Evaluatievorm
• Schriftelijk examen
o Op pc
▪ Diverse types ‘MC’-vragen = helft punten
▪ Open vragen: sector overschrijdende vragen (over de
verschillende sociale zekerheidsstelsels) en casussen
▪ MC vragen: niet verhoogde cesuur of giscorrectie (maar bv al de
stellingen juist hebben voor punten)
▪ Open vragen = helft punten
▪ Vrijdag 13 juni 2025
o Gesloten boek
1
,Inleiding
Minder belangrijk
Oefening
• Aan welke begrippen denken jullie als het over “onze” sociale zekerheid gaat?
o Herverdelen van middelen
o Risico’s
o Vangnet
o Uitkeringen
o Solidariteit
o Verzekering
o Overheid
o Sociale bijstand
Wat is sociale zekerheid?
• Sociale zekerheid gaat over
o Gezondheidszorg
o Geneesmiddelen
o Vervangingsinkomen bij ziekte
o Arbeidsongevallen
o Beroepsziekte
o Pensioenen
o Kinderlast
(verder zien we nog de specifieke klassieke sectoren van sociale zekerheid)
Waarom sociale zekerheidsrecht?
• In onze richting kijken we hoe de maatschappij werkt en functioneert doorheen de tijd.
We kijken hoe sociale context het gedrag beïnvloedt. Je kan dit maar op een goeie manier
doen als je rekening houdt met het juridisch kader.
• Maatschappijevoluties kunnen invloed hebben op sociale zekerheid en omgekeerd. Dit is
de context waarnaar we kijken.
• Illustratie
o Naar aanleiding van de verkiezingen in 2024 stonden de kranten vol over de
stijgende huurprijzen en het betaalbaar wonen (vooral voor jongeren en mensen
in een kwetsbare maatschappelijke positie).
o Maar tegelijkertijd zag je veel artikelen over vormen van gemeenschappelijke
wonen (cohousing, woningdelen) die een oplossing kunnen zijn voor de
wooncrisis.
o De vraag is of sociale zekerheidsrecht dit verhaal promoot of afremt
2
, ▪ Sociale zekerheid is het geheel van sociale voorzieningen dat tot doel
heeft aan alle burgers op elk ogenblik van hun bestaan minstens een
inkomen te waarborgen dat menswaardig bestaan garandeert
▪ Meestal verwerf je inkomen door werk, maar soms is er ziekte,
ouderdom,… waarbij er een vervangingsinkomen komt door de sociale
zekerheid
▪ Bij het bepalen van de hoogte van de loonvervangende uitkeringen wordt
er rekening gehouden met de samenlevingsvormen.
Werkloosheid
• Hoogte uitkeringen afhankelijk van
o werkloosheidsduur (en beroepsverleden)
o loon
o gezinstoestand
▪ Je hebt 3 categorieën
▪ Bedrag van uitkering hangt af van je gezinstoestand en de vraag is of je
bij de vormen van gemeenschappelijk wonen terechtkomt in een
andere categorie
▪ Zo ja dan heeft dit een enorme impact op je uitkering
▪ Het antwoord is ja, je komt terecht in een andere categorie dus
sociale zekerheid zal een impact hebben op het samenwonen
Sociale zekerheidsrecht: wat?
• SOCIALE ZEKERHEID
o Geheel van sociale voorzieningen dat tot doel heeft aan alle burgers op elk
ogenblik van hun bestaan minstens een inkomen te waarborgen dat
menswaardig bestaan garandeert
▪ Sociale zekerheid biedt bescherming tegen sociale risico’s (dat gaat over
zwangerschap, invaliditeit -> langdurige arbeidsongeschiktheid,
ouderdom, kinderen, arbeidsongevallen,….)
3
, ▪ Er is een internationaal verdrag van wat de sociale risico’s zijn. In dat
lijstje ontbreken armoede hedendaagse risico’s (gebrek aan
zelfredzaamheid)
▪ Voorbeeld: ouderdom (pensioenen) en overlijden (vroeger rest van gezin
geen bestaansmiddelen meer -> overlevingspensioen)
o Klassieke sectoren + sociale bijstand = ruime invulling
▪ Klassieke sectoren: werkloosheid, ziekteverzekering, pensioenen,
(gezinsbijslagen), arbeidsongevallen en beroepsziekten
▪ (enkel klassieke sectoren= sociale zekerheid in het algemeen)
Sociale zekerheidsrecht: hoe?
