (NSAID’s)
Verschillende typische urinaire incontinentie
Urgentie incontinentie/ Overactieve blaas
SAMENVATTING – CBL
LUTS en BPH
,*BPE: benigne prostaat enlargement
*BPH: benigne prostaat hypertrofie
= LUTS: lower urinary tract symptomen
Wat + diagnose
3 verschillende categorieën
1. Irritatief (ophoudprobleem/vullingsprobleem) (storage LUTS)
Pollakisurie (mictie te frequent volgens pt of >8/d)
Nycturie (1 of meerdere keren per nacht mictie)
Urge(ncy)
2. Obstructief (plasprobleem)
Hesitation: soms duurt het lang voor hij start met plassen
In 2 keren (onderbroken straal)
Zwakke straal
Sproeien
Eind-druppelen (lange eindfase)
Persen nodig
3. Post-mictie
Gevoel van onvolledige leegheid van de blaas
Nadruppelen (meestal na verlaten van toilet)
Er bestaan verschillende schalen om deze klachten in kaart te brengen en te objectiveren:
-ICIQ-MLUTS (www.iciq.net, duurt 15 minuutjes en is praktisch goed te gebruiken)
-IPSS
-DAN-PSS
Extra vragen
! Belangrijke vraag => Bloed in de urine? Zo ja, pijnlijk of niet? (ALARMSYMPTOMEN BEVRAGEN)
Pijnloos = TCC verdenken, zeker in functie van de leeftijd (stel risico willen inschatten roken en
hematurie stel allebei NEE dan redelijk geruststellend). Andere zaken zijn blaaspoliepen
bij pijn = nefrolithiase (blaas of ureter) of UWI? (mannen hebben vaker gecompliceerde cystitis dus
vaak gecombineerd met prostatitis)
Nota1: Altijd de lengte van de symptomen bevragen
Nota2: Volumes van vochtinname
Nota3: constipatie en erectieproblemen (GI, sexuele, gynaecologisch en neurologisch)
Nota 4: impact van de klacht op het dagelijks leven om zo in te schatten of er een ingreep of medicatie
nodig is en +/- af te wegen
,Klinisch onderzoek
- Inspectie externe genitalia/perineum
- abdominale palpatie + focus suprapubisch (+percussie)
- Globus
- PPA
Globus? Prostaat diameter? Prostaatca? Neurologische afwijking?
Technische onderzoeken
Urinestaal (afvragen of dit nodig is indien patiënt geen pijnklachten vertoont): dipstick,
microscopie, cultuur ifv geleide, cytologie)
PSA-bepaling = Prostaat specifiek antigen = specifiek aangemaakt en gesecreteerd door de
epitheliale cellen van de prostaat. Dit enzyme maakt sperma liquide, laat spermacellen vrij
zwemmen, zou ook cervicale mucus wat tegengaan.
Stijgt door hogere productie, wat overeenkomt met een hogere celhoeveelheid (cave prostaatkanker of
bij BPH). Het correleert met het prostaatvolume.
Residubepaling
TREP (transrectale echografie prostaat): voornamelijk om het volume in kaart te brengen, handig
voor chirurgie of wanneer je bijvoorbeeld 5-ARI’s wil opstarten
Andere beeldvorming ifv de kliniek en leeftijd bv MRI, CT HUW, RX, urethrocystoscopie, …
Mictiedagboek: zeer nuttig vooral bij irritatieve symptomen (nycturie, nachtelijke polyurie,
mictievolume en -frequentie, symptomen op moment van mictie etc.)
Uroflowmetrie + PVR: vooral handig om therapie-effect na te gaan. Een hoge PVR (post-void
residu) wijst op een hoog risico voor progressie en/of een slechte therapie respons. Heeft
beperkte waarde ikv diagnose.
Vullingscystometrie: is een medische test die wordt uitgevoerd om de functie van de blaas en de
urinewegen te beoordelen. Deze test wordt vaak gebruikt bij patiënten met urinaire problemen,
zoals incontinentie, frequente urineweginfecties of andere blaasgerelateerde aandoeningen.
Vullingscystometrie biedt waardevolle informatie over de druk en het gedrag van de blaas tijdens
het vullen en ledigen ervan.
Cystoscvopie: bij hematurie, vermoeden urethrastrictuur of blaashalsstenose
Dipstick: zijn er argumenten voor een infectie (midstream urinecultuur) wordt laagdrempelig
gedaan bij plasklachten (leukocyten) DD tussen colonisatie en infectie
Cytologie: geen ochtendurine
Urinecultuur: vaak gaat kliniek wel primeren soms wel bij verblijfssonde (en welke resistentie)
Wanneer doe je dit?
-> Voor chirurgie
-> Bij hoog residu (>300mL)
-> Bij jonge mannen (<50j)
-> Bij neurogeen blaaslijden
-> Bij blijvende klachten post-op
Indien je het doet kun je afleidingen maken op de ICS nomogrammen:
, BOOI: bladder outlet obstruction index = obstructieve mictie ‘bv BPH, strictuur, …’
BCI: bladder contractility index = (Pdet x Qmax + 5 Qmax) ‘bv handig bij neurogene blaas cave spina
bifida, atone blaas, ...’
Cystoscopie heeft geen waarde in LUTS.
Pas bij hematurie, vermoeden urethrastrictuur of blaashalsstenose.
Oorzaken
THV Blaas
- Atone blaas/hypocontractiliteit
- Detrusor overactiviteit
- Idiopathische urgency (sensorisch probleem)
- Blaasinfectie
- Vesicolithiase
- TCC
THV Subvesicaal
- BPH
- Urethrastrictuur
- Blaashalsstenose
- Fimosis
- Prostatitis
- Bekkenbodemdysfunctie
Varia
Verschillende medicatie: verschillende antipsychotica (met anticholinergische werking), Lithium (kan
polyurie geven), SSRI’s, (NSAID’s)
Verschillende typische urinaire incontinentie
Urgentie incontinentie/ Overactieve blaas