CELDELING
Wat gaat vooraf:
Interfase:
- G1 (G0)
- S-fase
- G2-fase
M-fase:
- Karyokinese -> celdeling
- Cytokinese -> cytoplasma deling
MITOSE
Profase:
- Kernmembraan gaat langzaam verdwijnen
- Chromosomen in de kern gaan condenseren (zodat ze zichtbaar worden)
- Elk chromosoom bestaat uit 2-zusterchromatiden, verbonden door een centromeer
-> bevat kinetochoor aan beide uiteinde -> eiwitten die ervoor zorgen dat de
positieve uiteinde van de microtubuli kunnen vast hechten.
- De gedupliceerde centrosomen (bevatten ieders 2 centriolen -> bestaande uit 9-
tripletten van microtubuli) wijken uit elkaar ieders naar een celpool -> nog voordat
het kernmembraan volledig verdwenen is ontstaat er al een stralingsfiguur
Uiteenvallen van het kernmembraan is het einde van de Profase
Prometafase:
- Chromosomen zijn bereikbaar -> de microtubuli hechten met hun positieve
uiteinde op de kinetochoren
Deze microtubuli noemt met chromosoom of kinetochoormicrotubuli
Metafase:
- Chromosomen die met microtubuli aan beide celpolen verbonden zijn beginnen
zich te bewegen naar het evenaarsvlak van de cel, doordat elk kinetochoor naar
een pool wordt getrokken
- Chromosomen zijn nu maximaal gecondenseerd dus het best zichtbaar.
Anafase:
- Zusterchromatiden komen van elkaar los -> worden beide naar een
tegengestelde pool getrokken -> ontstaan van 2 anafasegroepen of sterfiguren
- Anafase A: zusterchromatiden worden naar verschillende celpolen getrokken
- Anafase B: de polaire microtubuli worden langen waardoor de anafasegroepen
verder uit elkaar drijven
Telofase:
Wat gaat vooraf:
Interfase:
- G1 (G0)
- S-fase
- G2-fase
M-fase:
- Karyokinese -> celdeling
- Cytokinese -> cytoplasma deling
MITOSE
Profase:
- Kernmembraan gaat langzaam verdwijnen
- Chromosomen in de kern gaan condenseren (zodat ze zichtbaar worden)
- Elk chromosoom bestaat uit 2-zusterchromatiden, verbonden door een centromeer
-> bevat kinetochoor aan beide uiteinde -> eiwitten die ervoor zorgen dat de
positieve uiteinde van de microtubuli kunnen vast hechten.
- De gedupliceerde centrosomen (bevatten ieders 2 centriolen -> bestaande uit 9-
tripletten van microtubuli) wijken uit elkaar ieders naar een celpool -> nog voordat
het kernmembraan volledig verdwenen is ontstaat er al een stralingsfiguur
Uiteenvallen van het kernmembraan is het einde van de Profase
Prometafase:
- Chromosomen zijn bereikbaar -> de microtubuli hechten met hun positieve
uiteinde op de kinetochoren
Deze microtubuli noemt met chromosoom of kinetochoormicrotubuli
Metafase:
- Chromosomen die met microtubuli aan beide celpolen verbonden zijn beginnen
zich te bewegen naar het evenaarsvlak van de cel, doordat elk kinetochoor naar
een pool wordt getrokken
- Chromosomen zijn nu maximaal gecondenseerd dus het best zichtbaar.
Anafase:
- Zusterchromatiden komen van elkaar los -> worden beide naar een
tegengestelde pool getrokken -> ontstaan van 2 anafasegroepen of sterfiguren
- Anafase A: zusterchromatiden worden naar verschillende celpolen getrokken
- Anafase B: de polaire microtubuli worden langen waardoor de anafasegroepen
verder uit elkaar drijven
Telofase: