Inleiding
LETTERS PREPARATEN
B: plaveisel/skeletspier rat/myoneuronale synaps
C: bot/BW (chondrale vorming)
D: cornea/cutis/melkklier (divers)
E: spijsverteringsstelsel (eten)
F: urinair (feces)
G: geslachtsstelsel (g=g)
H: vrouwelijk geslachts (HOER)
I: circulatiestelsel (inwendige stroming)
J: lymfe (milt, thymus, tonsillen en lymfeknoop) (Jantje veel dingen)
K: schildklier (keel)
L: kraakbeen (licht bot)
M: zenuw (myeline)
Kleuring
Overzichtstabel epithelen
Naam epitheel Soort epitheel
Huid epitheel Meerlagig verhoornd plaveiselepitheel
Respiratoir epitheel Pseudomeerlagig gecilieerd cilindrisch epitheel met slijmbekercellen en
basale vervangcellen
Endotheel Platte plaveiselcellen die in het lumen uitsteken
Mondslijmvlies epitheel Onverhoornd meerlagig plaveiselepitheel
Dunne darm epitheel Eenlagig cilindrisch epitheel met slijmbekercellen en staafjeszoom
Overig SVS stelsel Eenlagig cilindrisch epitheel met slijmbekercellen
Urotheel/overgangsepitheel Meerlagig epitheel met crusta en paraplucellen
Mannelijk voortplanting Pseudomeerlagig gecilieerd epitheel met stereocilia en basale
vervangcellen
,Bovenaan de hoef/klauw (kroonepidermis) gaat een verhoornde structuur bestaan uit
keratinocyten, deze gaan groeien in proximo-distale richting. De levende keratinocyten zijn
blauw van kleur terwijl de gestorven keratinocyten oranje van kleur zijn.
Het stratum medium is ook afkomstig van kroonepidermis en bevat dus ook keratinocyten
die proximo-distaal gaan groeien.
Overzicht van de lagen van de wand (buiten naar binnen)
- Stratum externa
- Stratum medium
- Stratum lamelatum/interna Even ezelsbrug bedenken ooit
- Wanddermis
- Stratum papilare
- Stratum reticulare
- Periost
Practicum 2 – ademhalingsstelsel
L1/1 of L1/2 – Neusseptum konijn – AZAN
Er is een frontale doorsnede gemaakt, waar rechts het puntje te zien is (richting
buitenwereld).
Centraal is het neusseptum te zien, welke bestaat uit hyalien kraakbeen (blauw). Kraakbeen
is een lichte matrix met chondrocyten in lacunes, soms liggen deze chondrocyten dicht bij
elkaar in een isogene groep.
Donker blauwe stuk is het bot deel, dit is een harde matrix met osteocyten in lacunes (paarse
kern) deze gaan nooit in isogene groep liggen.
Het Kraakbeen en bot zijn omgeven door een tunica mucosa die bestaat uit een lamina
propria en lamina epithelialis (rood). De lamina propria bevat veel klierdeeltjes en
afhankelijk van deze deeltjes kun je 2 regio’s onderscheiden:
- Regio respiratoirus= naar buitenzijde toe, hier is enkel respiratorisch epitheel te
vinden
- Regio olfactorius= meer naar binnenzijde toe, hier ga je klieren terug vinden in het
membraan
,Regio respiratorius
Op dit preparaat gaat hier geen gasuitwisseling plaatsvinden.
Deze regio bevat respiratoir epitheel en dit is pseudomeerlagig gecilieerd cilindrisch
epitheel met slijmbekercellen ( open ruimtes in epitheel), de kern van een slijmbekercel kun
je terug vinden tegen basaalmembraan.
De kernen van het respiratoir epitheel ga je op verschillende hoogtes waarnemen, maar alle
cellen gaan in contact staan met het basaal membraan.
De slijmbekercellen hebben een apicale slijmprop en een kern die basaal weggedrukt is.
De kernen die tegen basaalmembraan zitten zijn basale vervangcellen en deze gaan niet tot
aan het oppervlak rijken.
Functioneel gaat respiratoir epitheel stofjes naar buitenwereld transporteren via trilharen en
de slijmlaag.
Lamina propria
Hierin kun je verschillende bloedvaatjes terugvinden, dit zijn ovale lumen met
endotheelcellen.
Endotheel bestaat uit platte plaveiselcellen die lumen aflijnen, de kernen van de
epitheelcellen gaan vaak uitpuilen in het lumen.