• LOONVERVANGENDE UITKERINGEN bij
o Arbeidsongeschiktheid
▪ Ziekte en ongeval privéleven
▪ Arbeidsongeval en beroepsziekte
▪ Enkel voor werknemers
o Werkloosheid
▪ Enkel voor werknemers
o Ouderdom en overlijden
• LOONAANVULLENDE VERGOEDINGEN
o Gezondheidszorg
▪ Beroepsactiviteit of afgeleide rechten
▪ Vrijwel de ganse bevolking
o Gezinsbijslagen
▪ Recht van het kind
▪ 6de staatshervorming: gezinsbijstand geregeld door deelstaten
▪ In Vlaanderen hebben we het groeipakket gekregen waar
kinderen sowieso recht hebben op het basisbedrag of
ouders nu werken of niet
▪ Vroeger enkel aanvulling op inkomen van ouders
• De sociale zekerheid bestaat niet, we hebben drie (grote) beroepsgroepen
4
, o Werknemers
o Zelfstandigen
o Ambtenaren (! ≠ overheidspersoneel)
▪ Overheidspersoneel= ambtenaren + contractanten (werknemers die bij
de overheid in dienst zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in plaats
van een ambtelijke aanstelling)
o Grote verschillen in financiering en prestaties
• SOCIALE BIJSTAND
o =vangnet onder sociale zekerheid om er voor te zorgen dat iedereen over een
minimuminkomen kan beschikken om te overleven
▪ Het sociaal recht (= bestaansmiddelen van mensen nodig voor een
menswaardig leven te kunnen leiden, moedergrondrecht) bestaat uit
arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht, maar ook sociale bijstand
▪ Meestal verwerf je inkomen door werk, maar soms is er ziekte,
ouderdom,… waarbij er een vervangingsinkomen komt door de sociale
zekerheid
▪ Maar we zullen zien dat sociale zekerheid vertrekt van het gedachte van
een verzekering
▪ Eerst premie betalen vooraleer je verzekert bent
▪ Dit zijn de sociale bijdragen die je betaalt dus als je niet werkt of
niet lang genoeg hebt gewerkt dan is die voorwaarde van die
premie niet vervult en dan kan je niet gebruikmaken van een
bestaansmiddel
▪ Het is dan dat de sociale bijstand komt (met stelsels zoals
leefloon, inkomensgarantie van ouderen)
o Cruciaal is het onderzoek naar bestaansmiddelen
Sociale zekerheid versus sociale bijstand
Sociale zekerheid = sociale verzekering
• verzekering van risico’s op basis van bijdragebetaling vooraf (=verzekeringstechniek)
• loongerelateerde uitkeringen (% van het loon)
o Dus als je veel betaalt, krijg je ook veel
o Typisch voor verzekeringen, maar dit geldt slechts voor een deel (zie later)
• ongeacht of verzekerde behoeftig is of niet
5
, o Typisch voor verzekeringen
• klassieke sectoren van sociale zekerheid = sociale verzekering, nl. werkloosheid,
ziekteverzekering, pensioenen, (gezinsbijslagen), arbeidsongevallen en beroepsziekten
• doel = financiële gevolgen arbeidsgerelateerde risico’s opvangen en daarbij zoveel
mogelijk verworven levensstandaard waarborgen
o Verworven levensstandaard waarborgen: als je een hoog loon hebt dan betaal je
meer en zal je ook meer krijgen
Sociale bijstand
• geen voorafgaande bijdragebetaling: financiering met belastinggeld
o want er zijn hier geen lonen
• forfaitaire uitkeringen
o hangt af van gezinstoestand
• voorafgaandelijk onderzoek naar staat van behoefte (bestaansmiddelentoets!)
• minimumvoorzieningen/residuaire stelsels = sociale bijstand, nl. leefloon,
inkomensgarantie voor ouderen, tegemoetkomingen aan gehandicapten
• doel = waarborgen minimaal levensnoodzakelijk inkomen aan iedereen rekening
houdend met aanwezige bestaansmiddelen
Algemene kenmerken sociale zekerheid
• Functie: verzekeren van sociale risico’s door vervangingsinkomen en aanvullend
inkomen
o Zie vorige deeltje wat en hoe
• Verzekeringsprincipe
o betalen van bijdragen voor dekking sociale risico’s en dekking in zekere zin in
verhouding tot omvang bijdragen
o maar premies (bijdragen) betaalbaar houden voor risicogroepen en voldoende
hoge schadeloosstelling (= vergoeding die je krijgt voor verzekering moet
voldoende hoog zijn om schade te dekken bv als je huis afbrandt, moet je
voldoende geld krijgen om de schade te kunnen dekken)
• Solidariteitsprincipe (die de verzekeringsgedachte afzwakken)
o horizontale solidariteit (tussen hoge en lage risicogroep)
▪ bv of iemand nu vaak ziek is of niet als ze beide als werknemer werken
betalen ze dezelfde bijdrage van 13,07%
o verticale solidariteit (tussen hoge en lage inkomensgroep)
6