In het lumen zijn ook vaak rode bloedcellen terug te vinden, dit zijn rode uitsteekseltjes.
Regio olfactorius
Dit is het deel waar je geur kunt gaan waarnemen.
De regio olfactorius ziet er gelijkaardig uit als regio respiratorius alleen de cilindrische cellen
met trilharen worden hier steuncellen genoemd. Tussen deze steuncellen gaan ronde kernen
liggen dit zijn de olfactorische cellen, dit zijn bipolaire neuronen.
De dendriet van de olfactorische cellen gaat wijzen naar de buitenwereld en hier
reukblaasjes vormen.
Langs de basale kant ligt een axon, deze gaat de reukinformatie als een elektrisch signaal
transporteren naar het CZS, de axonen gaan samenkomen in de filia olfactoria (grote
blaasjes).
Ook hier zijn basale vervangcellen terug te vinden, deze hebben stamcelfuncties om epitheel
te vernieuwen. Deze cellen liggen platgedrukt in het basaalmembraan en de kernen zijn
tegen het basaalmembraan terug te vinden.
Om nieuwe geuren waar te nemen moeten de stoffen van de reukcellen weggevoerd
worden, dit wordt gedaan door het secreet van de klieren van Bowman. Dit is een
seromuceuze exocriene klier die centraal een lumen hebben en basaal weggedrukte kernen.
De klieren van Bowman zijn exocriene klieren die hun secreet naar buiten voeren, hiervoor
zijn afvoergangen nodig. De afvoergangen zijn rode ronde lumen die je niet moet verwarren
met bloedvaten, ze zijn iets dikker dan bloedvaten.
, L4/3 – Larynx humaan – Trichroom (Heidenhains blauw + orceïne)
De trichroom kleuring zorgt ervoor dat collageen blauw gaat kleuren en de orceïne gaat
specifiek de elatische vezels aankleuren.
Enkel één helft van de larynx staat op het prepraat, je gaat de valse en echte stemband met
hiertussen een ventrikel zien.
De valse stemband bevat veel klierweefsel terwijl de echte stemband vooral uit elastisch
weefsel gaat bestaan.
Onder de stembanden liggen skeletspieren, dit zijn de m. ventricularis (valse) en m. vocalis
(echt), deze gaan beide verder naar beneden lopen naar de m. thyroarytenoidea.
De spieren zijn dwars aangesneden en hebben een endomysium bindweefsellaag om zich
heen liggen.
Zowel de valse als echte stemband bestaan uit een tunica mucosa die opgedeeld is in een
lamina epithelialis en lamina propria.
Valse stemband – plica vestibularis
De valse stemband bevat een respiratorisch epitheel, dit is pseudomeerlagig gecilieerd
cilindrisch eptiheel met slijmbekercellen en basale vervangcellen. Dit epitheel is soms niet
mooi aangesneden waardoor het meerlagig gaat lijken.
Thv de lamina propria zie je losmazig tot dicht onregelmatig collageen bindweefsel met
hieronder de tela submucosa waar je seromuceuze klieren gaat terugvinden.
De donker gekleurde groepen cellen zijn sereuze cellen met apicale secretiegranules en een
basale kern met een onduidelijk lumen. De licht gekleurde cellen zijn muceuze cellen, het
lumen is meer open, de celkern is nog meer basaal weggedrukt en ze hebben een licht
cytoplasma door het muceus secreet. Deze sereuze en muceuze cellen gaan samen de
glandula laryngealis vormen.
De elastische vezels gaan door orceïne een bruine kleur krijgen, dit is terug te zien als het lig.
vestibulaire van de valse stemband. Deze gaat minder uitgesproken zijn dan het lig. vocale
van de echte stemband.
In het ventrikel zie je ook respiratorisch epitheel met duidelijke cilia en basale vervangcellen.
In de lamina propria zie je bloedvaatjes en in de tela submucosa kliercellen, ook ga je op
sommige preparaten larynx stamcellen zien.
Echte stemband – plica vocalis
Met de echte stemband ga je geluid produceren.
De echte stemband bevat veel elastische vezels, aangezien deze veel moet kunnen trillen
(bevat enkele collageen vezels).
Thv de echte stemband is geen respiratorisch epitheel terug te vinden, dit is onverhoornd
meerlagig plaveiselepitheel die heel lichtjes verhoornd door de trilling.
De grote rode bollen op het preparaat zijn bloedvaten met gestold bloed erin.